De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

12 minuten leestijd

't Komt nogal eens een keertje voor, dat de Penningmeester zijn beurt laat voorbijgaan — zoo hoor ik van meer dan één kant.
Hoe dat komt, zal ik u zeggen.
Wanneer zijn brievenbus verstopt raakt, zoo moet hij deze wel eens uitschudden. En als hij ze uitschudt en de stapel te groot wordt, moet hij ze ook wel doorgeven. Maar als dit het geval nu eens niet is — het druppelt maar zoo'n klein beetje — zoo wórdt vanzelf de gedachte wakker geroepen: „ge kunt wel één keer overstaan".
Met andere woorden, hangt het ten nauwste samen met wat gij doet, lezers. Ge kunt mij o zoo gemakkelijk aan het schrijven zetten. Wanneer ge een giro hebt, zoo is het een heele kleine moeite. Daar is maar een oogenblikje voor noodig. Het kleinste bedrag is mij goed. Of wanneer ge deze wijze van verzending niet kent, zoo laat ge maar in een klein envelopje uw penningske in de kerkezak glijden. Een postwissel kan in dezen ook dienst doen, alleen begroot het mij altijd om dat dubbeltje, dat ge voor deze verzending behoeft.
Mijn voorganger, wijlen onze oude vriend Fliehe, had alle mogelijke gelegenheden aangestreept, waarop aan onze fondsen gedacht mocht worden. Deze gelegenheden zijn er nog. Alleen : Ik noem ze zelden of niet. Ge weet zelf wel, welke dit zijn.
Als God u gezegend heeft op een of andere wijze, zoo komt vanzelf de gedachte naar boven : op welke manier kan ik de komst van het Godsrijk mede bevorderen?
Ziet, hierop mag ik u nog wel eens wijzen, nietwaar?
Wanneer ge prijs stelt op de rubriek „Financiën", zoo kunt ge den Penningmeester als 't, ware de pen in de hand geven. Hij wil u in dezen met beide handen dienen.
Ik reken dus op uwe volle medewerking. Hierbij laat ik het thans.
1. Ditmaal kwamen de eerste boodschappers van goede tijding uit eigen gemeente. Vooreerst bracht de collectezak van de Julianakerk alhier mij van onzen onbekenden vriend het bekende briefje van 10 gld., met het opschrift: „voor het Studiefonds".
De broeders, die met de collectezak rondgaan, zijn hiermede al zoó vertrouwd, dat zij mij bij het uitstorten van de zakken al zoo even over den schouder toeknikken, alsof zij zeggen - willen : „'t is weer van het bekende adres", 't Stemt mij elken keer tot oprechten dank. Gods onmisbare zegen ruste er rijkelijk op, evenals op den milden gever ƒ10.—
2. Een paar dagen later werd mij, evenzoo door bevriende hand, een rijksdaalder en een gulden toegelangd. Ook hiervoor zeg ik zeer hartelijk dank. ...„ 3.50
3. Te Voorthuizen heeft de oud-Pastor, die deze gemeente met die van de Lage Vuursche verwisselde, nog eens in zijn oude Gemeente het Woord bediend. Bij deze gelegenheid heeft hij voor onze fondsen gecollecteerd, 'k Zeg . hem en den kerkeraad van de Voorthuizensche gemeente allerhartelijkst dank. De collecte bracht op 21.29
4. De gift, die nu volgt, kwam uit een der Evangelisatie-posten, n.l. te Nieuweroord (Dr.) Hier sprak op deze wijze iemand, die een zegen ontvangen mocht onder de prediking van ds. Vroegindeweij, van Hoogeveen, door een gulden te laten glijden in de collectezak „ 1.—
Deze gift stemde ons tot blijdschap en dank.
5. Van Moeder en dochter de W. te Hattem werd door ons ontvangen voor de beide fondsen f 2.50, waarvoor ik mijn oprechten dank betuig „ 2.50
De tijd gaat zoo spoedig, dat ik me niet waag te zeggen, hoe lang het geleden is dat ik in de mooie Hattemsche kerk eens mocht voorgaan. Dit herinner ik me evenwel nog zeer goed, dat de kennismaking toen smaakte naar meer. 'k Zou er nog best eens willen voorgaan.
