De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Enkele momenten uit Christus’ lijden en sterven nader bezien.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Enkele momenten uit Christus’ lijden en sterven nader bezien.

10 minuten leestijd

II.
Met welk doel zouden Jezus' beenen gebroken worden ?
„De Joden dan, opdat de lichamen niet aan het kruis zouden blijven op den sabbat, dewijl het de voorbereiding was (want de dag des sabbats was groot), baden Pilatus, dat hunne beenen gebroken, en zij weggenomen zouden worden".
Pilatus willigde dit verzoek der Joden in, en de soldaten kwamen om er uitvoering aan te geven.
Den grond van de overweging der Joden zoekt men in Deuteronomium 21 : 22, waar van Godswege verordend wordt, dat de lichamen van hen, die door ophangen terdood gebracht zijn, nog denzelfden dag zullen worden begraven. Het beroep op dit voorschrift gaat hier echter moeilijk op. De kruiselingen op Golgotha waren nog niet dood ; het kon zelfs nog wel zeer lang duren, alvorens zij den geest zouden geven. Het kruislijden was hardnekkig. Het kon nog wel twee dagen aanhouden. De wet van Deuteronomium is hier niet aan de orde. Het motief der Joden moet een ander geweest zijn.
De Joden leggen nadruk op den naderenden sabbat. Met dit gegeven hebben wij rekening te houden. Ongetwijfeld wordt hier verwezen naar een andere wet, die niet eiken dag, maar alleen met betrekking tot den komenden sabbat gold. Men heeft gemeend, deze gevonden te hebben bij Flavius Josephus, waar hij melding maakt van een decreet, uitgevaardigd door Caesar Augustus, dat de Joden op den sabbat en op de voorbereiding van den sabbat van de negende ure af van alle publieke aangelegenheden vrijstelde, vooral wat recht en gericht betrof. Ook de foltering behoefde dus niet voort te duren. Omdat Pilatus dit keizerlijk edict eerbiedigen wilde, gaf hij zijn manschappen de vereischte orders. Dat er bij de Joden medelijden was met de kruiselingen, behoeven wij niet te onderstellen. Ook tot deze daad werden zij uit haat en vrees jegens den Nazarener gedreven. Wij zullen dat nader zien.
Omdat de Joden een spoedig sterven van de kruiselingen nog niet verwachtten, verlangden zij het breken der beenen.
Waarom ?
In den regel neemt men aan, dat deze maatregel genomen werd om den dood te verhaas­ten en aan het leven dus een einde te maken. Het zou de genadestoot zijn, die den kruiseling gegeven werd. Het is echter, ook door ervaringen uit den jongsten wereldoorlog, bekend, dat het breken van beenen geenszins een onmiddellijke dood veroorzaakt. Integendeel kan men na dergelijke beenbreuken nog lang leven. Ja, ze kunnen zelfs nog genezen.
Wanneer men de gegevens over deze kwestie ernstig beschouwt, dan blijkt het, dat het breken der beenen geen bespoediging van den dood, doch een nieuwe foltering was, die een doel had.
Indien het werkelijk waar was, dat dit beenbreken een spoedigen dood veroorzaakte, hoe is dan Pilatus' verwondering te verklaren, wanneer hy van Jozef van Arimathea verneemt, dat Jezus reeds gestorven is (Marcus 15 : 44) ? Het geval komt hem zóó vreemd voor, dat hij zich verstaat met den hoofdman over honderd. De uitzondering van Jezus, die op eigen tijd uit het leven scheidde, bevestigt den regel, dat kruiselingen altijd langer leefden. Nimmer kwam de dood zóó spoedig, ook niet na het breken der beenen, waartoe Pilatus reeds bevel had gegeven.
Waarom verlangde men dan het breken der beenen ?
Bij de beschouwing van de formuleering van het verzoek, hebben wij ook in aanmerking te nemen, dat er sprake is van het „wegnemen" der lichamen. Een betere vertaling van den tekst is : „dat hun beenen gebroken en zij weggebracht zouden worden". Het breken der beenen en het transporteeren van de nog levende kruiselingen is één geheel.
