De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

18 minuten leestijd

NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
Beroepen : te Zegveld J. G. van leperen te Leerbroek — te Meeuwen (N.-Br.) J. van Harrevelt, cand. te Den Haag — te Midwolda (toez.) S. Hoekstra, cand. en hulppr. te Joure — te Wijhe (Ov.) W. Th. Hoek te Hardenberg — te Hoevelaken I. Kievit te Baarn — te Assen (Evang.) H. W. Cazemier te Marrum — te Emst E. van Asch te Sommelsdijk — te Budel A. Bloemendaal, cand. te Drempt — te Engelen W. A. Vrijlandt, cand. te Biervliet (Z.) — te 's Heer Abts en Sinoutskerke P. N. Tonsbeek te Kamperland — te Veghel (toez.) J. H. de Nee te Asten.
Aangenomen :
naar Velp (toez.) C. J. Laarman te Huizum (Evang.) — naar Hantum ca. (toez.) J. W. v. d. Heil te Kattendijke — naar Oldebroek B. G. C. Steenbeek te Bennekom — naar Colmschate A. V. d. Walle te Eek en Wiel.
Bedankt:
voor Rotterdam I. P. van der Waal te Hengelo (Ov.) — voor Kerkdriel Alex Kentie te Haamstede (Z.) — voor Nijland R. Bijlsma te Eexta, (Gron.).

GEREFORMEERDE KERKEN.
Drietal:
te Zonnemaire : A. B. C. Hofland, cand. te Naaldwijk; B. A. van Lummel, cand. te Willemstad en A. J. van der Sluis, cand. te Middelburg.
Tweetal:
te Bierum : E. Teunis te Oostzaan en A. W. Wymenga te Jutrijp-Hommerts. Beroepen :
te Zonnemaire A. J. v. d. Sluis, cand. te Middelburg — te Overschild P. H. de Kleer, cand. hulppred. te Montfoort — te Utrecht D. Zwart te Aalten — te Uithuizen A. W. Wymenga te Jutrijp-Hommerts.
Aangenomen :
naar Nieuw-Beets D. A. Zijlstra, cand., hulppr . te Antwerpen—Mechelen — naar Berkum (Ov.) A. B. Roukema, cand., hulppr. te Heemse.
Bedankt:
voor Oosterbeek D. Scheele te Assen.

GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Bedankt:
voor Bruinisse P. Honkoop te 's-Gravenhage.

Afscheid, bevestiging: en intrede.
Ds. M. B. Verkerk, pred. der Ned. Herv. Gem. te Oude-Tonge, nam Zondag j.l. voor een zeergroote schare afscheid van zijn gemeente wegens vertrek naar Daarle. Tot afscheidstekst was gekozen Prediker 12 vs. 13 en 14. Na de gebruikelijke toespraken werd de vertrekkende leeraar toegesproken door ds. J. Polhuijs, van Stad a/h Haringvliet, en door den consulent ds. J. G. R.. Langhout, van Den Bommel. Toegezongen werd Psalm 121 vers 4.
Na een vacature van slechts 31/2 maand heeft, de Ned. Herv. Kerk van Daarle Zondag j.l. weer een leeraar ontvangen en heeft ds. M. B. Verkerk, gekomen van Oude Tonge, zijn intrede gedaan met een predikatie over Joh. 19 vers 19, 20. Des morgens was hij bevestigd door ds. J. Th. van Veenen, van Vroomshoop, die sprak over 1 Oor 1 vers 23, waarna de gemeente ds. Verkerk Psalm 134 vers 3 toezong. Op de intreepredikatie volgden toespraken tot den Kerkeraad, tot den consulent en bevestiger, ds. Van Veenen, daarna, tot den loco-burgemeester der gemeente Hellendoorn. Kiescollege, College van Kerkvoogden en Notabelen, organist, koster, Jongelings-en Meisjesvereenigingen, hoofd en personeel der Herv. School en tenslotte tot de gansche gemeente.
Na de dankzegging werd den nieuwen leeraar een hartelijk welkomstwoord namens het Gemeentebestuur van Hellendoorn toegeroepen door den hr. Boers, waarnemend burgemeester. Voorts werd het woord gevoerd door het hoofd der Hervormde School, den heer Dijkerman.
Namens Kerkeraad en gemeente werd ds. Verkerk tenslotte op hartelijke wijze toegesproken door den consulent, ds. Van Veenen, op wiens verzoek de gemeente haar nieuwen leeraar toe­ zong Psalm 132 vers 6.
(De Rotterdammer)
— Nadat hij des morgens was bevestigd door ds. J. Spelt van Rijssen (consulent van Wierden) deed ds. K. v. d. Pol, overgekomen uit Hardinxveld, onder zeer groote belangstelling zijn intrede bij de Ned. Hervormde Gemeente te Wierden.
Z.Ew. bepaalde zijn gehoor bij Coloss. 4 : 3a, wijzende Ie op de taak der gemeente ; 2de de daad Gods en 3de de roeping van den Dienaar des Woords.
Nadat ds. v. d. Pol den burgemeester, den Kerkeraad ; de jeugdorganisatie, notabelen, 'kiescollege, koster en organist had toegesproken, voerde nog het woord ds. Spelt als vriend en collega en liet de bekende zegenbede uit Psalm 134 zingen.
(De Rotterdammer).

