KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NEDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Beroepen :
te Jutphaas Th. J. H. Steenbeek te Valkenburg bij Leiden — te Genemuiden T. v. d. Hee te Polsbroek — te Wezep M. Ottevanger te Kampen — te Groot-Ammers E. E. de Looze te Den Ham — te Boven-Hardinxveld en te Neerlangbroek T. H. Oostenburg te Gouderak — te Ossendrecht J. P. Scholte te Wehe en Zuurdijk — te Frederiksoord W. v. d. Ven te Retranchement (Z.).
Aangenomen.:
naar Midwolde S. J. Hoekstra, cand. en hulppred. te Joure — naar Veldhoven W. A. Vrijlandt, cand. te Biervliet — naar Werkendam (toez.) H. de Lange Wz. te Nes en Wierum.
Bedankt:
voor Eemnes-Buiten W. Vroegindewey te Waddinxveen — voor Schoondijke (toez.) H. Bax te Andijk — voor 's-Heer Abts-en Simonskerke P. N. Tonsbeek te Kamperland — voor Meeuwen (N.-B.) cand. J. van Harrevelt te Den Haag — voor Hoevelaken I. Kievit te Baarn — voor Nieuwe Tonge en Zegveld J. G. van leperen te Leerbroek — voor Kamerik D. Th. Keek te Staphorst.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Tweetal:
te Leiden W. H. v. d. Vegt te Goes en E. T. v. d. Born te Helpman.
Beroepen :
te Beetsterzwaag cand. A. Vellema, hulppred. te Grouw — te Steenwijk B. Holwerda te Kantens — te Uithuizermeeden W. Scheele te Hoogersmilde.
Aangenomen :
naar Beilen (Drijber), cand. H. J. Heersink te Oude Pekela — naar Overschild cand. P. H. de Kleer, hulppred. te Montfoort — naar Nijverdal (2e pred. plaats) O. Bouwman te Zalt-Bommel — naar Zonnemaire cand. A. J. van Sluijs te Middelburg — naar Uithuizen A. W. Wymenga te Jutrijp-Hommerts.
Bedankt:
voor Bierum A. W. Wymenga te Jutrijp-Hommerts.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Bedankt:
voor Amersfoort J. L. de Vries te Deventer.
GEREFORMEERDE GEMEENTEN.
Tweetal:
te Rijssen: J. Fraanje te Barneveld en J. Vreugdenhil te Kampen.
Bedankt:
voor Boskoop W. C. Lamain te Rotterdam-Zuid — voor Leiden H. Ligtenberg te Lisse.
Afscheid, bevestiging en intrede.
Stavenisse
Zondag j.l. is cand. J. Batelaan bevestigd in het ambt van predikant bij de Ned. Hervormde Kerk van Stavenisse. De bevestiging geschiedde door dr. D. Jacobs, uit Boskoop, die een predikatie hield over 2 Tim. 2 : 15. Na de predikatie werd overgegaan tot de bevestiging. Aan de handoplegging werd deelgenomen door den consulent ds. H. Kraay, van St. Annaland. De gemeente zong den bevestigde toe Psalm 20 : 1. Des namiddags verbond ds. Batelaan zich aan de gemeente met een predikatie over Joh. 3 : 30. Na de predikatie volgden de gebruikelijke toespraken.
Marken.
Zondagmiddag heeft ds. D. Westerveld afscheid genomen van de Ned. Hervormde Kerk te Marken. Zijn tekst was : Deut. 32 vs. 4a : „Hij is de Rotssteen, wiens werk volkomen is". Nadat ds. Westerveld verschillende college's en personen had toegesproken werd hij door ds. Gerth van Wijk, uit Zunderdorp toegesproken, namens het Class. Bestuur van Edam en namens den Ring van Monnikendam. Hierna voerde ds. van der Does, uit Monnikendam, als consulent het woord, waarna de heer K. Visser, als ouderling hem toesprak en deed zingen Psalm 121 : 3 en 4.
Afscheid Cand. J. Batelaan te Boskoop.
