MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Wat zou hij zeggen ? Zou hij om baar geen pijn te doen, verzwijgen wat hij meende, dat de waarheid was ? Zou hij, misschien om de nagedachtenis der dooden te eeren, moeten zeggen, dat dit een kleinigheid was, waar God geen rekening mee hield ? Zou hij barmhartiger zijn dan de H. Schrift ?
Een oogenbiik zat hij in zwaren tweestrijd, 't Lag zoo in zijn karakter ook, om allen ter wille te zijn en van allen het goede te denken en allen, die dit noodig hadden, te helpen. Was hij zélf óók niet als zoo'n arme, verlaten, verdoolde zondaar door God en menschen aangenomen? Hij zocht naar woorden, om de teere waarheden, waar het hier om ging, niet met ruwe hand aan te grijpen en juist daardoor te kwetsen of te breken. Juist zooals hij het deed met de koopwaar, die hij van dag tot dag den menschen aanprees. Daar waren genoeg artikelen bij, die hij zóó met kracht aangreep en ópbeurde en een plaats gaf zonder vrees voor een stoot of een deuk. (Maar als hij bezig was met die zoogenaamde „fijne afdeeling", dan deed hij dit voorzichtig en zorgvuldig. Glas of porcelein was toch heel iets anders dan grof aardewerk en vereischte een zachtere behandeling. Zoo ging het óók met de waarheden, welke thans ter sprake kwamen. Wat vrouw Kalma hem vroeg, gold iets heel teers, waar nog zeer veel gevoeligs achter lag, — daarom paste hier groote voorzichtigheid.
„Ik geloof, " zei hij eindelijk, „dat het kind zoo iets doen kan en ook meermalen doet, maar in zijn onwetendheid. Zooals het volk der Joden eveneens in zijn onwetendheid den Messias aan het Kruis sloeg, waarom Hij voor hen bad : .Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." (Maar aan de zaak zélf doet dit voor de gekenden Gods niets af. Gesteld eens, dat Baije of Joubje of Jan later zou zeggen : ik erken u niet als mijn moeder, — daarom blééf je dit voor hen evengoed. Israël heeft ook van zijn kant meermalen God en het Verbond den rug toegekeerd, om andere goden ie dienen, maar daarom bleef Hij niettemin hun God ! Doch daardoor beroofde het volk zich zélf van menigen geestelijken zegen en velen stierven zonder Hem.”
„Het is dus wél noodig, dat wij den Doop, welken de ouders aan de kinderen geven, op later leeftijd aanvaarden? ”
„Elk verbond bestaat uit twee deelen. Vóór alle dingen is het noodig, dat het vast ligt in Hem, die als de eenige Getrouwe nooit van Zijn werk berouw krijgt, maar om daar houvast aan te hebben en voor eigen hart de kracht en de vertroosting daarvan te genieten, is het noodig, dat de mensch, als hij tot zijn verstand gekomen is, dit alles in het geloof aanvaardt, 'k Heb eens een dominé hooren zeggen, dat gelooven zooveel beteekent als „de hand geven, " dus „aannemen", „aanvaarden, " wat geboden wordt. Alleen waar dit plaats heeft, krijgt men iets aan de genadegaven Gods. 't Is precies als met den honger. Je hebt een lekkeren maaltijd voor mij Maar gemaakt, vrouw Kalma, en ik bad waarlijk veel trek, want als je zoo'n ganschen dag op den weg «bent, dan begint de maag op het laatst toch ook een woordje mee te praten. Maar nu was het niet genoeg, dat het eten op tafel stond, ik moest het ook tot mij nemen. Welnu, zoo stel ik het mij ook voor met alles, wat God in Christus ons bereid heeft. De tafel staat aangericht; de verzoening en de verlossing is er, maar nu moet dat alles door het geloof worden aangenomen. Het is zoo gelijk Paulus het zegt: „God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hare zonde haar niet toerekenende, " en nu komt de boodschap Gods tot die wereld : „Laat gij u nu ook met God verzoenen. Want Dien, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij' zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hèm.”
„En als de ouders nu. eens om de een of andere reden nalaten hun kinderen te doopen, zal dat hen dan van de vergeving hunner zonden uitsluiten? ”
„Er kunnen natuurlijk omstandigheden in het leven voorkomen, waardoor ouders tijdelijk niet in de gelegenheid zijn te doen, wat aj wel wilden. 't Is ditmaal alweer bij den bakker uitgekomen, waar zij den Doop van hun kleine zeker langer hebben uitgesteld dan hun lief was. Ook hier geldt het evenwel: „Waar een wil is, is een weg, " — als men maar van het hooge belang der zaak overtuigd is. De ouders zullen dus, dunkt mij, zelf hebben uit te maken of zij deze nalatigheid voor God kunnen verantwoorden. Het kind staat hier evenwel naar mijn meening buiten, omdat de verlossing een feit is, dat reeds vóór het 't levenslicht zag, ja, van eeuwigheid af heeft plaats gehad. Alle werken Gods zijn Hem van eeuwigheid af bekend, al worden zij dan ook in den loop der tijden uitgevoerd en geen menschelijke handeling brengt daar wijziging in." Weer werd het nu stil. Vrouw Kalma had al lang haar naaiwerk laten misten en zat met de hand onder het hoofd in diepe gedachten verzonken, 't Was haar alles zoo vreemd en toch ook weer zoo dierbaar. Zij kon zelf niet zeggen hoe zij het bad. Murk opende in al zijn eenvoud voor haar geestesoog een vergezicht, vol nieuwe heerlijkheden, welke haar alle even begeerlijk voorkwamen.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's