De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Geliefden in den Heere Christus ! Gij hebt gehoord, dat de Doop een ordening Gods is, om aan ons en onze kinderen Zijn Verbond te verzegelen ; daarom moeten wij denzelven tot dat einde, en niet uit gewoonte of bijgeloovigheid, gebruiken. Opdat het dan openbaar worde, dat gij alzoo gezind zijt, zult gij van uwentwege hierop ongeveinsd antwoorden :
Eerstelijk, hoewel onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn, en daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen, of gij niet bekent, dat zij in Christus geheiligd zijn, en daarom als lidmaten Zijner gemeente behooren gedoopt te wezen ?
Ten andere, of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament, en in de Artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, en in de Christelijke Kerk alhier geleerd wordt, niet bekent, de waarachtige en volkomene leer der zaligheid te zijn ?
Ten derde, of gij niet belooft en u voorneemt, deze kinderen, als zij tot hun verstand zullen gekomen zijn, een iegelijk de zijnen, waarvan hij vader of moeder is, in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, of te doen en te helpen onderwijzen ?
Wat is daarop uw aller luide antwoord ? ”
En uit een zestal monden klonk het meer of minder vast: „Ja !”
Thans kwam de dominé de trap van den preekstoel af, om vlak voor de doopouders plaats te nemen, 't Was een hoorbare stilte in de kerk. Pleuntje moest zich even uitrekken, om beter te kunnen zien.
Nu nam een der mannen het kind van een moeder over, en terwijl het doopwater op het gelaat van den kleine druppelde, sprak de predikant met luide stem : „Klaas, ik doop u, in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, Amen."
Toen kwam de tweede en daarop de derde zuigeling aan de beurt en telkens klonken dezelfde woorden. Kleine Klaas vond het blijkbaar niet aangenaam en zette het eensklaps op een schreeuwen, maar de moeder veegde het water af en suste toen den kleine aan de borst.
Als bij afspraak viel nu plotseling het orgel met de gemeente in :
God zal hen zelf bevestigen en schragen. En op Zijn rol, daar Hij de volken schrijft, Hen tellen, als in Isrel ingelijfd. En doen den naam van Zion's kinderen dragen.
Pleuntje kon ditmaal niet meezingen. Zij had een prop voor de keel. Het gemoed schoot haar vol. Heimelijk wischte zij een traan weg. Hoe was het mogelijk, dat zij niet eerder begeerte gehad had, om daarvan getuige te zijn. Wat was dat alles heerlijk, al ging het meeste vér boven haar begrip. En zóó was dus óók zij gedoopt
Van de preek verstond zij verder niet veel. Haar gedachten verwijlden al maar bij de plechtigheid van daar straks, en onophoudelijk klonken de woorden van het formulier in haar oor.
Toen het laatste „amen" werd uitgesproken, steeg er een zucht uit haar hart. Waarom ? Zij zou hierop zelf geen antwoord hebben kunnen geven, 't Liefst zou zij hier blijven staan, desnoods geheel alleen in de kerk, en mijmeren over hetgeen zij gehoord had, al maar dóór, of aan iemand, die het weten kon, vragen, al maar vragen naar wat er thans binnen in haar woelde, en bruiste, en om antwoord vroeg. Gelukkig, dat zij Murk dien avond verwachten kon. Hij zou haar veel weten te vertellen van hetgeen haar nu nog zoo duister was en antwoord geven op menige vraag. Want zij had veel te vragen, o, zooveel. Wat dat beteekende : in zonde ontvangen en geboren te zijn en zelfs aan de verdoemenis onderworpen en in Christus geheiligd te zijn ? Gold dit haar dan óók, omdat zij ook gedoopt was en haar ouders eenmaal eveneens voor een preekstoel „ja" gezegd hadden op hetzelfde wat hier was gevraagd geworden ? Zij wist het niet, zij wist er niets van en die kleine Klaas en Trienje en Wietske, die zoo juist gedoopt waren, wisten daar ook niets van. Maar de dominé had ook gelezen, dat, „hoewel onze kinderen van deze dingen zélf nog geen weten hebben, zij daarom van den heiligen Doop niet mogen worden uitgesloten, aangezien zij óók zonder hun weten de verdoemenis in Adam deelachtig waren geworden”.
Wat werden er in de kerk hooge dingen geleerd, die zoo in het dagelijksch leven nooit aan de orde kwamen, ten minste niet op „Lucht en Veld", maar die niettemin groote beteekenis hadden. Oneindig meer beteekenis dan het koopen en verzorgen van het vee, of het afleveren der veldvruchten. Pleuntje wilde wel, dat de vrouw hier eens bij geweest was. Wat die daar wel van zeggen zou ? Dit stond in elk geval al vast: bij welzijn kwam zij hier weer, om dan nog meer van dat alles te weten te komen en zich te stellen in den weg der middelen, zooals Murk het noemde.
„Hoe vond je het ? " vroeg Dirkje, toen beiden weer buiten het dorp waren en den weg naar huis insloegen.
„Mooi; vooral dat doopen, al begrijp ik lang alles niet, en dan dat zingen van de gemeente met het oog op die kleine kindertjes. Die onnoozele schaapjes hadden daar zelf nog geen weet van, maar 't was zoo plechtig, „En doen den naam van Sions kinderen dragen". Ben je óók gedoopt. Dirkje ? ”
[Wordt vervolgd.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's