Rectificatie.
In verslag van het afscheid van ds. K. van. de Pol, te Hardinxveld, in ons vorig nummer, werd als tekst vermeld Philipp. 1 vs. 28 en 29. Dit - was onjuist; de tekst was Phiipp. 1 vs. 27 en 28.

Evangelisatie te Oude Pekela.
In een zeer goed bezochte dienst in de Evangelisatie op G.G. mocht 7 Maart j.l. worden herdacht dat onze geachte voorganger, de Eerw. heer H. v. d. Veen, 12'/2 Jaar onze Evangelisatie heeft gediend. Als tekst voor deze ure had de voorganger gekozen Psalm 142 vers 4 (eerste gedeelte).
Na deze rede werd hij toegesproken door onzen voorzitter, den heer D. de Haan, welke hem ook woorden van dank bracht voor hetgeen hij voor onze Evangelisatie heeft gedaan. Tevens werd dank gebracht aan mevr. v. d. Veen, voor het vele werk, hetzij op het gebied van de Zondagsschool, Vrouwen-, grootere en kleine Meisjesvereenigingen, waarvan zij steeds de leiding heeft
De voorzitter eindigde en verzocht hun staande toe te zingen Psalm 134 vers 3.
De heer De Haan sprak eenige woorden van dank als oudste bestuurslid.
Tenslotte dankte onze geachte voorganger de sprekers, bet Bestuur en de gemeente, Toor hun mooie cadeaux, bloemstukken en felicitaties.

