De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christus en de Vrijheidsbeweging Zijner dagen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christus en de Vrijheidsbeweging Zijner dagen.

9 minuten leestijd

II.
Hoop doet leven. Zoo is het thans, doch zoo was het óók in Jezus' dagen. Met name bij degenen, die zioh hadden uitgesproken voor de vleeschelijk-uitwendige koningschaps idee der nationalistische vrijheidsbeweging.
Nadat in het Sanhedrin het besluit, Jezus te dooden, gevallen was, wandelde Hij niet meer vrijelijk onder de Joden (Johannes 11 vers 54). Toen het Paaschfeest naderde (het laatste, dat Jezus op aarde meemaken zou), zoohten de Joden Hem. De spanning is groot en de atmosfeer geladen met electriciteit. In groepen staan de menschen uit Ephraïm, die het laatste nieuws over Jezus meegebracht hebben, op het Tempelplein. Algemeen wordt de vraag: „Wat dunkt u? Zal Hij op 't feest komen? " overwogen. Er is in Jeruzalem een stilte vóór den storm en er heerscht een koortsachtige opgewondenheid. Iedereen is op zijn qui-vive om terstond, wanneer hij iets omtrent Hem bemerkt, het te melden aan het Sanhedrin (Johannes 11 vers 55 v.v.).
Eerst kort voor het Paaschfeest verlaat de Christus Ephraïm, om Zich gereed te maken tot Zijn laatste opzienbarende daad. Zijn twaalf discipelen begeleiden Hem. Langzamerhand hebben zij begrepen, dat hun Meester in woord en daad een levend protest is tegen de aardsche Messiasgedachten, die allerwegen gehuldigd werden. Al waren ook zij hiervan niet vrij, in ieder geval staat vast, dat zij Zijn woorden aannamen en die in zichzelf trachtten te verwerken. Het was ook moeilijk, want Zijn optreden bracht een algeheele revolutie teweeg in de denkbeelden, die onder menschen aanlokkelijk zijn. Twee werelden droegen de discipelen in hun binnenste.....
Naarmate het doel naderbij komt, vervult de gedachte aan Zijn toekomstig lijden Jezus' ziel. Hij neemt de twaalf apart en spreekt er met hen over, en dat op zulk een duidelijke wijze, als tevoren nog niet geschied was : „Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en de Zoon des menschen zal den Overpriesteren en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordeelen ; en zij zullen Hem den heidenen overleveren, om Hem te bespotten en te geeselen, en te kruisigen; en ten derden dage zal Hij weder opstaan". Ondanks deze duidelijldieid, verstaan de discipelen den zin des lijdens niet. Wèl de mededeeling als zoodanig. Zij wisten maar al te zeer, dat Jezus doelde op een komend conflict met den Romein; zij verwachtten, dat hun Meester Zijn Messiaanschen opstand beginnen zou, en dat een en ander slecht voor Hem zou afloopen. Uit dat kruisigen viel zulks op te maken, want de Joden steenigden. Inzonderheid kruisigden de Romeinen hen, die tegen hun gezag rebelleerden.
Ook de scharen begeleiden Jezus. Talrijk zijn de karavanen feestgangers, die straks hun voeten zullen zetten in Jeruzalem's poorten. Hoe dichter men de stad nadert, des te meer groeit de menigte aan. De oude hoop op een Messiaansche bevrijdingsdaad wordt op het levendigst gevoed. Met name bij hen, die niet met de discipelen bij Hem ter schole waren geweest. Omstandigheden als deze werken daartoe mede. Er is weinig noodig om een laaiend enthousiasme te ontketeneen. In deze sfeer wordt een vraag als deze, aan Jezus door de moeder der zonen van Zebedeüs gesteld, verklaarbaar: „Zeg, dat deze mijne twee zonen zitten mogen, de een tot Uwe rechter-, en de ander tot Uwe linkerhand in Uw Koninkrijk". Zoozeer zijn eigenlijk óók de discipelen door overmoedigheid bevangen, dat zij op de vraag van Jezus, of zij den drinkbeker drinken kunnen, dien Hij drinken moet, antwoorden : „Wij kunnen!" (Mattheüs 20 vers 22). In hun verbeelding zijn zij reeds met de Romeinen in heftig strijdgewoel gewikkeld. Voor niets deinzen zij terug.