Men schrijft ons :
Zondag 14 Maart j.l. nam de Eerw. heer J. Batelaan afscheid van de gemeente Boskoop, welke hij pl.m. II/2 Jaar gediend had als hulpprediker, wegens zijn beroep naar de Ned. Herv. Gemeente van Stavenisse.
Als afscheidstekst had hij gekozen Hebr. 13 VS. 14 : „Wij hebben hier geen blijvende stad, maar zoeken de toekomende" en gaf als rustpunten op ten Ie. de niet blijvende stad, ten 2e. de eeuwig blijvende stad en ten 3e. het zoeken van de eeuwige stad.
Het was zeer stil in het overvolle kerkgebouw, als hij voor het laatst als hulpprediker de gemeente de weg des eeuwigen levens verkondigde.
Na zijn predikatie bedankte de heer Batelaan in het bizonder dr. Jacobs voor zijn hartelijke samenwerking, die voor hem meer vriend en vader als boven hem gestelde was geweest, en verder ook kerkeraad en gemeente, en sprak den wensch uit, dat zijn opvolger, candidaat Jongenbreur hetzelfde mag ten deel vallen.
Na het dankgebed sprak dr. Jacobs nog eenige woorden van dank en wenschte hem 's Heeren onmisbaren zegen toe in zijn a.s. gemeente Stavenisse en verzocht de gemeente hem staande toe te zingen de welbekende zegenbede uit Ps. 1211 vers 4.
Beroepingswerk.
De Kerkvoogdij en de Kerkeraad der Nederl. Herv. Gemeente te Herkingen hebben in beginsel besloten pogingen aan te wenden om met den Raad van Beheer tot overeenstemming te komen om tot het beroepen van een predikant te kunnen overgaan.
De Diaconierekening te Amersfoort.
Over het jaar 1936 sluit de rekening van de Diaconie der Ned. Herv. Gemeente te Amersfoort met een eindbedrag van f21.888.27. Aan kerkcollecten werd ontvangen ruim f 9000.--- Aan vaste uitkeeringen werd uitgereikt f 13.114.50 en aan tijdelijken steun en steun in natura f 2500.—.
„Zonnegloren".
De actie van de Ned. Herv. predikantsvrouwen ten bate van Zonneglorens Suppletiekas in geheel Nederland heeft opgebracht de som van f 23.150.55.
Chr. Nat. Schoolonderwijs.
Chr. Nat. Schoolonderwijs. De Algemeene Vergadering van C.N.S. is bepaald op Donderdag 20 Mei te Utrecht. De heer J. Strikwerda zal er spreken over „De berijming der Psalmen en de School”.
Bij de Inspectie van C.N.S. zijn de heeren J. Strikwerda en G. Kamerling op 1 Januari 1937 afgetreden de door de heeren P. van Tuinen te Dokkum en W. N. Broekhuysen te Doetinchem, vervangen.
Gedenkboek der Statenvertaling.
Vanwege het Ned. Bijbelgenootschap zal, gelijk onze lezers weten, ter gelegenheid van het 300jarig bestaan van de Statenvertaling, een Gedenkboek verschijnen. Het boek zal de volgende bijdragen bevatten : prof. dr. D. Nauta, hoogleeraar aan de V.U., schrijft over : „De Statenvertaling als wetenschappelijk werk" ; prof. dr. Joh. de Groot, hoogleeraar der R.U. te Utrecht, over : „Het Oude Testament"; prof. dr. J. de Zwaan, idem aan de R.U. te Leiden, over : „Het Nieuwe Testament" ; prof. dr. F. W. Grosheide, hoogleeraar aan de V. U. te Amsterdam, over : „De theologie der Statenvertaling" ; dr. J. Heinsius over : „De Statenvertaling als monument der Nederlandsche taal"; mr. Roel Houwink, over: „De Statenvertaling en onze letterkunde"; dr. C. C. de Bruin, over : „De ontvangst der vertaling"; ds. A. H. Haentjens, over: „De ontvangst bij de Remonstranten" en ds. F. Dijkema, over : „De ontvangst bij de Doopsgezinden". Het boek zal 16 bladzijden illustraties bevatten, w.o. verschillende stukken der manuscripten, van de titelbladzijde der eerste uitgaaf, van het officieele exemplaar dat in 1637 aan de Staten-Generaal werd aangeboden, van eenige portretten van vertalers en 'revisoren en van enkele bijzondere uitgaven. Het boek zal ongeveer 160 bladzijden druks beslaan.