6. In onze naaste omgeving heb ik het niet te onderschatten voorrecht, van die echte meelevende vrienden en vriendinnen te hebben, die telkens weer hun dankbaarheid toonen door iets af te dragen voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Zoo kwam zij, die onbekend wenscht te blijven, mij naast andere giften afdragen de eersteling voor de Paaschcollecte.
Zij gaf mij een rijksdaalder „ 2.50
'k Hoop, dat op deze eerstelinge vele, door den zelfden geest gedragen, mij mogen geworden.
7. Deze gift was mij nauwelijks geworden, of een dergelijke werd mij ter hand gesteld. In de bus was een couvert neergelaten met twee gulden van N. N 2.—
Ook deze gift heeft mij dankbaar gestemd.
8. Hierop laat ik enkele collecten volgen, welke in onderscheidene gemeenten werden gehouden.
De eerste, die ik noem, kwam uit Hoogeveen. Hier werd een spreekbeurt gehouden door ds. Bouthoorn van Harderwijk. Deze bracht op „10.25
9. Hierop meldde zich de diaken van de Huizensche gemeente, die een collecte afdroeg, welke aldaar was gehouden bij een spreekbeurt, waarbij de jonge ds. Lans, van Waspik, voorging. Deze collecte bedroeg „36.85
10. Vervolgens zond mij een der Puttensche collega's, n.l. ds. Wolthers, een collecte, aldaar gehouden bij een spreekbeurt die onder leiding stond van ds. Steenbeek, van Oudewater.
Déze droeg aan mij af 51.96
11. Nog een drietal mag ik vermelden. Vooraf gaan een tweetal van het eiland.
Door ds. Langhout, te Den Bommel, Werd mij toegezonden als aldaar gecollecteerd op 31 Jan. j.l. voor de beide fondsen rond „ 25.—
Daar hierbij niet werd genoemd de naam van den voorganger, ben ik zoo vrij hieruit de gevolgtrekking te maken dat de Pastor loei zelf voorging. Wat door mij hoogelijk wordt gewaardeerd.
12. Hieraan verbind ik, wat mij uit Sommelsdijk werd toegezonden. Ds. Hovius, van Ouddorp, is zoo goed geweest hier voor onze fondsen een inzameling te willen houden. Deze collecte bracht op ruim 30 gld., n.l , 30.51
Hierbij zou ik het willen laten voorloopig, omdat anders het lijstje iets te lang wordt om ieder van de betrokken gemeenten, zooals ik het gaarne zeggen wil, mijn allerhartelijkste dank te betuigen.
Ieder, die weet, wat in onze dagen een huishouding voor eischen stelt, kan er zich een klein idee van vormen wat 't zeggen wil voor een Penningmeester, die een heele zaak naar behooren wil laten verloopen, voor moeiten heeft. Onze gemeenten weten best te waardeeren wat wij met Gods hulpe voor haar hebben trachten te bereiken, n.l. een aantal jonge predikers te zien vormen voor de niet weinige vacatures, inzonderheid in onze Gereformeerde gemeenten, 'k Vermeen, dat hierbij de verwachting mag worden geuit, dat op wederzijdsche hulp en steun ook verder mag worden gerekend. Wij blijven onze zaak zeer hartelijk bij al onze gemeenten aanbevelen.
13. 'k Zei, dat ik het bij dit aantal ditmaal wel zou willen laten. Toch hield ik eene in reserve. Dit heeft mijn vader mij altijd goed geleerd : niet alle reserves dadelijk te gebruiken. Wie dit doet, loopt gevaar, straks bij een leeg laatje te zitten. Vóór een enkelen Zondag had ik het voorrecht onzen vriend, Cand. Postma, in te leiden bij de gemeente van Jaarsveld. 'k Heb met hem meegeleefd vrijwel al den tijd van voorbereiding voor het ambt. De vurigste wensch van zijn hart was het. Bedienaar te zijn van het Goddelijke Woord, 't Was mij een waar genoegen en ik rekende het mij een eere, hem hierbij in te leiden. Naast ootmoed des harten, gaf God hem een vurigen geest. Stelle de Heere hem tot een rijken zegen ook voor onze Kerk.
