De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

11 minuten leestijd

DE OUDEJAARSAVOND-COLLECTE
Ook dit jaar willen we hier de aandacht vestigen op de Oudejaarsavondcollecte, die georganiseerd wordt voor de Geref. Gemeenten in onze Hervormde Kerk, waarbij de bedoeling voorzit mee te werken naast de Oudejaarsavondcollecte, die door den Bond van Predikanten georganiseerd wordt, de predikantsweduwen en - weezen een toelage te kunnen geven bij hun pensioen, dat dikwijls o ! zoo laag is.
Wij weten, dat het moeilijke tijden zijn en dat er veel, héél veel gevraagd wordt, telkens weer voor iets anders (omdat de behoeften en de nooden zoovele en zoo groot zijn). Maar de predikantsweduwen en - weezen mogen door de Gemeenten niet vergeten worden I Daarom willen we ook onze Herv. Gereformeerde Gemeenten heel vriendelijk vragen op den komenden Oudejaarsavond te willen collecteeren.
En de heer J. Weener te Utrecht zal gaarne straks de opbrengst van de verschillende collecten in ontvangst nemen, om daarmee dan de predikantsweduwen, die er voor in aanmerking komen, in overleg en in samenwerking met de kerkeraden, te helpen en bij te staan. Men zie daarvoor de circulaire, die toegezonden is.
Zij ook in dit opzicht de Oudejaarsavond een gezegende avond door dit werk van barmhartigheid en liefde ; waarbij we herinnerd worden aan onze roeping en plicht jegens God en onze naaste.

ONVERANTWOORDELIJK HANDELEN.
Men weet het — of men weet het niet — dat pas ds. Veder, die te Utrecht predikant was bij de Gereformeerde Kerk, zich van de Gereformeerde Kerken heeft losgemaakt. Wat er precies gebeurd is, doet er niet toe. 't Lijkt ons niet zoo heel smakelijk. En misschien was het maar de verstandigste zet om zich aan het kerkelijk opzicht te onttrekken. Ds. Veder is nu in elk geval weer „vrij man", en hij kan gaan en staan waar hij wil. Als hij de Gereformeerde Kerken maar uit handen blijft......
Maar wat gaat ds. Veder nu doen? Nu laat hij zich — zooals hij zegt door anderen daartoe aangezet en overgehaald — verleiden om in Rotterdam een nieuw kerkje te stichten.
Waar „de Kerk" al niet goed voor is ! Dat eigen gemaakte kerkje moest natuurlijk een naam hebben. En „Gereformeerd" klinkt nogal aantrekkelijk. Dan zijn er altijd nog wel weer menschen te vinden, die smaak hebben in dat nieuwe. Men moet maar niet vragen, wat dat voor fijn-proevers zijn ; maar ze gaan in elk geval eens even kijken, of er iets van hun gading bij is. Maar dan moet het ook iets extra's worden. Niet zoo alledaagsch natuurlijk. Maar echt iets buitengewoons ! Anders komen ze niet.
Daarom moet zoo'n kerkje ook niet maar gewoon Gereformeerd zijn, maar b. v. Oud-Gereformeerd, of Dordtsch-Gereformeerd. Dat klinkt veel „echter" dan dat „gewoon-Gereformeerd". En dan moet er iets extra's behandeld worden. Iets dat de aandacht trekt en de nieuwsgierigheid prikkelt.
Zoo doet ds. Veder, die pas nog dominé in de Gereformeerde Kerk te Utrecht was, óók. Hij laat telkens als hij preekt een advertentie plaatsen (of anderen doen het voor hem, maar dan toch in elk geval met medeweten van hem), waarin dan het onderwerp wordt aangekondigd. En dat onderwerp moet dan zóó gekozen zijn, dat er misschien anderhalf mensch méér komt luisteren !
Zoo was er deze week geadverteerd, dat ds. Veder Zondag zou preeken in een zaaltje over  „Genesis 3, het beroemde hoofdstuk !" Zegge het „beroemde" hoofdstuk Is het niet schandelijk, dat Gods Woord zóó misbruikt wordt en dat een hoofdstuk als Genesis 3 zóó omschreven wordt ? Wij willen ons woord van protest hier niet inhouden.
En het spijt ons, dat het „Gereformeerd" beginsel weer door de modder gehaald wordt !