Kagawa niet blind, maar in volle actie!
Gelijk men zich herinnert, heeft in de Nederlandsche pers het bericht gecirculeerd, dat Kagawa blind is geworden. Ds. J. J. Buskes, van Amsterdam, deelt nu mede, van Kagawas secretaresse, Helen Topping, het "verzoek te hebben ontvangen, dit bericht zoo beslist mogelijk te willen tegenspreken. Kagawa is niet blind geworden.
Dat is voorwaar een goede tijding!
En uit meer dan één bericht blijkt, dat Kagawa in volle actie is.
De Unie „Een School met den Bijbel". 59ste Jaarvergadering.
In de dezer dagen te Utrecht gehouden 59ste jaarvergadering van de Unie „Een School met den Bijbel", heeft de vice-voorzitter ds. J. Barbas, Ned. Herv. pred. te Hengelo (O.), woorden van gelukwensch gesproken tot den voorzitter, dr. K. Dijk, in verband met diens benoeming tot hoogleeraar. Op zijn voorstel herkoos de vergadering prof. Dijk bij acclamatie als voorzitter. Tot bestuurslid werd gekozen in de vac. van den heer J. Krol Jzn. de heer H. M. Martens, te Sneek, burgemeester van Wijmbritseradeel.
Drs. D. Langendijk, van Den Haag, bracht het rapport over de Unie-propaganda-actie uit. Aan de discussie over dit rapport namen deel de h.h. Van Vulpen van Zwolle, Potter van Hoorn, Bos van Den Helder, v. d. Waals van Nijkerk, ds. F. G. Petersen van de Punt, burgemeester Van der Schans van Andel en Broekema van Hoogeveen, waarna het rapport werd vastgesteld.
Aan de rondvraag namen deel de heeren Bos van Scheveningen, Lub van Schiedam, en Bos van Den Helder, waarna de morgenvergadering werd gesloten.
In de middagvergadering trad als referent op prof. dr. J. Waterink, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit, met het onderwerp : „Hoe kan de School in dienst staan van de karaktervorming van het kind ? " Aan de discussie over dit referaat namen deel de heeren Meyer van Leiden, Van Klinken van Leeuwarden, Kenemans van Holten, Vermeer van Noordeloos, Van Aalten van Arnhem, Van Wijlen van Rotterdam, Kolkman van Gelselaar en Strikwerda van Zeist.
Prof. Waterink beantwoordde de gemaakte opmerkingen.
De voorzitter dankte den spreker voor zijn betoog en deed zingen Psalm 68 vers 6, waarna prof. Waterink de drukbezochte vergadering met dankzegging sloot.
Gift.
Voor de Vrije Universiteit kwam zoowel uit Bolsward als uit Sneek een gift in van f 1000.—.
Vereeniging van Kerkvoogdijen.
De Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk vergadert Woensdag 12 en Donderdag 13 Mei in de zaal „Schaaf" te Leeuwarden. Referaten worden gegeven door mr. A. de Jong, van Mijnsheerenland, over : „De nieuwe legeling der pacht en haar practische uitwerking"; mr. O. Vixseboxse, van Almelo, over : "De arbitragegedachte in de Ned. Herv. Kerk" dr. mr. G. J. Bartels, van Zevenaar, over : het kerkopbouwende werk der Vereeniging van Kerkvoogdijen". Bovendien spreekt ds. Bartels s Woensdagsavonds in den openbaren wijdingsstond, die in de Groote Kerk gehouden wordt.
De nieuwe Psalmberijming.
