UIT DE AFDEELINGEN
BOSKOOP. Op Maandag 1 Februari j.l. hield de afdeeling Boskoop een openbare vergadering in liet Vereenigingsgebouw Salvatori.
De voorzitter opent om 7 uur de vergadering, laat zingen Psalm 27 vers 7, gaat voor in het gebed en leest daarna 1 Cor. 13. In zijn openingswoord heet hij alle vrienden welkom, in het bizonder ds. Damsté van Sluipwijk en zijn echtgenoote, die zich zoo belangeloos voor onze afd. had beschikbaar gesteld, en sprak de hoop uit, dat wij een gezegenden avond mochten hebben en dat ons geloof versterkt moge worden, maar dat Gods naam bovenal de eer mocht ontvangen. Spr. laat nog zingen Psalm 13'0 vers 2 en geeft het woord aan den referent voor den avond ds. Damsté, welke behandelde „Wat leert Calvijn ons van het geloof".
Spreker behandelde dit aan de hand van een drietal punten, n.m. het ontstaan, den aard en de eigenschappen van het geloof, en behandelde deze drie punten op een zeer leerzame wijze en gebruikte Calvijn's Institutie en bewees dit gegrond op het onfeilbaar Woord des Heeren en beëindigde deze rede met een opwekking tot versterking onzer beginselen, die de Geref. Bond toch uitdraagt, te helpen bevorderen.
Daarna laat hij zingen Psalm 130 vers 4, terwijl er gecollecteerd werd, om daarna met dankzegging te sluiten en nog te laten zingen Psalm 25 vers 6.
Een woord van hartelijken dank aan ds. Damsté, door den voorzitter gesproken, vertolkte zeer zeker de gevoelens van de vergadering, welke zeer voldaan en gesterkt naar huis ging.
De Secretaris, P. LOK.
GOUDA. Verslag van de gehouden jaarvergadering van de afd. „Gouda" van den Geref. Bond op dato 29 Januari 1.1., des avonds ten 8 ure in 't gebouw , Daniël".
De voorzitter opent deze vergadering na te doen zingen Ps. 77 vs. 1 met gebed, leest hierna voor Exodus 14 : 1—15 en spreekt een kort openingswoord, een welkom toeroepende aan de opgekomenen, inzonderheid de afgevaardigden van den Kerkeraad, plaatselijke vereenigingen op Ned, Herv. (Geref.) grondslag en de afgevaardigden van Boskoop en Sluipwijk. Alsdan volgens agenda brengt de secretaris verslag uit van de werkzaamheden van 't afgeloopen vereenigingsjaar en de stand van de leden. Dit bedraagt door teruglooping 59 leden, doch staande de vergadering traden 3 personen als lid toe, zoodat het aantal leden weder 62 was. Met dank aan den Heere overziet hij de werkzaamheden door de vereeniging verricht in 't verschenen jaar, zegt dank aan de regelingscommissie voor het verrichte werk, en ook dank aan de heeren predikanten van elders voor hun bereidwilligheid om in onze cursusvergaderingen op te treden. Wij hebben keurige, leerzame avonden gehad.
Hierop verkrijgt de penningmeester gelegenheid tot het uitbrengen van het verslag der financiën. Wij sluiten met geen tekort, we houden zelfs nog iets over, en zegt, dat in dit opzicht de Heere het nog weder welgemaakt heeft.
De controlecommissie tot nazien van de bescheiden der boeken en kas van .den penningmeester, zegt hem dank voor zijn keurig en accuraat overzicht, en beveelt hem vele jaren aan de vereeniging aan.
Hierna pauze, waarin thee wordt aangeboden.
Dan volgt stemming wegens aftreding van 2 bestuursleden volgens rooster. De aftredende heeren Joh. v. d. Bank en Joh. Boekamp werden met groote meerderheid herkozen en namen hunne benoeming weder aan.
Hierna volgen toespraken door de afgevaardigden.
En daarna volgt het glanspunt van de agenda, n.l. het referaat van onzen eere-voorzitter, ds. B. van Ginkel, over het onderwerp : „Het Wezen der Kerk".
Spreker behandelt eerst .de Roomsche opvatting. Deze heeft alleen het oog op de uitwendige Kerk, het ambt is hoofdzaak, .en wel in den priester, van hoog tot laag als vertegenwoordigers van den Heere Jezus Christus.
Daarna zet hij uiteen de Protestantsche, n.l. de Gereformeerde opvatting op grond van Gods Woord en wijst .dan verder op wat Calvijn in zijn Institutie zegt : de Kerk is daar, waar het Woord Gods zuiver bediend wordt en de Sacramenten volgens de instelling van Christus ook bediend worden. Verder staat hij uitvoerig bij een en ander stil en zegt tenslotte met nadruk, dat het hier beneden steeds zal blijven „de strijdende Kerk", maar in den hemel is het de volmaakte triumfeerende Kerk, en zalig diegenen, die uit genade in beide ingelijfd mogen zijn of nog worden, om uiteindelijk te mogen juichen „Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, tot heerlijkheid Gods des Vaders".
De voorzitter zegt ds. van Ginkel in gepaste woorden hartelijk dank voor zijn keurig referaat.
