De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

HET BIJBELSCH ONDERWIJS
Het was te verwachten, dat ook ditmaal bij de behandeling van de Onderwijsbegrooting in de Tweede Kamer het Bijbelsch onderwijs op de Openbare School zou worden ter sprake gebracht.
Dat over dit onderwerp verschillend wordt gedacht, is bekend. Het gemakkelijkst staan zij er tegenover, die, als de Staatkundig Gereformeerden, zich op het standpunt stellen, dat geheel het onderwijs, dus ook het openbare, gebaseerd moet zijn op Gods Woord en op de daarmede geheel overeenstemmende Belijdenisschriften der Kerk. Zij verwijzen daarbij naar de dagen der Hervorming en naar de daarop volgende tijden, toen steeds door hen, die de beginselen der Reformatie ten opzichte van het onderwijs voorstonden, er op werd aangedrongen, dat de onderwijzers voor zich zouden onderteekenen de Belijdenis der Nederlandsche Kerken en met name den Catechismus.
Doch zoo eenvoudig als de moeilijkheid hier besproken wordt, is ze niet. De tijden, waarin wij tegenwoordig leven, zijn toch zoo geheel anders als die, tijdens en na de Hervorming. De Staatkundig Gereformeerden willen na­tuurlijk niet den Bijbel in handen geven van onderwijzers, die niet de Gereformeerde Religie zijn toegedaan. Daarin zien zij — en terecht — een groot gevaar. Maar op welke wijze dan dient gehandeld te worden, daaraan wordt het zwijgen toegedaan. Over de vraag, of de bestaande toestand al of niet moet worden aanvaard, daarover laten zij zich niet uit.
Geheel anders staan tegenover deze materie de leden van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij, die het een schande voor ons Christelijk Nederland noemen, dat op de officieele Staatsschool voor alle onderwijs plaats is, behalve voor dat in het Bijbelwoord. Echter blijven zij in gebreke om duidelijk te maken, hoe het overgroote deel der openbare onderwijzers, dat de Marxistische beginselen is toegedaan, de Bijbelsche geschiedenis, en wel naar de Gereformeerde levensbeschouwing opgevat, zal kunnen onderwijzen. In theorie kan men iets voorstaan, wat echter in de practijk onuitvoerbaar blijkt.
Een gansch andere toon dan van Staatkundig Gereformeerde en van Hervormd Gereformeerde zijde vernomen werd, lieten de Antirevolutionairen bij het Onderwijsdebat hooren.
Van dien kant werd geen bezwaar gemaakt tegen het geven van Bijbelsch onderricht op de Openbare; School, maar wèl werd bedenking geopperd voor het geval men het Bijbelsch onderricht tot een verplicht leervak zou willen maken, een eisch, welke door de voorstanders van het Bijbelsch onderwijs op de Openbare School wordt gesteld. Bij het verplichtend stellen van het leervak Bijbelsch onderricht zou men den verkeerden kant uitgaan. Trouwens, de Overheid zou dan juist het omgekeerde bereiken van wat men wil. Het is merkwaardig — aldus liet de woordvoerder van de A. R, Partij zich uit — dat juist de geloovige Christenen in Duitschland het allermeest beducht zijn voor Bijbelsch onderricht, dat op de Openbare School wordt gegeven, omdat dit juist leidt tot ondermijning van die dingen, die hun het meest lief en dierbaar zijn. Daarom kunnen de Antirevolutionairen niet meegaan met hen, die het Bijbelsch onderwijs als een verplicht leervak op de Openbare School zouden willen zien opgenomen, te geven door de onderwijzers der school.
Er is en blijft geen beter middel tegen de bewaring der school als school, dan dat men het beginsel der souvereiniteit in eigen kring volgt, zooals de
Antirevolutionairen dit steeds voorstonden, en dat men dus de zelfstandigheid van het gezin en het eigen karakter der school handhaaft en men zorgt, dat de school zoo dicht mogelijk bij het gezin staat. Ook ditmaal lieten de Antirevolutionairen bij de behandeling van de Onderwijsbegrooting, evenals in het vorig jaar, een duidelijk en klaar geluid hooren over het vraagstuk van het Bijbelsch onderwijs op de Openbare School.

DE BIJBEL OP DE SCHOOL
In gelijken geest, als wij hierboven schreven, verscheen ook een artikel over „de Bijbel op School" in het Christelijk dagblad „De Rotterdammer”.
Wij laten ter completeering van hetgeen over het vraagstuk van het Bijbelsch onderwijs op de Openbare School in de pers van de laatste dagen verscheen, dit artikel hieronder afdrukken :
Er is in onze dagen weer vraag naar Godsdienst en Bijbelonderricht. Wij mogen ons daarover verheugen en dienen elke kans te benutten om deze honger te stillen. Maar, met oordeel des onderscheids.
Dit geldt vooral voor het vraagstuk : de Bijbel op de Openbare School. Sommigen achten dat onmogelijk. Liberalen ijveren voor onderwijs in de Bijbelsche geschiedenis als verplicht leervak. Zij meenen dat het geven van „objectief" godsdienstonderwijs mogelijk is. Maar wij doen hun geen onrecht aan, als we beweren, dat zij van de Openbare School een vrijzinnig-Protestansch instituut willen maken.
Daarmee zouden Staatkundig-en Hervormd Gereformeerde partijen natuurlijk
geen genoegen kunnen nemen. Zij eischen op de Openbare School onderwijs, dat de toets van Gods Woord kan doorstaan en de Gereformeerde beginselen uitdraagt.
Hoe zulks zonder staatsabsolutisme en mèt onderwijzers, die Gods Woord verwerpen, mogelijk zou zijn, hebben zij ons nog nimmer duidelijk gemaakt. En dit is toch niet zonder belang, zou men zoo zeggen.
Eerstens rijst de vraag : is het geoorloofd de ouders te dwingen hun kinderen onderwijs te doen ontvangen, dat niet met hun overtuiging strookt ? Doch stel, dat men over zulke bezwaren heenstapt en het staatkundig mogelijk blijkt - men zou immers dictatuur moeten invoeren - hoe denkt men over de practische uitvoerbaarheid ? En dat niet alleen in verband met het feit, dat er onderwijzers voor de klas staan, die niet zouden gelooven, wat zij doceeren ; maar ook, omdat men het Bijbelonderricht op deze wijze tot een koud leervak maakt zonder wijding.
Dit Iaat de Bijbel niet toe. Tegen het Woord Gods moet men ja of neen zeggen ; het grijpt altijd de consciëntie aan, hetzij vermurwend, hetzij versteenend : tertium non datur ; het is van tweeën één.
Ieder Christen zou van harte wenschen, dat de Bijbel in elke school de eereplaats innam en door geloovige onderwijzers biddend onderwezen werd. Maar wie dergelijke illusies koestert, bedriegt zichzelf. De werkelijkheid is anders.
Laat ons dankbaar zijn, dat de mogelijkheid bestaat om overal scholen met de Bijbel te bouwen. Niets staat Vrijzinnig godsdienstigen in den weg om op hun school Bijbelonderricht te doen geven naar hun overtuiging. Doch niemand vordere van anderen genoegen te nemen met een school van zijn snit, met een Bijbel naar eigen opvatting. Zoo'n Bijbel bestaat niet ; zoo'n school wenschen wij niet terug.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's