„Hervormd Amsterdam" vernam, dat binnenkort gepoogd zal worden de gemeente van Amsterdam vertrouwd te maken met de oude psalmwijzen en de nieuwe berijming, zooals ds. Hasper die enkele maanden geleden voltooide. Dit besluit is genomen, nadat in het ministerie een en ander was meegedeeld over een soortgelijke poging, in Rotterdam gedaan. (Bedoeld is de poging van ds. Visser met ± 500 gemeenteleden na een kerkdienst).
Evangelisatie onder werkloozen.
Overtuigd van de groote beteekenis van den scheurkalender als Evangelisatiemiddel, hebben eenige heeren te Den Haag, te weten ds. H. Janssen, leger-en vlootpred. in Alg. Dienst; dr. G. P. van Itterzon, Ned. Herv. pred.; ds. A. G. Barkey Wolf, Geref. pred.; J. N. Voorhoeve, uitgever, en J. J. Cramer, secretaris van den Nat. Bond tegen Revolutie, een Comité gevormd dat zich ten doel stelt Evangelisatiewerk te verrichten door verspreiding van kalenders onder werkloozen, die dagelijks aan de stempellokalen komen. Wellicht is er voor Evangelisatiecommissies in andere steden ten deze ook iets te doen.
Nieuwe liederenbundel bij den Eeredienst.
In „Herv. Nederland" is opgenomen het adres, dat door dr. J. R. Callenbach, ds. J. W. A. Klinkhamer Bredius en prof. dr. H. Th. Obbink aan de Algemeene Synode der Ned. Hervormde Kerk is verzonden. Het adres vraagt om art. 22 van het Synodaal Reglement aldus te wijzigen : „de Psalmen, hetzij naar de berijming van 1773, hetzij naar die van ds. H. Hasper, en de Gezangen, hetzij de door de Synode in 1805 en 1866 aanvaardde, of de door genoemde ds. Hasper vermelde in den bundel „Geestelijke liederen uit den schat van de Kerk der Eeuwen”.
Politie-diploma.
Het Hoofdbestuur van den Bond van Chr. Politie-ambtenaren maakt bekend, dat het examen voor het diploma van ambtenaar van politie — agent van politie, veldwachter, enz. — in 't jaar 1937 te 's-Gravenhage zal worden gehouden, en wel op Dinsdag 3 Augustus en eventueel volgende dagen.
Schriftelijke opgave tot deelname kan geschieden uiterlijk tot 10 Juni 1937 aan het Bondssecretariaat, Jekerstraat 58, Amsterdam-Zuid.
Jodenzendingsfeest.
Het achtste Nederlandsche Jodenzendingsfeest vanwege de Ned. Vereeniging onder Israël, genaamd „Elim", te Rotterdam, zal worden gehouden op Donderdag 17 Juni a.s. te Hillegersberg in „Lommerrijk”.
Chr. Philantr. Inrichtingen te Doetinchem.
Het jaarverslag over 1936 gewaagt voor de Doetinchemsche Inrichtingen, die dit jaar 70 jaren 'bestaan zullen hebben, van weldaden en zegen, ontvangen in een regelmatig voortgaan der opleiding en wat daaromheen is. In het verslagjaar werden 14 door deze instelling opgeleide candidaten tot den H. Dienst toegelaten, terwijl er nog 13 beroepbaar zijn. Het Studententehuis aan de Cathrijnesingel te Utrecht heeft plaats voor 24 studenten. In totaal studeeren thans 85 jongelui vanwege de Doetinchemsche Inrichtingen. Het aantal kweekelingen op „Ruimzicht" was in 193-6 48. In het bestuur is de vac. prof. Van Veldhuizen vervuld door de benoeming van prof. Obbink. Inzake den arbeid der Ned. Herv. Zendingsgemeente (de oudste der drie corporaties, die tezamen de Chr. Phil. Inrichtingen vormen, wordt herinnerd aan het heengaan van den heer J. Visser, die gedurende 31 jaar met groote toewijding de L. en U.L.O.School gediend heeft. Hij werd opgevolgd 1 Oct. j.l. door den heer G. Blankesteyn, te Amstelveen.
