RONDOM DE LEESTAFEL
DE OXFORDGROEP, door dr. B. ter Haar Dzn. 3e druk. Uitgave : Van Gorcum en Co. te Assen.
Hier is een voorstander aan 't woord. „Wat verwachten wij feitelijk voor de wereld en voor de kerk ? '° zoo vraagt de schrijver, en hij schrijft dan hoopvol over de Oxfordbeweging. „In de Handelingen der Apostelen is sprake "van een leven, dat absoluut anders is, dan wat wij nu in onze samenleving aantreffen". En met jaloerschheid achterwaarts ziende, kijkt hij hoopvol voorwaarts als hij denkt aan de Oxfordbeweging. „Het christelijk geloof is prachtig, maar hoe dikwijls is het niet verstard tot leerstukken, die geen realiteit hebben? " De Oxfordbeweging gaat iets anders brengen ! Een prachtig geloof zonder leerstukken? „De Oxfordgroep heeft mij doen zien, dat de Heilige Geest werkzaam is en wil komen in het leven van menschen en van kerken en alles nieuw wil maken", al hier neemt de schrijver het enthousiaste getuigenis over van Winslow, die schreef : „Thans weet ik, dat die mooie dagen van de eerste Christengemeente, waarop ik had terug gezien, als op een mooie idylle uit het verleden, die we wel nooit meer zouden terug krijgen, opnieuw in al hun frischheid en kracht tot leven kunnen komen door de Geest van God, die alle dingen nieuw maakt".
„Wij willen wereldverandering, nu de wereld is vastgeloopen. Wij willen de kerk levend maken. Wij confereeren, en — de zaak blijft zooals ze is." „De Oxfordgroep wijst er op, dat er van vernieuwing van de samenleving geen sprake kan zijn, tenzij de leden dier samenleving tot nieuwe menschen worden". „Wij moeten bereid zijn ons met onze geheele persoon te geven aan Christus, aan de zaak van Christus". Maar dan niet onze tijd, onze gaven, ons geld, maar we moeten geven onszelf. Christus vraagt: hoe staat het met u zelf ? Het woord uit Joh. 3 vers 3 : „Tenzij iemand wederom geboren wordt", komt op ons af. De afsterving van den ouden mensch en de opstanding van den nieuwen mensch (Catech. wr. 88) moet werkelijkheid bij ons zijn of worden. „Zie hier zijn wij, ziel en zin. Neem Gij ze alvernieuwend in". Al onze hoogheid moet weg en Christus moet alles worden. „Wie de wereld veranderen wil, beginne bij zichzelf". Daar ligt het begin — volgens de Oxfordgroep.
En dan krijgen we in de 2e plaats: Levensvernieuwlng.
Er zijn zoo weinig vernieuwde levens. Hoe komt dat ? Velen zijn zoo tevreê met zichzelf. Ze zijn wel niet volmaakt, maar 't gaat nog al wel, bij vergelijking met anderen. De Farizeër dankte in zijn hoogmoed God, wat hem des te gemakkelijker afging, toen hy den tollenaar in 't oog kreeg. Men sust z'n geweten en zingt: „Jezus neemt de zondaars 'aan". Maar hoe staan wij tegenover onze zonde ? We gaan wat krammen en lijmen. „Maar die zoo oordeelen, komen niet tot de wedergeboorte, tenzij God eerst deze groote zonde van tevredenheid met zich zelf gebroken heeft".
Anderen meenen, dat de Godsgave der vernieuwing niet voor hen is. Ze staren wel naar 't beloofde land aan 'de overzijde, maar leven bij de gedachte, dat zij er zelf wel nooit zullen komen. Ze zien Gods heiligheid en hooren den eisch van Christus en ze trekken zich terug. En het blijft zooals het was met hen.
„Voor zulke menschen is een House Party dikwijls een openbaring". Daar kunnen ze zien wat het is, om zich met al z'n zonden aan Christus over te geven. „Dat is levensvemieuwlng, wanneer men zelf het stuur los laat en het eenvoudig Christus in handen geeft. Dan geschiedt het wonder, dat Christus ons tot andere menschen maakt".
