De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

10 minuten leestijd

Zoo zijn we al weer een nieuw boekjaar begonnen. De eerste passen op dezen weg hebben wij reeds achter ons. De bekentenis kan niet achterwege blijven, dat ons leven voortsnelt. Wij leven ontzettend snel, sneller dan één geslacht voor ons, en wat hiermee onlosmakelijk één is : wij leven ontstellend oppervlakkig.
Wat ons passeert, is zóó voorbij. Tallooze dingen, die niet eens worden opgemerkt. Waarmee men in de vervloten jaren boekdeelen zou vullen, spant thans nauwelijks onze aandacht. Dit te ontkennen, is niet wel mogelijk. Oud en jong reiken hier elkander de hand. 't Is overal 't zelfde verschijnsel. Wij willen slechts enkele groote gebeurtenissen u noemen, 't Is nog niet zoo heel lang geleden dat op aller lippen slechts één naam zweefde, 't Was die van Abessynië. Wien ge ook tegenkwaamt, waar ge ook menschen ontmoettet, 't was overal dezelfde naam. Waar hoort ge deze nog ? Van wiens lippen wordt deze nog afgelezen ?
Van niemand schier. Hij is uitgewischt. Daarna spanden andere gebeurtenissen de aandacht van heel de wereld. In de Spaansche landen brak een burgerkrijg uit, zoó geweldig, dat zonder overdrijving gerust kan worden gezegd „grooter ramp is nauwelijks denkbaar". Zonen van hetzelfde volk rusten niet voor 't vernielingswerk het laatste spoor van een menschelijke sanienleving heeft vernietigd.
Op aller lippen was. dan ook maar één naam en deze was : de burgerkrijg in deze Zuidelijke landen. Was — zoo zeiden wij — want opeens is ook deze weggevaagd. Weg — zonder dat ge merkt waarheen.
Daar stond opeens weer een andere naam op het levende doek, dat aan de overspannen geesten van onzen tijd werd voorgehouden. Het machtige rijk van Albion, opgebouwd uit zooveel landen en samengesteld uit zooveel natiën, dat gezegd kan worden „hier gaat de zon nooit onder". Want als in het moederland de zon ter kimme neigt, zoo rijst zij in de landen verre over zee, weer op — dat machtige wereldrijk trilde in zijn voegen. Daar speelde zich iets af van zulk een geweldige beteekenis, wat de waardigheid en grootte van de natie aanbelangt, dat slechts één naam op dat moment de wereld interesseerde. Wat hier voor besluit werd genomen, hield aller aandacht gespannen. Hier gold het eene botsing in de geestelijke wereld. Ieder voelde, dat hieruit geweldige consequenties moesten worden getrokken. Alles leefde mee. Ieder wachtte op het moment, dat komen moest.
Ook dit is weer voorbij. Wie weet, wat straks staat te gebeuren, 't Is telkens iets anders, en toch is het in den grond één, n.l. een bevestiging van het Woord des Heeren : „de wereld gaat voorbij met al hare begeerlijkheid”.
Heerlijk, dat wij mogen weten, dat één Naam altijd dezelfde beteekenis en waarde zal behouden, n.l. die van Koning Jezus. Aan dat Koningschap onze levenskrachten te wijden is geen ijdele zaak. Dit is het hoogste wat wij kennen. Geve de Heere ons dit maar steeds duidelijk te zien en te beleven. Laat ons thans ons overzicht u voorleggen.
1. De eerste post, waarmede mijn pas begonnen boekjaar opende, kwam van mijn onbekenden vriend uit Meppel. Deze zond mij onder de bekende aanduiding N.N. voor het Studiefonds ƒ 10.— 'k Zeg hem er allerhartelijkst dank voor.
2. De twee posten, die nu volgen, kwamen uit eigen omgeving, 'k Heb mijn vrienden overal zitten. Deze vriendschap dateert al van jaren en vindt zijn wortel in den band aan het Woord. Hij is reeds sedert jaren gebonden aan stoel en bed; toch leest ge dit niet dadelijk van zijn gezicht. Zijn klachten zijn weinig, hoe beproefd hij ook is. Wat hij veel doet, is : lezen, onderzoeken. De waarheid naar de Schriften is hem lief. Hieraan uiting te geven is hem ook een levendige behoefte. Zoo krijg ik voor ons werk ook telkens mij een gift toegezonden.-'k Ontving nu weer vijf gulden voor het Studiefonds „ 5.— Godes gunstrijke genade zij hem verder nabij !
3. Hierop volgde een wenk om het busje weer eens leeg te maken bij de tam. S. alhier. Ik doe dit graag ; niet alleen omdat hetgeen wordt uitgeteld in den regel niet tegenvalt, maar nog meer om den gezelligen kring, waartusschen ik me hier beweeg. De kinderen leven niet minder mee dan de ouders. Zoodra 't busje op tafel wordt gedeponeerd, heeft een ieder van de kinderen zijn plaatsje gezocht om het geheel goed te kunnen overzien. Daar ontglipt geen halve cent aan de waarneming.
