De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET DOOPSFORMULIER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET DOOPSFORMULIER

8 minuten leestijd

INLEIDING.
II.
Liturgische geschriften.

Het valt heel moeilijk uit te maken, wanneer men begonnen is een bepaalde liturgie, die men gewoon was te volgen, op schrift vast te leggen. Duidelijk is echter, dat deze beide, een vaste liturgie en een schriftelijke vastlegging daarvan, nagenoeg samenvallen. Immers het is wel mogelijk enkele korte uitdrukkingen als de Doopsformule en de wijdingswoorden bij het Avondmaal in het geheugen vast te houden, maar zoodra er sprake komt, niet alleen van verschillende elkander in vaste orde opvolgende handelingen, maar eveneens van vaste gebeden, kon de schriftelijke opteekening niet gemist worden. Men meent dan ook in de eerste Clemensbrief en in de Didache, geschriften uit de eerste en tweede eeuw, reeds dergelijke formulier-gebeden te vinden.
Dat uit de volgende eeuwen geen liturgische geschriften tot ons gekomen zijn, moet niet uit de afwezigheid van dergelijke schrifturen verklaard worden, maar hangt samen met het feit, waarop wij in het vorige hoofdstuk reeds wezen, dat de dienst, waarin het Avondmaal bediend werd, van de predikdienst werd afgezonderd en voor degenen, die niet gedoopt waren, niet toegankelijk was. Meer en meer zag men Doop en Avondmaal als mysteriën, die niet alleen niet bijgewoond mochten worden door de ongedoopten, maar waarvan de voltrekking ook voor hen geheim moest blijven. Al hebben de bedienaren dezer mysteriën ook bepaalde geschriften gehad, waarvan zij zich bedienden, deze mochten niet gepubliceerd worden. Hieraan komt, evenals aan het catechemunaat, een einde, als de omringende heidenwereld gekerstend is, dat is dus ongeveer in de vijfde of zesde eeuw.
Wijl de eenheid der Kerk in den Roomschen zin van het woord van den aanvang af niet bestaan heeft, behoeft het ons niet te verwonderen, dat er ook geen eenvormigheid in de liturgie is geweest. In de verschillende deelen der Kerk was de gang der liturgie verscheiden. Zeer waarschijnlijk is deze verscheidenheid samenhangend met den invloed van de bisschoppen in de invloedrijke bisschopssteden, die ieder in hun ressort aanwijzingen en voorschriften daarvoor gegeven hebben.
Allereerst treft het onderscheid tusschen de liturgie der Oostersche en der Westersche Kerk. In de Oostersche Kerk heeft men verschillende liturgieën gekend, maar wijl deze Kerk voor een groot deel is te niet gegaan, zijn ook deze liturgieën verloren gegaan. Haar voortzetting heeft zij echter gevonden in de Russisch-Grieksche Kerk en daar heeft de oude liturgie zich ontwikkeld tot de z.g.n. liturgie van Basilius en Chrysostomus. Vele eeuwen zijn er over heen gegaan, voordat deze liturgie haar vasten vorm heeft gekregen, maar dat zij aan deze beide bisschoppen verbonden wordt, mag met recht doen vermoeden, dat zij beiden veel hebben gedaan voor den uitbouw der latere liturgie, die thans aan hen wordt toegeschreven. Er bestaat een heel aardige uitgave van deze liturgie in het Engelsch O, waaruit ons duidelijk wordt, hoe de Oostersche Kerk nog veel meer dan de Roomsche terecht is gekomen in een heidenschen gedachtengang, wijl de verschillende handelingen in den eeredienst gedacht worden een magische werking te hebben. Zelfs is het Avondmaal in de Grieksche Kerk zulk een mysterie geworden, dat het koor, waar de priesters de heilige handelingen verrichten, van de kerk is afgescheiden, zoodat heel de gang van zaken aan de blikken der gemeente onttrokken wordt.
Ook in de Westersche Kerk heeft men aanvankelijk verschillende liturgieën gehad. Men onderscheidt de Afrikaansche, die gebruikelijk is geweest in de kerk van Noord-Afrika, de kerk, waar Augustinus zulk een belangrijke plaats heeft ingenomen. Voorts die van Milaan, de stad, die een tijdlang de hoofdstad van het West-Romeinsche rijk is geweest. Haar zelfstandigheid heeft zij in kerkelijken zin tegenover Rome geruimen tijd weten te handhaven. Èen van haar voornaamste bisschoppen was de bekende Ambrosius en zeer waarschijnlijk heeft, hij veel bijgedragen tot de vorming van dè liturgie, die aan de kerk van Milaan verbonden wordt. Daarnaast moet de z.g.n. Gallikaansche liturgie genoemd worden, die in Gallië in gebruik is geweest, terwijl in Spanje de Spaansche of Mozarabische liturgie werd gevolgd. Het spreekt wel haast van zelf, dat in de Engelsche kerk, die van den beginne af een groote mate van zelfstandigheid heeft gehad, tegenover Rome ook van éen eigen liturgie sprake was, de z.g. Keltische. Later wordt deze liturgie door de Angel-Saksische, die veel meer onder den invloed van Rome stond, verdrongen. Zoóals de bisschop van Rome gestaan heeft naar de opperheerschappij over de gansche kerk, opdat er in de kerk van een eenhoofdig bestuur kon worden gesproken, zoo is reeds vroeg het pogen van deze bisschoppen of pausen geweest om ook aan de verscheidenheid in de liturgie, zooals die in de verschillende deelen der Christelijke Kerk werd gevonden, eei» einde te maken en de liturgie van de kerk van Rome verplichtend te stellen voor de gansche Kerk. Bonifatius, die bizonder heeft gearbeid om in de kerk het gezag van den paus te doen erkennen, heeft mede het zijne gedaan voor de erkenning en invoering van de Roomsche liturgie, terwijl daarna de pausen bizonder veel te danken hebben aan Karel de Groote, die de invoering van deze liturgie verplichtend heeft gesteld.
