KERKELIJKE RONDSCHOUW
GEDENKBOEK
De Bond van Ned. Hery. Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag mocht verleden jaar dankbaar gedenken, dat in 1910 deze Bond is opgericht. Vijf en twintig jaar heeft de Heere den Bond gespaard en gezegend, en daarom was er inderdaad oorzaak om in een buitengewone vergadering dit feit te Utrecht te gedenken. Waarbij nu een mooi, kloek Gedenkboek is verschenen als een blijvende herinnering. De tegenwoordige secretaris, de volijverige en trouwe ds. De Geus, van De Bilt, zorgde voor een uitvoerig, nauwkeurig historisch overzicht en rijk geïllustreerd, met tal van foto's — waaronder vele personen zijn, die reeds uit het land der levenden zijn weggenomen — ligt dat waardevol stuk (een christen houdt van de geschiedenis !), nu voor ons en is onder ieders bereik gesteld. Soli Deo Gloria!
Wij wenschen de Jubileum-Commissie geluk bij de verschijning van dit mooie, waardevolle boek. En Bond èn Hoofdbestuur zij bij vernieuwing hartelijk Gods zegen toegewenscht, overtuigd zijnde, dat het een beteekenisvol werk is, dat onder en met de jongelingen van Gereformeerde belijdenis in onze Hervormde Kerk wordt verricht. Wij kunnen ons begrijpen, dat prof. Severijn behoefte had zijn rede op de jubileumvergadering (Donderdag 21 Mei '36) te laten voorafgaan met het zingen van:
„Geloofd zij God met diepst ontzag. Hij overlaadt ons, dag aan dag. Met Zijne gunstbewijzen".
Wij vinden het een buitengewoon aangename en verkwikkende gedachte, dat de Gereform. Bond en zijn Orgaan „De Waarheidsvriend" voor de oprichting van den Bond van Jongelingsvereenigingen niet alleen den stoot heeft mogen geven, maar ook vooral de eerste jaren niet weinig voor den Bond van onze jongeren heeft mogen doen. We hooren bij elkander!
De feestrede van ds. J. H. F. Remme, te Amsterdam (wat weten we nog goed, dat hij te Vinkeveen stond in 1910!) was ons een verkwikking des harten! De omgang van de ouderen met de jongeren op deze wijze is een bewijs van Gods trouw en liefde.
De Vaan ontplooid! 't Is heilig werk voor Godes zaak te strijden ; den Heer' in 's levens worstelperk ons goed en bloed te wijden.
DE PAASCHCOLLECTE
Wij willen met een enkel woord nog eens wijzen op het feit, dat Paschen dit jaar vroeg is. En daarom moet bijtijds gezorgd worden dat de schikkingen voor de Paaschcollecte worden gemaakt.
De Kerkeraden helpen ons straks immers met een Kerkcollecte!
En waar geen Kerkcollecte kan gehouden worden, zorgen de vrienden voor een inzameling per circulaire!
Deze Circulaire voor de Paaschcollecte kan men bij de Administratie van „De Waarheidsvriend" te Maassluis aanvragen. Men heeft maar op te geven hoeveel exemplaren men noodig heeft, dan worden ze gratis toegezonden.
Wil men in een bepaalde gemeente: Rotterdam, Utrecht, Amersfoort, enz. enz. (ook aan kleinere gemeenten denken we!) een bepaalde aanbeveling gedrukt hebben op de officieele Circulaire (b.v. de namen van enkele personen ter plaatse woonachtig: te Delfshaven, Hilversum, Amsterdam, enz.), dan moet men die plaatselijke aanbeveling met die plaatselijke namen naar de drukkerij te Maassluis opsturen, dan krijgt men de algemeene Circulaire bedrukt met de plaatselijke aanbeveling ten spoedigste, in het begeerde aantal, gratis toegezonden.
Kan het nog mooier en beter en makkelijker?
