RONDOM DE LEESTAFEL
GENEESKUNDIGE HULP, populair-geneeskundig en hygiënisch handboek, samengesteld door dr. J. Mebius, specialist voor inwendige ziekten, huidziekten en tropische ziekten. Met uitvoerig register. Uitgave van Jacob Dijkstra, Groningen.
De geneeskundige wetenschap heeft de laatste jaren groote vorderingen gemaakt. Tegelijk daarmee is ook de belangstelling van den leek voor de geneeskunde toegenomen. Dit is een gelukkig verschijnsel. Want onwetendheid is wel een der grootste gevaren, die onze gezondheid bedreigen. Benige bekendheid met het ontstaan der ziekten is voor den leek dan ook dringend noodig. Om tegemoet te komen aan de groote drang van zeer velen naar voorlichting op dit gebied heeft dr. Mebius, specialist voor inwendige ziekten enz. zich opgemaakt, om een populair-wetenschappelijk standaardwerk saam te stellen en de uitgever Jacob Dijkstra te Groningen zorgt voor een populair-mooie uitgave. Dit werk bevat in alfabetische volgorde een duidelijke beschrijving van vrijwel alle in Nederland en Nederlandsch-Indië voorkomende ziekten enz. en geeft dan ook een wyze van behandeling. De rijke ervaring, die de bekwame schrijver zoowel gedurende zijn werkzaamheid in Indië als in zijn arts-en specialistenpractijk hier te lande heeft opgedaan, is in dit boek neergelegd, waardoor het een betrouwbare gids en hulp in het gezin zal zijn.
Het boek zal verschijnen in 12 afleveringen van minstens 48 pagina's en dus een omvang krijgen van ongeveer 600 pagina's. De prijs is 50 cent per aflevering en gratis linnen stempelband.
DE BALLING VAN DEN KABAROE door ds. H. Veldkamp. Uitgave N.V. T. Weber. Franeker 1936.
Neen, dat is geen roman. De titel zou 't kunnen doen vermoeden. Zoo iets als Penning gewoon was te schrijven. Maar dat is het heelemaal niet. 't Is een bespreking van het boek Ezechiël. Ezechiël, de profeet, die als balling naar Babel was gedeporteerd en daar — o, wonder ! — onder „open hemel" mag verkeeren, dewijl de Heere tot hem spreekt, zij 't onder zeer bijzondere omstandigheden. Over den balling, die te Tel-Abieb aan de rivier Chebar d.i. Kabaroe, woont, gaat het over de Godsspraken die tot hem komen, wonderlijk in uitbeelding en rijk van inhoud. Ds. Veldkamp doet dat op zeer origineele wijze. Zooals de titel is, zoo is de vorm van „het verhaal"; pakkend, uitbeeldend in voorstelling en rijk aan allerlei opmerkingen ; ook over onderwerpen van den modernen tijd; wat een aanbeveling is; wat ook soms een vraagteeken doet zetten ; wat soms doet zeggen : waarom er dat nu bijgehaald ? De reformatie van '34 en '86 ; de reorganisatie ; de oude Vaderlandsche Kerk enz. Voor vergelijkingen moet ook een gelijkenis zijn en is er dat dan, in die gevallen ? Maar dat neemt volstrekt niet weg, dat we dit origineele boek om de vele uitnemende uitlegkundige en verklarende opmerkingen en beschrijvingen met groot genoegen hebben gelezen (hier en daar) ; en we zullen zeker, als we onze aandacht aan Ezechiël wijden, naast de studies van prof. Noordtzij en wijlen dr. A. Troelstra, ook het hoek van ds. Veldkamp raadplegen.
WAAR MOHAMMED REGEERT, door P. M. Legêne.
HET VOLK VAN HET GROOTE HEIMWEE, door denzelfden schrijver. Dit zijn twee uitgaven van 't Zendings-genootschap der Ev. Broedergemeente te Zeist, Broederplein 27. Beide boekjes, met fleurige roode omslag, zijn geschreven door P. M. Legêne, voorzitter en secretaris van het Zeister Zendingsgenootschap.
Het eerste boekje handelt over Mohammed en het Mohammedanisme. Vier vragen worden behandeld : 1. Wie is Mohammed ; 2. Wat is het Mohammedanisme; 3. Heeft het Mohammedanisme iets goeds aan de wereld gebracht ? 4. Uit de practijk van de Zending onder de Mohammedanen.
Wij hebben een groot gedeelte van dit boekje op een avond op een van onze lessen aan ouderen voorgelezen en daarvoor leent het zich heel goed. Men krijgt dan een goeden indruk van het Mohammedanisme en iets van de Zendingspractijk in de landen, waar het Mohammedanisme heerscht, te weten, kan ons een goeden kijk op een en ander geven.