’k Vind zoo iets zoo heerlijk. Want wat hier zich uit, vind ik bij de prediking net eender. Altijd zijn zij bij moeder. En al is de mogelijkheid niet uitgesloten, dat van de prediking geen klein deel thans nog langs hen heengaat, het spreekwoord blijft gelden : "jong geleerd, oud gewend". Waar de belofte des Heeren ook niet uit het oog mag worden verloren, dat die Hem vroeg zullen zoeken. Hem ook zullen vinden. Het busje zelve was ditmaal al heel zwaar. De inhoud bleef niet achter bij die van een vorige maal. Deze bedroeg „ 12.625
Is het niet prachtig ? Een dubbele dank voor zooveel meeleven. Gods zegen ruste op ouders en kinderen.
4. Wat zich hierbij aansloot, heelemaal, beide wat vorm zoowel als inhoud betreft, is het busje dat door mej. Cor Qualm te Hazerswoude op zulk een uitzonderlijke wijze wordt verzorgd. Om de drie maanden wordt het geregeld gelicht en het resultaat is altijd eender, n.l. meer dan vijf en twintig gld. is niets vreemd. Sloot ons boekjaar het vorig jaar met de Hazerswoudsche busjes, aldaar bij de vrienden uitgezet, bij de eerste verantwoording van dat van nu prijkt Hazerswoude al weer in de eerste rij. 'k Hoop, dat dezelfde liefde en trouw zich blijvend openbaren mag. Het doet mijn hart zoo goed, deze dingen te mogen opmerken. Het busje bracht deze keer op, net wat ik reeds gezegd heb, meer dan 25 gulden, n.l , 25.42
5. In de collectezak van Elburg werd onder bijschrift „voor den Geref. Bond" gevonden een rijksdaalder 2.50 'k Ben er blij mee.
6. Door den kerkeraad van Dordrecht werd op mijn giro geplaatst vijf gulden voor het Studiefonds „ 5.— ...Mag ik vanaf deze plaats den kerkeraad mijn oprechten dank betuigen ?
7. Collega Van Amstel, van Lage Vuursche, zond mij de vorige maand van een vriend die onbekend wenscht te blijven voor onze fondsen een rijksdaalder. Van dezelfde hand ontving ik ook nu weer eenzelfde bedrag „ 2.50 Onze zeer hartelijke dank aan beide, n.l. aan gever en die het overreikte.
8. Vanuit Zuid-Beijerland zond mij de jonge Pastor aan contributie der leden ƒ 16.50, waaraan hij had toegevoegd uit de catechisatiebus een tientje. Alzoo kreeg ik te boeken 26.50 'k Was hiermee ten zeerste ingenomen .
9. Door onzen voorzitter, ds. Van Grieken, van Rotterdam, kreeg ik van K. A. Z. voor het werk der opleiding van predikanten 30.— Dit stemt niet enkel tot groote dank, maar geeft ook moed voor de komende dagen. Collega Van Grieken wil onze vriendelijke dank wel overbrengen.
10. Collega Meijers had voor ons Studiefonds een gulden ontvangen van N.N. in den vorm van 40 halve stuivers. 'k Zeg hem dank voor de gireering, en zoo hij den gever kent, wil hij ook, namens mij, zijn dank in dezen wel betuigen „ 1.—
11. De fam. v. D. te Vlaardingen heeft het busje, bij haar geplaatst, willen ledigen. Het bedrag was ruim 4 gulden, n.l 4.16 De Vlaardingsche vrienden laten zich in dezen niet onbetuigd, gelijk straks aan 't einde van mijn verantwoording wel zal blijken, 'k Zeg de fam. v. D. zeer hartelijk dank.
12. Een onzer trouwe vriendinnen komt van tijd tot tijd mij enkele giften ter hand stellen. Zoo ook nu. Zij bracht een tientje, , 10.— waarvan ƒ 5.— voor het Studiefonds, ƒ 2.50 voor de Zending en ƒ 2.50 voor den arbeid in mijn wijk. Ook van deze plaats betuig ik mijn oprechten dank voor alles. De zegen des Heeren ruste op deze giften.
13. Door ds. Koolhaas te Charlois kreeg ik van N.N., van de Heij 1.— Hij wil onzen dank wel doorgeven aan den gever.
14. Thans volgen enkele collecten. Welke gehouden zijn in onderscheidene gemeenten. De eerste collecte had plaats te Jaarsveld bij een spreekbeurt, waarbij ds. Enkelaar, van Leerdam, voorging. Deze bracht op „18.04
15. Daarop volgde een collecte, gehouden te De Bilt, waarbij als spreker optrad ds. Koolhaas, van Charlois. Deze bedroeg juist 30 gld 30.— 16. Vervolgens dienden zich nog een tweetal aan, n.l. ds. v. d. Graaf te Nijkerk zond mij de collecte, aldaar gehouden bij een spreekbeurt, geleid door ds. Bouthoorn, van Harderwijk. Deze bedroeg precies 22 gld 22.—
17. Hierbij sloot zich aan een girozending van ds. Timmer, te Ermelo. Hier had ds. Lans, van Huizen, een spreekbeurt gehouden, bij welke gelegenheid gecollecteerd was „36.45 Voor elk van deze betuig ik mijn warmen dank. Wij houden ons ten zeerste voor deze steun aanbevolen.