Daarom alle handen aan 't werk! Doet het nul
't Is voor een goed doel. Voor de opleiding van Gereformeerde predikanten in onze Hervormde Kerk. Voor het Studiefonds van onzen Gereformeerden Bond!
KERK EN POLITIEK
In een kerkelijk blad lazen we, dat er in 's-Gravenzande een scheuring is gekomen in de Chr. Geref. Kerk. De eigenlijke oorzaak moet vooral gezocht worden — zoo schreef men — in de politiek. Een groep menschen, die politiek behooren bij de partij van ds. Kersten, heeft zich afgescheiden van de Chr. Geref. Kerk aldaar, omdat men daar meer Antirevolutionair georiënteerd is. Waarbij dan natuurlijk ook kwam, dat men theologisch, religieus, van een andere „ligging" was, waarom men zich tenslotte maar heeft losgemaakt van de Chr. Geref. Kerk, om nu kerkelijk afzonderlijk te gaan samenwonen in een Gereformeerde Gemeente.
Wij zien telkens, dat de Staatkundig Gereformeerden (S.G.P.), gelijk óók de Hervormd-Geref. Staatspartij (H. G. S.), die ds. Lingbeek tot leider heeft, anderen willen beletten dat men voor z'n politieke. Antirevolutionaire beginselen, zal uitkomen. Men beweert dan altijd „dat men de politiek er buiten moet houden" — om dan zelf de politiek in alles en overal tusschen te schuiven. Men is alleen tegen de politiek, als 't een andere politiek is dan S.G.P. of H.G.S. Want zelf is men voor eigen politiek niet bang.
Geen politiek! — roept men dan.
En zelf druipt men van de politiek, in alles politiek optredend.
Zoo komt er scheur op scheur ; de eene verdeeldheid baart de andere.
ARME RIJKEN
Dat komt tegenwoordig veel voor: dat er „rijken" zijn, die geen geld hebben. Arme rijken! Ze moeten met een paar guldens werken, want het andere zit „vast" en is niet bruikbaar.
Iemand kan landbezit hebben, met geen inkomsten en zware lasten — en als dan het belastingbiljet komt, is Leiden in last. Geen geld in kas om te betalen. Men moet zien met weinig rond te komen.
Prof. Grosheide gebruikt die wondere situatie van den modernen tijd, om dan de toestand te teekenen, zooals die wel gevonden wordt in 't midden van de Gereformeerde Kerken. „Rijk en geen geld", zegt hij, en hij bedoelt, dat men in de Gereformeerde Kerken zooveel voorrechten heeft boven andere Kerkgemeenschappen, maar dat men er toch soms zoo weinig bij leeft; het is voor velen dood kapitaal, waarmee men niet veel weet te doen. Het zit vast en men weet er niet mee te werken. Men komt niet tot goed gebruik en tot verdere ontplooiing. Men heeft dan enkele guldens op zak en met die guldens moet het dan gedaan worden. Want men spreekt altijd weer over dezelfde dingen". Daarbij worden dan de dingen dikwijls scheef getrokken en men maakt de wonderlijkste consequenties, het verband met het geheel uit het oog verliezend. Men let niet op de fouten, die anderen vóór ons reeds gemaakt hebben en waarvoor men ons gewaarschuwd heeft. En men zegt daarbij de dingen niet zelden slechter, dan ze vroeger reeds gezegd zijn.
Prof. Grosheide geeft dan een voorbeeld en noemt het Verbond; bepaald het Verbond der genade.