Dan komt het moeilijke om alles los te laten. Wij willen zoo graag zelf het stuur vasthouden. „Het punt, dat wij willen vasthouden, is voor ieder onzer verschillend, maar het is altijd het teere punt van ons wezen. Het is het ééne ding, dat ons ontbreekt". Het moet worden : niet ik leef maar Christus leeft in mij. „De Groep heeft mij geleerd, wat deze volledige overgave beteekent en dat heeft zij kunnen doen, doordat zij mij leerde beseffen wat zonde was en hoe de bevrijiding van de macht der zonde is te verkrijgen".
Over de zonde moet dan gesproken worden, „De Groep leert ons de zonde zeer werkelijk zien". „We moeten ons bewust worden welke zonde het is, die op dit oogenblik onze verhouding tot God in den weg staat". „De zonde moet niet een algemeen begrip voor ons zijn", 't Kunnen „kleinigheden" zijn, maar die wijzen op een groote afstand tusschen ons en God. Alles wat ons van God en onzen naaste verwijderd, houdt is zonde, ook al lijken het nietigheden. „Weest "dan volmaakt", moet de grondregel zijn voor ons leven. We kunnen hlerbij de volgende vier maatstaven gebruiken : 1. volkomen eerlijkheid; 2. volkomen reinheid ; 3. volkomen onzelfzuchtigheid; 4. volkomen liefde. „Is deze eisch niet bovenmenschelijk ? Ja, zeer zeker. Maar wie zegt ons, dat wij dit moeten bereiken met menschelijke kracht ? Eerst als wij leeren beseffen, dat wij het niet kunnen, zullen we open komen staan voor Hem: die het wel kan. En dan zal de zonde op een bepaald punt kunnen worden overwonnen".
Zoo moet de verIossing werkelijkheid worden. „Mij persoonlijk heeft de Groep eerst leeren beseffen wat verlossing is ; dat het maar niet een begrip moet zijn, maar reëele werkelijkheid". „Verlossing is het, wanneer een zonde, die ons kwelde en waartegen wij misschien jaren gestreden hebben, zonder deze voorgoed te kunnen overwinnen, plotseling van ons is afgenomen, zóó volkomen, dat het moeite kost zich te herinneren, hoe vroeger die zonde ons telkens en telkens hinderde en ons leven dikwijls vergalde". De prijs die er voor betaald moet worden is diepe zelfvernedering. We durven niet klein te zijn en blijven dan met de zonde voortleven. „Wat het eerst noodig is, is dat men de zonde uitspreekt in tegenwoordigheid van één christen, die in geloof en gebed deze belijdenis aanhoort". „Het beginsel is, dat men de zonde belijdt , aan God, maar de practijk leert, dat een schuldbelijdenis, die mede aangehoord wordt door een christen, veel werkelijker is en ons bovendien kleiner maakt". „Wij mogen dat alleen doen, ais wij waarlijk diep berouw hebben, als wij onze zonden haten met ons gansche hart". „Dan zullen we iets gaan voelen van de vrijheid der kinderen Gods".
Dan moet dat worden vastgehouden. „Om de heerlijkheid vast te houden van de gemeenschap met Christus, die ons geschonken wordt, zoodra wij de zonde, die voor ons het groote punt was, aan Zijn voeten neergelegd in onze belijdenis, is het in de eerste plaats noodig, dat wij Zijn gemeenschap dagelijks zoeken". De Groep leert, dat we deze gemeenschap met Christus moeten zoeken en bewaren in de Stille Tijd. „Deze Stille Tijd is: het in een houding van gehoorzaamheid luisteren naar Gods stem, nadat wij ons hierop hebben voorbereid door het lezen van een stuk uit den Bijbel". „Ons bidden is al te veel geweest een spreken tot God en wij hebben verleerd ons voor Hem open te stellen en te luisteren of Hij ons ook iets te zeggen heeft". „In de Stille Tijd leeren wij weer te luisteren en in het stille ochtenduur komt God tot ons ; soms met groote eischen, maar heel dikwijls ook met de leiding voor de gewone dagelijksche dingen". „Een weldoende rust gaat er uit van deze Stille Tijd". „Het is tegelijk de controle op ons leven, want God wijst ons in onze Stille Tijd ook aan, waar ons leven dreigt vast te loopen". Naast de Stille Tijd met God is er dan ook de gemeenschap met menschen, wat de Groep ons leert en geven wil. „Een enkeling is niets, het komt alles aan op „'de gemeenschap". „Men zegt in de Groep elkander eerlijk de waarheid, en wil de waarheid hooren. „Wij gevoelen de band met God en de band met menschen en daarop steunende, gaan wij door als gehoorzame soldaten in het leger van Christus, dat de wereld veroveren zal".
