UIT DE AFDEELINGEN
De Ledeboerianen.
Verslag van de 8ste Cursusvergadering van de Afd. Gouda van den Gereform. Bond, waarin voor ons optrad de W.Eerw. heer ds. Hiensch, van Bleiswijk, met het onderwerp: „De Ledeboerianen".
Na de gebruikelijke opening door onzen eerevoorzitter, ds. B. van Ginkel, en een korte inleiding, verleende hij het woord aan ds. Hiensch, om over zijn onderwerp te refereeren.
Na eenige inleiding, begon spreker met te zeggen, dat ds. Lambertus Gerardus Cornelis Ledeboer den 30 Sept. 1808 te Rotterdam als kind van uit den deftigsten stand geboren is. Van zijne ouders is weinig bekend, wel, dat zij den Heere vreesden. En dat is immers al genoeg, dat zegt, dat dan de kinderen een godvreezende opvoeding ontvangen. Gaan wij ds. Ledeboer na, dan Wijkt dat hij reeds vroeg door den Heere getrokken is geweest, wat een groot voorrecht is. Zijn natuur is driftig, vlug, lichtgeraakt, doch niet haatdragend. Driftig zijnde, deed hij dingen, die niet betaamden ; echter was hij ook eerbiedig, vooral voor Gods Woord, de vromen zocht hij al vroeg op, had vroeg lust tot het predikambt, waarin izün ouders hem tegemoet kwamen. Het leeren ging niet vlot; toen hij wat ouder werd wel, toen blonk hij uit. Op 18-jarigen leeftijd was hij al student en koos voor zijn studiën de Leidsche Hoogeschool. Ernstig ging hij zijn weg, bij zijn leeraren was hij in achting. Hij had weinig vrienden, met de fam. Eigeman was hij echter zeer bevriend ; daar sprak hij over God en goddelijke zaken. Zijn stelling was „Godgeleerdheid" moet van God geleerd zijn. Dit geldt ook voor de professoren, die de studenten leiding moeten geven. Wij, zegt hij, kunnen elkander geen broeders noemen, die van verschillende vaders zijn. En waar de professoren geen leerlingen van Christus zijn, wat is dan van hun leerlingen te wachten, niets anders dan verwoesting van land en volk en Kerk en Staat.
In 1832 haalde hij het candidaatsexamen en in 1834 het kerkelijk voor het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland en in 1838 werd hij beroepen naar Benthuizien, welk beroep hij aannam. Op 29 Juli werd hij door zijn neef, ds. Hugenholts, bevestigd met 'n predikatie over Openbaring 1 VS. 18, waarna hij zijn intrede deed, predikende over Psalm 121 : 2, luidende : „Mijne hulpe is van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft". In zijn gansche bediening zocht hij alleen de eere des Heeren, om zielen te vangen voor Zijn heerlijk Koninkrijk. Zeer ernstig volgde hij zijn roeping op, nauwgezet was hij in alles. Hij predikte alleen „vrede door het bloed van Christus". Een groote omkeering kwam in het dorp, alle zaken werden op Zondag gesloten. 1. 'Zijn prediking legde beslag op alles en allen ; allen eerden hem.
Zoo ging het met hem door, tot een groot keerpunt in zijn geloofsleven, , n.l. toen hij in Christus overgeplant werd, en wie daar meer van a weten wil, leze Psalm 116 en leze zijn bekeeringsgeschiedenis. Hoe meer hij Gods nabijheid mocht smaken, hoe meer hij alles als menschenwerk beschouwde, ook de Ned. Hervormde Kerk ; niet, dat hij voor Afscheiding was, hij stond er zelfs wars tegenover, maar hij had ernstig bezwaar tegen de Gezangen en de Reglementen. [. Een moeilijke strijd had hij te doorworstelen, en na 9 maanden werd het hem door goddelijke overtuiging openbaar, dat hij Gode meer gehoorzaam moest zijn dan de menschen en dat heeft hij gedaan op Zondag 8 Nov. 1840, want het Gezangenboek en de onderteekeningsformule wierp hij plotseling van den kansel, om het daarna onder 't zingen van Psalm 68 vs. 1 en 2 te begraven in den tuin van zijn gekocht huis, daarbij tevens trouw zwerend aan Gods Woord.
De ijver voor des Heeren huis had hem verteerd. Des Zondagsavonds en Woensdagsavonds heeft hij nog in de kerk gepreekt, gesterkt door den Heere, maar daarna niet meer.
Op aanklacht van een vijandig lid zijner gemeente, werd hij met twee ouderlingen door het Class. Bestuur van Leiden verhinderd dienst in t de kerk te doen. Hij moest zich met twee ouderlingen verantwoorden, wat zij onomwonden deden, waarop schorsing volgde.