Hij zegt dan, dat het een heerlijk stuk is, waarbuiten we niet kunnen. Calvijn heeft ons dat reeds geleerd. Kuyper heeft er bijzonder de aandacht aan geschonken en het weer midden in de kerkelijke belangstelling gezet. Maar
„Maar ten slotte: het Verbond is niet het éénige stuk van onze Gereformeerde leer. Het is nu al voorgekomen" — aldus prof. Grosheide — „dat een preek afgekeurd werd omdat er niet de noodige malen het woord Verbond in genoemd werd, al was die prediking misschien geheel Verbondmatig. We hebben zelf den eisch hooren stellen, dat bij het vertellen van de Bijbelsche Geschiedenis aan de kleinste kinderen het woord Verbond zou worden gebruikt". „Wie zóó staat, weet slechts met enkele guldens te werken; is rijk, doch kan zijn rijkdom niet gebruiken en brengt de kostelijk leer van het Verbond Gods in discrediet. Hij vergeet, dat in het geheele Nieuwe Testament, dat wel maatgevend is voor ons Christelijk spreken, het woord Verbond betrekkelijk maar zelden voorkomt, en dan nog meer dan eens ten aanzien van het oude Israël. Hij vergeet, dat we in onze belijdenis geen afzonderlijk artikel over het Verbond hebben en evenmin een antwoord in den Catechismus".
Prof. Grosheide wijst dan op de misstand, die het gevolg is van deze eenzijdige en gebrekkige en strak doorgedreven methode om het Verbond overal bij te halen en op den voorgrond te stellen als het één en het al. En hij zegt:
Men let er dan niet op, dat ook tot bondelingen de vermaning moet klinken: „Bekeert u", al was het alleen maar, omdat voortdurende bekeering noodzakelijk is.
„We zouden" — zoo vervolgt prof. G. — „in dit verband nog op andere en meerdere dingen kunnen wijzen dan op het Verbond, dat we slechts als voorbeeld namen. Ons doel was slechts te waarschuwen tegen eenzijdigheid, die ons arm maakt, ja, ons op dwaalwegen leidt". „Dat laatste is de wrange vrucht van alle eenzijdigheid. Wie in het natuurlijke leven altijd met dezelfde dingen bezig is, krijgt dwangvoorstellingen. En wie in het geestelijke zich tot eenige punten bepaalt, verarmt eigen en misschien ook anderer geestelijk leven".
„Niet een, die op enkele punten maar door redeneert en licht in het ongerijmde vervalt, maar een gezonde, die met alle dingen rekening houdt — moeten we hebben. Daaraan hebben we groote behoefte".
KERKELIJK HUWELIJK
We lazen dezer dagen 't volgende bericht onder „Kerknieuws":
„In de Ned. Hervormde kerk te Aarhuisterveen zal dezer dagen een kerkelijke huwelijksinzegening plaats hebben, wat de laatste 85 jaar niet was gebeurd".
't Eerste wat we dachten en zeiden, was : „verschrikkelijk". Natuurlijk vinden we het niet verschrikkelijk, dat deze kerkelijke huwelijksbevestiging en inzegening nu zal plaats hebben; maar verschrikkelijk is het, dat het in geen 85 jaar in die gemeente plaats vond. Wat zijn dat toch voor toestanden? Waarom gaat ieder de kerk voorbij op den trouwdag? En al denkend en pratend kwam het ineens in ons op : hoe zou dat in onze Gereformeerde gemeenten zijn ten plattenlande?
En de vrees bekroop ons, dat het daar veelszins ook alles behalve in orde is. Men trouwt, maar men heeft er dikwijls — héél dikwijls zelfs — absoluut geen behoefte aan om op den trouwdag naar de Kerk te gaan. Gewoonte is het, om het — niet te doen. Uitzondering is het, wanneer men het wel doet. En men vindt het dan dikwijls „op 't dorp" eigenlijk niet weinig — nu ja, zoo iets van „opschepperij" of iets dergelijks. In elk geval, het is geen gewoonte. En het komt soms in jaren niet voor, dat er een „kerkelijke trouw" is.
Vele predikanten zouden dat kunnen getuigen. Vele Kerkeraden moeten dat melden b.v. bij de Kerkvisitatie.
Wat mag toch de oorzaak zijn, dat men het stelselmatig nalaat ? Dat men er ook zelfs, na een ernstig gesprek met den predikant, niet toe te bewegen is ?
Zou er niet iets in „onze" gemeenten tegen te doen zijn, tegen die nalatigheid ; tegen die verkeerde gewoonte ; tegen die zonde ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's