Rondblik buiten de Grenzen
De Londensche niet-inmengingscommissie is, nog vrij plotseling, tot een belijnd, besluit gekomen : er zullen geen buitenlandsche hulptroepen meer naar Spanje mogen worden gezonden. Met ingang van Zaterdagnacht j.l. worden alle Spaansche grenzen door buitenlandsche posten gecontroleerd'. Door Engelsche, Duitsche, Fransche, Italiaansche, Russische en Portugeesche schepen zal rondom in de Spaansche wateren toezicht worden uitgeoefend.
Het is nu reeds bijna een half jaar geleden dat de non-interventie-commissie haar arbeid begon. Eigenlijk heeft men vanaf het begin van den Spaanschen oorlog wel ingezien dat een inmenging van het buitenland groot gevaar voor internationale verwikkelingen met zich bracht. Menig Staatsman heeft daarvoor gewaarschuwd. Desondanks werden de strijdende partijen voortdurend door het buitenland geholpen. Zonder nu te beweren dat Rusland met de interventie begonnen is, kan toch wel worden vastgesteld dat de eerste maanden vooral gewag werd gemaakt van hulp, welke Moskou aan de Volksfrontregeering verleende. Goedgeoefende Russische militairen kwamen „de roode broeders" in Spanje helpen. Maar Duitschland en Italië —, om maar geen andere landen te noemen —, versterkten op hun beurt de troepen van Generaal Franco. Zij konden Spanje toch niet aan de communisten ten prooi laten vallen ?
Hoe sympathiek hulpverleening aan verdrukte geestverwanten over 't algemeen ook zijn moge, in dit geval was ze uiterst gevaarlijk. Met reden moet trouwens betwijfeld worden of het wel zuiver idealistische overwegingen waren, die de genoemde landen tot interventie bewogen. In ieder geval: de Spaansche oorlog werd er tot een internationale oorlog door gemaakt. Gelukkig wist men nog te voorkomen, dat het slagveld zich tot over de Spaansche grenzen uitbreidde.
Of het gevaar voor internationale verwikkelingen nu, door het jongste besluit van de non-interventie-commissie, geheel bezworen is, valt moeilijk aan te nemen. Sommige landen hebben zich reeds te lang en te daadwerkelijk met den krijg op het Iberisch schiereiland bezig gehouden om deze plotseling „van internationale smetten" vrij te kunnen maken. We kunnen zelfs nog moeilijk gelooven dat landen als Rusland en Italië aan het hier besproken besluit hun goedkeuring zouden hebben gehecht, indien een volkomen isoleering van Spanje er het gevolg van zou zijn.
Toch zal de toestand er met name voor de nationalisten wel niet gunstiger op geworden zijn. De laatste weken toch waren zij het vooral, die openlijk buitenlandsche hulptroepen toegezonden kregen. Dat zullen Duitschland en Italië nu wel niet meer kunnen doen. Het schijnt echter, dat Franco zijn Noord-Afrikaansche bronnen gaat aanboren. Zondag j.l. — dus nadat het non-interventie-besluit van kracht werd — landden 6000 Mooren te Algeciras en Malaga. Deze zijn echter niet, als voorheen de Italiaansche en Duitsche hulptroepen, van moderne wapens voorzien. Ook zullen deze kleurlingen in de strijdtactiek van de „beschaafde landen" wel niet zoo goed bedreven zijn.
Maar dat neemt niet weg, dat Franco in N. Afrika over menschenmateriaal blijkt te beschikken, waar de regeertng van Valencia geen zeggenschap over heeft, en dat buiten de controle van de Londensche commissie valt.
De Volksfrontregeering heeft nu de mobilisatie van alle mannen tusschen 23 en 27 jaar gelast. Dat levert haar 150.000 man op. Ook wordt het leger-apparaat voortdurend verbeterd.
De Spaansche krijg kan dus nog lang duren. Zelfs al zou het non-interventie-besluit nauwkeurig uitgevoerd worden.
Het Engelsche leeningsplan, waarvan we vorige week reeds melding maakten, is door het Lagerhuis goedgekeurd. Maar zonder ernstige critiek werd deze goedkeuring niet verworven. De critiek kwam voornamelijk van de zijde der Labourpartij. De Labour-menschen verweten de regeering, dat zij de Volkenbondspolitiek vaarwel gezegd heeft. En dat, terwijl juist Londen steeds weer verklaarde dat naar een collectieve veiligheid, gebaseerd op Geneve, moest worden nagestreefd. Het is voor den tijd', waarin we leven, typeerend, dat Chamberlain de defensie-leening verdedigde met een verwijzing naar de toestanden van 1912. Ook toen — aldus de Engelsche minister — waren de omstandigheden precair, en voor dien tijd waren de destijds gevraagde credieten even groot als de nu besproken 400 millioen.
Uit de reeds vaker gedane bewering, dat de toestanden, politiek beschouwd, „als voor 1914 zijn", worden dus ook practisoh de consequenties getrokken.
De leening is overigens volgens minister Chamberlain, geen oorlogs-, doch een vredesleening.
De onderscheiding zal theoretisch misschien belangrijk zijn. Maar in de practijk komt het er toch op neer, dat 'de te leenen gelden voor bewapeningsdoeleinden gebruikt zullen worden.
* Er valt voorts nog eenig „kleingoed" te verwerken. Gemeld wordt, dat de Italiaansche onder-DKoning van Ethiopië, Graziani, licht gewond werd bij „een aanslag". Nadere bijzonderheden omtrent dezen aanslag, die toch al eenige dagen geleden plaats vond, staan ons niet ten dienste. Het niet tegengesproken bericht zou er echter op kunnen wijzen, dat de zuiverings-actie in Abessynië nog niet geheel en al voltooid is. De Roemeensche regeering werd dezer dagen in het harnas gejaagd door diplomatieke vertegenwoordigers van Duitschland, Italië en Portugal. Br had een begrafenisplechtigheid plaats van twee leden van de fascistische organisatie de „IJzeren Garde", die in Spanje in Franco's gelederen gesneuveld waren. De genoemde diplomatieke vertegenwoordigers waren bij deze begrafenis, welke te Boekarest plaats had, in vol uniform aanwezig. Begrijpelijk zag men 'daarin een uiting van sympathie zoowel voor Franco als voor de lang niet door allen bewonderde „IJzeren Garde". Berlijn en Rome hebben nu verklaard dat hun vertegenwoordigers uit persoonlijke behoefte aan een kerkelijke begrafenisplechtigheid tegenwoordig waren. Wat men toch ook al voor „officieele verklaringen" kan doen doorgaan.
De Duitsche minister van buitenlandsche zaken, Von Neurath, is deze week te Weenen op bezoek. De Duitsche en Oostenrijksche Staatslieden zullen nog wel 't een en ander samen te bespreken hebben. We zullen de geruchten welke hieromtrent de ronde doen maar laten rusten. Wat er juist van is komen we later nog wel tegen. De Weensche nationaal-socialisten hebben deze gelegenheid aangegrepen om van hun gevoelens te doen blijken, en de politie heel wat werk bezorgd om alles nog rustig en ordelijk te doen verloopen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's