KERKELIJKE RONDSCHOUW
AAM Dr. SNETHLAGE
Een man een man, een woord een woord
Een man een man, een woord een woord ! O fikse leus van vroeger dagen : Nog klopt het hart met sneller slagen, Wanneer mijn oor u klinken hoort: Een man een man, een woord een woord !
Dat was een zegel zonder breuk ! Een handschrift, nooit nog valsch bevonden Een vaste borgtocht, nooit geschonden. Een perkament in goede reuk, Dat nooit een barst had of een kreuk !
In Oost en West, in Zuid en Noord Werd Holland om die leus geprezen; Och, 'k bid je, laat het nóg zoo wezen ; 't Zij steeds, als men Neêrland hoort : Een man een man, een woord een woord !
Dit oude, alom bekende versje van dr. P. J. Heye leggen we gaarne bij deze voor aan den dapperen communistischen predikant, die voor zijn rechters vol deemoed beterschap beloofde en nauwelijks uit de rechtszaal vertrokken, met steenen begon te werpen naar 't hoofd van zijn rechters en tegelijk publiceert met ongebroken kracht te zullen voortgaan met het propageeren van zijn Russische ideeën.
Wij betreuren het niet een oogenblik in dr. Snethlage een eerlijk man gezien te hebben en hem een huldewoord te hebben toegezonden.
Een man een man, een woord een woord — het doet ons goed, wanneer ons oor die leuze hoort. Maar we verachten het, wanneer men op sluwe wijze z'n woord geeft en dan een verrader zich toont.
Gelukkig, dat dr. Snethlage maar niet in Rusland woont.
Daar was hij misschien reeds gefusileerd, met zoovele anderen, die uit den weg worden geruimd als ze lastig worden bij alle slavernij.
VAN EEN EZEL, DIE NIET LOOPEN WILDE
We hebben pas in een van onze dagbladen dat bekende plaatje weer gezien, bestemd om kinderen even een aangenaam oogenblik van lachen te bezorgen.
Een bakker heeft een ezel. Met een zak meel zet de bakker zich in 't zadel en wil grauwtje laten loopen en dragen. Maar de ezel plant z'n voorpooten strak en stijf op de grond en strekt z'n achterpooten strak en stijf uit, en al slaat de bakker z'n ezel, 't helpt niets, grauwtje heeft er geen zin in en loopt niet, maar blijft stil staan.
Dan klimt de bakker van den rug van z'n beestje af, loopt naar de stal, grijpt daar een plukje hooi, bindt dat met een touwtje aan z'n stok, klimt weer in 't zadel, houdt het hooi voor den kop van den ezel en grauwtje loopt dat het een lust is !
Aan dat plaatje en dat verhaaltje dachten we, toen we een strooibiljet, groot formaat, op ordinair papier gedrukt, ontvingen van het Comité Propaganda Openbare School (C.P.O.S.) te Rotterdam.
Met de Openbare School ging het al lang niet goed. Allerlei dingen hebben daartoe meegewerkt. Ook, dat er nogal heel wat roode onderwijzers en onderwijzeressen aan de Op. School werkzaam waren (en zijn). Van Oranje moesten ze niets hebben. Om den godsdienst en de Kerk gaven ze niets. Waarbij nog tal van andere dingen kwamen. En het aantal kinderen daalde en bleef dalen.
Toen kwam Leiden in last. De onderwijzers (en onderwijzeressen) kwamen in gevaar hun betrekking te verliezen. Onderscheidene schoolgebouwen kwamen leeg (men had behoorlijk boven z'n stand geleefd, wat zich gevoelig begon te wreken). En nog is 't einde van de afbraak niet bereikt.
Nu komt het Comité Propaganda Openbare School met het groot formaat strooibiljet, op ordinair papier vol gedrukt met allerlei fraaiigheid, om al de heerlijkheden van de Openbare School aan de ouders voor te houden, zóó smakelijk en zóó verleidelijk, dat meer dan één nu wel zal toehappen en zich snel zal begeven naar een Openbare School om z'n kind (kinderen) aan te geven. Althans dat hoopt men
't Begint met een mooi plaatje met drie lieve kinderkopjes. Er staat boven: „Onverdeeld naar de Openbare School". Dat is dus in orde! Ze komen al!
Er volgt: „Ouders, gij wenscht toch voor Uw kinderen het beste onderwijs dat er is? Gij kiest dan voor Uw kinderen de Openbare School".
Dat is ook prachtig! Het beste onderwijs is op de Openbare School!
Dan volgt: „De Openbare School, waar Uw kinderen worden opgevoed tot Algemeens Menschenliefde, Verdraagzaamheid en Plichtsbetrachting".
