HET DOOPSFORMULIER
HOOFDSTUK III.
De Sacramenten (vervolg).
De Roomsche sacramentsleer houdt ten nauwste verband met haar leer der genade. Want alleen door deze eigenaardige genadeleer kon het Trentsche Concilie tot de beruchte uitspraak komen, dat de sacramenten de genade bevatten en dat zij werken ex opere operato.
Op de eerste uitdrukking behoeven wij niet uitvoerig in te gaan. Het zal onze lezers duidelijk zijn, dat bij een schriftuurlijk genadebegrip, zooals dat door de hervormers weer is uitgewerkt, een dergelijke uitdrukking onmogelijk bruikbaar is, wijl men de genade, die wij behoeven, niet in een zichtbaar en tastbaar iets besluiten kan. Maar de Roomsche kerk, die van geschapen genade spreekt en daarover handelt, als ware dit een op zich zelf bestaande zaak, kan op de meest zakelijke wijze van de genade handelen en op de meest zakelijke wijze er mede omspringen, zoodat men de sacramenten zich daar kan voorstellen als gevuld met genade op de wijze, als in een pil of poeier van den dokter medicinale kracht schuilt. En het is te begrijpen, dat men op grond van deze verzakelijking der genade in de Middeleeuwen met haar gehandeld heeft als ware zij een handelswaar, die men voor geld kon koopen. De vrijheden, die aflaatkramers als Tetzel zich veroorloofd hebben, waren ten deele ook volgens de Roomsche kerk niet geoorloofd, maar zij hangen ten nauwste met deze verzakelijking van de genade samen. Alleen de Roomsche genadeleer kon zulk een schandelijk misbruik voortbrengen.
Onmiddellijk met de gedachte, dat de sacramenten de genade in zich bevatten, hangt die andere uitdrukking samen, dat de sacramenten werken ex opere operato.
Het meest gewone beeld, dat door Roomsche dogmatici gebruikt wordt, om deze woorden toe te lichten, is het beeld van een vuur of van een brandende haard. Die haard straalt warmte uit. Wanneer er echter een muur tusschen mij en die brandende haard is, gevoel en geniet ik de uitstralende warmte niet. Zoo kan er een obex, een verhindering zijn, waardoor de persoon, die het sacrament ontvangt, de kracht van het sacrament niet ontvangt. Zulk een obex is echter volgens de Roomsche leer zelden aanwezig; alleen in geval van een verschrikkelijke doodzonde b.v. wordt de kracht van het sacrament van zijn doorwerking beroofd; maar dat was niet, omdat het sacrament niet krachtig werkte, maar wijl hier een verhindering is, waardoor de altijd werkende kracht van het sacrament om zoo te zeggen de ziel niet bereiken kan.
Nu is het van groote beteekenis ten opzichte van het ontvangen der warmte, of men ver van de haard afstaat of tot dicht bij het vuur genaderd, is. Zoo kan ook van een zekere dispositie voor het sacrament worden gesproken, waardoor de kracht van het sacrament in den een tot voller openbaring komt dan in den ander, maar — en dat is de beteekenis van dit beeld — van het vuur straalt immer warmte uit; die brandende haard is in zich zelf een krachtbron van warmte. Zoo bevat het sacrament de genade in zich en werkt het door eigen kracht de genade in den mensch.
Heel dikwijls wordt door Roomsche dogmatici bij de uiteenzetting van de sacramentsleer de beschuldiging naar voren gebracht, dat de hervormers alleen van een werking der sacramenten willen weten ex opere operantis. Alleen van zulk een werking, want de Roomschen kennen ook deze werking ex opere operantis, maar deze is volgens hen niet voldoende, en moet noodzakelijk aangevuld worden door de werking ex opere operato.
Het onderschdid tusschen beide wordt door prof. Al. Janssens in zijn dogmatisch leerboek op deze wijze aangegeven. Als hij gezegd beeft, dat God gewild heeft, dat de menschheid, die door de zonde dood is in de bovennatuurlijke orde, weder levend gemaakt worde door den eenigen Verlosser Christus, in Wiens lijden en dood heil en leven is voor alle menschen, spreekt hij van twee manieren, waarop dit geschiedt: a. ex opere operantis, door het geloof Van den enkeling (gepaard met hoop en berouw), b. ex opere operato, door de sacramenten, of zooals de heilige Thomas zegt: geestelijker wijs door het geloof en lichamelijker wijs door de sacramenten. Maar het geloof als opus operantis volstaat niet tot heiligmaking; het is noch door zich zelf, noch gepaard met hoop en (onvolmaakt) berouw, in staat om den goddelijken levensstroom ten volle in den mensch te doen
overvloeien ; het is het eerste fundamenteel contact met de heiligende kracht van den Verlosser. Met het geloof daarentegen en hoop en (onvolmaakt) berouw, niet meer als opus operantis, maar als voorbereiding van het opus operatum, d.i. voor de werkende kracht van het sacrament, wordt de mensch werkelijk geheiligd of vervolmaakt in de heiligheid".