Met wondere taaiheid hebben sommige landstreken aan hun eigen liturgie vastgehouden, maar uitgezonderd de kerk van Milaan en enkele andere kerken in Spanje, hebben bijna allen tenslotte toch het hoofd in den schoot gelegd en hebben hun liturgie naar Roomsch model vervormd. Het spreekt echter vanzelf, dat ook de Roomsche liturgie zelf een geschiedenis gehad heeft en dat zij eerst in den loop der eeuwen die gestalte heeft verkregen, die zij thans bezit. Van een nauwkeurige, tot in kleinigheden vastgelegde liturgie, is aanvankelijk geen sprake geweest. Zelfs het Concilie van Trente is niet geslaagd in zijn pogen om tot de uitgaaf van een misboek te geraken en besloot om deze zaak ter beslissing van den paus te laten. Toen in 1570 Pius V het misboek uitgaf, dat eenheid moest brengen in de verscheidenheid, werden echter die' diocesen van het gebruik daarvan vrijgesteld, die konden bewijzen, dat zij reeds meer dan twee honderd jaar hun eigen misboek gebruikt hadden. Eerst in 1634 heeft het Missale Romanum zijn nu nog geldende vorm gekregen.
Als de hervorming een feit wordt en de hervormde kerken zich los van Rome en haar heerschappij maken, keert de verscheidenheid, die de Christelijke Kerk van den aanvang af gekend heeft, terug. Niet alleen kennen wij het onderscheid tusschen de Luthersche en Gereformeerde Kerken, maar ook binnen het raam van deze onderscheiding krijgen we een veelzijdige ontwikkeling, die meestal zeer nauw samenhangt met de vorming van nationale kerken. Zooals iedere kerk dan haar eigen belijdenisgeschriften heeft, krijgt zij meestal ook haar eigen liturgische geschriften.
De arbeid van Luther op liturgisch gebied is natuurlijk voor de Luthersche kerk van groote beteekenis geweest. Tot een uniforme regeling is het echter in de Luthersche kerk niet gekomen. Iedere landskerk had haar eigen Agenda.
Voor het andere deel der Protestantsche kerk is de arbeid van Zwingli en Calvijn van de grootste beteekenis geweest. Van eenvormigheid is echter ook hier geen sprake. Wel hebben de meeste voorgangers, die kerkhervormende beteekenis hebben, zich meestal met Calvijn verstaan, maar overigens zijn ze zelfstandig te werk gegaan in het ontwerpen van een nieuwe liturgie voor de kerken, die aan hun zorgen waren toevertrouwd. Zoo heeft zelfs de vluchtelingen-gemeente in Londen een eigen liturgie gehad.
Over de liturgische geschriften van de Kerk in ons vaderland hopen wij in het volgende hoofdstuk iets te zeggen. Hier moet tot slot nog even melding gemaakt worden van de geheel eenige positie, die de Engelsche kerk onder de hervormde kerken heeft ingenomen. Zooals deze kerk van den aanvang af een zekere zelfstandigheid tegenover de Roomsche kerk heeft gekend, heeft zij ook ten dage der Hervorming zich zelfstandig ontwikkeld, betrekkelijk onafhankelijk van de hervormde kerken op het vasteland van Europa. Vooral inzake de liturgie komt dat tot uitdrukking, evenals trouwens in heel de kerkinrichting.
The Book of Common Prayer geeft de inrichting en het verloop van den ganschen eeredienst tot in kleinigheden aan. De eerste uitgaaf verscheen in 1549. Een paar jaar later verscheen een herziening van de eerste uitgaaf. Onder Koningin Elisabeth had weer een nieuwe herziening plaats en uitgezonderd enkele kleine veranderingen, is het liturgische boek van de Engelsche kerk sindsdien ongewijzigd ge bleven. Een herziening, die men in de laatste jaren heeft willen aanbrengen om het geschrift meer in overeenstemming te brengen met de veranderde tijden, kon geen genade vinden in de oogen van het parlement, dat, wijl de Engelsche kerk staatskerk is, mede in deze zaak had te beslissen.
Het toonaangevende liturgische geschrift der Engelsche kerk is samengesteld geworden uit oud-Engelsche liturgieën. Natuurlijk heeft de Hervorming haar invloed op de samenstelling laten gevoelen, maar juist omdat de Engelsche kerk, ook wat haar kerkinrichting betreft, veel uit de Roomsche kerk heeft behouden, kon eveneens in de liturgie van de Engelsche kerk veel uit de dagen van vóór de Hervorming bewaard blijven.
O. a.d. IJ.

Woeldeink

) The divine liturgy of Saint John Chrysostom. Translated by F. E. Brightman, London

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

HET DOOPSFORMULIER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's