Wijlen ds. B. Batelaan.
In het Jaarboek voor de Ned. Herv. Kerk (onder redactie van ds. H. C. Briët, te Utrecht, uitgave : N.V. Drukkerij Nauta & Co., te Zupthen) lazen we van de hand van J. d. B. te R. (in welke letters gemakkelijk de naam van ds. J. de Bruin te Rotterdam te herkennen is) een levensbericht van ds. B. Batelaan, dat we gaarne hier overnemen :
„Ds. B. Batelaan werd den 20 Febr. 1878 te Koudekerk a/d Rijn geboren. Door de bizondere leiding des Heeren kwam hij naar Leiden om aldaar te studeeren voor het predikambt in de Ned. Hervormde Kerk. Op 10 Januari 1904 werd hij te Waarder bij Woerden door zijn leermeester ds. C. Hartwigsen, van Leiden, in het ambt bevestigd. Nauwelijks twee jaar predikant, bleek het, dat vele gemeenten hem tot hun leeraar begeerden.
Geen wonder. Zijn prediking was ernstig en gevoelvol, bood rijke troost aan allen, die neergebogen en verslagen waren. Maar dan één, die ds. B. Batelaan van nabij kende, hoorde in zijn predikaties eigen leven, eigen zielsworsteling van den prediker. Bovendien betoonde hij zich een uitnemend en getrouw pastor, die met de leden zijner gemeente meeleefde en hun nooden verstond. Daarom was zijn prediking een uitdragen van het rijke Woord Gods in den nood, waarin hij zijne gemeente zag.
Te begrijpen is het, dat in.de gemeente, die hij diende, kerkelijke opbloei zichtbaar werd. Veler begeerte was dezen prediker, die niemand spaarde en toch vol liefde vermaande, te hooren.
Behalve op kerkelijk gebied, bewoog ds. Batelaan zich op allerlei terrein, dat meer of minder in verband stond met het Koninkrijk Gods. Hij was lid van het Hoofdbestuur van den Gereform. Bond. Jarenlang was hij lid van het Bestuur van den Bond voor Geref. Ziekenverpleging. Sterk was zijn ijveren voor het werk der Zending, zooals dit geschiedt van de zijde van den Gereform. Zendingsbond. Als Anti-revolutionair schaamde hij zich dit beginsel niet. Als voorstander van Christelijk Onderwijs trad hij als een krachtig strijder daarvoor op.
Door het beginsel, dat hij beleed, gedreven, gaf hij den indruk niet anders te kunnen handelen, zoodat hij in zijn strijden bij voor-en tegenstander achting afdwong. Beminnelijk van karakter en teer van gemoed, wist hij velen te ontwapenen, ja, wist daardoor vele harten te winnen. Kwam men met hem in aanraking, dan werd beseft, dat hij, die klein van zichzelf dacht, slechts handelde in opdracht van zijn grooten . Zender. Dat was zijn kracht in al wat hy verrichtte.
Negen gemeenten heeft hij mogen dienen. Waarder, Hoogeveen, Ouderkerk a/d IJsel, De Bilt, Amersfoort, Zeist, Utrecht, Barneveld en Huizen (N.-H.).
In Utrecht kreeg zijn gezondheid een geduchte knak. Rust werd hem door den medicus streng aanbevolen. Daarom voelde hij zich verplicht het stadsleven aan anderen over te laten en zich te begeven naar het stille, rustige Barneveld. Langzamerhand voelde hij zich weder gesterkt tot zijn arbeid in deze gemeente, waar hij ongeveer 5 jaar met veel zegen werken mocht.
In 1934 vond hij vrijmoedigheid om de beroeping naar Huizen (N.-H.) op te volgen. Twee en een half jaar mocht en kon hij nog werken in deze groote gemeente, die hem lief kreeg. Den ISden November hield hij nog voor een groote schare een bijbellezing over een gedeelte van het boek Jona. Met zeer veel moeite gelukte 't hem deze prediking te beëindigen. Thuisgekomen, begaf hij zich naar bed, om reeds na een week te ontslapen in Hem, Dien hij gediend had met de krachten, hem daartoe verleend.
Hij heeft zijn wensch verkregen om te sterven nog staande in het ambt.
Den 20sten November werd een overweldigenddrukke rouwdienst gehouden in de Oude Kerk, 't zelfde kerkgebouw, waar hij 12 dagen geleden Gods Woord had mogen bedienen.
Onder het klokkengelui der beide kerkgebouwen werd hij door den Kerkeraad en de Kerkvoogdij van Huizen, gevolgd door een groote schare van ambtgenooten, vrienden en bekenden, grafwaarts gedragen.
Hier rust zijn lichaam tot den jongsten dag, en voor degenen, die hem gekend hebben, blijft, Gode zij dank, het woord van den Spreukendichter over : „De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn".

Scandinavië tegen de Godloozenbeweging.
Op initiatief van het Protestantsch Wereldverbond, voorzitter-secretaris prof. dr. J. R. Slotemaker de Bruine, Nederland, secretaris dr. G. O. Ohlemüller, te Berlijn, heeft zich in de Scandinavische met inbegrip van de Baltische landen, een „Noordelijke centrale tegen de Godloozenbeweging" gevormd met een secretariaat te Kopenhagen. Deze centrale zal met dergelijke centralen in andere landen in verband treden.

Commissie van Voordracht.
De Kerkelijke Hoogleeraar wordt door de Synode benoemd uit een voordracht van drie. De Synode, of, als zij niet vergaderd is, hare Commissie, beslist, bij vacature, of in het belang van het onderwijs een buitengewone vergadering van de Synode tot vervulling van de vacature moet worden saamgeroepen. In zoo'n geval vergadert de Commissie van Voordracht uiterlijk vier weken vóór dien dag te 's-Gravenhage, door den Secretaris der Synode uiterlijk acht dagen te voren daartoe opgeroepen. ledere Kerkelijke Hoogleeraar (van Utrecht, Leiden en Groningen) kan advies inzenden bij die Commissie. De voordracht zelve ontvangt de Synode met redenen omkleed ; een en ander onder het zegel der geheimhouding. Binnen drie maanden, nadat de Hoogleeraar verklaard heeft, de op hem uitgebrachte beroeping aan te nemen, aanvaardt hij zijn ambt.
De Commissie van Voordracht bestaat uit elf leden. Op 't oogenblik zijn in Leiden de twee hoogleeraren : dr. F. W. A. Korff en dr. G. Sevenster ; in Utrecht: dr. S. F. H. J. Berkelbach van der Sprenkel en dr. M. J. A. de Vrijer; in Groningen : dr. Th. L. (Haitjema (vacature : dr. A. van Veldhuizen, voortdurende door het bedanken van dr. J. Fokkema, Zendingsdirector te Oegstgeest).
Met dr. J. Fokkema stond de laatste maal mee op de voordracht: dr. K. H. Miskotte te Haarlem en dr. J. N. Sevenster te Zuidbroek.