Overgangsbeweging Oostenrijk.
In 1936 zijn in Oostenrijk samen 8500 personen tot de Evangelische Kerken toegetreden. Wederom een respectabel getal. Van deze 8500 kwamen er 5460 rechtstreeks uit de R.K. Kerk. In 1933 was het getal ongeveer gelijk (8629 toetredingen). Het aantal uittredingen uit de Evangelische Kerken in 1936 was 1325, in 1935 1449.
Luthermanuscript ontdekt.
Te Accum in Jeverland (Duitschland), heeft men in oude archieven in een Bijbel uit het jaar 1693 een kostbare vondst gedaan, n.l. een eigenhandige verhandeling van dr. Maarten Luther en zijn medewerker Johannes Bugenhagen, handelend over Bijbelcitaten en hun vertaling uit het jaar 1543 stammend.
Het Christendom in Japan.
Japan heeft een bevolking van 70 millioen ; de meesten zijn Boeddhisten. Er worden slechts 270.000 Christenen gevonden, waarvan 195.000 Protestanten. In 11.000 steden met minder dan 10.000 inwoners is geen Christelijke kerk. De meeste Zendingsarbeid wordt in de groote steden gevoerd om zichzelf onderhoudende gemeenten zoo spoedig mogelijk op te richten. De Christenen in Japan komen voort uit den middenstand, meest studenten, kooplieden en ambtenaren ; slechts 16% zijn boeren en arbeiders. Gearbeid wordt met straatprediking en verkoop van christelijke litteratuur. Iets nieuws is een Evangelie-wagen, getrokken door een koe en met een tent erop. Deze voert den Zendeling van dorp tot dorp rond, predikende het Evangelie.
Kerkorde.
Op de 72e Ned. Herv. Predikantenvergadering, te Utrecht gehouden, heeft prof. dr. O. Noordmans, van Laren (Gld.), gesproken over Kerkorde. We nemen het persverslag hier over:
Spreker merkt op, dat zijn onderwerp droog lijkt. Toch heeft de geschiedenis der Kerkorde meer van een sprookje, dan van een kroniek. Langs de lijn, waar geest en orde elkaar raken, beleeft ons geslacht zijn groote avonturen.
Reeds Paulus geeft in den eersten brief aan de Corinthiërs een Kerkorde, en dat herhaalt zich dan steeds. Onze vreemde Kerkorde van 1816 verhindert ons daarin mee te leven.
Kunnen wij de Kerk inrichten, zooals wij willen ? Met deze vraag hebben de reformatoren geworsteld. Luther dorst er nauwelijks aan te raken. De Gereformeerden der 16e eeuw gingen ook op dat punt meer bewust op de Schrift terug. Is dit een vergissing geweest ? Spr. meent, dat wij die vraag niet enkel op exegetische en historische gronden moeten beantwoorden. De kruiskerken gingen in de dagen van strijd zoo dicht mogelijk op het Kruis terug. Spreker illustreert dat met de oudste Gereformeerde Kerkorden van Straatsburg, Geneve en Londen.
Ambt en Liturgie.
Inleider wijst weder op het onderscheid tusschen deze meer liturgische voorschriften en de orde, die Calvijn aangeeft in het vierde Boek van zijn Institutie. Deze laatste is veel meer ambtelijk dan liturgisch. De eerste uitgave van de Institutie heeft nog meer den liturgischen vorm.
Dit hangt samen met het Catholieke Kerkbegrip. Daar is de Kerk een organisch lichaam, reëel, zichtbaar, waarvan het wezen méér met het woord leven dan met het woord geloof wordt geraakt. De Reformatie liep gevaar om, waar zij alles in het teeken van het geloof zette, alleen den liturgischen vorm over te houden en de ambten kwijt te raken. Luther voorkwam dit door zijn staan op de letter der Schrift.
