WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
De Kwitantie.
De oude heer J. Kuiper — vroeger hoofd der Chr. School te Schraard, schrijver van bekende werken over geschiedenis, met name Vaderlandsche Kerkgeschiedenis — schrijft nog altijd graag. Nu weer in De Geref. Kerk (Confessioneel Orgaan). We nemen een gedeelte over van een artikel: „Het Bruiloftskleed en de Boom des levens". Er staat boven „de Kwitantie" en het gaat over de verzoening van onze zonden door het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, dat reinigt van alle zonden.
Hij schrijft dan :
„Dat het Bruiloftskleed noodzakelijk is, wordt ons nadrukkelijk geleerd in Matth. 12 vs. 11 en 12, waar we lezen : „En als de Koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mensch, niet gekleed met een bruiloftskleed, en zeide tot hem: „Vriend, hoe zijt gij hier ingekomen ? En hij verstomde!”
Dr. H. de Vos, vrijz. Ned. Herv. pred. te Sneek, zeide in de buitengewone Classicale Vergadering, 11936 te Dokkum gehouden : „Vrijzinnigen kunnen spreken van de Openbaring Gods in Christus Jezus, maar niet (met de Orthodoxen) van verzoening door Christus' Middelaarschap”.
En toch, op die verzoening komt 't aan! En die verzoening is niet te verkrijgen, dan door de voldoening door het bloed des Kruises.
Er zijn tal van Ned. Herv. predikanten, die dit ontkennen. Prof. dr. C. Wagenaar, .Ned. Herv. pred. te Leeuwarden en bijzonder hoogleeraar te Groningen, vanwege de Evangelische Vereeniging, hield den ISden Mei 1932 in de bovenzaal van de Zuivelbank ter gelegenheid van de 60ste jaarvergadering van de Evangelische Vereeniging in Nederland een referaat over „Verzoening". Volgens het verslag in de Leeuwarder Courant van 19 Mei 1932 (zie ook het Leeuwarder Nieuwsblad van Woensdag 18 Mei '32) zeide hij ’t volgende :
„Zooals in de Roomsch-Katholieke eeredienst het Heilige Hart van Jezus bijzonder cultusobject is geworden, zoo geniet soms in de Protestantsche dogmatiek het Bloed van Jezus een bijzondere vereering. Dit is onschriftuurlijk. Wij moeten vragen naar den oorspronkelijken zin van die woorden. Spreker wijst op de beteekenis van het offer. Daar is geen offer, dat werkelijke zonde wegneemt, ook het offer van Christus niet, en daar vloeit geen bloed, dat werkelijke schuld bedekt, ook het Bloed van Christus niet. God vergeeft en God verzoent vrijmachtig en spontaan”.
„Toch wordt gesproken van het offer en het Bloed van Christus en dat is niet zinloos, maar moet naar den oorspronkelijken zin van het offer verstaan. Christus, gezonden van den Vader, krachtens Zijn eeuwige gedachten des vredes, heeft zich solidair met ons verklaard en de Goddelijke reactie tegen de zonde aanvaard. Hij leed onschuldig voor de schuldigen”.
Volgens deze woorden leert dr. Wagenaar, dat God de zonden spontaan vergeeft, dat er geen Bruiloftskleed noodig is. „Daar is geen offer, dat werkelijke zonde wegneemt, ook het offer van Christus niet en daar vloeit geen bloed, dat werkelijke schuld bedekt, óók het bloed van Christus niet" zoo predikt dr. Wagenaar. Deze predikant-hoogleeraar, meent het dus beter te weten, dan de Heilige Schrift, waar we lezen in 1 Tim. 2 : 6 van den Heiland : „Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed". En 1 Joh. 1 : 7 leert: En het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden!" In Openb. 22 wordt ons gesproken van „het Lam, dat voor ons geslacht is", en „die ons Gode kocht door Zijn bloed". En Hebr. 10 : 29 waarschuwt: Hoeveel te zwaarder straf meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zone Gods vertreden heeft en het 'bloed des Testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan.”