Evenmin als de edik, bedoelt het breken der beenen tegemoet te komen aan het schrikkelijk lijden der gemartelden. Veeleer het tegendeel. Want na deze nieuwe pijniging was hun smart nog niet ten einde. Alle handelingen met kruiselingen waren op hevige foltering berekend. Zooals zij vóór hun kruisiging gegeeseld werden, opdat hun bebloede rug door de ruwe houten paal onzegbaar zou gepijnigd worden, zoo werden de beenen der kruiselingen gebroken, opdat zij bij het transport naar elders nog heviger marteling zouden ondergaan. Bovendien kon het slachtoffer geen enkele poging tot ontvluchting ondernemen. Het was totaal weerloos, en niet in staat eenigen weerstand te bieden. Ook eventueele bevrijdingsmogelijkheden waren onder deze omstandigheden absoluut uitgesloten. Verschillende „belangen" werden dus op deze wijze gediend Straffen en maatregelen als deze werden door de Romeinen meermalen opgelegd en genomen.
Als de soldaten bij Jezus komen, bemerken zij, dat Hij reeds gestorven is. Daarom breken zij Zijn beenen niet. Waaruit valt te concludeeren, dat deze maatregel géén middel was, dat een snellen dood tengevolge had. Anders had men ze, bij twijfel, óók bij Jezus voor alle zekerheid kunnen nemen. Nu doorsteekt men Zijn hart met een lans (wel een afdoend middel om terstond te dooden !). Jezus' beenen worden niet gebroken, omdat men een doode toch niet folteren kan, enz.
Over het doel, dat men had met het wegbrengen der kruiselingen, spreekt Johannes niet. Zulks was voor zijn lezers niet noodzakelijk. Zij waren met het verloop van dergelijke executies op de hoogte, zoodat een nadere uiteenzetting overbodig mocht geacht worden.
Algemeen leeft onder ons de gedachte, dat het lichaam van Jezus, tezamen met de andere kruiselingen, in één graf zou ter aarde besteld zijn, wanneer Jozef van Arimathea niet verschenen was, en bij Pilatus niet om het lichaam gevraagd had. Wanneer het de bedoeling geweest is Jezus te begraven, dringt zich dan de vraag niet aan ons op, waarom de Overpriesters en de Farizèërs niet terstond voor een bewaking van het graf gezorgd hebben, welke later, bij 't vernemen van het gerucht, dat Jozef van Arimathea Jezus begraven heeft, plotseling zoo noodzakelijk blijkt ? Nalatigheid of vergeten kan hier niet als verklaring aangevoerd worden. Het eenige afdoende en bevredigende antwoord is, dat een wacht niet noodig was, omdat de kruiselingen na het breken hunner beenen bestemd waren om levend verbrand te worden, buiten Jeruzalem, in het Gehennadal. Er is geen enkele aanleiding om deze conclusie, waartoe men na een breed onderzoek gekomen is, in twijfel te trekken, wanneer men weet, dat de Romeinen wel meer levend verbrandden. Vooral rebellen ondergingen dit lot, waardoor de Romeinen vereering e.d. van den kant hunner mede-opstandelingen onmogelijk maakten. Ook in Jeruzalem was het verbranden van rebellen niet ongewoon. Wederom is het Flavius Josephus, die mededeelt, dat Herodes o.m. een veertigtal jongelingen, die den gouden arend van den tempel gerukt hadden, levend heeft laten verbranden.
Wanneer wij deze dingen weten, dan behoeft deze niet bekende opvatting ons niet zoo vreemd voor te komen. Zij maakt veel duidelijk, wat tot op heden onbevredigend was. De nieuwe onderzoekingen van oude bronnen hebben dan ook ongetwijfeld hun waarde. Over veel duistere punten doen zij nieuw licht opgaan, en de ware beteekenis der feiten wordt er door verdiept.
Wij zeiden reeds, dat geen menschlievendheid de Joden tot hun verzoek aan Pilatus dreef. Doch haat en vrees jegens Jezus. Uit haat gunden zij Hem geen eerlijke begrafenis, waarop de Jood reeds tijdens zijn leven trots was, en waarvoor hij, b.v. door het koopen van een mooi graf, maatregelen nam. Ook zou Zijn gebeente hun grond niet verontreinigen. Hun vrees wortelde in verschillende uitspraken van den Christus. Had Hij niet gezegd, dat Hij wederkomen, en na drie dagen opstaan zou ? De Joden geloofden dit wel niet, maar men kon nooit weten. De opwekking van Lazarus lag hun nog versch in het geheugen.
Het verzoek der Joden ging uit van de wetenschap, dat het, wanneer 't werd ingewilligd, spoedig met dezen „koning" zou zijn gedaan. Weldra zou er geen spoor meer van Hem te vinden zijn. In hun haast kwam een Romeinsche wet hun te hulp.
