RONDOM DE LEESTAFEL
NIEUWE THEOLOGISCHE STUDIëN, onder redactie van prof. dr. Joh. de Groot, prof. Aalders, prof. Berkelbach van der Sprenkel e. a. Uitgave : H. Veenman en Zonen, Wageningen. 20e Jaarg. afl. 2.
Dit tijdschrift heeft nieuw bloed gekregen en vraagt de aandacht van alle theologen. De inhoud van deze 2de afl. wordt geleverd door prof. dr. J. de Zwaan, dr. A. van Selms, prof. dr. Joh. de Groot, terwijl tijdschriften, boeken enz. besproken worden door prof. Berkelbach van der Sprenkel en ds. G. van Veldhuizen Azn.
Ons interesseerde 't meest het stuk van dr. v. Selms over : „De opgraving van Lachis" (waarbij prof. de Groot eenige aanteekeningen .geeft). Lachis is een stad, 't eerst ons genoemd ten tijde van den intocht der Israëlieten onder Jozua (Jozua 10). De stad is toen verwoest, maar onder Rehabeam herbouwd en gemaakt tot een sterke vesting (2 Kron. 11 vs. 9). Eeuwen lang bleef de burcht onaangetast. Voor Sanherib's geweldige krijgers was zij echter niet bestand. De stad had toen dubbele muren, zware poorten en verhoogde bastions. Maar knielend en kruipend smeeken de verslagen Judeërs om genade. Honderd jaar later, als de Babyloniërs in 587 komen, gaat de sterke vesting in vlammen op. Na de ballingschap is de stad weer bewoond (Neh. 11 VS. 30), maar is dan verdwenen. Over de opgravingen nu van de puinhoopen schrijft dr. Van Selms zéér interessant, 't Gaat over vragen, rakende de oudste beschaving en 't oudste schrift; over de invloeden van Egypte op de cultuur en van de noordelijke volken. Vaatwerk en andere kunstnijverheidsproducten zijn gevonden. Een heiligdom is gevonden, dat op de helling van den heuvel lag. „Het mag op 't eerste gezicht vreemd schijnen, dat het heiligdom van Lachis buiten de stadsmuur werd gebouwd, doch wij 'Vinden het zelfde verschijnsel vaker (b.v. het heiligdom op de helling van den Gerizim) en worden herinnerd aan het feit, dat Israël een „tent der samenkomst" buiten de legerplaats bezat (Ex. 33). De gedachte, die er achter schuilt, is waarschijnlijk die van het streng gescheiden houden van heilig en profaan". „Dit heiligdom bezat een diepte van ongeveer 50 M., bij een grootste breedte van circa 25 M. De afmetingen zijn bescheiden, maar toch nog aanzienlijk grooter dan die van het tempelgebouw te Jeruzalem, dat Salomo daar had laten oprichten. Het is echter aanmerkelijk ouder dan Jeruzalem's heiligdom (tusschen de 2de helft der 15de eeuw tot ongeveer 1250 v. Christus). „De cultus van de godheid van Lachis schijnt een min of meer geheime dienst te zijn geweest". „De geheele aanleg van dit heiligdom herinnert aan de tempels te Beth-Sean voor het daar gevestigde Egyptische garnizoen opgericht". Dan wordt verder geschreven over voorwerpen die gevonden zijn, „toiletgerei uit albast, ivoor, glas, enz. „Al deze toiletartikelen zou men misschien niet in de eerste plaats in een heiligdom hebben gezocht. Men bedenke echter, dat de oud-Kananeesche religie haar voornaamsten wortel in de natuurdriften van den mensch had". „Men mag uit dit soort vondsten concludeeren, dat aan dit heiligdom ook priesteressen verbonden zijn geweest". „Een zeer fijn bewerkte ivoren hand is volgens het vermoeden van de opgravers van het godenbeeld afkomstig — maar misschien is het ook een wij geschenk geweest". „Men vond op één plaats een veertigtal scherven, die kennelijk van hetzelfde vat afkomstig waren. Met eindeloos geduld is men er tenslotte in geslaagd de kruik te reconstrueeren". Er stonden verbleekte teekeningen van dieren en planten op en ook een regel onbekend schrift; een alfabetisch letterschrift uit zéér vroegen tijd (tusschen 1295—1262 V. Chr.). Dan wordt door dr. Van Selms over het schriftsysteem van Egypte en van de Phoeniciërs geschreven. Ook archeologisch staat het vast, dat de Phoeniciërs het alfabet eerder gekend hebben dan de Grieken — vóór het jaar 1000 —. „Maar is het alfabet inderdaad aan de Phoenicische kust uitgevonden ? " Dan wordt over de turkooismijnen geschreven, die door de Egyptenaren omstreeks 1500 bij de Sinaï geëxploiteerd zijn, waar men allerlei inscripties heeft gevonden. Is dat het prototype van het oud-Phoenicisch schrift ? 't Is nog onzeker. En nu komt het schrift van Lachis daar tusschen staan (een soort missing link) ; Lachis. ligt ongeveer halverwege tusschen Sinaï en Phoenicië. Enz. Enz.
Boekbespreking, aankondiging van tijdschriften enz. besluiten deze aflevering, die er frisch uitziet.
„VIER TIJDVRAGEN".
Naar wij vernemen, zullen binnenkort de lezingen, welke gehouden zijn in de door de N.C. S.V. georganiseerde Utrechtsche Universiteitsweek, gebundeld verschijnen bij Uitgeverij G.. F.. Callenbach, te Nijkerk, onder den titel: „Vier Tijdvragen". Medewerkers aan dit boek. zijn: prof. mr. Paul Scholten, uit Amsterdam; prof. dr. W. J. Aalders, uit Groningen ; mr. N. Stufkens, uit Utrecht en dr. W. A. Visser 't Hooft, die resp. de volgende onderwerpen behandelen: „Kan een mensch iets van God kennen", „De bestemming van onze generatie". „Is geloof een goedkoope oplossing", „Het verschil tusschen goed leven en geloof".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's