DE KERKBEURT BIJ HET HUWELIJK VAN DE PRINSES
Zooals men weet, is door alle Kerken de wensch uitgesproken dat er een godsdienstig samenzijn der gemeente zal plaats hebben, wanneer H. K. Hoogheid de Prinses trouwt. Dat zal D.V. Donderdag 7 Januari zijn.
Nu was hier en daar het plan om dat 's morgens te doen op den trouwdag. Maar wij zouden zeggen: dat moest men niet doen. Want Donderdag 7 Januari gaan natuurlijk veel menschen naar Den Haag. Die zijn dan niet thuis. Die zouden dus. niet naar de kerk kunnen komen. En vele menschen, die niet naar Den Haag gaan, zitten Donderdag 7 Januari bij de radio, om de uitzending vanuit de Residentie te volgen. Die zouden óók niet naar de kerk gaan.
Daarom willen wij adviseeren om aan den vóóravond van den trouwdag en dus Woensdagavond 6 Januari in een godsdienstig samenzijn in de kerk saam te komen tot gebed en dankzegging in het midden der gemeente. Men heeft ons gevraagd, hoe wij er over dachten, wanneer b.v. Hervormden, Gereformeerden, Chr. Gereformeerden saam in één kerkdienst bij elkaar wenschten te komen ? Wij zouden zeggen : daar is veel, héél veel vóór te zeggen.
Oranje geeft zoo'n heerlijk punt van samenleven, van samen zingen, bidden en danken ! Men moet dat niet „maken", niet „forceeren". Maar als het spontaan gaat — de ééne gemeente is de andere niet — dan zouden wij zeggen : dit is een mooie gelegenheid, bij de nationale gebeurtenis van het huwelijk van onze Prinses, in één samenkomst met elkaar te vergaderen in Gods huis ! De Heere zegene het jonge Paar. Hij zegene het Huis van Oranje. Hij zegene land en volk.