't Is haast te mooi om waar te zijn. Maar er komt nóg meer.
„De Openbare School, waar ze worden opgeleid tot alle Christelijke en Maatschappelijke deugden".
„Op vele Openbare Scholen is gelegenheid voor godsdienstonderwijs".
„De Openbare School, waar ze hun buurtgenootjes, van welke richting of godsdienst de ouders ook zijn, ontmoeten".
„De Openbare School, waar de leerkrachten steeds contact houden met de ouders door Ouderavonden, enz."
„De Openbare School, die een nationaal goed is van groote beteekenis en daarom Uw steun en medewerking ten volle waard".
„Zorgt dus, dat Uw kinderen spoedig worden aangegeven voor plaatsing bij het Hoofd van een Openbare School".
Er volgen dan elf rubrieken van Openbare Scholen in de verschillende wijken van Rotterdam (Kleuterscholen enz. inbegrepen).
Het plukje hooi is er dus. Of wil men het een stukje koek noemen, 't is óns om 't even.
Het ezeltje zal nu wel gaan loopen, misschien wel gaan draven. We zien de ouders nu al bij hoopen naar de Openbare School gaan.
Als ze tenminste niet zeggen: 't is te mooi om waar te zijn
Vooral dat schermen met „christelijke deugden" en met „godsdienstonderwijs" is prachtig,
Wij houden het intusschen maar bij onze Scholen met den Bijbel. Dat achten wij voor Volk en Vaderland, voor gezin en Kerk, voor maatschappij en Staat, verre het beste.
Zou men in de kringen van de Openbare School nu nooit wijzer worden, dat men altijd nog maar met zulke fraaiïgheden den boer op gaat? 't Lijkt wel een ongeneeslijke kwaal te zijn. Om medelijden mee te hebben.
VRIENDEN VAN KOHLBRUGGE (2)
Wat Kohlbrugge in deze jaren het meest naar de pen heeft doen grijpen, dat was een zeer uitgebreide briefwisseling, die hij met alle mogelijke menschen voerde. Deze briefwisseling nam zulk een omvang aan, dat hij door een ernstige oogkwaal werd getroffen (1842) en een tijdlang slechts anderhalf uur per dag mocht werken.
Men kan zeggen, dat hij in deze tijd zonder titel en parochie werkelijk als een zieleherder werkzaam geweest is, als een herder voor een zeer uitgebreide gemeente van menschen, die in de benauwdheden en moeilijkheden van hun innerlijk leven, zich tot hem om raad en wijsheid begaven.
De meest verschillende mannen en vrouwen, zelfs diegenen, die niets met hem gemeen hadden, ja die zich door hem afgestooten voelden, heeft hij gediend en geholpen. Want zijn raadgevingen waren er niet op berekend om de vragers tot zichzelf te brengen, tot innerlijke rust, tot harmonie en tot stilte. Zijn streven was er op gericht om hen te voeden met de kennis der Heilige Schrift, hen binnen te leiden in het centrum, in het allerheiligste van de Schrift en hun leven te stellen onder de macht van het Woord van God. En steeds bleef hij ook hier de verkondiger van deze verlossende boodschap : dat God den goddelooze rechtvaardig spreekt.
De brieven van Kohlbrugge zijn doordrenkt van diepe bevindingen des harten, geboren uit de diepte van een levende ziel, gevormd door een vaak dichterlijke taal, die meest eindigt in woorden en psalmen der Schrift.
Kohlbrugge was geheel onder de macht van het goddelijk Woord gekomen. Moet men niet tot de Reformatoren teruggaan om iemand te vinden, die zóó in de inhoud en in de taal der Heilige Schrift leefde ? Neen, hij leefde niet in de Schrift, maar de Schrift had zich van hem meester gemaakt, had hem overweldigd, zoodat hij niet anders meer kon dan van en uit de Schrift getuigenis geven.
Groen van Prinsterer heeft aan Kohlbrugge verzocht om de door hem in tallooze brieven gegeven verklaringen van afzonderlijke plaatsen der Heilige Schrift te verzamelen en in een speciaal werk in 't licht te geven. Kohlbrugge voldeed aan deze wensch en zoo ontstond (in 1845) het boek : „Handleiding tot recht verstaan der Schrift voor eenvoudigen, die Gods Woord onderzoeken." Er was zoo'n enorme vraag naar dit boek, dat het spoedig uitverkocht was en een vrouw voor een gebruikt exemplaar gaarne vijftig gulden betaalde. In het Duitsch is dit boek niet verschenen.
