Christus en de Vrijheidsbeweging Zijner dagen.
I.
De mannen van de vrijheidsbeweging, bij wie wij in ons vorig artikel breedvoerig stil stonden, waren dus geen boeven of moordenaars, die de wegen onveilig maakten. Het waren politici, nationalisten en patriotten, die desnoods door middel van opstand en moord het land wilden bevrijden van den gehaten Romein. Zoo moeten wij ook Barabbas beschouwen, op wien wij nog wel terugkomen. Al kent de profane historie uit den tijd van Christus' omwandeling op aarde voorbeelden van aanhangers der hier bedoelde vrijheidsbeweging, die roofden en moordden, — toch waren zij onderscheiden van hen, wier beroep het was, de wegen gevaarlijk te maken. De drijfveer der vrijheidsbeweging was het voeren van een in haar oog heiligen strijd ten bate van de zelfstandigheid des volks, die zij door de Romeinsche overheersching onduldbaar aangerand achtte. Eerlijke, conservatieve Joden namen aan dezen strijd deel. Uit verschillende gegevens, die er over dit onderwerp zijn, blijkt, dat er onder de z.g.n. roovers en moordenaars geweest zijn, die in de Joodsche samenleving vooraan staande posities bekleedden, zoodat hierdoor niet aannemelijk kan worden gemaakt, dat wij in de mannen der vrijheidsbeweging beroepsboeven hebben te zien, die alleen om eigen fortuin zelfs voor moorden niet terugdeinsden.
Alleen wanneer wij zóó de situatie zien, zullen wij beseffen, dat de vrijheidsbeweging, waarover wij spraken, een belangrijk element der Joodsche maatschappij heeft uitgemaakt, waarmede te rekenen viel. Niet het uitvaagsel van de maatschappij streefde naar opstootjes, maar vele mannen, die brandden van vaderlandsliefde, namen hun toevlucht tot niets ontziende middelen, teneinde de vurig begeerde vrijheid voor zich en hun landgenooten te verkrijgen.
Het kan niet anders, of het optreden van den Christus heeft óók bij de vrijheidsbeweging de aandacht getrokken. De roep, die van Hem uitging, gaf ongetwijfeld aanleiding tot diverse onderstellingen. Zou deze Galileër de vrijheidspogingen steunen ? Er was veel kans op, zoo onderstelde men.
Kwam Hij niet uit de streek, die zich steeds het meest opstandig had betoond ? En betoonen zou ? (Zie Lucas 13 : 1). Was ook Judas, wiens pogingen weliswaar mislukt waren, geen Galileër ? Bij het hoor en van allerlei bijzonderheden, die omtrent Jezus van Nazareth de ronde deden, was er dus gegronde hoop, dat deze man een nieuwe poging wagen zou. Hij verzamelde veel volks om Zich heen. Men volgde Hem, iets van Hem verwachtende. Na de vermenigvuldiging der brooden (Johannes 6), kan de schare haar verwondering niet langer onder zich houden en van mond tot mond gaat de erkentenis : „Deze is waarlijk de Profeet, die in de wereld komen zou". Hij moet de Messias zijn, dien zij verwachten en noodig hebben. Terstond willen zij den grooten bevrijdingsoorlog, ondanks de moeilijkheden, die Pilatus ongetwijfeld in den weg leggen zal, beginnen. Doch Jezus, wetende „dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hijzelf alleen".
Op deze wijze onttrekt Hij Zich aan de scharen, die in hun vrijheidsdroom niet weten wat ze doen, en blijk geven in het minst geen notie te hebben van Zijn zending en arbeid. Derhalve verijdelt de Christus het plan van de menigte, die louter en alleen een aardsche Messiasverwachting koestert. Hij doet aan die verwachting geenerlei concessie en Hij laat Zich niet annexeeren voor hun aardsch getinte vrijheidsidealen. Niettemin blijft het volk hopen
Het is treffend, hoe de Christus tegenover deze aardsche gezindheid de ware beteekenis stelt van Zijn Messiaansche taak. De schare, die de vermenigvuldiging der brooden had meegemaakt, zoekt Jezus met dezelfde overwegingen weer op. Jezus echter grijpt hun aardschgezindheid in het hart, door te spreken over de geestelijke en hemelsche gaven, die Hij schenkt. Met aardsch brood wenscht Hij hen niet steeds te voeden, doch de spijs, die Hy geeft, blijft tot in het eeuwige leven. Het Koninkrijk, dat Hij in uitzicht stelt is van heel andere orde. Het verdraagt zich niet met de aardsche denkbeelden van de massa, die Jezus omringt. Vandaar, dat velen van toen af (!) niet meer met Hem wandelden. Vanwege de reactie. Vanwege teleurgestelde hoop. Vanwege het feit, dat de beslissing vallen moest tusschen vrijheid en vrijheid. Naast vele aanvankelijke volgelingen, die weer weggingen, omdat zij niet van Hem waren, zijn er ook, die zich niet onttrekken kunnen aan Hem en Zijn Woord, ook al hebben óók zij Christus' optreden niet „door". Dezulken zouden niet weten, tot wien te gaan. Zij onderkennen in Zijn spreken woorden van eeuwig leven. Alzoo is dus het proces van schifting en zuivering begonnen.
De viering van het laatste Loofhuttenfeest vóór Jezus' dood was aanstaande. Uit de mededeelingen van Johannes 7 blijkt, dat er wat op til was. Velen trekken op naar Jeruzalem, doch Jezus maakt geen haast. Ondanks de aansporing Zijner broeders, gaat Hij niet naar het feest. Waarom wilde men zoo gaarne, dat Hij ging ? Ongetwijfeld, omdat men nog steeds hoop koesterde, dat Hij Zich als den Messias zou openbaren. Doch waarom weigert Jezus zoo hardnekkig ? Waarom verschijnt Hij eerst in Jeruzalem, als het feest al voor de helft voorbij is ? Deze en soortgelijke vragen zijn niet gezocht, doch hebben reden van bestaan.