Het tweede boekje, even keurig verzorgd, met glanzend papier, duidelijke letter en keurige foto's, handelt over „het groote volk der Hindoes". „Hun heimwee is van geestelijken aard; het is geen heimwee naar de plaats hunner geboorte" (denk aan de Joden). „Het is zelfs ook geen heimwee naar een hemelsch vaderland, maar 't is er een van een heel bijzonderen aard, dat nergens bij eenig ander volk zóó sterk voorhanden is, en zoo geheel hun leven, denken, doen en laten beheerscht". „Wat dit volk doet, als gevolg van dat hevige heimwee, is vaak hartverscheurend : zij verminken hun lichaam op de wreedste wijze, lijden vaak honger en dorst, koude en hitte. Zij kruipen als slangen in het stof, dagen, weken, maanden. Zij worstelen vaak als krankzinnigen met bun eigen geest om dien te dooden. Men ziet hen bij duizenden in de tempels, aan de heilige rivieren en in de heilige plaatsen, strijdend voor de bevrijding van hun gevangen ziel, trachtende — met opoffering van heel hun leven — de dolende ziel op den goeden weg te .krijgen, opdat deze ongelukkige, schreiende ziel, wanneer zij van het lichaam verlost zal zijn, terug zal mogen keeren tot haar oorsprong, en vrede vinden" (blz. 4 en 5). Om dat volk h.et Evangelie te prediken, zeggende : „Ziet het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt", is heerlijk. „Komt herwaarts tot Mij, Ik zal u ruste geven”.
Over die dolende ziel (denk aan het Boeddhisme) wordt dan eerst gesproken. Dan wordt de vraag gesteld: Is er heelemaal geen hoop voor de gevangen ziel? (Karma-leer), Reïncarnatie, enz.) .Vervolgens krijgen we een hoofdstuk : De Hindoes en het Evangelie van het Kruis. Ook volgt dan nog: Het volk van het groote heimwee in Suriname; en daarna: Een hunner, die 't doel bereikte. Hiermee wordt bedoeld Ram Sharran, die christen werd. „Hij had zijn offeranden gebracht, en zijn gebeden ultgesproken ; hij had het Gangeswater met lange teugen gedronken ; ook het half-verrotte water uit den put, waarin eens de god Vlshnoe een bad moet hebben genomen, had hij uit den heiligen beker van den priester mogen drinken. Hij had aan de priesters, aan de heilige koeien, aan de apen, de honden, de schildpadden en aan de krokodillen, offeranden gebracht, en hij had geld geschonken aan de Sadhoe's en de Fakirs. Hij had bloemenkransen om de godenbeelden gehangen. Niemand had hij vergeten, en niets had hij verzuimd". Toen ging hij naar Suriname en mocht daar Christus vinden, omdat Christus hem had gezocht en gevonden. „En hij had Hem gevonden, Die de dorst en 't brandende verlangen van zijn ziel stillen kon”.
Twee mooie Zendingsboekjes, die voor lezing en verspreiding uitnemend geschikt zijn.
DE SCHADUW DER HEMELSCHE DINGEN, door ds. W. H. Bouwman, Geref. pred. te Herwijnen. Uitgave : J. H. Kok, Kampen.
Dit boekje gaat over de Oud-Testamentische eeredienst en wordt ingeleid met een enkel woord door prof. dr. J. Ridderbos, van Kampen. „Er ligt in Israels ceremonieele instellingen een schat van leering voor de Gemeente Gods", zegt prof R., j, en de auteur van dit geschrift heeft die op m. i. veelzins verdienstelijke wijze vertolkt. Wie zijn geschrift leest, merkt aanstonds, dat het berust op degelijke studie, en dat het gedragen wordt door het ernstige streven, het Woord Gods te doen spreken. Ik twijfel dan ook niet, of velen zullen dit geschrift met genoegen, en ook tot leering en stichting lezen, en het zal er toe tonnen bijdragen, dat een anders vrij onbekend gedeelte der H. Schrift dichter "bij het bewustzijn der gemeente wordt gebracht”.
Wij kunnen met dat woord van prof. R. geheel en al instemmen. Wat anders zoo dor en zoo droog is en voor velen onbegrijpelijk is en ook onbelangrijk voorkomt, wordt hier op duidelijke onderhoudende wijze bij het volle licht der Schrift aan de gemeente voorgelegd. „De Hebreërbrief is bij Gods volk terecht geliefd en hij biedt ons de aanwijzing, hoe de schaduwdienst in Christus vervuld is". De Hebreërbrief wordt dan ook de Commentaar der H. Schrift in deze genoemd.
De inhoudsopgave wijst ons den weg bij de stof, die behandeld wordt. We krijgen eerst: Het Heiligdom (in het Voorhof — in het Heilige — Achter het Tweede Voorhangsel); de Tempel; de Tweede Tempel.
Dan de Heilige Dienaren (het Priesterambt — de Hoogepriester — de geschiedenis van het Priesterschap).
Vervolgens: De Heilige Dienst (het brand-, spijs-en drankoffer) ; het dankoffer; de zoenoffers ; de wydingsoffers ; de zuiveringsoffers der Reiniging ; Wijding).
Ten slotte : De Heilige Tijden (Sabbat, Maanfeest, Sabbatsjaar, Jubeljaar) ; het Paaschfeest (Paaschmaaltijd, enz.); Pinksteren ; het Loofhuttenfeest (Groote Verzoendag — de dag der verzameling, enz.). Feesten na de Ballingschap. De Synagoge. En aan het eind: Hoogte, Beeldendienst en afgoden.
Een nuttig boekje, keurig uitgegeven, mooi geillustreerd met duidelijke voorstellingen en afbeeldingen. Zonder hinderlijke geleerdheid wordt hier iets gegeven dat uitmunt door degelijkheid-Predikanten, onderwijzers, leden van onze jeugdvereenigingen enz., kunnen hier vinden, wat we prachtig kunnen gebruiken op de catechisatie, de school, enz. Ook in onze gezinnen kan zoo'n boekje goede diensten doen, en zeker ook voor studeerenden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's