Vrijzinnige en Evangelische predikanten als dr. Vos en dr. Wagenaar, treden niet slechts in de Synode van de Ned. Hervormde Kerk op den voorgrond en beslissen daar mede over het lot dier Kerk, maar worden ook naar Oecumenische vergaderingen afgevaardigd, ja, worden er geëerd en hebben ook daar het hoogste woord.
Doordat de Evangelische en Vrijzinnige predikanten van geen vrede weten willen door het Bloed des kruises, ja deze vrede als „bloedtheologie" verwerpen, zijn zij Evangelischen zonder Evangelie, gelijk omstreeks 1785 in ons Vaderland er een partij was, die zich bij uitstek „ Patriotten " noemde, dat is „ Vaderlanders " — en die toch het Vaderland aan de Franschen verraden hebben.
Op al deze Vrijzinnige en Evangelische leeraars, die wel verzoening met God leeren, maar van voldoening door het Bloed des kruises niets willen weten, is van toepassing, wat wij lezen in Openb. 3 : 17 en 18 : „Want gij zegt : ik ben rijk en verrijkt en heb geens dings gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt. Ik raad u, dat gij van mij koopt goud, beproefd, komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden en witte kleederen, opdat Gij moogt bekleed worden en zalf uwe oogen met oogenzalf, opdat gij moogt zien”.
We moeten den mantel der Gerechtigheid bezitten, witter dan sneeuw, reiner dan hermelijn. En het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden. Wij hebben geen penning om te betalen, maar bij Hem is een volkomen verlossing.
Is uw kwitantie betaald?
Is uw pas in orde voor de reis naar de eeuwigheid ? "
GEDENKT DEN SABBATHDAG.
Het Nederlandsche volk vergezelt in gedachten het Prinselijk Echtpaar op zijn tochten in den vreemde en gunt het gaarne de ontspanning op Poolsche sneeuwvelden en Oostenrijksche Alpen of aan de Cóte d'Azur. Voor het lichamelijk en geestelijk welzijn van de jonggehuwden stijgen in de samenkomsten van Christus' gemeente en in de huiselijke godsdienstoefening gebeden op naar Gods troon.
Verzwegen mag echter niet, dat ons Christelijk volksdeel telkens met smart en droefheid verneemt hoezeer de Zondag ontluisterd wordt en de Zondagsheiliging in het gedrang komt.
Wij zien volstrekt niet over het hoofd, dat met name het Duitsche volk „ruimer" opvattingen omtrent de Zondagsviering huldigt dan Calvinistisch Nederland en wij denken er ook niet aan andere volken als het ware geestelijke voorschriften op te leggen; maar het gebod Gods wijkt niet voor traditie of landsgebruik. Gewoonte neemt de schuld niet weg.
Een en andermaal wezen wij in het voorbijgaan en in voorzichtige termen reeds op deze dingen, maar wij achten ons niet verantwoord, wanneer wij over de gepubliceerde feiten, welke de consciëntie van geloovig Nederland schrijnen, niet openlijk en ronduit het licht en het oordeel der Schrift laten vallen. De eisch van Gods Wet moet — naar het voorbeeld van trouwe Godsgezanten — niet in de laatste plaats aan vorsten en grooten der aarde worden voorgehouden. Want die wet geldt voor allen „'t zij laag van staat of hoog met eer gekroond”.
Hier is echter ook in het geding de sympathie van ons Christelijk volksdeel voor Prins en Prinses. Deze hartelijke toegenegenheid zou een deuk krijgen, wanneer het jonge paar, straks in ons midden teruggekeerd, hier te lande zoo weinig rekening zou houden met het Sabbathsgebod als thans volgens de persberichten het geval is. Eerbied voor de Kroon en liefde voor het Oranjehuis zouden ook dan van ons gevraagd mogen worden, maar de innige verhouding zou er onder lijden.
Doch wat van veel grooter beteekenis is : een schoone traditie van het Oranjehuis zou verscheurd, met de eigen belijdenis zou gebroken worden ; terwijl ten slotte en bovenal gehandeld zou worden in strijd met het gebod, dat ook voor vorsten geldt: „Gedenkt den Sabbathdag, dat gij dien heiligt", (De Rotterdammer).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's