MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Doch daar verliep nog eenige tijd over. Toen vrouw Kalma terug kwam, luidde haar boodschap, dat de dokter naar buiten was en zoo spoedig mogelijk komen zou.
„Och, heden", kreet Gelske ; „moet ik dan zóó lang hier blijven liggen, zonder dat iemand mij helpen kan ? "
„Zou je van mij een middel aannemen, buurvrouw ? Wij hadden altijdi een zaakje tegen branDwonden klaar staan, omdat mijn man op de fabriek aan dit gevaar bloot stond. Als ik je daar mede dienen kan ? "
„Kan het geen kwaad, doen ? buurvrouw ? "
„'t Is een geneesmiddel, van een ouden dokter afkomstig".
Een weinig later bood de woning van Gelske een eigenaardig tafreel. Terwijl buurvrouw Klaske in de keuken bezig was de aangerichte wanorde zioo goed mogelijk te herstellen door de druipnatte matten op te nemen, teneinde deze te doen drogen en den vloer te dweilen, boog buurvrouw Kalma zich bij de patiënt neer en wikkelde de gezwollen ledematen in een zacht verband, na dit gedrenkt te hebben in een pijnstillend geneesmiddel.
Zwijgend keek Gelske naar al haar handelingen. Wat ging buurvrouw dat handig af. Net alsof zij heel haar leven verpleegster was geweest. En wat bracht haar hulp reeds dadelijk verlichting ! 't Scheen haar, alsof zij in een andere wereld kwam. Neen, zij zou aanstonds van deze verwonding niet genezen. Daar kon wel een aardig tijdje over heen gaan, doch als eerst die pijn maar eens weg was.
Buurvrouw Kalma was nu bezig die te stillen. Ziezoo, daar zat 't verband. Nu maar eens ruiken. Gelske zou wel hoofdpijn hebben; zij had zoo'n kleur. Van den schrik natuurlijk en van de pijn. Haar man zou ook schrikken, als hij thuis kwam voor het eten en de kinderen. Maar het had nog erger kunnen zijn. Branden viel gewoonlijk niet mee. Of zij haar misschien nog een dienst kon doen met een of ander ?
Gelske wist niet hoe zij het had, en wat op dat alles te moeten zeggen. Een gevoel van schaamte maakte zich van haar meester.
„'k Heb het niet aan je verdiend, buurvrouw, " beleed zij eerlijk.
„'t Gaat niet om verdienste; we krijgen allen meer dan wij verdiend hebben" klonk het kort.
„Hoe ben je zoo veranderd, buurvrouw ? " vroeg Gelske, die over zulk een handeling een en al verbazilng was en haar spraak scheen terug te krijgen, naarmate de pijn verminderde.
„'k Weet 't niet. Wil je nog iets ? "
Toen werd het Gelske te machtig. Zoo'n buurvrouw, die aldus kwaad met goed vergold, had zij nog nooit gehad. Waarom was zij ook niet zoo goed ? Ja, waarom niet ?
't Liep al tegen den middag toen eindelijk de dokter verscheen. Door een ernstig ongeval opgehouden, was hij vermoeid en over tijd thuis gekomen, waar mevrouw hem aanstonds de boodschap van vrouw Kalma had overgebracht. Brommend had hij andermaal met zyn verbandtrommel op den motor plaats genomen.
Maar nu hij bij Gelske kwam, vond hij haar reeds verbonden, voor zoover dit de eerste hulpverleening betrof.
„Wie heeft je dat aangelegd ? " vroeg hij.
Buurvrouw Kalma", klonk het eenigszins schuchter, uit vrees, dat hier verkeerd werk geleverd was.
„Knap gedaan, hoor, je moogt haar dankbaar zijn. Een goede buur is beter dan een verre vriend."
Na de wonden bekeken te hebben, wikkelde hij deze opnieuw in de windselen en vertrok even haastig als hij gekomen was, na het voorschrift van algemeene rust te hebben achtergelaten.
Buiten stond Klaske met nog een paar vrouwen, het geval in geuren en kleuren nog eens besprekend ; maar de dokter nam geen nota van hen. Alleen bij vrouw Kalma keek hij belangstellend in en tikte aan den hoed.
Met een veelzeggenden blik zagen de vrouwen elkander aan. Toen de dokter ver genoeg weg was, om het niet te kunnen hooren, zei Klaske :
„Mevrouw staat in den pas en wij zijn geen blik waard."
Een der anderen echter dacht, dat het wel komen zou, omdat vrouw Kalma weduwe was.
„En Murk dan !" smaalde Klaske, tegelijk de beweging makende van een kreupele..
Lachend gingen allen haars weegs ; die Klaske, dat was me er een.
NEGENDE HOOFDSTUK.
't Begon al donker te worden toen Murk thuis kwam. In het licht van de straatlantaarn waren de oudste kinderen nog druk aan 't spelen. Zij wisten nog van geen ophouden. Zelfs de ouders, wier dagtaak geëindigd was, sloegen vergenoegd dat kindervermaak gade. Het herinnerde hun aan eigen jeugd en gaf rijkelijk stof voor een gezellig buurpraatje. Jammer maar, dat nu buurvrouw Gelske ontbrak, vanwege haar gewonde been. Vandaar dat ook het ongeluk, "t welk deze in het morgenuur overkomen was, in allerlei kleuren en geuren werd opgehaald. Klaske vooral deed een verhaal, om te doen uitkomen welk een werkzaam aandeel zij aan de hulpverleenüig genomen had. Tot dit tenslotte een andere buurvrouw verdroot.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's