De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rondblik buiten de Grenzen

5 minuten leestijd

Als men over de neutraliteit van België spreekt worden onwillekeurig gedachten aan den wereldoorlog opgeroepen. De neutraliteit van België heeft immers niet kunnen verhinderen, dat dit land op gruwelijke wijze in den grooten oorlog betrokken werd. Onder den druk van de daarna ontstane omstandigheden heeft België toegestemd in een Locarno-pact waarbij het verplicht werd Engeland en Frankrijk in geval van een aanval te hulp te komen. Het kleine Belgenland dat zoo kwetsbaar en van omringende landen afhankelijk is, voelde zich door deze verplichting steeds minder op zijn gemak. Waarom zou het met name Duitschland op deze wijze tegen zich in het harnas jagen?
Koning Leopold heeft deze zaak voor het eerst in het publiek gebracht. Hij verklaarde tijdens een Kabinetszitting, dat België onafhankelijk en neutraal moet zijn, en liet deze opzienbarende verklaring in de pers afdrukken. Men voelde toen al wel, dat België van de Locarno-verplichtingen verlost wilde worden. En Engeland en Frankrijk hebben daartegen geen overwegend bezwaar doen hoeren. Wat toen officieus overeengekomen werd, is nu ook officieel beklonken. Middels een gemeenschappelijke verklaring van de Fransche en Engelsche regeering is België thans ontslagen verklaard van alle Locarnoverplichtingen, terwijl mede het defensief Fransch-Belgische accoord van Maart 1936 opgeheven wordt.
Hiermede is België teruggekeerd tot zijn voor-oorlogsche neutraliteitspositie. Frankrijk en Engeland handhaven echter hunnerzijds de beloften van bijstand die zij jegens België bij de genoemde overeenkomsten op zich hebben genomen.
Practisch is er voor de internationale verhoudingen niet veel veranderd. De „bijstand" welke België eventueel aan Frankrijk en Engeland zou kunnen verleenen bestond toch voornamelijk in een zoo sterk mogelijke verdediging van eigen grenzen tegen een indringenden vijand. Van welke zijde die vijand verwacht werd behoeft niet bijzonder gezegd te worden. En die verdediging van eigen grenzen blijft natuurlijk ook na de schrapping van de Locarno-overeenkomst mogelijk. Het is voor Frankrijk en Engeland al heel wat waard, als België de niet-genoemde invaller een tijdje aan zijn grenzen kan ophouden.
Toch staat België nu vrijer tegenover Duitschland. En dat kan vooral in economisch opzicht voor België van beteekenis zijn. Men denke slechts aan het bezoek dat dr. Schacht aan Brussel bracht. En in Italië is men over de losmaking van België uit de Locarno-verplichtingen eveneens goed te spreken. Dat is voor de internationale positie van België toch altijd nog van eenig belang.
De regeering-Vian Zeeland staat er op het oogenblik over 't algemeen vrij goed voor. Voorzoover we dat althans van hieruit kunnen beoordeelen. De nederlaag van Degrelle heeft de positie van den minister-president uiteraard belangrijk sterker gemaakt tegenover de semi-fascisten. De Rex-beweging schijnt zich thans op den verder af te leggen weg bezonnen te hebben. Degrelle krijgt nu een comité van advies naast zich. Ze heeft het „Leider-principe" dus blijkbaar losgelaten en als „gewone" politieke partij te willen voortleven.
En voorts is de wind Van Zeeland gunstig om de taak, welke hem in het belang van de internationale economische samenwerking opgedragen is.
Hij komt met tal van politieke kopstukken in aanraking om te onderzoeken of het beleggen van een wereldconferentie mogelijk is. Wat er van dit denkbeeld verwezenlijkt zal kunnen worden, is nog niet te zeggen. Zeker is, dat algemeen het besef doordringt dat autarkie duur is. De Engelschman Lansbury is bij Hitler op visite geweest. Hij heeft eea paar uur met den Duitschen dictator gesproken. Dat is op zichzelf al een bizonderheid, want de invloedrijke „omstanders" laten niet makkelijk buitenlandsche politici bij den Führer toe. Hitler schijnt niet al te afkeerig te zijn van het denkbeeld, dat ook Duitschland aan zoo 'n internationale bespreking deelneemt. Tenminste als er eenig uitzicht is op practisch resultaat. Men gevoelt er in Duitschland — dat zich immers moedwillig aan elk internationaal overleg onttrokken heeft — niets voor, om deel te nemen aan een bespreking, die alleen theoretische beteekenis kan hebben. En zoo denkt men er in New-York ook over. Hoewel het uitgangspunt van Duitschland en Amerika verschillend is, valt het toch beide Staten moeilijk om aan internationale besprekingen o.d. deel te nemen.
De Oostenrijksche kanselier, Schuschnigg, heeft te Venetië besprekingen gevoerd met Mussolini. Dat zijn natuurlijk, in 't algemeen gezegd, inter-nationale besprekingen geweest. Maar de nationale en de internationale kwesties van Oostenrijk hangen nauw met elkaar samen. In de Giornale d' Italia vermeldde de hoofdredacteur Gayda, dat Oostenrijk met de Nationaal Socialisten in dat land vrede zou sluiten, en zoodoende ingeschakeld zou worden in den bond Duitschland—Italië. De Oostenrijksche bondskanselier wees deze verklaring van het groote Italiaansche blad direct af met de mededeeling, dat te Venetië Italië zich zeker niet had gemengd in de binnenlandsche aangelegenheden van Oostenrijk en dat Oostenrijk zijn eigen politiek zou volgen. Gayda verzachtte daarna zijn verklaringen. Maar duidelijk is toch, dat Mussolini zeer sterk met Berlijn samenwerkt en dat Oostenrijk in elk geval te Venetië toenadering tot deze politiek getoond en betuigd heeft. Te Praag heerscht dan ook over deze resultaten sterke ongerustheid, daar men begrijpt, dat een dergelijk midden-Europeesch blok voor Tsjecho-Slowakije in de eerste plaats gevaar­ lijk is. Er zijn in Oostenrijk vermoedelijk wel binnenlandsche evoluties op komst. Van Duitsche zijde reist generaal Goring op het oogenblik in Italië. Ook hij confereert dezer dagen met Mussolini. Te Berlijn is men over de resultaten van Venetië zeer tevreden, daar men meent van vier resultaten zeker te zijn, n.l. dat de Brennerpas voor Italië zijn vroegere beteekenis verloren heeft, met andere woorden, dat Italië geen bezwaar er tegen heeft dat de Duitsche invloed zich tot de Brennerpas uitstrekt, terwijl in de tweede plaats de toenadering tusschen Praag en Weenen beëindigd is, het herstel der Habsburgers van de baan is, en het tegenwoordige binnenlandsche regiem in Oostenrijk verbeteringen in Duitschen zin zal ondergaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Rondblik buiten de Grenzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's