Maar bij Calvijn worden de ambten geheel uit hun transsubstantie losgemaakt en naar buiten gericht, als vier hoektorens op de kerk, om voor Gods eere te arbeiden in de wereld onder de sterren.
De ambten zijn geen organen der Kerk, maar werktuigen Gods, zooals spreker uit Calvijn aanwijst. Zoo staan ze in het vierde boek van de Institutie, waar de liturgie een onderdeel wordt van de ambtelijke orde en niet andersom. Met het kerkelijke realisme heeft Calvijn gebroken.
De geldigheid der ambten.
Dr. Noordmans vraagt verder naar den grond van de geldigheid der ambten. Deze is van feitelijken aard. Bij Luther en Calvijn is het een oordeel der liefde, dat de Kerkorde laat gelden, en niet een geloofsoordeel. De ambten rusten op de apostolische zending, niet op charismatische begaafdheid. Juist daarom moest de Hervorming hier nog verder op de Schrift teruggaan dan in geloofszaken. Rome had met dit Catholieke oordeel der liefde de Kerk concreet gemaakt en het geloof verdrongen.
Referent bespreekt eindelijk de afzonderlijke ambten. Hij wijst er op, dat Rome en de Reformatie formeel hierin overeenkomen, dat de ambten bij het apostolaat en niet bij de charismata aansluiten.
Het profetisch ambt verkommert tot oefenaarschap. Het doctorenambt is van 't begin af in de Kerk bepaald geweest. Herder en Leeraar loopen in elkaar. Bij Calvijn reeds gaat het over in de Scholen en in ons land werd het gesseculariseerd in de Professoren.
Het predikambt is een teruggaan op Nieuw-Testamentische Zending, waarbij de bisschop wordt overgeslagen. Het priesterlijke staat niet op den voorgrond. Het leeren staat boven de liturgische functies. De ambten zijn naar buiten gericht.
Spreker geeft tenslotte zijn opvatting van het presbyterambt.
Wereldcongres voor het gezin.
Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling, dit jaar te Parijs te houden, vindt van 16—18 Mei in de Fransche hoofdstad een Wereldcongres plaats, waarvoor de geheele Christenheid ongetwijfeld interesse hebben zal. Het onderwerp is : Het Gezin. De volgende onderwerpen worden behandeld : De veiligstelling van het gezin; de Moraal van het huwelijk ; Kerk en gezin ; Staat en gezin; Opvoeding tot gezinsleven ; de beïnvloeding der openbare meening.
Het congres gaat uit van de Association du Mariage Chretien.
De Paaschdatum.
Naar te Rome van gezaghebbende zijde is meegedeeld, zou de Paus overwegen het volgend jaar een Oecumenischen Raad bijeen te roepen, teneinde een vasten datum voor Paschen te bepalen, zoodat de datum van Paschen niet meer naar gelang van den stand van de maan zou varieeren. Gelet op de weigering van de Roomsche curie, om deel te nemen aan de Wereldconferentie te Edinburg, vragen we ons af, wat de Paus in dit geval onder oecumenisch verstaat.
De R.K, Kerk en het Onderwijs.
Een vermaning van de geestelijkheid.
In de R.K. Kerken van Keulen en voorsteden, is een in scherpe woorden gestelde waarschuwing voorgelezen, waarin de ouders worden opgewekt niet te stemmen ten gunste van de voorgestelde gemeenschapscholen. Zooals men weet, verluidt, dat binnenkort over deze kwestie een plebisciet zal worden gehouden.
De geestelijkheid heeft den ouders verzocht stand te houden tegenover een mogelijke pressie van de autoriteiten.
De Doleantie (II).
In Amsterdam bestond een orthodoxe vereeniging „Eensgezindheid" ; daar werden alle voorstellen van den kerkeraad eerst besproken en klaar gemaakt. Daar liet dr. Kuyper de leden (maar niet allen wilden !) een stuk teekenen : „De ondergeteekenden vereenigen zich om, onder geheimhouding, samen te beraadslagen over maatregelen, te nemen ter handhaving onzer positie bij eventueele botsing der hoogere Kerkbesturen, zoo deze mocht voortvloeien uit een last, van hoogerhand tot den kerkeraad komende, om als lidmaten in te schrijven zulken, die de grondwaarheden des Christendoms loochenen ; een last, waaraan wij verklaren om der consciëntie wil, geen gevolg te kunnen geven”.
