De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Ja, aan wien ? Beiden waren zij voortgekomen uit een gezin, waar de vreeze Gods niet gekend en Hij dus ook niet gediend werd. Daarna opgegroeid in een omgeving, waar de Naam des Heeren nooit anders gebruikt werd dan om dezen te vloeken en voor 't overige alleen toegerust voor den aardschen levensstrijd. Maar niemand, noch in het ouderlijk huis, noch in die jeugdjaren tijdens de opvoeding, die hun ooit van deze hooge dingen gesproken had. Zoo waren zij volwassen geworden, met geen enkel ander begeeren dan in deze wereld een goede positie te krijgen. Och, hoe was hen alles bij de handen afgebroken ! In de kracht van het leven, te midden van zijn arbeid, werd haar man weggerukt. En wat gaf ook haar de wereld ? Wat had zij 'haar tot hiertoe gegeven dan kwelling en onvoldaanheid en teleurstelling en wat lag daar vóór haar ?
„En ben je nu dan heelemaal gerust, omdat je gedoopt bent, dat God al je zonden vergeven heeft ? " vroeg zij na haar stil gepeins.
„Ons geloof is niet altijd even krachtig en soms kan het mij ook wel eens zijn, alsof ik heel ver van dit alles af leef, vooral wanneer de beslommeringen van het leven mij soms zoo bezig houden, dat ik 'haast geen tijd heb, om onder al de bedrijven door boven deze wereld uit te komen. Maar als ik dan weer door het Woord en den Geest op de rechte plaats gebracht word, dan is het weer goed en word ik volkomen rustig. Omdat ik gelooven mag, dat God ook niet tweemaal voldoening van de schuld zal vragen, wijl Christus met ééne offerande in eeuwigheid allen volmaakt heeft, die geheiligd worden”.
„Maar de kleine kinderen, als zij gedoopt worden, weten daar niet van”
„Die opmerking had ik verwacht, en geen wonder, dat zeer velen daarmede verlegen zijn. Ik ben het zelf ook langen tijd geweest, tot ik achter het Verbondsgeheim kwam”.
„Het verbondsgeheim? Wat is dat? ”
„Daaronder versta ik dit, dat de verlossing van den Heere Jezus Christus niet ten doel heeft de redding van den enkelen mensch, los staande van anderen, als een eenling te midden van zoovelen, maar dat de verlossing bedoelt de behoudenis van heel het volk en gansch het geslacht, zooals dat een éénheid vormt in Hem, uit Wien men kwam. Zooals alle Israëlieten behooren tot het Bondsvolk van den ouden dag, 't welk God in Zijn souvereine genade uitverkoren had boven de andere volken, om te deelen in talloos vele geestelijke en stoffelijke zegeningen, en vooral in de begiftiging van de hoogere Godskennis, door middel van Wet en profetie, welke kennis bij de andere volken verloren was gegaan, zoo heeft God ook in later eeuwen tot aan het einde der tijden een volk verlost en voor eeuwige heerlijkheid bestemd, 't Is het geheiligd volk, met hetwelk Hij in Christus het genadeverbond sloot, dat van Gods kant niet verbroken wordt”.
„En van 's menschen kant? ”
„Van 's menschen kant wel. Zoo heeft een groot deel van Israël gedaan, dat God verliet en gelijk werd aan de kinderen der wereld, waardoor men Hem vergat, 't gezicht voor de geestelijke dingen verloor en zelfs den Heiland aan 't kruis sloeg. En ook nu zijn er, die van Gods kant begenadigd worden met al de voorrechten van het kindschap, maar die deze vertreden en het bloed des N. Testaments onrein achten en den Zoon van God andermaal kruisigen”.
Met een paar verwonderde oogen keek vrouw Kalma hem aan. Waar had die eenvoudige manke Murk toch al die geleerdheid vandaan. Zij begreep maar heel weinig van hetgeen hij sprak, en toch lag daar iets in zijn woord, dat haar aantrok en tot haar zeide : „Zoo is het!”
Dat was toch een heel andere taal, dan die men zoo dagelijks in het leven hoorde. En dan door zoo'n eenvoudigen man gesproken, die elken dag met negotie bij den weg liep en voor weinige jaren geheel alleen voor deze wereld leefde en dus toen nog van dat alles niets afwist.
„'t Is mij nog lang niet duidelijk, Murk. Ik vind het wel mooi en toch zijn er nog allerlei vragen. Je wilt dus zeggen, dat de kinderen gedoopt worden, omdat zij d'r bij hóóren ? Maar zij weten daar zelf toch niets van en hebben óók geen behoefte dit te weten? ”
„Volkomen waar. Dat zegt het Doopsformulier ook. „En hoewel onze jonge kinderen van dit alles niet weten, zoo zal men 'hen nochtans van den Doop niet uitsluiten, aangezien zij óók zonder hun weten de verdoemenis in Adam deelachtig zijn geworden". Daar weten zij óók niet van, maar door hun geboorte uit zondige ouders liggen zij van nature reeds onder het oordeel. Zóó is evenwel óók zonder hun weten door Christus het offer voor de zonde gebracht en 'God in Hem met hen verzoend en nu is het zoowel voor de ouders als voor de kinderen van het hoogste belang de quitantie in handen te krijgen. Voor de ouders, om daarin te mogen zien, dat God in Zijn genade ook hun kinderen als de Zijnen wil aannemen door hen in Christus te heiligen. En voor de kinderen, opdat zij het later zullen weten dat, toen zij zélf nog geen onderscheid wisten tusschen hun rechter-en linkerhand. God reeds Zijn zegenende hand op hen gelegd had en hen in Christus als Zijn eigendom heeft verklaard. Een gedoopt kind hoort daarom in de eerste plaats niet aan de ouders en niet aan zichzelf, maar aan Hém, die het kocht met Zijn bloed". „En als dan later dat kind van deze dingen niets weten wil en er mee spot en b.v. zeggen gaat: Wat mijn ouders, toen ik klein was, met mij gedaan hebben, dat weet ik niet en raakt mij ook niet, maar ik moet van dat alles niets hebben? ”
Aanstonds begreep Murk, dat de weduwe in deze woorden maar niet iets los-weg daar heen wierp, louter om wat te zeggen of iets tegen de waarheid in te brengen. Aan de uitdrukking van haar oog, aan de wijze waarop zij deze vraag stelde, voelde hij veeleer hoe daarachter de onrust van een aan zichzelf ontdekt hart lag, óf dat zij hier namens anderen sprak, die op deze wijze zich van de heilige dingen trachtte af te maken. — Anderen, maar die haar wellicht zeer nabestaande waren geweest, 't Was een consciëntiekreet, die vraag, welke zij deed, gepaard aan de vrees zich vergrepen te hebben aan iets zeer fijns en zeer teers en zeer heerlijks ook.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's