Bijzondere vermelding verdient de geheele briefwisseling, die Kohlbrugge met vrienden als Wilhelm en Stephan de Clercq of Westendorp en van Heumen in de stille jaren in Utrecht onderhouden heeft en waarin naast allerlei persoonlijke vragen de problemen der Schrift uitvoerig ter sprake komen.
Juist in deze briefwisseling doet Kohlbrugge zich inderdaad kennen, zooals zijn schoonzoon, prof. Böhl, het uitdrukt, „als een bron in een water arm land Wie bij deze bron de dorst zijner ziel wilde lesschen, die werd rijk beloond. De dorstigen bekommeren zich niet om het uitwendige van de bron — zij putten en zijn tevreden, als zij maar water krijgen. Zoo deden degenen, die gedurende de tijd van zijn volkomen isoleering in Holland zijn trouwste vrienden waren. Zij putten, het opwellen van het water was hun genoeg, de vorm was bijzaak".
In deze brieven ontdekt de lezer nog een andere weinig gewaardeerde kant aan. Kohlbrugge : de wijze, waarop de vriend zich aan zijn vriend geeft. Dat een zoo geheel andersoortige natuur als de fijnbesnaarde Willem de Clercq niet alleen van Kohlbrugge niet kon loskomen, maar ondanks innerlijk verzet steeds nauwer zich aan hem verbonden voelde, totdat ten slotte een in diepe vrees voor God wortelende vriendschap daaruit ontstond, dat herinnert weer geheel aan de wijze, waarop Calvijn, fijngevoelig en toch krachtig tegelijk, zonder eenige sentimentaliteit, vriendschap wist te houden.
Het heeft den vereenzaamden Kohlbrugge diep getroffen, toen hij dezen edelen reisgenoot door den dood verloor. Hij las het doodsbericht, zonder goed te begrijpen, waar het over ging, zoo hevig ontsteld was hij. „Eenige oogenblikken later kwam ik weer tot mijzelf en een diepe weemoed, een gevoel van gemis en een vast vertrouwen, dat het Woord bestaat in eeuwigheid leefden op dezen dag in mijn ziel. Ik meng mijn tranen met de uwe, ik ween met u allen over het verlies van hem, die mij zoo lief en dierbaar was Hierin heb ik rust, dat ik in mijn brieven hem niets onthouden heb, en dat troostte mij eenigermate, dat zijn hart zich onder de Waarheid van God gebogen en verootmoedigd heeft Al kan ik u ook niet Willem de Clercq vervangen, toch heb ik u veel te vertellen van den algenoegzamen God en Heiland onzer ziel, van Wien uw broeder het heil verwachtte en op Wiens barmhartigheid hij hoopte".
Wij willen thans nog een oogenblik stilstaan bij de vriendschap tusschen Kohlbrugge en zijn vrienden uit Duitschland. Onder de leden van de familie von der Heydt in Elberfeld, trad Carl von der Heydt 't minst op den voorgrond. Terwijl August, de oudste, later het ambt van minister bekleedde en Daniël met openbare ambten overladen werd, bewoog het leven van den jongeren broer zich in eenvoudiger banen. Toch heeft hij zich buitengewoon veel met de Heilige Schrift bezig gehouden en een vrucht van zijn ijverige studie is zijn niet onberoemd gebleven vertaling van het Nieuwe Testament ; voor een niet-theoloog is dit een buitengewone prestatie.
Hij vooral (en de privaatleer aar van zijn zoon, Lütge) hield steeds contact met Hermann Friedrich Kohlbrugge, toen deze in het Wupperdal het veld had moeten ruimen. Verscheidene malen kwam hij op zijn zakenreizen naar Engeland in Utrecht, om eenige dagen, vaak zelfs wekenlang in het huis van Kohlbrugge door te brengen en zich door hem de vragen te laten beantwoorden, die bij het onderzoeken der Heilige Schrift bij hem opgekomen waren. Er bestaan veel brieven, waarin de bankier Kohlbrugge aanspreekt met de woorden : „Mijn lieve broeder".
Toen Kohlbrugge het werk over Romeinen 7 uitgaf, bewees Carl von der Heydt hem daarbij zeer belangrijke diensten. Met hem zocht hij in Amsterdam Stephan de Clercq en in Delft en Rotterdam andere vrienden op ; met hem maakte hij in het jaar 1838 een reis langs de Rijn. Door deze nauwe omgang kreeg de jonge koopman een steeds duidelijker inzicht in de bijzondere Schriftuitlegging van Kohlbrugge en raakte hij met zijn gedachtenwereld steeds meer vertrouwd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's