De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

3 minuten leestijd

UIT HET DAGBOEK EN DE BRIEVEN VAN WILLEM DE CLERCQ. Bloemlezing, samengesteld en ingeleid door J. F. van Haselen. Libellen-serie. Uitgave : Bosch en Keuning. Baarn.
Die in de dagboeken en de brieven mag lezen ven de vrouwen en de mannen van het Reveil ervaart telkens, dat er een leven nabij God gevonden werd. Zóó sterk, dat de gebeurtenissen des levens telkens zoo buitengewoon doortrokken zijn van de vreeze Gods, dat men onwillekeurig uitspreekt: wat nu, onder ons, uitzondering is, was toen regel by die kinderen Gods, die 200 sterk de gemeenschap des Heeren mochten ondervinden en er zoo heerlijk van mochten genieten.
Iets hiervan komt ook in dit boekje uit. Wat is het leven van Willem de Clercq vol strijd en worsteling geweest. Maar de Heere heeft hem. in Christus genade bewezen. De moeiten zijn niet uitgebleven. De zonden plaagden. De vijandschap van menschen kwam. De teleurstellingen des levens bleven niet uit. De kerkelijke toestand benauwde. En door alles gaat het telkens weer : „bij ons is alles beschaming; aan God de eer. Diepe zonde bij ons. Heere, bewaar Gij mij!”
Over de Kerk sprekend, zegt Willem de Clercq (in het jaar 1843) :
„En nu Kerk ! ontzettend woord van strijd van zoovele jaren. Moede ben ik er over te dispu­teeren en redeneeren. Ik heb er mij aan vastgehouden, zoolang ik kon ; mijne geheele natuur verlangt er naar. Ik kan er echter niet meer gaan. Het is mengsel van alles, kwaads en goeds dooréén. Neen, dan liever in angello cum iibello. Ik kan er mijn lichaam en ziel niet meer toe brengen. Ik moet door veroordeelingen gaan, daar mijn geheele bestaan tegen op ziet. Mijn geweten zou het mij niet toelaten. Het is geen zaak van gisteren of heden. God, die zich aan mijn hart een God van genade bewijst, zal mij niet begeven noch verlaten". Zoo schreef de-Clercq aan mr. Groen van Prinsterer. En in een brief aan mr. Koenen lezen we: „ dit gevoel ik, dat gij mij weder tegenover u wenschte te zien zitten in den Kerkeraad, en ik werkte ook recht gaarne met u. Maar het is bij mij geen zaak van een dag, maar eene worsteling van jaren, een voorttrekken van die lijn, waarin ik getuigd en geprotesteerd heb. Wat men goed vindt Kerk te noemen, is mij zulks in realiteit niet. Een plaats waar men onverschillig is over de waarheden ; die evenzeer Arianen en Socinianen als rechtgeloovigen opneemt; waar men niet de volle genade Gods verkondigt, zooals ik die vind in het Woord Gods ; waar men eigenlijk geene kerkelijke daad uitoefent, maar alleen namen in een boek mag opschrijven ; waar zoovele menschenzielen in een gevaarlijken doodslaap gehouden worden, daar kan ik de levende steenen van het huis Gods niet vinden, daar heb ik geene roeping. Naar het vleesch is het mij akelig, neen te zeggen, want ik ben wel met u. allen, en ben gaarne in zulke zaken bezig, doch in mijn geweten kan en mag ik niet ja zeggen. . . .”
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's