De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Je kunt zeggen, wat je wilt, buurvrouw, maar vrouw Kalma is de eerste geweest, die d'r op ingeloopen is, om te helpen en daarop den dokter te halen, nijdigde deze.
„Zoo ? Maar wie heeft dan de keuken gedweild, en de matten schoon gemaakt en gedroogd, en de wasch verder behandeld, zoodat die nu over de lijn hangt en door wie is het eten voor buurman klaar gemaakt ? Daar heeft vrouw Kalma toch zeker geen hand aangeslagen ! Maar vanzelf, de verpleegster spelen, om in den geur bij den dokter te komen, dat kan zij."
Gelukkig maar, dat de wagen van Murk in 't zicht kwam. Daardoor kreeg het gesprek dadelijk een andere wending. In kleine trippelpasjes, den kop gebogen ten teeken van vermoeidheid, draafde de hit de straat op, Hij rook den stal.
„Ruimte, menschen! de porceleinkast is in aantocht!" spotte een der anderen, meer om de buurvrouwen te verzoenen, dan om iets onaangenaams van Murk te zeggen.
Dat woord was voldoende, om dezen tot het onderwerp van het gesprek te maken. Wat lange dagen maakte hij. Even acht uur al op stap gegaan en nu bij zevenen. Haast de klok rond. Maar zoo'n dag werd ook verdiend. Wat zou hij wel niet verkocht hebben ? Vooral 's Maandags was het een beste dag. Dan trof hij ten eerste alle huisvrouwen thuis, aan de tobbe, en dan hadden deze óók nog geld in de beurs. Verder in de week viel dit bij de meesten niet mee, maar 's Maandags, zoo vlak op den Zondag, was er nog voorraad. En Murk was een gewiekste koopman, die precies wist hoe hij de menschen moest aanpakken, om hen tot koopen te bewegen. Wat zou hij zoo'n dag wel niet verdienen ? Toch wel een gulden of vijftien, als het geen twintig was, meende er een, en een ander wilde op risico de rest wel overnemen in ruil voor zijn eigen dagloon. Dat was beter dan bij den boer. En dan het mooie van dat vak. Je eigen baas, niemand naar de oogen behoeven te zien ; vrij om te beginnen en te eindigen wanneer je dit verkoos, en zooveel meer. Wat kwam die Murk ook langzamerhand op de kluiten. Vroeger zoo arm als een kerkrat en nu misschien wel op weg, kapitalist te worden.
„Hou, kedde !"
In een oogenblik waren eenige rappe handen gereed om te helpen het dier mede uit te spannen. De kinderen staakten hun spel en schaarden zich mede om den wagen.
„Goeden avond, " groette Murk vriendelijk, zijn dikke jas, die hij onder het rijden droeg, uittrekkende, terwijl zijn groet door de anderen op gelijke wijze beantwoord werd.
„Een goeden dag gehad, koopman ? " vroeg buurman Douwe.
„Zoo'n gangetje, en jullie ? "
„Als altijd hè ; vast traktement, vast armoede, dat weet je zeker nog wel van vroeger."
„Ja, 't valt niet mee, maar in den handel is het ook slap. Geen geld bij de menschen."
„En wij dachten juist, dat je zoo reusachtig verdiende ? "
„Ik klaag ook niet en ben dankbaar, maar het zijn lange dagen op den weg."
„'t Valt wel mee, zeker ? Heb je niet even een kop koffie op „Lucht en Veld" gehaald ? "
„'t Is waar ook, 'k ben blij, dat je me dit te binnen brengt. Wil je tegen je vrouw zeggen. dat zij morgen even bij de boerin moet komen ? "
„Hoor je het, Klaske ? "
„Wat is er voor nieuws ? "
„Je moet morgen naar „Lucht en Veld". Vrouw Siderius heeft een boodschap."
Aanstonds waaide de wind uit een anderen hoek. Onlangs had zij daar haar nood geklaagd over de slechte tijden, en dat er zoo weinig door de mannen verdiend werd, tengevolge waarvan het niet mogelijk was de noodige kleeding te koopen. „Of de vrouw er wel eens om denken wilde, " — had zij gevraagd, 't kon eens zijn, dat er wat half afgedragen kleedingstukken waren, die hier niet meer gebruikt werden en waaruit zij voor de kinderen nog wel iets nieuws maken kon. „Zij kon goed met de naald omgaan, al zei ze dit zelf".
Daarop had vrouw Siderius gezegd, dat zij haar kasten eens zou nakijken en anders met haar dochter, mevrouw van den directeur, d'r over spreken zou. Klaske hoorde daar dan wel nader van.
Nu kreeg deze de boodschap, door middel van Murk, om morgen te komen. Dat was dus het antwoord. Jammer, dat de anderen dit alles nu ook meteen wisten.
„Wat moet je daar doen ? " vroeg er al een.
„Weet ik het ? " klonk het kort. Maar aan haar gezicht was het te zien, dat de boodschap haar niet ongelegen kwam. En dat Murk deze nu weer brengen moest. Wellicht, dat de boerin met hem óók wel meer over haar gesproken had, vooral nu Pleuntje en hij het eens waren geworden. Zij mocht voortaan haar woorden wel wegen, die zij over hem sprak. Murk kwam overal en scheen erg in den smaak te vallen. Vooral op „Lucht en Veld".
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's