Hij mocht in de kerk niet meer preeken ; den burgemeester. Van Galen, werd last gegeven ; die droeg het aan den veldwachter op en deze durfde ook het bevel niet uit te voeren. Toen deden het drie gemeenteleden, waarvan zij de bestraffing niet hebben kunnen ontgaan. Eén stierf plotseling spoedig, de tweede stierf aan een ellendige ziekte, en de derde, een welgestelde boer, werd straatarm tot den bedelstaf toe. Zoo was dus ds. Ledeboer na veroordeeling in de boete, met zijn twee ouderlingen uit hun ambt ontzet. Toch ging hij door met prediken, dan in een schuur, dan weer ergens elders; het eene na het andere proces bleef niet uit, boete volgde op boete; hij heeft ze echter nooit betaald, tot eindelijk gevangenisstraf volgde. Tweemaal heeft hij in de gevangenis verkeerd, echter als gijzelaar, doch 't was hem geen zware straf; 't was hem goed, daar te zijn, al preekte hij liever; 't was hem een rijke leerschool. Voortdurend kreeg hij bezoek van vele vrienden en vriendinnen.
Na 1845 heeft hij geen last meer gehad ; men liet hem vrij gaan.
In zeer veel plaatsen heeft hij gepredikt. Vele jaren mocht hij zijn geliefd ambt vervullen, tot de Heere hem van zijn post afloste en hem thuis haalde. Bij volle bewustzijn is hij ontslapen, zijn laatste woorden waren : Amen, hallelujah ! op 21 October 1863, oud 55 jaar.
In zijn preeken kon hij grof persoonlijk zijn; hij bedroefde er zelfs zyn getrouwste volgelingen mede, welke hem dan ook waarschuwden, doch hij bleef die hij was. Een man met goede eigenschappen was hij echter ook; hij was liefdadig en ook barmhartig ; o.a. ontzag hij zich niet zijn kleeren uit te trekken en deze een armen man te doen aantrekken. Ook is hij op zijn wegen en in huis dor den Heere wonderlijk geleid en bewaard, zoo ook in een nacht op den weg naar Hazerswoude. Hij werd gezonden naar een stervende vrouw, zonder dat hij wist bij wie en waar, en dat terwijl hij twee gerechtsdienaren welke hem zochten, tegen kwam. Hij kwam wonderlijk geleid door den Heere bij die vrouw, welke hem verhaalde, dat hij het middel in Gods hand was voor haar bekeering en dat zij thans roemen mocht in haar Verlosser, die haar verlost had. Boeteprediker was hij, maar ook genadeprediker. In zijn prediking stond de bevinding voorop, ook bij zijn volgelingen. Eenvoud was en is nog het kenmerk, evenals soberheid, sabbathsheiliging is steeds in eere gehouden ; men kerkt driemaal des Zondags. Zijn volgelingen stellen hem (ds. L.) tot een voorbeeld. Zij leven een leven, dicht bij en met God en gaan in eenvoud hun weg.
Op verscheidene plaatsen zijn nog gemeenten van ds. Ledeboer, n.l. in Benthuizen, MoercapelIe, Oudewater en meer, en ook in Zeeland en Overijsel. Zijn standpunt en raadgeving is altijd geweest: „indien het eenigszins mogelijk is, ga tot de Ned. Hervormde Kerk terug". Doch zijn volgelingen denken er doorgaans anders over; doch er zijn ook anderen. Eén ding is echter jammer, dat zij zich verheffen dat zij Ledeboerianen zijn. Hun Kerk is de goede, de anderen niet; men maakt veelal van hoofdzaken bijzaken en vergeet dat de Heere het hart aanziet. De Heere zegt in Zijn Woord niet, dat wij Ledeboerianen moeten zijn, of Ned. Hervormd, of van welke Kerk of groep, om zalig te worden, maar dat we wederom geboren moeten worden, en dat het ons gegeven moge zijn of worden : „O, Heere, beproef mij en zie of bij mij een schadelijke weg zij, en leid mij op den eeuwigen weg".
't Zal niet de vraag zijn, van welke Kerk, maar wèl of we lid zijn van de ware, onzichtbare Kerk Gods, of we in den Heere Jezus Christus als den waren Wijnstok ingelijfd zijn. Immers op de vraag : „Wat moet ik doen om zalig te worden? " luidt nog steeds het eenige antwoord : „Gelooft in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden".
Ds. Van Ginkel geeft gelegenheid tot het stellen van vragen, waarvan druk gebruik wordt gemaakt en welke vragen door den spreker werden beantwoord.
Ds. Van Ginkel zegt ds. Hiensch heel hartelijk dank voor zijn leerzaam onderwerp, waarop na Psalmgezang ds. Hiensch in dankgebed voorgaat.
't Was ons een goede ure.
C. J. REVET, 2de Secretaris.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's