En nu de consequenties. De Kerk zal er den zegen van ondervinden, want hier komt het nieuwe leven tot uiting. „De Groep wil niet iets zijn op zichzelf, maar slechts een middel in Gods hand om menschen tot levend geloof te brengen ; zij belijdt, dat de organisatie der geloovigen hier op aarde de Kerk is". „En in de Kerk kunnen nu duizenden gebracht worden tot het begrip, dat het ééne noodige hun ontbrak: de overgave aan Christus". En die door de Groep worden bereikt, worden aan de Kerk overgegeven. „Maar niet alleen de Kerk ondervindt de weerslag van dit nieuwe leven, want het werkt door op elk terrein des levens". Voor onszelf krijgen we rust, door ons leven aan God toe te vertrouwen tot in de kleinste dagelijksche dingen. En omdat we open komen staan voor onzen naaste, zullen wij veel liefdevoller tegenover hen zijn. „Zoo kan men vaak in de Groep hooren getuigen, dat de verhouding van man en vrouw verdiepte onder invloed van de Groep, zelfs daar, waar overigens een zeer goede verhouding bestond".
Alles komt op „hooger peil" te staan.
En zoo moet ons geloof doorwerken op ieder levensterrein. „Ons leven is één geheel, en wij 'mogen niet op het ééne levensterrein een andere maatstaf aanleggen als op het andere". „Dit inzicht heeft voor vele zakenmenschen geleid tot een geheel andere houding tegenover hun zaken". De vier absolute eischen moet men overal voelen. Het „zakelijke" moet door het geloof gelouterd worden en dat brengt nieuwe levensvreugde. „Ook komt in plaats van de zenuwachtige spanning, die vele zakenmenschen kenmerkt, de heerlijke rust, omdat alle vragen, die hier rijzen, aan God ter oplossing worden voorgelegd".
„Onze wereld is vastgeloopen. Eten levend Christendom — iets anders wil de Groep niet brengen — predikt die revolutie, die deze verkeerde wereld weer recht kan zetten". „Overal gaat men gevoelen, dat hier een oplossing ligt voor de wereldproblemen". „De wereld loopt vast, omdat zij zich laat beheerschen door haat, angst en begeerte", dat is de ondergang der wereld. En nu is de boodschap van de Groep : levensverandering is noodig. „Dan zal Gods Koninkrijk gevestigd worden".
Tot zóóver dr. B. ter Haar, die zoo enthousiast voorstander is van de Groep. Al lezende, hebben we hier en daar tegelijk wat overgeschreven, omdat onze lezers dan kunnen meelezen. En dan zullen ze zien, dat er zeker heel wat goede dingen worden gezegd. Maar wij vinden, dat onze Catechismus de dingen mooier en beter zegt. Dat in ons Doopformulier en in ons Avondmaalformulier de dingen mooier en beter te lezen zijn. Dat de Kerk dezelfde boodschap heeft, maar inniger en beter, als de Christus — meer dan de christen — gepredikt wordt. En dan de geloofspractijk, de practijk der godzaligheid, opdat de Gemeente meer en meer worde een zoutend zout en een lichtend licht.
Brenge de Kerk meer en meer de boodschap des Koninkrijks. Bekeert u, bekeert u, want het Koninkrijk Gods is nabij gekomen ! En de bijl ligt aan den wortel van den boom!
Hoe meer een ieder zich voor God mag leeren verootmoedigen, vragend: Heere wat wilt Gij, dat ik doen zal ? — hoe meer we gezegend zullen worden en tot zegen zullen kunnen zijn. —
Neen, we hebben de Groepsbeweging niet noodig. Maar Iaat de Kerk er een waarschuwende prediking door ontvangen, om als de levende Gemeente Gods als een getrouwe getuige en een verkondigster van goede boodschap te mogen staan in het midden der wereld!
En intusschen gelooven we, dat Christus — niet de christen — Zijn Kerk in stand houdt en dat God Zijn Koninkrijk zal doen doorbreken, tot de groote wedergeboorte. Soli Deo Gloria !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's