Het geloof wordt hier dus als een werk beschouwd. Door dit geloof, werkende door de liefde, zijn de vaders des O. T. volgens Rome geheiligd geworden. Want de sacramenten konden eerst de heiligende kracht ontvangen, die zij nu bezitten, nadat Christus Zijn werk had volbracht. Toen is de levenskracht van Zijn verlossing in de sacramenten besloten geworden. Daarom is het geloof nu wel van beteekenis als voorbereiding voor een juist ontvangen van het sacrament, als aangevende de vereischte dispositie, maar dit geloof bergt de levenskracht van Christus niet in zich ; deze ligt in de sacramenten besloten en kan alleen door de sacramenten in den geloovige worden uitgestort.
Duidelijk zal echter hieruit zijn, hoe Rome van de gedachte der hervormers niets heeft begrepen of niets heeft willen begrijpen. Want evenmin als in het stuk van de rechtvaardiging uit het geloof, dit geloof als een werk is bedoeld — in den strijd met de Remonstranten is dat duidelijk naar voren gekomen — evenmin hebben de hervormers in hun sacramentsleer het geloof tot een opus operantis willen proclameeren. Met andere woorden niet het geloof maakt de sacramenten krachtig en niet het geloof bepaalt de waarde der sacramenten. Ook voor het bewustzijn der hervormers hebben de sacramenten waarde en beteekenis, afgezien van het geloof, dat geloovig met do sacramenten werkzaam is of ze geloovig ontvangt. God zelf heeft die sacramenten beteekenis gegeven ; hun kracht hebben zij alleen van Hem, die ze instelde en niet van dengene, die ze ontvangt. Het geloof maakt dus de sacramenten niet krachtig, maar is het middel, waardoor de kracht der sacramenten gekend wordt. Niet in den zin van een voorbereidende dispositie, gelijk Rome wil, maar omdat het geloof alleen de geestelijke gaven kan aannemen, die God geeft.
Het groote onderscheid ligt dus ook hier weer in het genadebegrip. Rome verzakelijkt de genade zoodanig, dat deze langs physischen weg in den mensch kan worden overgestort, wanneer hij maar niet een bepaalde obex in den weg legt. De hervormers daarentegen kennen de genade Gods alleen als een geestelijk goed dat ook als het zichtbaar en tastbaar ons in het sacrament wordt voorgesteld, nochtans geestelijk blijft en daarom alleen door het geloof kan worden aangenomen.
De werking der sacramenten ex opere operato brengt, als ik die uitdrukking gebruiken mag, als het ware een ondergrondsche geleiding aan tusschen Christus en de Zijnen. Terwijl zij boven den grond vreemdelingen van elkander blijven, wordt langs deze ondergrondsche leiding de kracht van Christus' leven in hen uitgestort. Wat geestelijk in zich zelf is, wordt eerst in de sacramenten als in stoffelijke dingen opgelost om langs dezen physischen weg in de ziel van den mensch te worden ingestort. De levende Christus komt daardoor op den achtergrond en de sacramenten vervangen Hem, want zij bevatten alles in zich, wat Hij kan geven.
Eén voorbeeld van de verzakelijking der genade in het sacrament willen wij nog bijbrengen.
Wanneer het misoffer wordt opgedragen, geeft de priester, die het offer opdraagt, daaraan een bepaalde richting en niet alleen de priester, maar ook zij, die in breederen zin mede-offeraars genoemd kunnen worden. Het getal van de actueele offeraars vermindert de kracht van het sacrificie niet, maar wel „zal de vruchtbaarheid van het sacrificie minder zijn, waar voor twee honderd verschillende doeleinden geofferd wordt dan waar voor één bepaalde nood of persoon wordt geofferd". „Hoe zou de Kerk toelaten, dat voor een bepaalden mensch of voor een bepaalde ziel wordt geofferd als het sacrificie evenveel nut zal bijbrengen voor duizenden anderen op voorwaarde, dat ook deze anderen in de intentie des priesters besloten zijn ? Bovendien een toepassing der vruchten van 't sacrificie, die geheel afhangt van de intentie des priesters, volgt de gewone regelen der menschelijke daden. Wanneer nu iemand iets goeds wil bekomen voor duizenden tegelijk, zal zijn voornemen minder bepaald en duidelijk zijn met betrekking tot elk van die menschen dan waar voor een bepaalden persoon wordt geofferd, — en derhalve minder werkkrachtig." (prof. Al. Janssens. De Heilige Eucharistie, p. 163).
Is duidelijker blijk mogelijk, dat de genade als een quantiteit wordt behandeld. Als ik honderd appels verdeden moet, spreekt het vanzelf, dat in geval tien personen in aanmerking daarvoor komen, ieder van hen meer ontvangt dan wanneer er honderd zijn. Zoo gaat het met de genade in de Roomsche kerk ook. Gelukkig, dat het niet zoo gaat met de genade van Christus, want anders zou ik, een discipel zijnde, zeker gaan wenschen, dat er maar zoo weinig mogelijk zalig werden. Dan kreeg ik het grootste part. Gods genade is geen zakelijke stoffelijke quantiteit; Gods .genade is een geestelijk goed en uit deze volheid worden de geloovigen bedeeld met genade 'voor genade en nooit raakt deze rijkdom uitgeput.
Daarom echter moest de Roomsche kerk de genade in het sacrament verzakelijken en verstoffelijken, omdat zij het werk van den Heiligen Geest verloochend heeft om in plaats van dezen Plaatsbekleeder Christi den Paus te kunnen volgen, dien zij tot den Stedehouder van Christus op aarde heeft uitgeroepen.
O. a. d. IJ.
Woelderink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's