Nederlandsche Zendingsschool.
Prof. dr. H. M. van Nes heeft in een vergadering van het Bestuur der Ned. Zend. School te Oegstgeest afscheid genomen als voorzitter. Wat hem dit gekost moet hebben zal ieder beseffen, die weet hoe die school een stuk van zijn leven is geworden. Als predikant te Rotterdam en Den Haag heeft hij krachtig meegewerkt tot het tot stand komen eener gemeenschappelijke opleiding van zendelingen. Men kon daarin komen tot beter onderwijs en tevens tot bezuiniging. Het kan niet verwonderen, dat men hem tot rector benoemde, toen de school in 1905 te Rotterdam geopend werd.
De school heeft hem echter niet lang als rector mogen behouden. Toen hij in 1907 benoemd werd tot kerkelijk hoogleeraar te Leiden, heeft hij die benoeming aangenomen. Zijn liefde voor de school bleef echter onverminderd. De besturen van Ned. Zend. Gen. en Utr. Zend. Ver. benoemden hem voor het leven tot buitengewoon lid van het bestuur. In den kring van het bestuur werd hij benoemd tot vice-voorzitter; en toen de eerste voorzitter van het bestuur, prof. Valeton in 1912 kwam te overlijden, werd prof. van Nes op 29 Maart van dat jaar tot voorzitter gekozen. Hij heeft het voorzitterschap dus precies 25 jaar waargenomen.

Toespraken.
De vice-voorzitter, prof. dr. J. A. Cramer sprak hem toe om hem den hartelijken dank van het bestuur te betuigen voor wat hij steeds voor de school geweest is en gedaan heeft. Als aandenken bood hij prof. van Nes namens de bestuursleden een vulpen aan, die hem moge helpen bij den taalkundigen arbeid, dien men nog van hem verwacht.
Daarna dankte dr. F. J. Fokkema hem voor den steun, dien hij sinds 1921 van den voorzitter mocht ontvangen bij het onderwijs en de aangelegenheden der school.
Als derde spreker riep ds. Joh. Rauws, die gedurende die 25 jaren als secretaris naast den voorzitter had gezeten, enkele herinneringen op uit den tijd, toen hij prof. Van Nes leerde kennen Gedurende die 25 jaren was er nimmer een belangrijk verschil van gevoelen tusschen voorzitter en secretaris. Deze laatste voelde zich met den voorzitter verbonden niet alleen in de diepste vragen van geloofsovertuiging, maar ook in het bestudeeren der geschiedenis, welke laat zien wat God doet en hoe Hij het werk laat groeien.
Prof. van Nes dankte de sprekers voor hun vriendelijke woorden. Hij denkt met groote dankbaarheid aan het voorzitterschap terug. Met de school zal hij verbonden blijven. Hij bidt haar en allen, die op eenigerlei wijze verbonden zijn, Gods zegen toe.
Daarna was er gelegenheid voor de leerlingen der school en andere aanwezigen om persoonlijk afscheid te nemen.
In deze bestuursvergadering werd prof. dr. J. A. Cramer tot voorzitter gekozen.

Giften en legaten.
Wijlen de heer G. J. P. van Heek, die voor eenige weken te Buurse (Ov.) is overleden, heeft aan de Ned. Herv. Gem. aldaar een bedrag van ƒ 150O0.— gelegateerd, vrij van rechten.
Aan de Diaconie der Ned. Herv. Kerk te Harmelen is door de weduwe van den vroegeren predikant, ds. Pikaar, overleden te Utrecht, gelegateerd ƒ2000.—.

De 100ste geboortedag van dr. Kuyper.
In verband met het feit, dat het Vrijdag 29 October a.s. honderd jaar geleden zal zijn, dat dr. Abraham Kuyper, de stichter der Vrije Universiteit, te Maassluis geboren werd, heeft de Senaat der Vrije Universiteit besloten tot het houden van een plechtige Openbare Senaatszitting.

