De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

DE KLOP OP DE DEUR!

7 minuten leestijd

Daarom zegt Hij: Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de dooden en Christus zal over u lichten. Epheze 5 vers 14.

DE KLOP OP DE DEUR!
In dubbelen zin zoudt ge de woorden, de we als tekst van overdenking kozen, woorden van God zelf kunnen noemen. De apostel werd immers bij het neerschrijven dezer woorden op organische wijze geleid door den Heiligen Geest; maar in de tweede plaats schijnen dit toch ook woorden te zijn geweest, die als een aanhaling zijn bedoeld. Dan zou het dus een ongeschreven woord zijn, wat in de herinnering der jongeren is bewaard gebleven. Het is er dan net mede gesteld als met die bekende aanhaling, dat het zaliger is om te geven dan te ontvangen. Die woorden staan immers ook niet in de Evangeliën opgeteekend.
Welnu, deze vermanende, aangehaalde woorden werden door den apostel Paulus in zijn brief tot de gemeente van Epheze gericht. Die gemeente was verbazend gegroeid. Vele heidenen waren overgegaan tot het Christendom. Of het gehalte er beter op geworden was, daaraan moet na het lezen van hetgeen aan het 14de vers voorafgaat, ten zeerste getwijfeld worden.
Velen, die aangesloten waren bij de Christelijke Gemeente, schenen met vele ijdele woorden de zonden van hoererij en geldgierigheid gemakkelijk goed te willen praten. Dat heeft den apostel gesmart.
Ook deze leden der Kerk, die door hun gedrag met recht onwaardige leden van de Kerk van Epheze moesten worden genoemd, worden dan ook ernstig door hem vermaand en gewaarschuwd.
Hij vergelijkt den toestand, waarin ze zich bevinden, als met een slaap des doods. Het is zijn bedoeling om ze wakker te schudden uit dien gevaarvollen slaap. Wat de zeelieden met Jona deden, toen ze hem toeriepen: Wat is u, gij hardslapende ? wil Paulus in figuurlijken zin doen met velen in Epheze, die voortsliepen in de zonde. Dat laatste woord „zonde" moet onmiddellijk veler verwondering doen wijken over de vermaning om toch maar niet voort te slapen.
Als we ons bewegen in het maatschappelijk leven, als we eens 24 uren achter elkaar in een groote wereldstad zijn, dan komen we tot de conclusie, dat het net schijnt, alsof er van slapen geen sprake meer is. 't Is een lawaai tot diep in den nacht. Men zwoegt en slaaft van 's morgens vroeg tot 's avonds, laat in den nacht en eigenlijk is het in den nacht ook nog niet stil. Het moderne verkeer wordt ook 's nachts niet stopgezet. Het schijnt belachelijk om nu in die overdrukke wereld, waar bijna geen tijd meer is om te slapen, ineens die ernstige wekstem te laten hooren, om nu toch eens uit den slaap te ontwaken.
Nog eens, door de toevoeging van het schrikkelijke woord „zonde" komt het opeens in een heel ander licht te staan. 't Is mogelijk dat iemand o zoo druk is en o zoo pienter, van den morgen tot den avond, en dat hij toch in geestelijk opzicht gelijkt op een slapende. Men leeft voort in de zonde, alsof er geen dood en geen eeuwigheid aanstaande was.
Wat zal het een ontzettend ontwaken in de eeuwigheid wezen voor allen, die naar die wekstemmen niet hebben geluisterd.
Wat te denken van een blinde, die in slaap is gevallen aan den rand van een afgrond. Hoe vreeselijk om te slapen in een huis, dat op het punt is om in lichte laaie op te gaan. Maar al deze beelden zijn niet in staat om den ernst te teekenen van den toestand van den mensch, die in de zonde voortleeft. De blinddoek moet van de oogen worden weggenomen. De schellen moeten in geestelijken zin van de oogen vallen om het schrikkelijke gevaar te zien.
De mensch, wiens oogen geopend worden voor zonde en schuld, zal inderdaad moeten belijden, dat de beeldspraak van den apostel niet te kras is. De mensch is immers van nature in zonde ontvangen en geboren. Hij is dood in zonden en in misdaden en ligt dus in geestelijk opzicht te slapen in een graf.
