De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

7 minuten leestijd

WINDEN WAAIEN OM DE ROTSEN, door Trygve Guilbransen, uit het Noorsch vertaald door dr. Annie Posthumus. Uitgave: Zuid-Hollandsche Uitg.-Mij, Den Haag. Het eerste deel van deze familiegeschiedenis, die speelt in het hooge Noorden, mochten we onlangs toespreken en hartelijk aanbevelen. „En eeuwig zingen de bosschen", was een buitengewoon mooi boek. Daarom kwam de vrees bij ons op, dat het tweede deel wel eens minder mooi kon zijn en kon tegenvallen, nu onze verwachting zoo hoog gespannen was. En eerlijk gezegd, toen we begonnen te lezen dachten we, dat onze vrees werkelijkheid zou worden. Maar spoedig was de vrees weg, we wisten, al lezende, dat er geen grond voor de vrees was. En het doet ons groot genoegen, om dit tweede lijvige boek „Winden waaien om de rotsen, dat weer handelt over het geslacht Björndal, hierbij hartelijk te mogen aanbevelen, 't Is nog wat geheimzinniger dan het eerste. De oude Dag, de Vader, moet meer plaats maken voor den jongen Dag, den zoon. En de berg des doods speelt een wonderlijke rol in dit wonderlijke leven. De winden waaien griezelig om de rotsen. — Maar wat wordt dit alles wonder mooi, zuiver en diep aangevoeld, beschreven ! Wat een pracht-man is die oude Dag toch. En dan Adelheid, de vrouw van den jongen Dag, wat is zij een sympathieke figuur tenslotte. Alles ietwat wonderlijk, ietwat geheimzinnig en vreemd voor ons. Maar aangrijpend mooi wordt het ons verteld. Een boek om van te houden ; om het zelf te lezen en nóg eens te lezen; en het bij anderen aan te bevelen, 't Is een boek van stoere, gave menschen ; menschen van de bosschen en van de bergen ; heel andere menschen dan ónze menschen zijn ; maar we vonden het fijn, door dit boek nog weer eens een poosje in het huis van de familie Björndal te mogen vertoeven. Tot wederziens !
Zoo’n boek uit de Cultuur-serie is een aanwinst. En de Uitgever maakte, dat 't boek in z'n verschijning indruk maakt, door de royale verzorging.

KERSTBOEKJES.
De boekjes van Callenbach zijn, zooals we gewoon zijn, zéér goed verzorgd ; kleurig en fleurig, frisch en vroolijk. Voortreffelijk.
Als wij een keus zouden moeten doen, dan zouden we nemen : „Het gat in de heg", van W. G. van de Hulst (voor kleine meisjes) ; „Een dag bij Keesje" door N. Faber—Meijnen (voor meisjes èn jongens) ; „de Peppels fluisteren", door T. Bokma (voor jongens van 10 jaar) ; „, Ons Nelleke zal", door Jeanne Marie (kleine meisjes) ; „Een jongetje in de sneeuw", door Nel van der Vlis (kleine jongens) ; „Het huis met de leeuwen", door Heleen (grootere meisjes) ; „Wilde Wietske", door Heleen (grootere meisjes); „Het meisje uit het bosch, door mevr. Jongejan— de Groot (grootere meisjes) ; „Toch de sterkste" door H. te Merwe (grootere jongens) ; „Wout, de Scheepsjongen", door W. G. van de Hulst (5de dr.) (grootere jongens) ; „Jessica's eerste gebed" door Hesba Stretton (herdruk) voor jongens én meisjes) ; „Het Knalpistool", door Joh. v. Baren (jongens) ; „Gerda, de Batavendochter" door D. A. van Binsbergen (Zendingsverhaal, voor jongens en meisjes).
De firma Bredée heet tegenwoordig A. Voorhoeve te Rotterdam (niet te verwarren dus met den naam J. N. Voorhoeve, van Den Haag). De Kerstboekjes zien er dit jaar alle buitengewoon goed verzorgd uit.
Wanneer wij uit deze collecte enkele nummers naar voren brengen, dan zijn het de volgende boekjes : „Hannie's verjaardag" door Riek ter Braake (kleine meisjes) ; „Janneman's fijne vacantie" door Jeanne Marie (kleine jongens en meisjes) ; „Hein Konijn", door Wout van den Akker (nieuwe spelling) (jongens) ; „In de Prairie" door A. van Atten (Ie druk, voor jongens) ; „De Vremannetjes" door S. G. Broos—^Kloppers (Ie druk, jongens en meisjes) ; „Vaders Held", door mevr. Renes—Boldingh (speelt in Indië ; voor grootere jongens) ; „De Gieren zoeken" door C. V. d. Zwet (Ie druk, voor grootere jongens) ; „Stugkop" door mevr. Menkens—v. d. Spiegel (grootere jongens) ; „In 't land van Strijen", door Jeanne Marie (2e druk, grootere jongens en meisjes) ; „Droomstertje" door mevr. Menkens— V. d. Spiegel (voor de grootste meisjes).