Dr. Abraham Kuyper
is 29 Oct. 1837 te Maassluis geboren, zoodat het October a.s. juist honderd jaar geleden is, dat hij het levenslicht aanschouwde. Zijn vader was predikant te Maassluis in de Hervormde Kerk. In 1862 is hij te Leiden, als modern theoloog, gepromoveerd tot doctor in de Godgeleerdheid, met een proefschrift over het verschillend Kerkbegrip van Calvijn en a Lasco. In 1863 werd hij Ned. Hervormd predikant te Beesd, waar zijn dogmatische opvattingen zich wijzigden. In 1867 vertrok hij naar Utrecht en in 1870 deed hij Intree te Amsterdam. In 1874 verkreeg hij zijn emeritaat wegens zijn verkiezing tot lid van de Tweede Kamer.
In 1880 trad hij op als hoogleeraar in de theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waaraan hij doceeren bleef (voornamelijk Dogmatiek), totdat hij in 1901 minister werd (tot 1905).
Als theoloog lag zijn kracht in z'n strijd om de vrijmaking der Kerk. Reeds aan de Leidsche Universiteit had deze geniale leerling van prof. Scholten („De leer der Hervormde Kerk") het kerkelijk vraagstuk wetenschappelijk onderzocht en na een geestelijke crisis in z'n leerste gemeente (Beesd, 1863—'67) stelde hij zich „de vrijmaking der Gereformeerde Kerken uit de Organisatie van 1816" tot levensdoel.
In zijn ten jare 1873 verschenen Confidentie beschreef hij zijn kerkrechtelijke idealen ; later, op Luther's vierde eeuwfeest gaf hij zijn Tractaat der Reformatie.
Ware hij geen Kamerlid geworden in 1874, zoo zou hoogstwaarschijnlijk reeds kort na het verschijnen van Confidentie (1873) een kerkelijk conflict zijn ontstaan. Nu is dat eerst gekomen in 1886.
Lang duurde zijn verblijf in de Kamer niet. In Februari 1876 werd hij gevaarlijk ziek. Hij moest herstel van gezondheid in het Zuiden zoeken en kon eerst in Mei 1877 uit het buitenland terugkeeren.
Met vernieuwde krachten wijdde hij zich nu weer aan de zaak van de Kerk en vooral in De Heraut (sinds 1877 weer een afzonderlijk blad geworden) zette hij zijn kerkrechtelijke beginselen uiteen, met een geleerdheid die bewondering wekte en tegelijk met een populariteit, die zeldzaam is.
Inmiddels ouderling geworden te Amsterdam, zette hij in dat ambt den strijd tegen de Synodale besturenorganisatie van 1816 met kracht voort en de referaten over „de Reformatie der Kerken" werden uitgegeven in 't bovengenoemd Tractaat.
Met zijn vriend en ambtgenoot prof. Rutgers, stelde hij in de attestenkwestie van 1885, waarin alles was toegespitst, de keuze tusschen gehoorzaamheid aan den Koning der Kerk of aan de Synodale Hiërarchie. En eenmaal zóó de kwestie gesteld zijnde, ging het onder leiding van Kuyper en Rutgers, geholpen door den jurist jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, naar De Doleantie. Zoo werd toen een deel der Hervormde Kerk „uit het diensthuis uitgeleid". Waar de Afgescheidenen van 1834 en de Doleerenden van 1886 't niet al te best konden vinden met elkaar, heeft dir. Kuyper meegewerkt om in 18ft2 te komen tot de vereeniging met de Kerken uit de Afscheiding, waarvan een gedeelte der oude Afgescheidenen niet wilde weten. In de Chr. Geref. Kerk bleef dat deel „trouw aan het beginsel van de Afscheiding".
Meer dan 25 jaar heeft dr. Kuyper als hoogleeraar aan de Vrije Universiteit meegewerkt aan de opleiding van een zeer groot aantal dienaren des Woords in de Gereformeerde Kerken, op wie hij inderdaad veelal een blijvend stempel mocht zetten, later met prof. dr. H. Bavinck naast zich.
Bekende theologische werken van dr. Kuyper zijn : Dat de genade particulier is ; De leer der Verbonden ; Het Werk van den Heiligen Geest; E Voto Dordraceno (wetenschappelijke verklaring van den Catechismus) ; De Gemeene Gratie ; Pro Rege ; Van de Voleinding, enz. Hierbij is nog te noemen z'n driedeelige Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid.
Door den arbeid van dr. Kuyper is de Gereformeerde theologie weer tot eere gekomen en in 't midden der belangstelling van ons volk gezet.
Na mr. Groen van Prinsterer en met mannen als jhr. de Savornin Lohman en dr. Pierson, is dr. Kuyper de groote kampioen geweest voor het Christelijk Onderwijs.
Dr. Kuyper is 8 November 1920 op 83-jarigen leeftijd overleden. Zijn begrafenis heeft plaats gehad onder enorme belangstelling van menschén van alle standen en uit alle oorden des lands. Hij was de aristocratische man van de kleine luyden, theoloog en politicus van eerste rang, maar vóór alles en boven alles christen.
Jammer, dat mee door het bekrompen liberalisme, dat den godsdienst buiten alles wilde houden en de Gereformeerden haatte „als de pest", een man als dr. Kuyper uit het middelpunt van 't nationale leven uitgedreven is geworden naar het afgescheiden terrein. Niet als hoogleeraar aan een Rijks-Universiteit mocht deze eerste klas geleerde, met zoo buitengewoon wijsgeerigsystematischen aanleg, werken. Hij werd verdreven naar een Hooge School, die afzonderlijk stond en met De Doleantie nog meer afzonderlijk is komen staan.

