UIT DE AFDEELINGEN
UTRECHT. Vrijdag 13 November j.l. hielden we onze eerste ledenvergadering in dit winterhalfjaar. De vergadering was goed bezocht. Na opening door den voorzitter op de gebruikelijke wijze, notulen en ingekomen stukken, leidt de voorzitter, de heer P. Brinkers, het onderwerp in : „De Kerk in nood". Spreker begint bij de Schepping en wijst op Genesis 3 vers 15, waar tegenover elkaar staat: het zaad der vrouw (in Christus) en het zaad der slang. Niet de strijd tegen de wereld brengt de Kerk in nood, maar het is de eigenwillige godsdienst, die de Kerk in nood brengt. Spreker bewijst dit uit Oude-en Nieuvre Testament en uit de geschiedenis der Christelijke Kerk. Ook in onzen tijd is de Kerk in nood, want: Ie. De Kerk openbaart zich niet zooals ze moet; 2e. Christus wordt onteerd ; 3e. Ze leeft niet naar Gods Woord, maar naar een reglement; 4e. Ze beleeft niet Gods Woord en de belijdenis, hoewel ze de belijdenis nog ongerept heeft bewaard.
Gelukkig, dat het lot der Kerk niet afhangt van ons, menschen. Na een aangename bespreking werd den voorzitter hartelijk dank gebracht voor z'n leerzaam referaat en werd de goedgeslaagde eerste ledenvergadering met dankzegging gesloten. Door allerlei omstandigheden konden we onze December-vergadering nog niet houden. Juist toen we die vastgesteld hadden op 14 December, ontvingen we bericht, dat de Geref. Zendingsbond een vergadering hoopt te houden D.V. 15 December a.s. Daarom besloten we om voor deze keer onze December-vergadering niet te houden en weer een ledenvergadering te houden D. V. Vrijdag 15 Januari 1937.
HET BESTUUR.
GOUDRIAAN. Jaarverslag van de Afdeeling van den Geref. Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk over het jaar 1936.
Moest Ik in mijn vorig jaarverslag beginnen te zeggen, dat onze afdeeling eenige jaren lang zeer weinig teekenen van leven had gegeven, thans is het mij een genoegen, reeds dadelijk te kunnen vermelden, dat de activiteit, die de afdeeling sedert het einde van 1934 is begonnen aan den dag te leggen, tot op heden in onverminderde mate voortduurt.
Er is thans een zekere regelmaat te bespeuren in het leven der afdeeling, en zooals in het gewone leven regelmatigheid wel een voorwaarde is voor een gezond bestaan is ook voor een vereeniging in de eerste plaats wel noodig een zekere orde ten opzichte van de vergaderingen, de werkzaamheden enz., bovenal — God is een God van orde, en wil dat ook van ons, ook in ons vereenigingsleven.
In mijn vorig jaarverslag deelde ik u mede, dat wij in het jaar 1935 nog 2 vergaderingen hoopten te houden. Dat is ook geschied; op 11 November 1935 had een vergadering plaats, waarin dat jaarverslag werd uitgebracht en waarin de penningmeester rekening en verantwoording van het door hem gevoerde financieele beheer deed. Ook werden in die vergadering de aftredende bestuursleden E. de Graaff en R. D. C. M. van Slijpe herbenoemd.
Het Bestuur onderging alzoo geen verandering. In deze vergadering werd door den heer C. Korevaar ingeleid het 24e Artikel der Ned. Geloofsbelijdenis.
Daarna werd nog vergaderd op 16 December 1935, in welke vergadering de heer E. de Graaff inleidde het onderwerp: „Het Genade verbond". In het kort stip ik deze vergaderingen aan, om zoo aan te sluiten bij het jaarverslag over 1936, daar het overzicht anders niet volledig zou zijn. De eerste vergadering in 1936 werd gehouden op 27 Januari van dit jaar, waarin de heer J. M. Jansen een inleiding leverde over het onderwerp: „De Labadie en de Labadisten”.
