De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Welk een wonderlijke vrede daalde in haar hart, bij het lezen in het Boek. Daar waren soms menschen aan het woord, wie, evenals haar, het leven had teleurgesteld, of zich omringd zagen van allerlei tegenspoed. Menschen, die, door de diepten van het leven henengevoerd, niet zelden zich van allen en alles verlaten voelden, of ook wel door eigen zonde en dwaasheid in de moeite geraakten. Doch hoe kwam het bij deze allen tot wonderlijke openbaring, dat God wel eens donkere en moeilijke en ook wel harde wegen met iemand houden kon, die hem onbegrijpelijk schenen en waarbij het hart kon ineenkrimpen van angst en het oog een tranenbron leek, doch later werd niet zelden de vrucht van zulk een lijdensweg geplukt. In elk geval werd 't bij allen openbaar, dat er bij den Heere uitkomsten zijn tegen den dood en Zijn vertroostingen de ziel ook in het lijden verkwikken kunnen. Wat waren al die groote mannen en vrouwen, die in den Bijbel genoemd werden — een Abraham, Jacob, Lea en Rachel, Jozef, Mozes, Mirjam, Naomi, David, Asaf, Jeremia, Hiskia, de discipelen des Heeren — wat waren dat allen juist zulke menschen als zij, met dezelfde zonden en zwakheden en gebreken en moeiten en teleurstellingen en droefheid en rouw vaak, als die van haar, en die dan uit den nood van toet leven of ook niet zelden door dien nood er toe gebracht werden hun sterkte te zoeken bij God. Neen, dat had zij voorheen niet geweten. In bittere onkunde had zij zich steeds tegenover alles wat van Boven is, een inzonderheid tegen den Bijbel, gekant, omdat zij meende daar louter van menschen te lezen, die als heiligen in deze wereld geleefd zouden hebben en nu veroordeelend optraden tegen allen, die niet waren als zij. Thans leerde zij het gansch anders kennen. Nu begon zij hoe langer zoo meer te begrijpen, dat ook die zoogenaamde bijbelheiligen menschen waren van gelijke beweging als ieder ander, maar die door den Geest van God voor den dienst des Heeren waren gevormd en willens of onwillens hadden leeren buigen voor Hem. En de weg van den eenen was niet de weg van den ander. Daar waren er die als onder stormgeloei en met gescheurde zeilen de haven des behouds binnen waren geloopen, en ook, die als onder het suizen eener zachte stilte aan het Vaderhart Gods rust hadden gezocht, en allen waren vroeg of laat tot de belijdenis van zonde gekomen, om daarna te leeren roemen in genade. Maar dan, als zij dit bij ervaring hadden, waren zij er nog niet. Dan eerst was de strijd gekomen, de geweldige strijd, waarbij het vleesch begeerd had tegen den geest en de oude mensch met zijn zondige neigingen onderworpen moest worden aan den wille Gods, die Zijn beeld in hem herstellen wilde. Dat was bij allen geweest een leven van vallen en opstaan, van zuchten en jubelen, van verliezen en winnen, waarbij het tevens uitkwam dat, hoe dichter geleefd werd in de schaduw van het Kruis, tooe meer ook de oude natuur kon worden gedood, om in nieuwigheid des levens te leeren wandelen. Want aan 't Kruis was de zonde gestraft en de verlossing teweeggebracht. Daar kwam de heiligheid Gods in haar gestrenge rechtvaardigheid aan het licht, waar zij geen enkele barer eischen vallen liet. Maar daaruit werd ook niet minder openbaar de onmetelijke liefde Gods tot redding van toet verlorene en de volkomen overgave van den Zondelooze, die in het gericht Gods ging, om anderen vrij te pleiten en voor dezen het rantsoen te betalen.
Nooit had vrouw Kalma hier eenig begrip van gehad. Wat zij van God en van Jezus wist, was niets anders dan een oppervlakkige kennis, zonder inhoud en samenhang, daarom ook zonder eenige aantrekkelijkheid. Doch sinds de intrede van Murk in haar huis, kwam hierin allengs verandering. Zij leerde iets van dat wondere geheim kennen, dat in het hart van elk mensch plaats grijpt, 't welk onder de bearbeiding des Geestes komt, en niet onder woorden te brengen is, doch zich openbaart in een toenemende begeerte, om altijd beter Hem te leeren kennen in Wien het leven ligt.
Dikwijls gebeurde het, wanneer Murk afwezig was, dat zij stil zijn bijbeltje nam, niet zelden midden onder den arbeid, om zich daarmede rustig neer te zetten, teneinde te leeren kennen wat tot nog toe voor haar verborgen was. Geen wonder, dat de burinnen haar niet begrepen ; voorheen zou ook zij dat van een ander niet hebben verstaan. Maar juist daardoor kon zij nu ook verdragen, wat in voorbije dagen met dubbele munt door haar zou zijn terugbetaald.
„Mevrouw", noemde buurvrouw Gelske haar, omdat zij niet meer als vroeger op den hoek van de straat stond om allerlei nieuwtjes te hooren vertellen of het gezelschap bezig te houden met haar grappen. Doch wat hinderde haar dat? Maar dan dat andere. Het ontging haar niet, dat buurvrouw Gelske in haar boosheid haar ook nog iets anders toedicht. Waarom anders altijd zoo met luider stem de naam van Pleuntje uitgeroepen en dan in vereeniging met haar naam ? Wat dacht men dan ? En waar wilde men heen ? Eer is teer. Moest zij dan als weduwe zich alles laten getroosten ? Had elk dan maar het recht haar naam door het slijk te halen en moest zij daaraan het zwijgen toedoen ? Of moest zij spreken, terwille van haar zelf en van hare kinderen' Waarom leek de eene mensch er soms zoo'n behagen in te hebben, om het leven van den ander te verwoesten ? Of kon dit ook iets anders zijn. Was dit een openbaring van den vorst der duisternis, den duivel, zooals de Bijbel hem noemde, die langs dezen weg de zielen der menschen zocht te verderven en twist en tweedracht te brengen, waar blij geluk het leven troonde ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's