Rondblik buiten de Grenzen
Toen Leon Blum, als minister-president van Frankrijk aan het bewind kwam, stelde hij een heele reeks van sociale hervormingen in het vooruitzicht. Er waren onder de door hem genoemde hervormingen tal van maatregelen die inderdaad niet overbodig leken. Frankrijk is ten aanzien Tran de sociale wetgeving achterlijk ; althans in vergelijking met b.v. Nederland. Maar grootsche hervormingen als Blum op zijn programma had en heeft staan zijn nu eenmaal moeilijk met een hand-omdraaien te verwezenlijken. Men moet er de middelen voor hebben, en de omstandigheden moeten er rijp voor zijn. Vandaar dat vele deskundigen het optreden van Leon Blum reeds aanstonds met bezorgdheid tegemoet zagen. Zou het in het Frankrijk van vandaag, onrustig door politieke agitatie en financieel verzwakt door een onevenwichtig beleid, mogelijk zijn om de arbeidstoestanden zóó ingrijpend te veranderen ? Zou het Fransche bedrijfsleven de nieuwe lasten, die b.v. reeds uit de invoering van de 40-urige arbeidsweek voortvloeien, kunnen dragen zonder aan concurrentievermogen ernstig in te boeten ?
Het heeft er alle schijn van, dat de aldus redeneerende pessimisten gelijk hebben gehad. Het gaat Frankrijk financieel allesbehalve voor den wind. De lichtvaardige financieele politiek van mannen als Blum en Jouhaux, die op het eenzijdig belang van de arbeiders gericht is, deed het Staatscrediet veel kwaad. De bedrijven, zoo goed als een groot deel van de particulieren, zuchten onder zware lasten.
Het zal dan ook wel niet zonder noodzaak zijn, dat Blum nu een pauze in de sociale hervormingscampagne beeft aangekondigd. „Na zoo'n snelle vaart is het natuurlijk, even uit te blazen", zeide de minister-president. Intusschen denkt hij er niet aan om de verdere uitwerking van zijn program los te laten.
In een te Saint-Nazaire gehouden redevoering heeft Jouhaux, de algemeen secretaris van het Verbond van Vakvereenigingen — een organisatie, die op de politiek van de Volksfrontregeering overwegenden invloed bezit, — nog veel radicaler maatregelen in 't vooruitzicht gesteld. Dat alles nog niet liep als gewenscht wordt, schreef Jouhaux toe aan de vijandige gezindheid van den „zilveren muur" der bevoorrechten. Maar die muur zal worden afgebroken. Er moet komen controle en nationalisatie van het crediet en de groot-industrie. Ook uit de rede, welke Blum op dezelfde vergadering hield, bleek, dat aan de socialistische, fel anti-kapitalistische lijn zal worden vastgehouden. Dat is althans de bedoeling
Het zijn niet alleen de buitenlandsche critici, die van Blum's optreden veel narigheid voor Frankrijk vreezen. Met name de oud-premier Flandin heeft in de Fransche Kamer uiting gegeven aan zijn ernstige ongerustheid. Hoewel de bedoeling van Blum in welgekozen woorden waardeerend, velde hij toch het volgende vonnis over de politiek der Volksfrontregeering: „Indien het tot een catastrophe zou komen, zou deze mannen noch partijen sparen, daar zij de geheele natie zou treffen".
En verder: „Wij meenen, dat gij het land naar een catastrophe voert, en dat het republikelnsch regiem er door uw fout door zal ten onder gaan, indien gy op den ingeslagen weg voortgaat".
Flandin's ernstige waarschuwing liet niet na indruk te maken in de Kamer. Het antwoord van Blum was waarschijnlijk wel-sprekend, maar, blijkens het verslag, zonder zakelijke argumentatie. Tóch werd een ingediende motie van vertrouwen aangenomen met 361 tegen 209 stemmen.
En zoo moeten we maar weer afwachten hoe de toestand in Frankrijk zich verder zal ontwikkelen. Het wordt niet onwaarschijnlijk geacht, dat Blum in een nieuwe devaluatie van den franc heil zal zoeken. Hoewel de vorige weinig voordeel gebracht heeft!
Ondanks alles wat gedaan werd om den Duitschen Kerkstrijd tot een einde te brengen, blijft de verhouding tusschen Kerk en Staat gespannen. Een Kerk, die zich alleen aan Gods Woord gebonden weet, kan zich door geen wereldlijke macht den mond laten snoeren, en een Staat, die de pretentie heeft „absoluut" te zijn, wordt door zijn principes wel gedwongen om te trachten ook de Kerk in zijn ijzeren greep te krijgen. Een Staat, die een „nieuw heidendom" vrijelijk toelaat, althans laat propageeren, en een Kerk, die in gehoorzaamheid aan Gods Woord het Evangelie van Gods genade predikt, — dat moet wel botsen.
Men weet, dat die botsingen niet uitgebleven zijn. Zeker, daarbij was de Kerk meermalen de geslagen partij. Maar verslagen werd ze niet. Steeds weer toont ze nog levend en krachtig te zijn.
Door de instelling van een Rijkscommissie heeft Hitler getracht om een verzoening tot stand te brengen. Het is niet gelukt. De Commissie, die toch door de regeering zelve in het leven was geroepen, werd door het Rijkskerkministerie eenvoudig genegeerd. Het nationaal-socialistisch standpunt was en bleef richtsnoer voor het optreden der regeering. En de compromis-voorstellen der Commissie konden eigenlijk geen der beide partijen bevredigen.
Nu zal er een algemeene Synode gekozen worden : een nieuwe Kerkregeering dus. De oppositioneele groepen der Duitsche belijdende Kerk hebben voor de deelname aan de komende kerkelijke verkiezingen een vijftal voorwaarden gesteld. Er moet vrijheid van woord en vergadering komen. De in hechtenis genomen predikanten dienen vrijgelaten en in functie hersteld te worden. De verkiezingen moeten gehouden worden overeenkomstig de gebruiken der Kerk, enz.
We kunnen ons haast niet voorstellen, dat er in het Duitschland van heden een inderdaad vrije stemming zou worden toegelaten. En dan blijft nog de vraag, wat het practisch resultaat er van zal zijn.
Een lid van het Japansche Lagerhuis is op reis geweest door Ned.-Oost-Indië en erg verwonderd teruggekeerd. De daar wonende Nederlanders houden er — aldus klaagde hij in een Lagerhuisrede — onredelijke beduchtheden op na met betrekking tot een vermeende Japansche dreiging. Hij vroeg den Japanschen premier Nederland de verzekering te geven dat Japan geen territoriale of politieke voornemens koestert. De premier voldeed aan dit verzoek. Wel wordt — zoo zeide hij — een vreedzame Japansche economische ontplooiing wenschelijk geacht. Een denkbeeld van hetzelfde lid, om met Nederland een overeenkomst aan te gaan, waarbij Japansche onderdanen wordt toegestaan land in Ned. Nieuw-Guinea te pachten met bet oog op de industrieele en economische ontwikkeling van dat gebied, nam de premier in overweging. Wat er overigens precies mee bedoeld wordt, is niet duidelijk. Er bestaat feitelijk reeds een regeling, die het Japanners mogelijk maakt in Nieuw-Guinea land te pachten.
Nu de automobiel-stakingen in de Vereenigde Staten tot een einde zijn gebracht, wordt het in andere industrieën weer onrustig. De arbeiders stellen ongeveer dezelfde eischen als die, welke de automobiel-werklieden ingewiligd zagen. Het voorbeeld werkt aanstekelijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's