Op uitnoodiging van de Chr. Jongelingsvereeniging „Samuel" alhier werden in deze vergadering twee afgevaardigden aangewezen van onze afdeeling, die de afdeeling op de jaarvergadering van die Vereeniging zouden vertegenwr.ordigen. Wij juichen het toe, dat er, ook op deze wijze, contact is tusschen de Jongelingsvereeniging en onze Afdeeling; die jonge menschen zullen later wellicht staan op vooraanstaande plaatsen in het kerkelijk leven in de gemeente, daarom is het goed, dat zij spoedig met onze afdeeling in aanraking komen. Het verheugt mij, te kunnen opmerken, dat reeds eenige leden der J. V. lid van onze Afdeeling zijn ! Hierna volgt de vergadering op 2 Maart 1936, waarin de penningmeester, de heer de Graaff mededeelt, dat hij twee abonné's op „De Waarheidsvriend" gewonnen heeft. Dat is alweer eenige vooruitgang.
Vervolgens wordt door den secretaris een inleiding gehouden over Art. 1 der Ned. Geloofsbelijdenis.
In deze vergadering wordt de wenschelijkheid besproken om in dit voorjaar nog een spreker te doen optreden voor de afdeeling. Ook in de volgende vergadering, die van 6 April 1936 wordt hierover gesproken en wordt door den voorzitter medegedeeld, dat ds. Abbringh van Papendrecht op 19 April hier zou komen spreken voor den Geref. Bond, terwijl er ook over gesproken wordt, om ds. van Ginkel van Gouda uit te noodigen tegen een lateren datum.
Tengevolge van een misverstand is ds. Abbringh op 19 April echter niet tot ons gekomen, maar tot onze blijdschap mogen we vermelden, dat D.V. op 3 December a.s. ds. van Ginkel in de kerk alhier een rede voor den Geref. Bond hoopt te houden. De Heere geve ons een gezegend samenzijn.
In de vergadering van 6 April 1936 leidde de heer J. Boele voor ons in het onderwerp : „De Wedergeboorte”.
In die vergadering werd tot afgevaardigde naar de Jaarvergadering van den Geref. Bond te Utrecht aangewezen ds. Anker, onze voorzitter. Hierna werd voor het eerst weer vergaderd op 21 October j.l., in welke vergadering de heer A. Stam een inleiding hield over Artikel 2 van de Ned. Geloofsbelijdenis.
Besloten werd, de volgende vergadering, die tevens Jaarvergadering zal zijn, D.V. te houden op 23 November 1936. In deze vergadering hoopt de heer T. Terlouw Azn. een inleiding te houden over Artikel 32 der Ned. Geloofsbelijdenis. Zoo de Heere wil, hopen wij ook nog in December van dit jaar een vergadering te hebben, zoodat er dan in dit jaar zes keeren vergaderd zal zijn.
Met blijdschap mogen we opmerken, dat de vergaderingen getrouw worden bezocht door bijna alle leden, die er toe in staat zijn. Er zijn Ie den, wier gezondheid of leeftijd dit niet toelaat. Het aantal der leden is dit jaar niet vermeerderd, doch gelukkig ook niet verminderd; wij hopen, dat het aantal zal vergrooten. Er zijn toch wel meer dan 19 mannen in onze gemeente, die de Gereformeerde beginselen liefhebben en méé willen werken aan de verbreiding en de verdediging der Waarheid in onze Vaderlandsche Kerk ? De inleidingen werden steeds gevolgd door uitvoerige en leerzame besprekingen. De Heere gebiede hierover Zijn onmisbaren zegen en geve, dat onze afdeeling zoo moge voortgaan op dezen weg en dat de arbeid, die hier wordt verricht, strekken moge tot Zijne eere en tot uitbreiding van Zijn heerlijk Koninkrijk !
R. D. C. M. VAN SLIJPE, Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's