De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Christenvrouw en de oorlog

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Christenvrouw en de oorlog

4 minuten leestijd

Voor de Arnhemsche afdeeling van den Chr. Vrouwenbond heeft de heer Ad. Wiersinga gesproken over :
„Het  oorlogsprobleem en de christenvrouw''.
Spreker wees er op, dat zeer velen, uit allerlei maatschappelijke kringen, in alle oprechtheid met dit probleem worstelen. Het zijn vaak ernstige, nauwgezette gewetens, die, denkend aan het Bijbelwoord: „wedersta den booze niet", het wapen met afschuw neerwerpen.
Bij het licht van Gods Woord wilde spreker het vraagstuk benaderen, daarbij alleen besprekend, waarover men als christen kan oordeelen. Om na den zondvloed de doorwerking der zonde te stuiten, stelt God in Zijn liefde de Overheid in en geeft haar het zwaard tot handhaving van het recht en tot tegengaan van het onrecht. Wie zou er aan denken, dat in ons land de rechtspraak moest worden afgeschaft?
Ieder die in 't algemeen aan de Overheid het recht ontzegt het zwaard te hanteeren, komt daardoor in botsing met de H. Schrift. De woorden van onzen Heiland: „Zoo iemand u op de rechterwang slaat, keer hem ook de linker toe", zijn ons gegeven als persoonlijke levensregel. Maar dit beteekent b.v. niet dat een vader zijn kind niet tegen den handlanger van den duivel zou mogen beschermen en evenmin dat de Overheid voor de beteugeling van het onrecht niets mag doen. De politieagent moet een wapen dragen en moet zich verzetten tegen ieder die geweld wil oefenen, ter bescherming van de goeden en tot straf van de kwaden.
Denk u in (zoo vervolgde spreker) dat in 1930 ook in ons land de poging der communisten was geslaagd om ter gelegenheid van een rooden Donderdag onlusten te verwekken, ter voorbereiding van de revolutie —, dan voelt ge, dat de Overheid ter bescherming van het zwakke en tot handhaving van het recht, moet optreden.
En zou dan diezelfde Overheid geen taak hebben ten opzichte van den buitenlandschen belager van den vrede? Mag de Overheid b.v. ook niet optreden als er een leger komt van een of anderen Staat, die alle godsdienstvrijheid wil uitroeien ? Het is duidelijk, dat zij niet „vertrouwend op God", lijdelijk mag toezien dat het onrecht zegeviert in Gods schepping en dat de Satan tijdelijk triumfeert.
Juist om de zonde zal er altijd behoefte zijn aan macht in dienst van en tot steun van het recht. Het recht is zoozeer majesteit, dat dat moet heerschen inplaats van de macht. Beslissend is de geest van het Evangelie, niet het menschelijk geweten, dat dwalen kan. Dat geweten moet getoetst worden aan Gods Woord. En een Overheid zou, bij nationale ontwapening, haar van Godswege gestelde roeping niet kunnen volbrengen.
Men zegt : wat weet de soldaat van heden, waarvoor hij vecht, wat weet hij van de al of niet rechtvaardigheid van den te voeren oorlog? Een machtsoorlog wijst spreker onvoorwaardelijk af als in strijd met den Geest van het Evangelie : „Gerechtigheid". Maar daarom ook is voor spreker een verdedigingsoorlog heilige plicht. Het is inderdaad moeilijk een juiste grens te trekken, maar voor spreker staat het vast, dat een door Nederland ondernomen aanvalsoorlog ondenkbaar is.
Na de pauze besprak spreker de vraag : Kan en mag iemand wel meedoen aan een oorlog zooals die in den tegenwoordigen vorm is : ongekend wreed en op groote schaal ? Nu is het reeds aanstonds onjuist, om te veronderstellen dat de Nederlandsche regeering een gasaanval op weerlooze steden in haar bedoeling zou hebben. Dat heeft zij pertinent ontkend. Maar een afwering en bescherming tegen gasaanvallen e.d. is iets geheel anders. En bovendien: zou de verschrikking minder zijn als Nederland eenzijdig ontwapend was en het terrein van den strijd werd?
De bron van eiken oorlog is, ongehoorzaamheid aan, verzet tegen het recht Gods. Daarom is de taak van ieder, te streven naar een christelijke rechtsorde voor de volken, d.w.z. een rechtsorde die door God beheerscht wordt. Maar als de christenen de wereld daarvoor zullen willen veroveren, dan zullen ze bereid moeten zijn persoonlijk Christus over heel de linie van eigen leven te volgen.
In den Volkenbond, waarin zondige volken vereenigd zijn en velen, die macht stellen boven recht, moet zooveel mogelijk getracht worden naar de algemeen christelijke beginselen samenwerking te zoeken en een rechtsbasis te vinden. Dat zal noodzakelijkerwijze veel teleurstellingen moeten geven — we leven in een zondige, verdwaasde wereld —, maar daar is volhouden en volharden bij het ideaal, juist van de christelijke naties, gebiedende eisch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De Christenvrouw en de oorlog

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's