STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE CONCENTRATIE-COMMISSIE
De Staatscommissie, welke bij Koninklijk Besluit van 11 Februari 1936 werd ingesteld om te onderzoeken, of een wettelijke regeling kan worden getroffen om de concentratie van de bijzondere scholen voor algemeen vormend lager onderwijs te verwezenlijken — of meer algemeen bekend als de concentratie-commissie voor de bijzondere scholen —, heeft dezer dagen haar arbeid beëindigd en haar verslag aan de Regeering uitgebracht.
Zooals men zich zal herinneren, werd in den loop van het jaar 1935, ten einde het groote tekort op de rijksbegrooting weg te werken een ontwerp van wet ingediend tot verlaging der openbare uitgaven. In deze verlaging moest ook het onderwijs zijn aandeel leveren. En om daaraan gevolg te geven, werd als een der vele maatregelen bij het onderwijs voorgesteld om tot de opheffing van een aantal bijzondere scholen over te gaan, wier instandhouding tot heden mogelijk werd, omdat zij voldeden aan de eischen, welke in de Lager-onderwijswet 1920 voor het toekennen van de vergoeding uit de publieke kas werden gesteld.
Deze eischen nu werden in het bezuinigingsontwerp voor het onderwijs belangrijk verzwaard, door het minimum aantal leerlingen der school met 25 procent te verhoogen, waarvan het gevolg zou zijn, dat volgens de cijfers van 1 Januari 1935 er 174 Protestantsch Christelijke Scholen en 86 Roomsch-Katholieke Scholen hun recht op subsidie zouden verliezen, terwijl, wanneer dezelfde maatstaf, die voor de bijzondere school zou gelden, ook aan de kleine openbare scholen werd aangelegd, van deze niet minder dan 650 moesten verdwijnen. Doch deze laatste scholen werden in het bezuinigingsontwerp met rust gelaten en in veiligheid gesteld. Tegen dit meten met twee maten maakten de voorstanders van het bijzonder onderwijs in de Tweede Kamer bezwaar.
Daarbij kwam nog de omstandigheid, dat bij de opheffing der bijzondere scholen niet tegelijkertijd geregeld werden de financieele gevolgen, welke aan de opheffing waren verbonden, n.l. de vergoeding voor terreinen en gebouwen, zoomede de terugbetaling der waarborgsommen, waardoor dus naast het feit, dat de schoolbesturen hun scholen kwijt raakten, ze bovendien nog in financieele moeilijkheden geraakten.
Dit een en ander werd oorzaak voor het verzet, dat van de rechterzijde der Tweede Kamer tegen den maatregel van het opheffen van bijzondere scholen tot uitdrukking kwam.
Het gevolg was, dat de Regeering de gewraakte bepaling van paragraaf 12 van het bezuinigingsontwerp, n.l. de regeling, inhoudende de beperking van het aantal bijzondere scholen, terug nam ; echter onder de uitdrukkelijke voorwaarde, dat de vraag, of de concentratie van scholen zal kunnen worden verwezenlijkt op een wijze, die de tegen paragraaf 12 ingebrachte bezwaren ondervangt, nader door een Staatscommissie zou worden onderzocht.
Het was nu deze Staatscommissie, die, zooals wij hierboven mededeelden, haar verslag dezer dagen aan de Regeering uitbracht.
In dat verslag stelt de Commissie ten opzichte van de gedwongen concentratie van bijzondere scholen voor, evenals paragraaf 12 van het bezuinigingsontwerp dit deed, dat voor het in stand houden van de bestaande bijzondere scholen de minimum getallen met 25% worden verhoogd. Echter met dien verstande, dat de Commissie alle bijzondere scholen, vóór 1920 opgericht (en deze maakten voor verreweg het grootste gedeelte uit van de 174 Protestantsch Christelijke scholen, waarvan wij hierboven spraken) van den verzwaarden eisch wil vrijstellen. Voorts is de Commissie van oordeel, dat een na het jaar 1919 opgerichte bijzondere school, welke door de verzwaring van den eisch van het minimum aantal leerlingen haar subsidie zou verliezen, het recht moet hebben om ontheffing van dit minimum te vragen. Deze ontheffing moet de Minister van Onderwijs zelfs verleenen, indien voor ten minste 25 leerlingen der school binnen vier kilometer van hun woning geen plaatsruimte beschikbaar is in de voor hen bestemde klasse van een andere lagere school, waar het door de ouders dier kinderen gewenschte onderwijs wordt gegeven. Van belang is daarbij nog dit, dat de verklaring der ouders zonder meer door de Overheid moet worden aanvaard ; de Overheid mag de gegrondheid van het bezwaar dus niet toetsen, zij oordeelt niet over richtingsverschillen. En eindelijk plaatst de Commissie zich op het standpunt, dat het verzoek van het schoolbestuur om ontheffing van het minimum en de beslissing daarop van den Minister van Onderwijs slechts éénmaal gedaan behoeft te worden en wel vóór 1 Februari van het jaar, volgende op dat, waarin het aantal leerlingen voor het eerst beneden het nieuw vereischte aantal (het minimum) is gedaald, zoodat de ontheffing, wanneer zij éénmaal door den Minister is verleend, voor goed blijft doorloopen.
Uit het bovenstaande ziet men, dat de positie van de bijzondere scholen bij gedwongen concentratie in het voorstel van de Staatscommissie, dat in het Verslag in een ontwerp van wet met toelichting werd belichaamd, er heel wat gunstiger voorstaat, dan dit in paragraaf 12 van het bezuinigingsontwerp het geval was.
Daarbij is het bovendien van belang, om er de aandacht op te vestigen, dat de Staatscommissie haar verslag eenstemmig opmaakte.
De concentratie van bijzondere scholen, waartegen de voorstanders van het bijzonder onderwijs van meetaf geen beginselbezwaar maakten, omdat zij meenden, dat een ieder geroepen is om tot bezuiniging op de onderwijsuitgaven mede te werken, kan thans onder gunstige voorwaarden plaats hebben.
Uit dien hoofde zijn ook wij de Staatscommissie voor haar werk dankbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's