Een jong auteur heeft enkele jaren geleden over deze kwestie nieuw licht doen opgaan. Door het combineeren van verschillende gegevens uit Flavius Josephus en enkele gedeelten der Heilige Schrift (Lucas 13 : 1—9, en Johannes 7), is hij gekomen tot de conclusie, dat er op dit Loofhuttenfeest een groote opstand georganiseerd was, welke gelegenheid Jezus' broeders uitermate geschikt voorkwam er bij Hem op aan te dringen, Zich thans als den Messias te openbaren. Op grond van de ons bekende overwegingen, wilde Jezus aan deze roepstem geen gehoor geven. Zijn ure was nog niet gekomen. Daarom verscheen Hij pas, toen de opstand mislukt was. Hij wilde absoluut ook maar den schijn vermijden, in de beweging op eenigerlei wijze de hand te hebben, of er mede te sympathiseeren. De inhoud van Christus' prediking is dan ook geheel op de mislukking van de putsch gebaseerd !
Volgens bedoeld schrijver zou ook in Lucas 13 sprake zijn van dezen opstand. Een deel der opstandelingen werd omgebracht bij het brandofferaltaar (vs. 1) ; een ander deel bij de bron Siloah (vers 4), waarbij verhaald wordt van de achttien, op welke de toren viel, en ze doodde. We zouden hierin een indirecte tijdsaanwijzing hebben, want juist op het Loofhuttenfeest was er een groote menigte bij genoemde bron aanwezig, om getuige te zijn van het waterscheppen door een priester, en bij welke plechtigheid de menigte de woorden uit Jesaja 12 : 3 reciteerde.
Pilatus schijnt met het voornemen op de hoogte geweest te zijn, zoodat hij de noodige voorzorgsmaatregelen had kunnen treffen, teneinde den opstand in de kiem te smoren. Deze gegevens mogen uit Johannes 7 niet aanstonds blijken, wie goed leest, zal de spanning en de bewogenheid bemerken, die aan de beschrijving ten grondslag ligt. De Farizeërs en Overpriesters vreesden een poging van Jezus om Zich als Messiaskoning te proclameeren. De Joden zochten Hem, en er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. De spanning in Jeruzalem was ontzaglijk. Op Paschen had Hij geen poging tot opstand ondernomen ; wellicht zou Hij het nu doen. De meeningen zijn verdeeld over Hem. Het Sanhedrin houdt zich met Hem bezig en zal straks zijn veto over Hem uitspreken. In den boezem des volks werd een heftige strijd gevoerd over de vraag of Hij de Messias was, ja dan neen.
Doch ook thans heeft Jezus aller verwachting den bodem ingeslagen. Toen naar de meening van allen het psychologisch moment daar was, greep Jezus niet naar de macht. Hij stelde teleur en kwam niet eens. Het scheen toch, dat Hij niet Diegene was. Dien men gaarne in Hem gezien had.
Wanneer wij deze gegevens, die op goede gronden berusten, bezien, dan wordt veel uit Johannes 7 en volgende hoofdstukken ons duidelijk. Nadat Jezus in Jeruzalem is gearriveerd, vangt Hij midden in de feestweek Zijn prediking aan, die onmiskenbaar ten doel heeft, de menigte in te lichten over den waren aard van Zijn Messiasschap. Na den mislukten opstand met al zijn bloedige gevolgen; na het gebrachte offer aan een valsch Messiasideaal, brengt de Christus andermaal aan de schare, die nog onder den indruk is van het gebeurde, het ware karakter van Zijn Messiasschap onder het oog. Hij spreekt over het geestelijk licht, over geestelijk water, over geestelijk brood, enz. De aardsche vrijheid, waarop men hoopt en waarnaar men streeft, heeft geen beteekenis in vergelijking met wat Hij schenkt. „Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zoo zult gij waarlijk vrij zijn". Wanneer men het aardsche Messiasbegrip niet opgeeft, is men verloren.
Ook de rol, die de Overpriesters en Schriftgeleerden spelen, stelt Christus aan de kaak in de gelijkenis over den goeden (niet goedigen) Herder. Heel hun optreden is in strijd met den echten herder en diens liefde. 1) In gansch Zijn lijdensgang betoont Christus voor de Zijnen op de bres te staan. Tegen de Romeinsche wolven zal Hij Zijn kudde beschermen. Met het ware herderschap heeft het egoïstisch zichzelf handhaven van de Joodsche leiders niets te maken.
Wederom is uit Christus' optreden gebleken, dat Hij eigen vrijheid stelt tegenover die der massa en haar leiders. Deze tegenstelling is het doorgaande motief van Zijn prediking. De antithese tusschen twee opvattingen verschijnt in steeds helderder licht. Steeds meer zal openbaar worden, dat de ware Messias Zich niet verdraagt met de denkbeelden, die aangaande een Messias in Zijn dagen gekoesterd werden. Bij des Heeren intocht in Jeruzalem wordt het conflict acuut en wederom verscherpt. Met rassche schreden gaat Hij den dood tegemoet, want naarmate Hij Zijn ambt ontvouwt, naar die mate neemt het verzet toe. De vrijheid, die Hij biedt, is over het algemeen onder de menschen niet gewild. Wij zullen dit D.v. volgende keer nog nader zien.
D.
d. Z.
Zie : Theologisches WÖrterbuch zum Neuen Testament in voce: Kalos, hrsg. von Gerhard Kittel, Band III, Stuttgart 1937, S. 550.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's