18. De Penningmeester van de afd. Boskoop was zoo goed mij de contributiegelden af te dragen. Deze bedroegen 21.25 'k Dacht zoo bij het ontvangen : „het is niet onaardig, dat men nog iets te goed heeft", 't Spreekwoord zegt: „Wat in het vat zit, verzuurt niet", 'k Zeg de Boskoopsche vrienden vriendelijk dank voor hun steun in dezen.
19. Ds. Goverts, te Bergschenhoek, was ook zoo goed mij uit zijn catechisatiebus twee rijksdaalders over te maken , 5.— Hartelijk dank hiervoor.
20. Een onbekende vriend te Lunteren zond me eveneens 5 gld. voor onzen arbeid. Ook hij wil onze welgemeende dank wel aanvaarden ..„ 5.—
21. Ds. Ottevanger ontmoet zoo van tijd tot tijd ook nog wel eens iemand, die hem iets in de hand stopt met het verzoek dit aan ons over te maken. Zoo ook nu weer. Hij kreeg van N. N. twee rijksdaalders 5.— Dit was met ééne post drie giften achter elkaar van vijf gulden, 'k Was er mee verblijd.
22. Vanuit Dirksland heeft M. M. mij ƒ 4.50 toegezonden, met de bedoeling hiervan 4 gld. af te dragen voor het lezen van De Waarheidsvriend, en ƒ 0.50 bovendien „ 4.50 Dit stemde mij ook tot veel dank. Wij zijn hem er hoogst erkentelijk voor. De uitgever is er reeds van verwittigd.
23. Nu ten slotte nog een prachtig sluitstuk. Vlaardingen hebben wij vaker dan eens als een model gesteld, wat organisatie betreft voor onzen Bond. Wij kunnen het ook thans niet nalaten, wat reeds eerder werd opgemerkt, nog eens opnieuw te herhalen en te onderstreepen. Vooreerst : wat een prachtige ledenlijst. De contributies bedroegen ook nu weer meer dan 100 gulden, n.l. ƒ 108.—.
Verder werd de inhoud van nog meerdere busjes, die aldaar zijn geplaatst geworden, er aan toegevoegd. Ik laat ze hierbij volgen : P. V. V. ƒ 3.— ; C. J. V. d. W. ƒ 2.86 ; P. S. ƒ 4.12 ; J. de G. ƒ 11.20 ; D. D. ƒ 6.61 ; H. S. ƒ 0.67 ; J. S. / 0.47 ; J. In 't V. ƒ 5.90 ; G. de W. ƒ 3.86 ; Gez. B. ƒ 3.70 ; K. G. ƒ 2.65 ; T. W. ƒ 2.92. Tezamen geteld ƒ 47.96 Wanneer ge nu de contributie hier nog bij voegt, kom ik tot een geheel van ƒ 155.96
Is dit geen voorbeeld om na te volgen ? Het maakt mijn eerste verantwoording in dit boekjaar tot een waar model. Zoo dacht ik, en toch mocht het hierbij nog niet blijven. Daar kwamen nóg twee voorgangers zich melden. Zoo mag ik het zien. Een voorganger, die niet alleen voorgaat, maar ook het hek wil sluiten.
De oudste gaat voorop, als de oudste rechten hebbende. 't Is ds. Heijer, van Vlaardingen. Hij zond mij net nog als door hem ontvangen van de fam. B. 9 gld „ 9.— 'k Betuig ook hem mijn welgemeenden dank. Hij wil de fam. B. ook voor mij dank zeggen.
Heel ten slotte mocht ik met blijdschap opmerken, hoe onze vrienden zich bewust zijn wat het voor den Penningmeester beteekent steun te ontvangen bij zijn arbeid, inzonderheid van hen, die het persoonlijk hebben ervaren bij de voorbereiding tot het ambt deze steun te hebben mogen genieten. Deze posten zijn in mijn oog met een gulden randje omlijst. 'k Ontving van een oud-alumnus honderd gulden „100.— Wanneer zooeven een gemeente werd voorgesteld als model, zoo wil ik het nu doen met wie het persoonlijk hebben ervaren gesteund te worden als het noodig is.
Maakt ons werk door uw zedelijke en geldelijke steun zoo gemakkelijk mogelijk, opdat de zegen Godes van uw hoofden moge afvloeien op den akker, waarop gij zijt gesteld, Zijn Naam ten prijze. Het geheele bedrag is niet onbeduidend. Het overtreft niet weinig mijn verwachting. 't Is
547.905

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's