Teleurstellend in hooge mate is het voor de menigte, dat Jezus onderweg zijn intrek neemt bij Zacheüs. „En allen, die het zagen, murmureerden" (Lukas 19 : 1—10). Want Zacheüs was een tollenaar, d. w. z. een vriend der Romeinen en derhalve een groot zondaar. Deze gebeurtenis krenkt haar nationaal gevoel.
Niet te voet, zooals anders, komt Jezus Jeruzalem binnen, doch gezeten op een ezels veulen, dat Hij niet geleend, doch voor Zich laten opeischen had. Hij deed dit in Zijn waardigheid van Koning. „En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden, en God te loven met groote stemme, wegens al de krachtige daden, die zij gezien hadden, zeggende: Gezegend is de Koning, die daar komt in den naam des Heeren!" „Hosanna, de Zone Davids. Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David. Hosanna! Gezegend is Hij, die is de Koning Israels". Een groote schare is van dezen intocht getuige. Men begeleidt Hem of treedt Hem tegemoet. Eindelijk zal dan hun droom werkelijkheid worden! Golven van allerlei verwachting stroomen hier in één bedding saam. Zwijgend laat Jezus de massa begaan.
Alles wees inderdaad op een Messias-proclamatie: e uitroepen des volks, als was Hij Koning geworden; het „Hosanna", d.i. „Geef nu heil"; de palmtakken; het uitspreiden der kleederen, wat ook bij de zalving van Jehu tot koning gebeurd was (2 Koningen 9 : 13) enz. Het was 't volk bij de huldiging van Jezus diepe ernst. Bezat Hij, Die zoo pas Lazarus uit het graf geroepen had, niet alle eigenschappen, die vereischt waren voor den leider eener opstandige beweging ? Als Hij nu maar toesloeg ! Zij waren bereid en tot alles in staat.
Zoo stellen de aanhangers van een aardsch vrijheidsideaal wederom een poging in het werk, Jezus voor hun zaak te winnen. Tot hun vreugde meenen zij eenige kentering in Jezus' houding te constateeren. Vroeger onttrok Hij Zich hij dergelijke gelegenheden. Thans is Hij niet onwelwillend. Hij duldt althans. En dat is, in vergelijking met vroeger, winst. Zelfs legt Hij de Farizeërs het zwijgen op, wanneer zij opmerkingen willen maken (Lucas 19:39 v.v.). Geen wonder, dat deze het ergste gaan vreezen en onder elkander zeggen : „Ziet gij wel, dat gij gansch niet vordert ? ziet, de geheele wereld gaat Hem na." Allengs vat de gedachte bij hen post, dat Jezus gemeene zaak met de vrijheidsbeweging heeft gemaakt.
De beteekenis van dezen intocht is zéér groot. Veel wordt er over gesproken, doch niet altoos wordt het wezenlijke, waarom het hier gaat, gegrepen. Wij zijn niet klaar met te zeggen, dat Jezus op een ezel en niet op een paard zat. Waarom zat Hij op een ezel ? Dat is toch niet willekeurig en zonder zin ?
Om te beginnen, openbaart de Christus Zich hier inderdaad als den Messias-Koning. Hij proclameert Zich als zoodanig. Inderdaad gaat Hij het bevrijdingswerk, de taak van den Messias, aanvangen. Doch hoe geheel anders, dan men verwachtte ! Hij geeft aan de te verwerven vrijheid een eigen inhoud, die niet overeenstemt met de doorsnee-opvatting. De waarheid zal vrij maken : niet het zwaard enz. Door het geven van Zijn leven, zullen velen bevrijd worden (Matth. 20 : 28). De aardsche vrijheid, waarnaar men algemeen smacht, zal Hij niet brengen. Er is dus een bittere ontgoocheling op handen voor de mannen der vrijheidsbeweging, waaraan óók de discipelen niet geheel zullen ontkomen.