Omdat in „Eensgezindheid" niet alle leden wilden teekenen, werd een nieuwe Vereeniging opgericht, „Beraad". En nu kwam onder de Gereformeerden in Amsterdam een breuk : omdat men begon in te zien, dat de toeleg was om een Kerk in de Kerk te stichten en dat de opzet was om zich los te maken van de Besturen, waarvan het gevolg moest worden, dat men met een deel, dat het „belijdend deel" genoemd werd, buiten de Hervormde Kerk kwam staan. Dr. Vos zei: „Dr. Kuyper is eerder een Napoleon dan een volgeling van Jezus Christus". Men wilde, vooral met het oog op de beheerskwestie en de kerkelijke goederen, een Kerkeraad in 't leven roepen buiten den Algemeenen en Bijzonderen Kerkeraad om, om onder voorzitterschap van dr. Kuyper op een gegeven oogenblik „den kerkelijken band te kunnen verbreken". Zoo was er de lidmatenkwestie èn de beheerskwestie. Want wel werd de „geestelijke" zijde naar voren geschoven in „de attestenkwestie" (aanneming en inschrijving van leerlingen en lidmaten), maar de beheerskwestie had toch allereerst de aandacht van de „stugge Geuzenkoppen”.
Amsterdam heeft wat de beheerskwestie (Kerkvoogdij, enz.) betreft, een geheel eigen geschiedenis.
Want bij de invoering van het College van Toezicht in 11866 had de Amsterdamsche gemeente gekozen voor „vrij beheer". Een Commissie uit den Kerkeraad beheerde de kerkelijke goederen ; geen aparte Kerkvoogdij dus!
Daar zocht men nu z'n maatregelen te treffen ! En in 1876 werd deze bepaling gemaakt: , „Wanneer een lid der Commissie, een der stemgerechtigden of een der beambten, onverhoopt onder kerkelijke censuur, van wat aard ook, mocht gesteld zijn, beslist de Commissie of en in hoeverre deze censuur gevolgen heeft voor de rechten van de betrokkenen, hem krachtens eenige bepalingen van dit Reglement toekomende of toegekend. In elk geval blijft tot op deze beslissing de zaak in haar geheel en de betrokkene in functie”.
Dat was heel erg — sabotage.
Maar erger nog was het Voorstel van prof. dr. Rutgers, 12 Nov. 1885 bij de Kerkelijke Commissie ingediend, dat o.a. behelsde dat de Beheerscommissie bij een eventueel conflict „den oorspronkelijken Kerkeraad, die de gemeente bij Gods Woord zocht te houden, als den eenig wettigen zou erkennen". De bedoeling is duidelijk : het Conflict zou komen en men zou zich dus reglementair kunnen dekken. Een aanslag op het kerkegoed met voorbedachten rade, met het oog op een komende „doleerende" Kerk. Kerkmeesters namen het Voorstel aan. De Kerkeraad van 7 Dec. 1885 benoemde een Commissie om advies uit te brengen. Het werd genoemd „een poging om het vrij beheer tegen mogelijke aanvallen van de hoogere Besturen te beveiligen" ! Dr. Kuyper zei: „als wij voor den burgerlijken rechter in het ongelijk gesteld worden, kan men zich constitueeren als doleerende Kerk". 80 Kerkeraadsleden stemden op de Kerkeraadsvergadering van 14 Dec. 1885 vóór. Dr. Vos wist dat, en als lid van het Classicaal Bestuur liet hij maatregelen nemen, opdat „de geweldhebbers der Kerk geen vrij spel zouden hebben, nu de Kerkmeesters den Kerkeraad in die richting gingen sturen. In het kader van de Synodale Organisatie — en daaronder leefde men — was de autonomie der plaatselijke gemeente niet onder te brengen en daarop is 't schip van de Doleantie gestrand. Hier wreekt zich ook een fout van dr. Kuyper, die steeds geadviseerd had voor de Classicale Besturen geen candidaten te stellen en niet te stemmen. Van een geleidelijke verandering ten goede wUde hij niet weten. In dat zwaard is hij gevallen.