O, wat poogt de Heere op allerlei wijzen om de slapenden wakker te maken. O, lezers, wat heeft Hij u al menigmaal met zegeningen en weldadigheden omringd. Hebt ge het wel bedacht, dat de Heere dit deed opdat de goedertierenheden Gods u tot bekeering mochten leiden ? Maar daarnaast kwam Hij ook met rampspoed. In uren van smart en droefenis liet Hij ook kloppen op de deur van uw hart en de boodschap werd naar binnen gebracht: de Meester is daar, en Hij roept u!
O, wat zou het zijn, als die wekstemmen eens tegen den mensch moesten getuigen. Wat is er nog meer te doen aan mijn wijngaard, wat Ik niet gedaan heb ? klaagt de Heere.
Als de oogen opengaan voor de diepte en de donkerheid van het graf onzer zonde, dan zal het met schrik worden ervaren, dat er ook in ons geen kracht is om de kluisters van den geestelijken dood te verbreken.
Maar ziet, lezers, in den donkeren nacht van zonde en ongerechtigheid heeft het Gode behaagd te laten opgaan het licht van Zijn genade. Gods eigen Zoon kwam op aarde. Hij zelf daalde af in den nacht van zonde. Als Borg en Middelaar heeft Hij van de kribbe tot aan het kruis niets anders gezocht dan de eere Gods, die door de kinderen Adams met voeten was getreden. Voor die zonden de straf dragend, werd het Hem zoo bang aan 't kruis, dat Hij het in stikdonkeren nacht aan het kruis heeft uitgeroepen : Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten. Ja, nog meer: na den geest te hebben gegeven, is Hij in Jozefs grafspelonk neergelegd. Maar, God lof, op den Paaschmorgen is Christus uit den doodslaap verrezen en heeft zich vertoond in de heerlijkheid van Zijne opstandingskracht. Het donkere graf was door engelen verlicht. Maar door Zijn triumf is het nu ook mogelijk, dat arme zondaren nog weer zullen ontwaken tot nieuw leven. Gelijk Lazarus op Zijn geroep uit den doodslaap ontwaakte, zoo ontwaken er op Zijn geroep nog arme zondaren uit het graf hunner zonden.
En die geen penning meer hebben om ook maar iets af te betalen van een schuld, die duizenden talenten groot is, dien wordt het gepredikt, dat Hij als Borg bij den Vader volkomene gerechtigheid heeft aangebracht.
O, gij, die in uzelf geen leven meer vinden kunt, gij zult de kreet van de oude Kerk verstaan: Geef mij Jezus of ik sterf.
O, als het licht van Gods genade over het zondaarshart begint te lichten, dan komt er sieraad voor asch en vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des lofs voor een benauwden geest.
Ook wij leven in tijden, waarin dezelfde gevaren, en nog veel andere, die Epheze bedreigden, ook onze gemeenten bedreigen. En daarom moet ook nu die opwekkingskreet telkens weer weerklinken.
Maar het is niet alleen nuttig voor den onbekeerde ; ook de gekenden Gods hebben het noodig om telkenmale weer te worden opgescherpt in het allerheiligst geloof. De bruid lag weer te slapen op het bed der zorgelooze rust. Ze dacht er niet aan om van haar leger op te staan om den kloppenden Bruidegom binnen te laten. Ze had haar rok uitgetrokken en begeerde die niet Weder aan te trokken. De voeten waren gewasschen, waarom zou ze die weder bezoedelen?
O, wat was het noodig, dat de mirre aan de handvaten van het slot, door hem achter gelaten, de herinnering aan hem weer zou wakker maken. Ze moest weer opstaan om hem bij vernieuwing te zoeken, niet rustend voor ze hem gevonden had.
Die wekstemmen zijn noodig tot den doodsnik toe.
Roept niet de apostel Paulus het uit:
Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods ?
Met Christus wordt het licht, zelfs in de graven. Al ging ik door het dal van de schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vreezen, want Gij zijt met mij, Uw stok en Uw staf die vertroosten mij.
Wekke de vermaning van Paulus nog menigeen bij het lezen dezer overdenking uit den doodslaap der zonde!
Ermelo

J. J. Timmer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's