UIT DE AFDEELINGEN
SLUIPWIJK. Op 22 Januari j.l. kwam de Afdeeling bijeen. Deze vergadering was tevens jaarvergadering. Nadat op de gebruikelijke wijze geopend was, werd gelezen Psalm 104 vers 1—13 en vers 24 tot het einde, waarna ds. Damsté voorging in gebed. Na een kort openingswoord tot alle aanwezigen en in het bijzonder aan de afgevaardigden van de zuster-afdeelingen in omliggende plaatsen en van de vereenigingen alhier, werden de notulen gelezen en goedgekeurd, waarna de ingekomen stukken werden behandeld.
Vervolgens brengen secretaris en penningmeester verslag uit over het afgeloopen jaar.
Hierna houdt de eere-voorzitter een inleiding over de Institutie van Calvijn, en wel over de hoofdstukken 15 en 16. Als inleider de mooie inleiding beëindigd heeft, wordt er gepauzeerd.
Na de pauze wordt de vergadering voortgezet met het zingen van Psalm 146 vers 2 en 3, waarna de afgevaardigden gelegenheid krijgen om zich tot de Afdeeling te richten. Vervolgens is er gelegenheid tot het stellen van vragen over de gehouden inleiding, waarvan eenige personen gebruik maken.
Als afgevaardigden naar den Bondsdag worden benoemd A. Verdoold en J. van Bodegraven; plaatsvervangers zullen zijn P. van Zwieten en A. P. de Klerck.
Nadat Psalm 100 vers 2 gezongen is, wordt de vergadering met dankgebed gesloten.
Aanwezig 16 leden, 3 bezoekers en 8 afgevaardigden.
BLAAKMEER, Secretaris.
De Afdeeling kwam 18 Febr. bijeen tot het houden van een ledenvergadering. Deze vergadering, die op de gebruikelijke wijze werd geopend, werd bezocht door 9 leden en 3 bezoekers.
Nadat de eere-voorzitter een kort openings woord gesproken heeft, leest de secretaris de notulen, die onveranderd worden goedgekeurd.
Ingekomen stukken zijn er niet, zoodat ds. Damsté hierna gelegenheid krijgt tot het houden van een vervolg op de reeds gehouden inleidingen over de Institutie van Calvijn. Evenals de vorige, is dit ook weer een leerzame inleiding g en met onverdeelde aandacht wordt spreker gevolgd. Als inleider geëindigd heeft, wordt er gestemd tot het kiezen van een bestuurslid. De aftredende heer J. v. d. Smit, wordt met 8 van de 2 9 stemmen herkozen.
Hierna wordt door enkele leden verslag uitgebracht van de door hen bezochte jaarvergaderingen van zuster-of aanverwante vereenigingen. Na de pauze houdt vr. Verdoold een inleiding over de Kerkgeschiedenis.
Verder wordt besloten om in Maart te vergaderen samen met de Jongelingsvereeniging.
Nadat gezongen is het laatste vers van Psalm 1 97, gaat ds. Damsté voor in dankgebed.
BLAAKMEER, Secretaris.
GOUDA. Wegens drukke werkzaamheden kon ds. Van der Linde, van Kootwijk, en door ongesteldheid van ds. Schipper, van Kockengen, de lezingen niet houden, die op ons program I stonden. Thans volgt nog ds. Van Dijk, van Rijnzaterwoude D.v. 31 Maart.
Hierbij nu verslagen van 5 cursus-avonden, waar de onderwerpen zijn behandeld: Het Reveil, De Ledeboerianen, De Doleantie, De Chr. Geref. Kerk en Pogingen tot herstel der Kerk.
6de Cursus : Het Reveil. Spreker ds. Van der Linde, van Lopik. Hier volgt het verslag :
Na de gebruikelijke opening leidde onze eerevoorzitter, ds. B. van Ginkel, den spreker in, zich verheugende dat zoovelen waren opgekomen om over dit onderwerp te hooren en verleende hem daarna het woord.
Ds. Van der Linde begon zijn rede door ons eerst te bepalen bij de beteekenis van het woord „Reveil"; het is ontwaken, opstaan, oproep tot den strijd, waken en bidden, en dit „Reveil" is een werk des Heiligen Geestes, het is de sprake Gods : „Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit den dood, en Christus zal over u lichten".
De spreker noemt verschillende tijdsvoorbeelden, waarin zulks in de Kerk plaats had gegrepen. Dit „Reveil" had zijn oorsprong in Fransch-Zwitserland, vooral in Geneve, en noemt de namen van Caesar Malan, Secretan en Merle d' Aubignè ten tijde van Napoleon in het tijdperk 1800. Evenwel de grootste oorsprong van het „Reveil" ligt In den hemel, want in Hem, uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen, ook het „Reveil". Hoor maar wat de Heere Jezus tot Nicodemus zegt: „De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, en gij weet niet waar hij henengaat, alzoo is een iegelijk die uit den Geest Gods geboren wordt". Dat is Reveil.
