De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Met deze woorden klopte Murk zijn dier op den nek, dat al maar met zijn staart heen en weer zwiepte, om de vliegen te verjagen. „Wij zullen even naar stad; Pleun heeft te veel geld", sprak de boer. „Een mooi uitstapje, en de stadsmenschen kunnen wel wat gebruiken. Heb je een goede portemonnaie, Pleuntje ? ”
„Laat je niets wijs maken. Murk ; de boer heeft aardigheid aan plagen", antwoordde deze. „Nu, wacht maar; we zullen wel zien, wie gelijk heeft. Dus niets geen bijzonders meer ? Dan maar goede zaken verder. Dag, koopman " Toen werd den bles een zacht tikje met de zweep gegeven en voort ging het weer, nagestaard door Murk, die nog maar niet begrijpen kon, waarom. Pleuntje met haar boer en vrouw uit rijden ging. Voor zoover hem bekend, was dit de eerste maal in haar dienen op „Lucht en Veld" en met geen enkel woord had zij hierover tot hem gesproken. Daar stak bepaald iets achter. Enfin, hij zou het wel hooren, wanneer hij de volgende week op de boerderij kwam. Pleuntje zou dit nooit voor hem kunnen verzwijgen en anders zou Siderius het hem wel zeggen.
Daarop vervolgde ook hij wederom zijn weg onder het zingen van een vroolijk lied vol van kinderlijk vertrouwen op en dankbare hulde aan God, voor hetgeen door de verzoening met Hem in Christus verkregen werd.
Voor Pleuntje gold dit reisje naar de stad in waarheid een uitstapje, 't Was toch al wel aardig het eigen heem eens te verlaten, om te zien hoe het bij een ander ging. Wat lagen sommige boerderijen dar prachtig aan den grooten weg. Hoe blonk hier en daar dat koperwerk, aan deur of kozijn. Wat hingen voor sommige ramen keurige gordijnen. Wat waren die boomgaarden vol geladen met edele vrucht. Hoe weelderig lagen de landen daar, na een vruchtbaar oogstjaar, in de koestering van de najaarszon. Reusachtig, wat werd het druk op den weg, vooral bij de nadering van de stad. Gelukkig maar, dat bles zoo mak was als een schaap. Wat een getoeter en gesnor van auto's en motoren, en een gevlieg en gejacht van fietsers, die bang schenen te zijn dat zij te laat kwamen. Hooren en zien zouden een mensch er bij vergaan. Wonder, dat de boer onder dat alles zoo kalm bleef. Gewoonte natuurlijk. Hij rookte rustig zijn pijp en hield ondertusschen de beide leidsels stevig vast, meteen het oog latende gaan over alles wat passeerde en toch óók nog wel opmerkende, wat er te zien was.
Steeds meer kwam Pleuntje in bewondering. Soms hield zij even haar hart vast, bang als zij was voor een mogelijke botsing. Sommigen waren zoó woest in hun vaart. Men las immers zoo dikwijls van allerlei ongelukken op den weg. Of de vrouw niet bang was. Maar de boerin, ook niet voor de eerste maal op pad, kon dat alles heel goed hebben. Zij vertrouwde op haar man, die de kunst van paarden mennen kende, en op den bles, die nooit kromme sprongen maakte, al stond hij ook midden in een troep muzikanten. Daar passeerde men een ouden woonwagen, waarbij de bewoners waren neergehurkt, om stoelen te matten of kleerhangers te maken. Half naakte kinderen liepen op hun kousen in het gras of stoeiden bij den weg. Een magere hit, die niet halen kon bij dien van Murk, graasde, vastgemaakt aan een lang touw, langs den weg. In de nauwe deuropening van den wagen zat een slordig gekleede vrouw haar jongste te voeden.
Wat ging het toch ongelijk in de wereld. Hoe was 't mogelijk, dat zulke menschen, met zooveel ontbering, het leven behielden. En toch zagen die kinderen er blozend uit, met hun verbrande gezichten en niet minder gebruinde beenen. Of de vrouw zich begrijpen kon, dat zulke kleine stumperds in zulk een omgeving nog het leven hielden, terwijl vele rijkelui's kinderen, dien het aan niets ontbrak, soms er uit zagen als geesten en aan allerlei kwalen leden.
Neen, dat begreep de vrouw óok niet, maar gewoonte was een tweede natuur, en de buitenlucht maakte een mensch gezond, 't Boerenleven was ook veel gezonder dan het stadsleven. Pleuntje moest straks maar eens op die juffertjes letten : de een was al smaller van leest dan de ander, en hadden gewoonlijk bleeke gezichten en lange, magere halzen als een ooievaar, 't Zat 'm ook al weer in de leefwijze. Overdag zaten de meesten altijd binnen de deur, 's avonds gingen velen uit tot diep in den nacht en 's morgens wisten zij natuurlijk niet van opstaan. Dat de morgenstond goud in den mond had, begreep men niet, evenmin dat de nacht er was om te slapen, en de dag om te werken.
Intusschen werd het op straat al drukker van allerlei voertuigen, die ham vrachten weer naar de dorpen in den omtrek gingen afleveren, of stadwaarts reden, elk voor zijn bijzonder doel. Bij de herberg, die tevens voor stalling diende, stonden de knechts in lange, blauwe kielen klaar, om de paarden uit te spannen. Zij kenden blijkbaar Siderius wel, en tikten aan de pet. Vroolijk hinnikte de bles hen tegen, 't Was voor hem ook niet de eerste maal, dat hij hier stalde. Men kon hem gerust laten loopen ; hij zou den voe­derbak wel vinden of de krib met hooi.
Wat was het hier alles groot en hoog ! De vrouw moest eens kijken, — wat een ramen! Hoe konden de menschen daar boven er bij, om ze schoon te maken. Daar kwam een dienstmeisje met een wit mutsje op het hoofd even naar buiten kijken en wuifde naar een slagersjongen aan den overkant. Zeker een goede kennis, evenals zij van Murk, maar wat een hoogte. En niet eens een tuin of straat voor 't huis. Zo: maar aan den publieken weg, met enkel een blauwen steen, die voor stoep dienst moest doen.
(Wordt voortgezet.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's