De N.V. Meinema te Delft zorgt voor iets, dat zich van de andere uitgaven onderscheidt. Met groote energie weet Meinema altijd weer iets anders te bedenken en het trekt altijd de aandacht van groot en klein. Bovendien is het een zéér uitgebreide collectie, waaruit men voor de jongsten en voor de oudsten van de Zondagsschoolkinderen gemakkelijk een keus kan doen. We noemen hier : „Vaders oudste" door Carla (Se druk, voor meisjes); „Kleine Jaap" door Paula (4e druk, voor jongens en meisjes); „Twee buurjongens" door Maryo (3de druk, voor jongens) ; „Een gesloten zoutvaatje" door Joh. Breevoort (3de druk, voor meisjes) ; „Bob, de Strijder" door Henk van 't Veer (3de druk, voor grootere jongens) ; „Op Lindenoord" door Carla (4e druk, voor meisjes) ; „De gelapte broek'' door Hugo Kingmans (4e dr., voor grootere jongens); „Mooi Dientje" door Johanna Breevoort (4e dr., grootste meisjes); „Henkie" door Carla (2e dr.); „De Geuzentroep" door A. van Atten ; „De Minste" door A. van Atten (2e dr.) ; „Door het geloof alleen" door A. Warnaar (2de dr.) ; „Wat Koos ontdekte" door H. te Merwe (3e dr.) ; „De Abelsen" door Hugo Kingmans (2de dr.) ; „De Timmerman van Zerbst" door P. de Zeeuw (2e dr.) ; „Het Pindamannetje" door H. Henszen Veenland (3e dr.) ; „De Spoorzoekers van Boswijk" door A. van Atten (Ie dr.) ; „Ali gaat in een dienstje" door mevr. Gilhuys—Smitskamp (Ie dr.) ; „Het Grote Verschil" door E. van Beek (Ie dr.) ; „Mietsie en Lajos", door Maryo (Ie dr.) ; „Van Nel, Nol en Keesje Bol" door Maryo; „Om een boterkistje en een sportkar" door N. W. van Diemen de Jel (Ie dr.) ; „'t Ergste 't Beste" door mevr. Menkens—v. d. Spiegel (Ie druk) ; „Het jongetje uit de polder" door H. Hoogeveen (Ie dr.) ; „Een Helt sonder Vreesen" door H. te Merwe (levensbeschrijving van den Vader des Vaderlands, 2e druk) ; „De Musketier van den Prins" door Hugo Kingmans (3e dr.) ; „Siti", het Waroeng-Meisje" door Fine Schoonevelt (Ie dr.); „De Galeislaaf van St. Andreas" door P. de Zeeuw (Ie dr.) ; „Huize Windhoek" door Maryo (Ie dr.).
Als zeer bijzondere uitgave van Meinema vermelden we nog, : Opwaarts, een lijvig boek, dat bestemd is als „herinnering" te dienen voor de leerlingen, die de Zondagsschool verlaten. Er staat dan ook een opdracht in, waarbij de naam van den vertrekkenden leerling moet worden ingeschreven. Dan komt er een mooie Gedenkdagen-kalender, met opgave van Schriftgedeelten ; een korte samenvatting van het Evangelie. Feestmuziek, betrekking hebbend op de groote heilsfeiten ; voorts Gedichten van Revius, Bilderdijk, De Costa, Seerp Anema e.a.; en ten slotte enkele novellen van H. te Merwe en P. de Zeeuw, 't Is een blijvend bezit voor onze kinderen. Het boek is op uitnemende wijze verzorgd en telt 138 blz. De bekende teekenaar J. H. Isings verleende zijn medewerking door 9 origineele bijbelsche platen te geven.

Het November-nummer van „DE WAN­DELAAR”.
Bij den uitgever A. G. Schoonderbeek te Laren verscheen 't November-no. van „De Wandelaar", geïllustreerd maandblad, gewijd aan natuurstudie, enz.
De inhoud is actueeel in dezen zin, dat vele medewerkers de late herfst als onderwerp voor hun bijdrage kozen. K. Zwart stond een zonbeschenen vensterbank met witte cyclamen af-: „Als de bloemen bulten sterven...." J. G. van Lohe Bosch vertelt van grijze neveldagen, waarop hij eenzaam over zijn geliefde Veluwsche heide zwerft, maar ook van dagen vol rumoer, als hij toeschouwend gast is van het jachtgezelschap dat bosch en beemd doet daveren. F. Koster vervolgt zijn beschouwing over de maatregelen die er op het gebied, van natuurbescherming zijn getroffen en die welke nog steeds op zich laten wachten. „In Den Haag schiet men echter niet op, men zit als het ware in de oude strikken gevangen !'" Nol Binsbergen, één der auteurs van het vogelboek „Zien is kennen !", levert een uitvoerig en gedegen artikel over de watersnip, terwijl P. van der Lijn aan het woord komt over „Gletsjerkrassen en gletsjersteenen". Gerh. Krekelberg begint een serie artikelen over onze planten in sage en historie. Het eerste stuk is gewijd aan „de aristocraten onder de kruiden", de orchideeën. Eveneens folkloristisch georiënteerd is „Fluitende meisjes, kraaiende hennen en lianeneieren", door H. Meertens. Ten slotte vallen nog te noemen Kremer's studie over „het rijk der Angelen" en de rubrieken, gewijd aan sterrenhemel, fotografie, tuinieren en kamerplanten. Een vijftigtal illustraties verlevendigen het geheel op de bekende wijze. Het is een prachtig tijdschrift.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's