Bijbellezen.
Met begrijpelijke voldoening deelt „Ons Nijverheidsonderwijs" mede, dat de Bond van Ver. voor Chr. Nijverheidsonderwijs van den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen een schrijven heeft ontvangen, waarin Z.Exc. meedeelt, dat hij, voorzoover lagere Nijverheidsdagscholen met volledigen lesrooster en volledigen jaarcursus betreft, geen bezwaar zou hebben zijn goedkeuring te hechten aan ontwerp-lesroosters, waarop als onderdeel van het vak Nederlandsche taal ten hoogste een halve lestijd per week wordt uitgetrokken voor „bijbellezen", onder leiding van den leeraar in Nederlandsche taal. Het bijwonen van dit onderdeel der les mag niet verplicht worden gesteld voor leerlingen, wier ouders of wettelijke verzorgers daartegen bezwaar hebben. Met een regeling, waarbij dan schriftelijk taalwerk wordt opgegeven aan kinderen van bezwaarde ouders, kan de Minister zich in beginsel vereenigen.

De Heraut.
Dr. Schwartz, Zendeling onder Israël vanwege de Vrije Kerk in Schotland, begon in 1S50 de uitgave van De Heraut: „Een stem over Israël en tot Israël". In 1854 kreeg dit blad de titel: De Heraut: „Een Nederlandsche stem voor Israels Koning, het Hoofd der Gemeente". Deze verandering van onder-titel duidt natuurlijk op een verandering van inhoud en doel.
In 1871 werd dr. A. Kuyper hoofdredacteur. Deze had reeds eerder politieke opstellen in dit blad geschreven. In 187'2 werd de uitgave gestaakt, wijl de Heraut-Vereeniging besloten had tot de uitgave van een politiek dagblad : De Standaard, waarvan 1 April 1872 het eerste nummer verscheen. Hierbij was een Zondagsnummer gevoegd, dat echter in 1677 van De Standaard werd losgemaakt en sinds dien tijd als afzonderlijk blad verscheen, onder redactie van dr. A. Kuyper. Hiermee was De Heraut dus weer zelfstandig weekblad. Van zeer groote beteekenis is dit blad geweest voor den kerkelijken strijd, waarvan De Doleantie het resultaat was.
Sedert 1887 heet het: De Heraut van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Na den dood van dr. A. Kuyper in 1920 is als hoofdredacteur opgetreden prof. dr. H. H. Kuyper. Tot voor kort waren vaste medewerkers dr. A. Kuyper van Rotterdam en dr. K. Dijk van Den Haag (nu professor is Kampen en hoofdredacteur van De Bazuin).

Salatiga-Zending.
Deze Zending ontleent haar naam aan een plaats op Midden-Java, waar de arbeid werd begonnen. Zij is ontstaan in 1855 als terrein van de Ermelosche Zendingsvereendging van Witteveen. In 1880 werd zij verbonden met de Neukirchener Zending. Alle Zendelingen van de Salatiga-Zending worden thans opgeleid in Neukirchen. De arbeid wordt bestuurd door den Bond der Zendelingen van de Salatiga-Zending, opgericht op Java in 1888. Deze Bond wordt gesteund door oomité's te Utrecht en te Neukirchen, die tevens die adviseerende lichamen van den Bond zijn. Orgaan : Het Eeuwig Evangelie, dat maandelijks verschijnt. Er zijn H Zendingsposten en 2 ziekenhuizen (te Poerwodadi en te Blora).
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK, SCHOOL, VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's