Zooals ge allen begrijpen zult, werd op dezen blijden dag een inzameling gehouden voor onze fondsen, 'k Ontving naast een rijksdaalder van N.N., uit de collecte nog ƒ 34.70, alzoo tezamen „37.20
Godes rijke zegen ruste op alles en allen.
14. Door ds. Ottevanger te Kampen ontving ik voor het Studiefonds van N. N. twee gulden , 2.—
Zou hij den onbekenden gever mijn vriendelijke dank willen overbrengen?
15. Uit Leiden kreeg ik nog een gift, die oude herinneringen bij me wakker riep. 't Is een goede oude bekende, die graag haar naam zou verzwegen willen zien. Waar zij den leeftijd der zeer sterken reeds lang is gepasseerd. Zij naderde den 90sten jaardag, zoodat ik niet mag nalaten haar Godes bijstand en genade, in zeer bizonderen zin toe te bidden „ 2.50
't Is heerlijk, tot den avondstond van het leven mee te mogen leven met alles wat de welstand van Gods Kerk betreft. Wij zijn voor deze blijken van medeleven hoogst erkentelijk.
16. Door ds. De Looze, van Den Ham, kreeg ik een rijksdaalder, aldaar gecollecteerd. Hierbij had hij uit de catechisatiebus nog een rijksdaalder gevoegd, waarvoor ik dubbele dank betuig, n.l. voor beide giften de volle erkentelijkheid „ 5.—
17. Bij mij aan huis werd bezorgd door de wed. W. B. te Linschoten voor het gratis lezen van De Waarheidsvriend, een rijksdaalder „ 2.50
Deze telt voor mij minstens zooveel als het dubbele bedrag.
'k Dank er haar zeer hartelijk voor.
18. De sluitpost komt ditmaal — en dit valt mij bizonder op — van het eiland.
De Penningmeester van de Afd. zond mij dé contributie. Hij voegt er eene kleine verontschuldiging bij, voor de wel iet of wat late inning. Toch ben ik er ten zeerste mee verblijd. Wat hij er bij zegt, geeft ook mijn gedachtengang weer : „beter laat, dan nooit".
Deze bedroeg „24.—
'k Hoop van het eiland nog menig blijk van medeleven te ontvangen. Tezamen geteld kom ik tot de eindsom van
f 270.56
Utrecht.

Rondblik buiten de Grenzen
Daverende dingen vallen er deze week niet te vermelden. Het was rustig in de buitenlandsche politiek. Dat wil zeggen: er hebben zich niet veel schokkende gebeurtenissen aan de oppervlakte geopenbaard. Onder het oppervlak is het roerig en onrustig als steeds.
Langen tijd is er gesproken over ontwapening en beperking der bewapening. Toen alle daarop gerichte besprekingen op niets uitliepen, werd de stelling verdedigd dat een krachtige bewapening het beste middel was voor de handhaving van den vrede. Natuurlijk heeft ook dat standpunt — het werd met name door Engeland noodgedwongen gepropageerd —, maandenlang onderwerp van bespreking uitgemaakt. Maar die periode zijn we intusschen ook alweer voorbij. De herbewapening of de verbetering van de bewapening, is allerwege in vollen gang.
Inderdaad : allerwege. In Japan, waar de veroveraar van Mantsjoerije, generaal Hajasji, minister-president is geworden —, in Japan is de helft van de begrooting voor militaire uitgaven gereserveerd. In Nederlandsch geld komt dat neer op een bedrag van 1 milliard gulden p. jaar. Over de herbewapening van Duitschland werden onlangs in de Fransche Kamer schrikbarende cijfers genoemd. Deze cijfers moesten inmiddels weer dienst doen om de noodzakelijkheid van een verbetering der Fransche bewapening te bewijzen. En Engeland kondigde een leening aan van 400 millioen pond om de verbetering van leger en vloot (van vloot vooral !) te kunnen bekostigen. Sinds eenigen tijd is Engeland reeds bezig om zoowel zijn zee-als luchtvloot „op peil" te brengen. De kosten werden tot nog toe uit de „gewone middelen" bestreden. Maar er was nu een buitengewone leening noodig. Voor vijf jaar zal nu in de bewapeningsbehoeften kunnen worden voorzien.