Het ezelsveulen protesteert mee tegen de verwachtingen der massa, tegen den geest der eeuw. Het is immers een vredesdier en ongeschikt voor den strijd. Wanneer die komt. staat de. ezel oogenblikkelijk stil, als versteend, zoodat zulk een rijdier zijn berijder een zekeren dood brengt. Het zitten van Christus op het ezelsveulen was dus het bewijs, dat Hij onder geen beding van plan was, den strijd met vleeschelijke wapenen te aanvaarden. Hij grijpt wel in de gebeurtenissen in, en Hij strijdt wel, doch doet dit op Zijn wijze, die der Joden een ergernis is.
Het ezelsveulen profeteert vrede, en géén strijd. In Zacharia 9 : 9 is de ezel de tegenstelling van het paard, dat briest, wanneer het 't krijgsgewoel riekt. Landlieden reden des avonds van het veld vredig op een ezel naar huis. Zoo wil Jezus beduiden, dat Zijn Koningschap den luister der wereld-heerschers mist, en dat Hij een eigen strijd met eigen middelen op eigen wapen voeren zal.
Met een zekere nederigheid enz. heeft Zijn rijden op het ezelsveulen weinig van doen. Ook déze zaak van den Christus is een prediking, die aan allen, die het hooren willen, verkondigt dat Hij bij de uitoefening van Zijn koninklijke maoht een eigen methode volgt in de bevrijding van Zijn volk.
Wij kennen het verloop der gebeurtenissen. Reeds spoedig bemerkte de vrijheidsbeweging dat haar hoop ijdel was. En man, die zich zoo maar grijpen liet, kon de Messias niet zijn. Derhalve was haar Barabbas sympathieker : dank zij bovendien nog de beïnvloeding der Overpriesters en Ouderlingen (Mat. 27 : 20). Zonder twijfel hebben wij in het tweetal : Jezus—Barabbas de tegenstelling te zien tusschen de valsche vrijheid, die Israël beoogde, en de ware vrijheid, die Christus in uitzicht stelde. Revolutie staat hier tegenover Evangelie !
Diep waren de mannen der vrijheidsbeweging in hun verwachtingen teleurgesteld. Een heerlijke toekomst, die bij Jezus' intocht in Jeruzalem aanstaande scheen, was als rook vervlogen. De uitgestelde hoop krenkt ook hier het hart. Hun LEIDER IN SPE bleek een ZWAKKELING te zijn, een bedrieger, een dwaas Hun woede kent geen grenzen. Van harte gaarne dus: „Kruis Hem!" Zoo kon, toen de liefde veranderde in haat, de opstandeling Barabbas, die waarschijnlijk de leider van den opstand op het Loofhuttenfeest geweest is (in ons vorig artikel besproken), het winnen van Hem, die alleen waarachtige vrede brengen kan. En zoo kon Jezus Zijn leven eindigen, zooals 't begonnen was: temidden van vrijheidszoekers die Zijn aangeboden vrijheid niet wenschten.
Heel Christus' optreden wordt bepaald door het vrijheidsbegrip Zijner dagen, dat Hij steeds pertinent afwijst, doch dat door de massa erkend wordt als te zijn het middel en de eenige mogelijkheid hunner verlossing.
Zelfs wanneer Hij aan het kruis hangt, wordt deze kwestie nóg aan de orde gesteld, als men Hem spottend toevoegt : „Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem gelooven". Al deze hoon komt voort uit den kring van voorstellingen, die men zich inzake den Messias als nationaal bevrijder gevormd heeft.
Voor het oog der wereld verliest omdat Hij niet streed Christus,
In werkelijkheid voerde Hij den grootsten strijd, die er ooit in de wereld gevoerd is, en overwint Hij alles en allen.
Straks zullen Jeruzalem en Rome geen raad weten met den „dooden" Jezus, als het bekend wordt, dat Hij opgestaan is.
D.

d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Christus en de Vrijheidsbeweging Zijner dagen.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's