De „Attestenkwestie", als meer „geestelijk" zijnde, liep er tusschen door ; evenals de kwestie met „de Candidaten van de Vrije Universiteit". (Kootwijk met Cand. Houtzagers).
Dr. Vos zegt: „Het onmiskenbaar opzet, om met de attesten, schijnbaar een geloofskwestie, als met een breekijzer, het Kerkverband te verbreken en met de kerkegoederen van Amsterdam gewapend aldaar een nieuwe gemeente en, met andere gemeenten in verbond, een nieuwe afgescheiden Kerk te stichten, waaraan de Vrije Universiteit haar kweekelingen afleveren kon, enz.”
De ouderlingen dr. Kuyper en dr. Rutgers (beide hoogleeraar aan de Vrije Universiteit en ouderlingen der Herv. Gem. te Amsterdam), weigerden bij de aanneming van moderne lidmaten medewerking te verleenen, hoewel zij in 't ambt waren. De Kerkeraad steunde hen en zoo kon de aanneming niet doorgaan. De leerlingen vroegen nu een „bewijs van goed zedelijk gedrag", dan konden ze elders „aangenomen" worden, met attestatie Amsterdam weer binnen komen en daar toch worden ingeschreven.
Wat deed nu de Kerkeraad ? Die legde (April '85) aan de aanvragers deze vraag voor : of het hun bedoeling was, den Heere Jezus Christus te belijden als den eenigen, algenoegzamen Zaligmaker, die overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking"? Binnen acht dagen verlangde men antwoord. Maar in de Reglementen wordt van den Kerkeraad niet gevraagd een oordeel over de belijdenis, maar over het zedelijk gedrag. En bovendien, de „aannemelingen" wilden de drie officieele vragen van het Regl. Godsdienstonderwijs beantwoorden, maar niet andere vragen, waarop men geen recht had die te doen. De Kerkeraad besloot nu (Juli '85) bij aanbieding van de attestaties toch de namen der leerlingen niet in te schrijven, tenzij men een formule onderteekende, die in den geest van bovenstaande vraag was. Natuurlijk lukte dat niet, omdat men degenen, die elders „aangenomen" zijn, dan nog weer niet met andere vragen mag voorkomen ; en het Prov. Kerkbestuur gelastte het afgeven der attesten (26 Oct. '35), omdat de aanneming en bevestiging wettig elders had plaats gehad. De Kerkeraad teekende cassatie aan (6 Nov.) ; maar de Syn. Commissie verklaarde (124 Nov. '85) het verzoek om cassatie niet ontvankelijk. De attesten moesten vóór 8 Januari '86 afgegeven worden! En dat werd gebruikt om den volke bekend te maken, dat de „verachters van den Christus" in bescherming genomen werden door een „goddeloos Kerkbestuur tegenover vrome menschen, die het enkel en alleen te doen was om Gods Woord". Terwijl de zaak toch eenvoudig zóó stond : dat we aan de Reglementen zijn gebonden en op een gegeven oogenblik niemand het recht heeft eigenmachtig en in strijd met de Reglementen op te treden, daarin de rechten van anderen schendend. Elk Bestuur, ook de Synode, heeft hier administratief op te treden om tegenover ieder recht te doen. Meer niet, maar ook niet minder.
Natuurlijk was de toestand (en is nog !) ergerlijk, dat de Synode toeliet en in deze organisatie moet toelaten, dat de Kerk tegelijk ja en neen kan zeggen. Maar, om dat te veranderen — en het moet veranderd worden — moeten andere middelen en wegen worden gezocht en gebruikt en bewandeld. (Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's