Zoo wordt althans berekend.
De Oostenrijksche bondskanselier Sohuschnigg heeft het noodig geoordeeld om over eenige kwesties eens in het openbaar zijn meening te zeggen. Over 't algemeen hoort men niet zooveel van den Oostenrijkschen kanselier. Hij zoekt zijn kracht niet in bezielende redevoeringen, en maakt trouwens ook niet den indruk een enthousiast volksleider te zijn. Hij geniet bij lange niet de populariteit waarin zijn voorganger, de kleine Kanselier Dolfuss zich verheugen mocht. Bovendien heeft de Oostenrijksche regeering veel last met verschillende al te belangstellende binnen-en buitenlandsche vrienden. Maar ondanks dit alles weet Sohuschnigg vrij goed van de omstandigheden gebruik te maken om zijn doel te bereiken. De lastige Prins Stahremberg werd op listige wijze weggewerkt uit de regeering. Duitschland zoowel als Italië werd te vriend gehouden, en Schuschnigg kwam als kanselier met dictatoriale bevoegdheden in het zadel te zitten.
Zonder veel drukte of pathos heeft de Bondskanselier nu een waarschuwend woord doen hooren tot hen, die nog niet geheel willen zooals hij wil. Zoowel tegen de voorstanders van herstel der monarchie als tegen de propagandisten van de Groot-Duitsche gedachte heeft Schuschnigg waarschuwend den vinger opgestoken. Beiden hebben zich kalm te houden. Er is geen plaats voor experimenten. De kanselier ziet zeker wel in dat vrijwel elk welgeslaagd experiment een beperking van zijn macht tot gevolg zou hebben. Ook aan een volksstemming wil hij niet aan. „Slechts de leiders van Oostenrijk beschlkken over de bevoegdheid in het voorkomende geval een beslissing te nemen door raadpleging van het volk".
In de Belgische Kamer zijn communisten en Rexisten, tezamen met de Vlaamsche Nationalisten slaags geraakt. De gemoederen waren reeds erg verhit tijdens een debat over de wijze waarop minister Huysmans zich had uitgelaten over den Spaanschen burgeroorlog. Men weet, dat Huysmans onlangs naar Spanje is geweest. Bij die gelegenheid heeft hij blijk gegeven met zijn sympathie geheel te staan aan de zijde der Volksfrontlegers. Dat heeft toen kwaad bloed gezet. Het' vertrek van VanderVelde uit het Belgische Kabinet hangt ' daarmede waarschijnlijk ten nauwste samen. Ook VanderVelde was al te kennelijk op de hand van het Spaansche Volksfront.
Toen Huysman door de Rexisten en Nationalisten ter verantwoording zou worden geroepen en zij zelfs al schreeuwend zijn ontslag eischten, brak aan de linkerzijde een langdurig gejoel los. Het slot was, dat een aantal afgevaardigden naar het midden van de zaal stroomden, waar een wilde kloppartij ontstond. Er werd gestompt en geslagen, gegooid en getrapt van-jewelste. Telefoontoestellen en Kamerreglementen deden als projectielen dienst. Het zal wel een weinig verheffend schouwspel geweest zijn. Er blijkt uit, dat een „verschil van inzicht" spoedig tot „oorlog" leidt.
De staking in de Amerikaansche automobielindustrie is beëindigd. Schijnbaar hebben de arbeiders den strijd gewonnen. De uurloonen in alle fabrieken van de Generals Motors worden met ongeveer 6 procent verhoogd. Maar als men rekening houdt met de vele weken die voorbij gingen zonder dat een cent loon werd ontvangen, is men geneigd achter de overwinning der arbeiders een vraagteeken te zetten. Een voorman der Amerikaansche vakvereeniging erkende onomwonden, dat de verkregen consessies in geen verhouding staan tot het bedrag, dat de arbeiders aan loon gederfd hebben.
En dan het verlies, dat de fabrieken geleden hebben. Het kapitaalverlies wordt geraamd op driemaal het bedrag, dat nu de loonsverhooging per jaar vraagt. En het zal nog wel even duren voor alles weer op normale wijze draait, terwijl de verhoudingen tusschen werkgevers en - nemers er ook al wel weer niet beter op zullen zijn geworden.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's