Het „Reveil" stoot klanken uit; dat liet de Heere hooren, boven Napoleon uit, die dacht dat hij de grootste was ; neen. God de Heere is de grootste, de Almachtige.
De grondgedachte was „de Rede", de zelfgenoegzame vroomheid en braafheid, maar ook hoogmoed, evenwel zonder geloof en gerechtigheid, wat als gevolg had duisternis en revolutie ; de mensch werd verheven en verheerlijkt, en dat is revolutionair.
Maar God lof, toen openbaarde God zich. Hij kwam blazen in de dorre doodsbeenderen en toen kwam het „Reveil Gods" openbaar, mannen als Bilderdijk, Capadose, Da Costa, Groen van Prlnsterer en Kohlbrugge verwekte de Heere door 't „Reveil" te blazen. Zij, door den Heere voorgelicht, sloegen den bodem in van alle vleeschelijke vroomheid en hoogmoed, en de Heere schonk redding, en dit vooral in de beschaafde kringen, waarvan de vrucht in de lagere standen gezien en genoten werd.
Treurig was de toestand in de Hooge Scholen ; de rede domineerde, en dit kreeg door het „Reveil" gevoelige klappen ; Gods Woord werd door de professoren ontzield en de studenten gaf men een surrogaat, waarvan mede een man uit de Reveil-kringen het slachtoffer was, welke menige scherpe pijl op 't Reveil afgeschoten heeft.
Het Reveil greep naar Calvijn terug en bovenal naar het Woord Gods ; het zuivere Woord Gods werd weder gehoord en gepredikt en daar kon geen moderne of zoetsappige vrome prediking tegen op, want het Reveil roept wakker, en dat Reveil is rechtzinnig, en dat is de Geest van Christus.
Het „Reveil" der geestelijke opwekking met de ongeestelijke Kerk dier dagen in botsing, de afscheiding van 1834 is een kind van het „Reveil". Evenwel gingen niet alle Reveil-mannen met de Afscheiding mede; geen der bovengenoemde.
De opkomende Ethische richting zocht een antwoord te geven, doch heeft het tot heden nog niet gekund, heeft ook geen positief Kerkbegrip. Kerkelijk heeft het Reveil schipbreuk geleden, doch geestelijk heeft het veel zegen afgeworpen, en dit kon ook niet anders, want Gods Geest werkte.
Het „Reveil" dus was een geloofsopwekking; ook een geloof, door de liefde werkende.
Vruchten van het Reveil zijn voorts ook de Chr. Scholen, de Zondagsscholen, Jongelingsvereenigingen en niet te vergeten de Gestichten der Christelijke Barmhartigheid; denk vooral aan de Heldring-Gestichten te Zetten.
Maar nu : „het Reveil en wy". Aantrekkelijk is het onderwerp „Het Reveil", doch heeft het ons ook wat te vragen of te zeggen, zijn wij „Reveil-menschen ? Hebben wij of beleven wij in ons leven al by bevinding „Reveil" ? Of is het in ons en in onze dagen en in onzen tijd niet noodig ? Gewis en zeker !
Het Reveil verootmoedigt. Hoor maar, zij zegt:
„Wij hebben gezondigd en onze vaderen, en gedaan dat kwaad was en is in Uw heilig oog, o God", en ook: „Geef mij verstand, met godd'lijk licht bestraald, dan zal mijn oog op Uwe wetten staren". Dan is het „Reveil".
Zij daarom ons hopen, ons verwachten, ons bidden, dat die God, die trouwe hield en dus houdt — dat Christus, die de getrouwe Koning van Zijn Kerk is en blijft tot het einde der dagen — over ons uitstorte opnieuw, maar als vanouds — die Geest der genade en der gebeden, die Heilige Geest, die ouden en jongen doet profeteeren en die vrucht is van het opwaken (het Reveil) dies Heiligen Geestes.
Van de gelegenheid tot het stellen van vragen werd ook thans weer gebruik gemaakt, welke vragen door den spreker tot voldoening werden beantwoord.
Onze eere-voorzltter dankte ds. Van der Linde recht hartelijk voor zijn keurig gehouden referaat en roept hem „tot weerziens" toe.
Hierna sluit ds. Van der Linde met dankgebed.
Wij hebben recht genoten en geleerd !
C. J. REVET, Secretaris.
ROTTERDAM—KRALINGEN. Woensdag j. 1. hield ds. P. van Toom op een zeer goed bezochte vergadering een referaat over „De Verzoening". Door de groote welwillendheid van den spreker, dien we daarvoor hartelijk bedanken, zal de lezing in „De Waarheidsvriend" worden opgenomen. Besprekingen over de Paaschcollecte werden gehouden, waarvoor nu alles geregeld is. Geve de Heere straks een goede uitkomst van ons pogen om het Studiefonds te steunen !
DE SECRETARIS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's