STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DIEP INGEGREPEN
Hoe geweldig diep de crisis met hare gevolgen in het economisch leven van ons volk hebben ingegrepen, is dezer dagen duidelijk geworden bij het bestudeeren van de definitieve cijfers betreffende de inkomsten-en vermogensbelasting 1935/'36, die in de eerste aflevering van Het Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek van dit jaar werden gepubliceerd.
Uit deze cijfers, die dus het inkomen aangeven over 't jaar 1934 — het inkomen over dat jaar moest op 1 Mei 1935 worden opgegeven — blijkt, dat het totaal belastbaar inkomen is gedaald van ruim 4367 millioen in 1930/31, op ongeveer 2828 millioen gulden in 1935/'36, een daling dus met 1.5 milliard gulden of van ruim 35 %.
Wat het aantal aangeslagenen in de inkomsten-en vermogensbelasting betreft, deelt Het Maandschrift mede, dat tegenover de 1.892.553 aangeslagenen in 1930/'31, stonden 1.355.051 aangeslagenen in 1935/'36, een teruggang alzoo van ruim een half millioen personen die in eerstgenoemd jaar wèl in, doch in laatstgenoemd jaar buiten de belasting vielen.
Dat de schatkist van den terugloop van het volksinkomen de nadeelige gevolgen ondervonden heeft, is duidelijk. Het Maandschrift geeft als bedrag van de belasting in hoofdsom deze cijfers aan : opbrengst in 1930/'31 ruim 91 millioen en in 1935/'36 circa 44.5 millioen, dat is dus een lagere opbrengst van 46 millioen gulden of van 50%.
Geven deze cijfers, op zichzelf bezien, reeds een klaar beeld van de gevolgen van de sedert 1929 ingetreden malaise, die onder ons volk heeft huisgehouden, waardoor Rijk en gemeenten wel gedwongen werden om de uitgaven te verlagen, dit beeld wordt nog scherper belicht, wanneer men ook kennis neemt van de verdeeling van het inkomen over de aangeslagenen en van het gemiddeld inkomen per aangeslagene.
Wat de eerste rubriek betreft, stelt 't Centraal Bureau in procenten van het totaal aantal aangeslagenen over het jaar 1935/'36 vast: van ƒ 800—ƒ 1400 45.32, van ƒ1400— ƒ 2000 27.72, van ƒ 2000—ƒ 3000 14.75, van ƒ 3000—ƒ 5000 7.67, van ƒ 5000—ƒ 10.000 3.46, van ƒ 10.000—ƒ 20.000 0.99, van ƒ 20.000—ƒ 30.000 0.21, van ƒ 30.000— ƒ 100.000 0.16, en van ƒ 100.000 en daarboven 0.02. Deze procenten waren in het jaar 1930/'31 wat de laatste 6 klassen aangaat, 8.17, 3.67, 1.17, 0.29, 0.29 en 0.05, alzoo in 1934, het jaar van aangifte in de hoogere inkomens een belangrijk percentage lager.
Met de rubriek van het gemiddeld inkomen per aangeslagene staat de toestand niet gunstiger. Bedroeg het gemiddeld inkomen per aangeslagene in het jaar 1930/'31 ƒ 2308, dit inkomen liep in de daarop volgende jaren terug op ƒ2253, ƒ2192, ƒ2126, ƒ2105, om in het jaar 1935/36 te komen op 2087 gulden.
De conclusie, die nu uit de genoemde cijfers van de inkomsten-en vermogensbelasting 1935/'36 te trekken is, is deze, dat, zooals wij in den aanhef van dit artikel schreven, de crisis met haar gevolgen wel geweldig diep in het economisch leven heeft ingegrepen.
Dat ook 1935, dat is het belastingjaar 1936'37, ongustige cijfers zal geven, staat vast. Doch zoo zal het vermoedelijk in het belastingjaar 1937/'38 niet staan, wijl wel als zeker is vast te stellen, dat in 1936 het keerpunt is ingetreden.
Hopen wij, dat dit inderdaad zoo zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's