Indien alles aldus beraamd was, krijgt dan het woord van Johannes 19 : 36 „Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde : Geen been van Hem zal gebroken worden", geen geweldige diepte? In de doorsnee-beschouwingswijze wordt het al of niet breken van Jezus' beenen eigenlijk niet verstaan. Uit boven uiteengezet oogpunt beschouwd, zien wij, aan welk gruwelijk bedrijf God Zelf Zijn Zoon onttrekt.
Waarom kon Jozef van Arimathea Jezus' lichaam redden ?
Wanneer Jezus' lichaam dus niet bestemd was voor het graf, dan is deze vraag wel gewettigd : Hoe kon Jozef van Arimathea een en ander verhinderen? Is het bovendien niet aannemelijk, te onderstellen, dat allereerst Jezus' moeder of Zijn verwanten de aangewezenen waren om het lichaam van Jezus op te vragen? En waarom gaat Nicodemus, die met Jozef in hetzelfde college zitting had, niet mee?
Het antwoord op deze vragen vinden wij, wanneer wij weten, dat sommige leden van den Raad een hoogere positie innamen dan de overigen. Zij waren de z.g.n. dekaproten, de tien voornaamsten, die het hoogst aangeslagen waren in de belasting. Uit dien hoofde namen zij onder hun mede-ambtgenooten een bijzondere plaats in ; ook hadden zij, in tegenstelling met de gewone Raadsheeren, in diverse aangelegenheden een uitvoerende macht. Door den stadhouder werd dit tiental voorname leden steeds terstond ontvangen; zij stonden als vertegenwoordiging van den Hoogen Raad met Pilatus in contact ; alleen zij konden met Pilatus een onderhoud hebben, wanneer zij zulks wenschten.
De gegevens, die het Evangelie omtrent Jozef biedt, zijn van dien aard, dat de onderstelling, dat hij inderdaad tot deze aanzienlijke leden heeft behoord, verantwoord is. Heel zijn optreden wijst er op.
Volgens Mattheüs 27 : 57 is Jozef een rijk man, zoodat hij krachtens zijn rijkdom tot een der tien werd aangewezen. Marcus noemt hem een aanzienlijk ^) Raadsheer (een betere vertaling van het woord eerlijk in Marcus 15 : 43), waaruit ook zijn bijzondere positie valt af te leiden. Ook zijn gaan tot Pilatus kan alleen verklaard worden, wanneer men Jozefs onderscheiding aanvaardt. Alles tezamen wijst er duidelijk op, dat Jozef in kwaliteit handelde en succes hebben kon. Hij alleen kon van Pilatus toestemming verkrijgen om Jezus' lichaam te mogen begraven. Voor Nicodemus stond het huis van Pilatus niet zoomaar open, wijl hij slechts een van de overige zestig Raadsheeren was, die het recht, dat Jozef had, niet bezaten.
Ook waren Jozefs persoonlijkheid en aanzien er Pilatus borg voor, dat er met Jezus' lichaam geen buitensporigheden zouden voorvallen, Indien hij daarvoor bevreesd was geweest, dan zou hij óók Jozef zijn toestemming hebben kunnen onthouden. Vooral omdat Jezus een rebel was.
Wat zal de woede jegens Jozef van Arimathea bij den Hoogen Raad groot geweest zijn! Als verrader zal men hem kwalijk bejegend hebben. Wellicht heeft men hem uit de synagoge geworpen (Johannes 9 : 22), wijl hij een eervolle begrafenis gegeven had aan een, wien zulks niet toekwam.
Nog vele punten uit het lijdensevangelie zouden op deze wijze nader toe te lichten zijn. Wellicht is hier later nog eens gelegenheid voor.
Wij eindigen onze reeks, doch niet zonder de verklaring, dat wij bij Christus' lijden en sterven niet mogen blijven staan. Want over de duisternis van Golgotha rijst dra het licht van den Paaschmorgen, wanneer 't Opstandingslied wederom ruischen zal door de gewelven van onze kerkgebouwen, en het alom zal worden verkondigd, dat de Heere waarlijk is opgestaan!
Theologisches Wörterbuch zum Neuen Testament in voce: Euschêmoon, hrsg. von Gerhard Kittel, Band II, Stuttgart 1935, S. 769 f.

D.

d. Z.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Enkele momenten uit Christus’ lijden en sterven nader bezien.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's