Dan zegt hij de opgekomenen hartelijk dank voor hun opkomst, beveelt daarna de toekomstige Paaschcollecte aan .en verzoekt de aanwezigen te zingen Psalm 72 : 11, waarna ds. van Ginkel deze jaarvergadering sluit met dankgebed.
D.V. Donderdagavond ten 8 ure wordt in „Daniël" een uitvoerige ledenvergadering gehouden. Aller opkomst gewenscht.
C. J. REVET, 2e secretaris.
HARDERWIJK. Deze afdeeling hield 19 Febr. haar jaarvergadering in het gebouw „Samuel". De voorzitter, de heer J. M. van Meer, was na langdurige ongesteldheid voor het eerst weer in staat een vergadering van de afdeeling te leiden. Hij wees in zijn openingswoord op de groote rampen, die de wereld in het afgeloopen jaar waren overkomen, maar ook op de groote zegeningen, die wij in ons land nog genieten, dat wij nog vrijelijk Gods Woord mogen beluisteren. Wij mogen nog bidden en geven voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk in de donkere streken van ons Vaderland en in Indië.
De secretaris, de heer G. Bunschoten, bracht verslag uit over het afgeloopen zestiende vereenigingsjaar. Er was zeven maal door de afdeeling vergaderd .ter bespreking van een gedeelte uit Gods Woord. De nagedachtenis van twee trouwe leden, die heengingen, werd geëerd. Verschillende gebeurtenissen passeerden de revue. Het aantal leden bedraagt 111. Het voorstel van de afdeeling tot wering van Communistische predikanten werd door den Bond aanvaard.
De penningmeester, de heer T. van Dam, brengt rapport uit over den stand der geldmiddelen. Hij is dankbaar, dat er nog geld in kas is en we nog niets tekort hadden, maar niet voldaan, omdat het kassaldo achteruitging. Een beroep werd gedaan op degenen, die kunnen geven, om de zwarte bus op de vergaderingen te gedenken.
De heer Jac. Bos hield een inleiding over onze Hervormde Kerk, wat stichting en bouw betreft en vooral tijdens .de Reformatie. Hij wees er op, dat de stad Harderwijk reeds dateert van pl.m. 1200. In 1285 trad het als belangrijke handelsstad toe tot het Hanzeverbond. Reeds vroeg was Harderwijk in het bezit eener kerk, pl.m. 1100 was op de tegenwoordige bleek .de St. Nicolaaskerk gesticht, waaraan alle parochianen medewerkten. In 1450 brandde deze af.
Van onze tegenwoordige Hervormde Kerk bestond in 1100 reeds een klein kerkje, die dienst deed als kapel van een klooster. Omstreeks 1400 is deze kapel uitgebouwd en de toren vergroot. 22 September 1566 spoorde de prediker Jan Arendsz. aan tot den beeldenstorm, welke echter geringe gevolgen had, doordat de gilden de kostbaarheden uit de kerk op last van den Magistraat verwijderden. In December verzette Harderwijk zich tegen de graaf van Megen en besliste de Magistraat, dat de Minderbroederkerk aan de Roomschen zou komen en de Lieve Vrouwekerk aan de Gereformeerden. Dit is zoo gebleven. Onze stad is een belangrijk centrum voor de Reformatie geweest als hoofdplaats van de Classis Neder-Veluwe. In 1532 waren hier al 2 priesters afgezet wegens Luthersche ketterij. In 1592 waren er reeds 3 predikanten. Onderscheidene bijzonderheden uit de historie onzer kerk werden gememoreerd, waarnaar met volle belangstelling werd geluisterd.
De heer A. van Dam sprak over Zondenood. De mensch is van God afgevallen en .den duivel toegevallen. Dit is de nood waarin allen verkeeren. De mensch is echter hiervoor van nature blind. De nood grijpt niet aan, wij laten het genadeaanbod liggen. De mensch wordt hulpeloos als Gods eisch gaat klemmen, dan vinden we zonde. Dan wordt de mensch gebroken en gaat zijn leven veroordeelen. Gelukkig de verbroken mensch, die zijn zonde ziet. Voor menschen in dien nood is er een groote Helper : God is aan 't werk om Zijn genade te openbaren. Valt met uw nood neder voor Zijn aangezicht! Hoe zalig is het volk, dat den Heere vertrouwt!
De heer A. Foppen sprak over : Doorzoekt uzelven nauw, ja zeer nauw, naar aanleiding van de zalving van Jezus door de zondares in het huis van Simon de Farizeër.
De heer K. de Pauw sprak over : Herfst, daarbij wijzende op de herfst in de natuur en het leven der menschen, vol waarschuwing en vermaan.
Tenslotte sprak G. Bunschoten over : Een klaagtoon, besprekende onderscheidene klachten, die door menschen geuit worden en uiteenzettende, dat het rechte klagen is het klagen, over de zonde.
Al de sprekers werden met onverdeelde aandacht aangehoord, die dan ook werk leverden, dat aller lof kon wegdragen. De voorzitter was de tolk der vergadering als hij ze allen hartelijk dank zei voor hun werkzaamheden. Van ds. Bouthoorn was een gelukwensch met bericht van verhindering ingekomen; de heer Mekenkamp sprak een opwekkend woord, terwijl ds. Van Mastrigt deze vergadering met dankzegging sloot.
Hiermede behoorde deze goed geslaagde vergadering Weer tot het verleden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's