KERK EN STAAT
Op de komende algemeene Wereldconferentie van Kerken zal dit het onderwerp zijn. De tijdsomstandigheden dringen en dwingen daartoe. Let maar op den kerkstrijd in Duitschland ! Kerk en Staat — Staat en Kerk, wat een moeilijk probleem !In het begin van de christelijke jaartelling kwam de Kerk van Christus, als een wonderwerk van den Heiligen Geest, die daartoe het zaad des Woords gebruikte, in 't midden van een zondige, vijandige, heidensche wereld, beginnende in 't midden van een vijandig volk der Joden. De Joodsche Raad stond vijandig en de keizer stond vijandig. Gevangenis en doodsstrijd in 't ampitheater ! Maar de Kerk breidde zich uit. Het bloed der martelaren werd het zaad der Kerk. Dan vinden de Staat en de Kerk elkaar, toen de Keizer christen werd. En de Staat nam dadelijk de heerschappij over de Kerk ! De Keizer de opperste Kerkregeerder ! Maar dat verandert weer. De Paus wordt de man met de twee zwaarden : Kerkvorst én heerscher over de Keizers. In de Reformatietijd kan de Kerk de positie niet vinden, die haar van God besteld is. De aardsche machten willen haar vernietigen, 't Wordt wéér anders : de hulp van de Vorsten, de steun van de Regenten wordt ingeroepen en verkregen. En de Kerk is weer geknecht. De Remonstranten juichen. De Gereformeerden moeten het loodje leggen. De Revolutietijd is wéér anders : geen God en geen meester. God niet voor den Staat, God niet voor de Kerk. En de Kerk, die Kerk wil zijn en blijven, wordt verbannen of verbrand. Nu is 't in Duitschland wéér anders. Het Nationaal Socialisme kent maar één ideaal : de Staat. En de Kerk mag Kerk zijn, als zij den Staat als afgod dient. De Staat gaat voorop, niet Christus. Het woord van den dictator, niet het Woord van God. Overal en altijd spanning tusschen de twee verschillende terreinen, die er naar Gods raad zijn en blijven zullen, zoolang de wereld zal bestaan.
Hoe krachtiger de Staat is op eigen terrein en hoe krachtiger de Kerk als Kerk is, op haar terrein, hoe beter dat het is. Maar ieder op eigen terrein ! En ieder krachtig en sterk !
De Staat, met het zwaard, waakt en zorgt voor het groote geheel van het leven, dat God spaart, de goeden en de boozen saam, de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. En de Overheid heeft het recht te bestellen, den goeden tot zegen, den kwaden tot schrik en tot straf. Wij belijden „dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijken geslachts, koningen, prinsen en overheden verordend heeft ; willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en politiën, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de menschen toega". (Artikel 36 Ned. Gel. bel.). Hier komt Rom. 13 : 4 in 't geding : de Overheid draagt het zwaard niet tevergeefs”.
Of hier dan de Staat (in art. 36) niet te veel gemaakt wordt tot een politie-staat, tot een orde-bewaarder ? 't Zij zoo. Maar men moet den Staat nemen in z'n breeden, positieven zin, als uitdrukking en waarborg voor de gerechtigheid, die, in Gods naam, ieder het zijne geeft en waarborgt. Uitdrukking van gerechtigheid ! Juist daar, waar de zonde werkt als wan-orde en onrecht, in de ontredderde schepping heeft de Overheid haar roeping. Hier draagt de Overheid het zwaard en zy heeft het recht en de plicht daartoe. En hier is gehoorzaamheid bij de burgers plicht, niet alleen om 't ontgaan van de straf, maar veelmeer om des gewetens wil ! (Rom. 13) „Geeft den Keizer wat des Keizers is" heeft de Heiland gezegd (Matth. 22 : 21). De Keizer heeft macht door de opdracht van God. (Rom. 13).
En nu trekt God intusschen tot Zich uit deze booze en gemengde wereld, van boozen èn goeden, waarover God Zijn zon doet opgaan en waarover Hij regent — Zijn Kerk, het terrein der genade en des eeuwigen levens, waar alles in Christus ligt. Die Kerk bestaat uit menschen, die dan tot twee werelden behooren. Beide werelden zijn er en zullen er blijven : wereld en Kerk. De wereld met wereldlijke (wat niet 't zelfde is als wereldsche) overheden, de Kerk met een leven der Kerk en kerkelijke instanties.
De Kerk heeft een dubbel leven — de kerkelijke menschen namelijk. Ze hebben een burgerlijk leven en een kerkelijk leven, met burgerlijke wetten en kerkelijke wetten, met burgerlijke overheden en kerkelijke regeerders, met burgerlijke belasting en kerkelijke bijdragen ! En de Kerk zal dat dubbele leven hebben te onderscheiden.
De Kerk heeft de burgerlijke overheden te eeren, om Gods wil, daar zij van God de opdracht hebben ontvangen om te regeeren. „Geeft den Keizer wat des Keizers is" — deze woorden neemt de Kerk van haar Hoofd Christus over en spreekt die hartgrondig na. Ook bidt zij voor de overheden ; opdat we een „stil en gerust leven" mogen hebben. Maar de Kerk laat de burgerlijke Overheid niet toe op haar terrein, om op de erve der Kerk met macht te zijn bekleed. „Geeft Gode wat Gods is" — zégt de Kerk. Op kerkelijk erf is, door opdracht van denzelfden God, een andere regeering. De aardsche vorst worde niet toegelaten om opperbisschop te zijn. fïanden thuis! Hier heeft God andere ordinantiën gesteld, op de heilige erve van Zijn Gemeente ! De Kerk èn de Overheid zullen dat moeten bedenken om het steeds voor oogen te houden.
Maar ook behoeft de Overheid de Kerk niet toe te laten op haar terrein en tot haar taak en haar werk ! God is een God van orde. En orde zal er zijn èn voor de Kerk èn voor den Staat. Geen Staatskerk; maar ook geen Kerkstaat. Staat èn Kerk moet er zijn, twee van God gegeven terreinen, met verschillend leven, met verschillende wetten, met verschillende instanties.
Wel heeft de Kerk een roeping, naar het Woord, voor héél het leven en alle levensterreinen. Voor de School — maar niet om te schoolmeesteren ; wel om te zeggen, naar welke beginselen opvoeding en onderwijs moeten worden ingericht. Voor den Staat en voor de Overheid — maar niet om stadsregent te spelen of Staatsminister. De Kerk moet haar plaats weten ! Handen thuis ! Maar wel heeft zij, naar 't Woord, voor te dragen de beginselen der Waarheid, naar Wet en Evangelie, waarnaar het gemengde volksleven en de samengestelde Volksregeering moet worden gericht en waaruit het alles moet worden opgebouwd, voor 't leven, dat God Zelf draagt op deze aarde, de boozen en de goeden saam.
De Staat is er, moet er zijn en zal er blijven, zoolang de wereld bestaat. Dan valt de Staat wèg.
De Kerk is er, moet en zal er zijn, door Gods genade, zoolang de wereld bestaat. Dan gaat de Kerk over in het Koninkrijk Gods, waarin geen tempel meer is, maar waarin God zal zijn alles in allen. Dan worden de twee terreinen gescheiden, die nu door God bestendigd worden. Dan geen boozen en goeden meer, waarover God Zijn zon doet opgaan. Dan is het terrein, waarop de Staat gebouwd is en waar de Overheid haar roeping heeft — deze tegenwoordige wereld — voorbij en weg. Maar de Kerk blijft, doch in heerlijker vorm en met volmaakten glans En de kennisse Gods zal de aarde bedekken, gelijk nu de wateren den bodem der zee ! De schepping zal dan vernieuwd zijn en het booze uitgeworpen. De natuur zal den Heere loven, allemaal. Alles Koninkrijk Gods ! Johannes op Patmos heeft het in visioen reeds aanschouwd : de wondere dieren, als vertegenwoordigend de natuur, de gansche schepping wijd en zijd, zullen voor den troon staan en de vier en twintig ouderlingen, de Kerk van 't Oude-en van het Nieuwe Testament, zullen voor Gods aangezicht juichen en ze zullen zitten op tronen.
Geen Staat meer. Geen Overheden en machten.
Kerk, enkel en alleen Kerk, overgegaan in het heerlijk Koninkrijk Gods, zonder tempel, en alles zal den Heere loven tot in eeuwigheid !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's