RONDOM DE LEESTAFEL
IN WEER EN WIND, geïllustreerd maandblad gewijd aan natuurleven, reizen, volkskunde en buitensport. Uitgave : W. L. en J. Brusse, Rotterdam.
Dit tijdschrift geeft de 4de aflevering, rijk geillustreerd, met levendige beschrijving van het landgoed Mariëndal bij Arnhem, onder Oosterbeek, van de hand van den burgemeester aldaar, de heer J. J. Talsma. Over dieren wordt geschreven dr W. M. Kruseman; van rupsen en vlinders vertelt Rinke Tolman. Artikelen over „het weer in April" en „vliegen en genieten", „bladbegonia's" „de slanke sleutelbloem" ; „de Zeeuwsche potvisschen'", „Kievitten" enz. enz. bewijzen dat deze aflevering rijk gevarieerd is en voor liefhebbers zeer interessant, vooral ook door de prachtige foto's en het mooie plaatwerk.
BLAUW-WIT-SERIE, tot opbouw en ontwikkeling. Uitgave : La Rivière en Voorhoeve, Zwolle.
Dit is een nieuwe serie boekjes, tot opbouw en ontwikkeling. Twee nummers zijn reeds verschenen: no. 1 W. Laatsman De Vlaamsche Volksziel; en no. 2 dr. M. L. v. d. Stempel Luchtbescherming. Twee geheel verschillende onderwerpen dus. Het eerste is van den bekenden Vlaamschen-schrijver Laatsman, die populair en onderhoudend weet te vertellen. Wie over Vlaanderen praten wil, zal Timmermans, maar zal zeker niet minder Laatsman moeten lezen, die de Vlaamsche ziel zoo goed kent.
En dan het tweede boekje. Verschrikkelijk, dat deze dingen aan de orde zijn. Het is een aanklacht tegen den modernen tijd'! Maar nu ze aan de orde zijn, moeten we van de luchtbescherming iets weten (wie hoorde niet van de luchtbeschermingsoefeningen ? ) en dan is dr. v. d. Stempel, arts te Amsterdam, lid van den Raad' van Advies der Ned. Vereen, voor Luchtbescherming, de man die het weet en die het ons wil vertellen. Dit boekje geeft alle maatregelen aan ter bescherming van de burgerbevolking en is bevattelijk en overzichtelijk. (geïllustreerd) geschreven.
Er staan nog meer belangrijke onderwerpen op het programma van den Uitgever over opvoeding, gezondheidsbevordering, kookkunst, enz.
NIEUWE THEOLOGISCHE STUDIëN, 20ste jaargang. Afl. 4, April 1937. Uitgave : H. Veenman en Zonen, Wageningen.
Inhoud van deze April-afl.: De Wolk van Hemelvaart. „Een wolk nam Hem weg. Zoo leven wij dan nu onder die wolk. Zitten wij niet vaak m.et de wolk ? Is er niet veel pogen om te zien klaar en distinct ? Rationalisime, Mystiek, zijn pogingen om door de wolk heen te breken. Velen stuiten op de wolk en hielden alleen over: de wolk. Jezus is vervaagd tot „een zekere Jezus", dat is een onzekere Jezus ; de Christus der Schriften is vervluchtigd tot wolk. Wij weten Hem achter de wolk. Hij is voor de Zijnen geen vreemde. De wolk is er ; maar Hij is er ook ! Straks neemt Hij de wolk weg.
Prof. Haitjema geeft een keurige bespreking van het leven en het werk van wijlen prof. Van Veldhuizen. Prof. dr. W. J. Aalders. een opstel : „De Kerk en de Volken". Verder treffen we aan een opstel: „In den nacht, in welken , Hij verraden werd" door Joh. Hartog. Dan mededeelingen van de Redactie en toegezonden tijdschriften. De Redactie bestaat uit de heeren : prof. dr. Joh. de Groot, prof. Aalders, prof. Berkelbach van der Sprenkel, prof. Böhl, Haitjema, Van Rhijn, de Zwaan, enz. ene.
DE WERKPLAATS, Christel. Letterkundig Maandbl.,onder redactie van dr. J. Haantjes, dr. J. van Ham, dr. K. Heeroma, dr. W. A. P. Smit en H. de Bruin. Drukkeriji Neerbosch' Boekhandel.
Wij lezen dit pittige letterkundige Maandblad, onder de eminente leiding van geschoolde redacteurs, graag. Van zoo'n stukje over Urbain van der Voorde geniet een mensch. Jammer dat Jan Ietswaart een gedicht geeft: „Bevrijding", waarin , Hij blijk geeft noch van het lijden van den Heiland, noch van de weerloosheid, noch van woorden als „wie 't zwaard trekt, zal ook door het zwaard vergaan", begrijpt. Maar dan ook niets.
De uitgave is in alles uitnemend verzorgd door Neerbosch' Drukkerij.
WAT IS DAT? Een Encyclopaedie Voor jongeren. Uitg. Hollandia Drukkerij, Baarn.
Wij ontvingen de aflev. 21—124. Dit zijn de laatste vier. Deze Encyclopaedie is hiermee voltooid en tegelijk — uitverkocht. Maar, er komt een nieuwe druk in de nieuwe spelling. In afl. 21 wordt gehandeld over Processie, Radio, Rembrandt, Rijksmuseum enz. In aflev. 22 over : Scheepsbouw, Scholastiek, Skisport, Spoorwegen, Sterren enz. In aflev. 23 en 24 gaat het over: Telefoon, Televisie, Test, Troelstra, Valuta, Volks-universiteit, Vondel, Werkloosheid, Zeesterren, enz. enz.
Een keurig boek, in twee kloeke deelen nu compleet; waarvoor twee banden in rood verkrijgbaar zijn.
DE LIBEL, Maandschrift voor dezen tijd. 3de jaarg. no. 7. Uitgave : Bosch en Keuning, Baarn.
In onderscheiding van de libellen-serie, is dit het maandschrift De Libel, dat de 3de Donderdag van de maand verschijnt.
Alleraardigste artikelen krijgt men hier, leuk geïllustreerd. Lees het artikel eens over : De pottenbakker en zijn, werk: (blz. 208, enz.). Of: Boomen in bloei (|blz. 204 enz.). Confette ontbreekt weer niet. „De electrische ontspanner" is voor de liefhebbers. „Het Joodsche vraagstuk" vonden we interessant. En als Kees Andriesse schrijft over Sir Austen Chamberlain, dan ziet men dat de Libel „, bij" is. Wie het handschrift van prof. mr. Gerbrandy lezen kan, is een knappert. Toch zijn zulke eigenhandig geschreven brieven interessant. "Monte Carlo" is een heel ander onderwerp. En „Talent" is van Jaap Moulijn.
DE EERSTE BRIEF VAN DEN APOSTEL PAULUS AAN DE THESSALONICENZEN, met de Gemeente gelezen, door ds. J. van Dijk, Geref. pred. te Schildwolde, met een voorwoord van prof. dr. S. Greydanus. Uitgave : Firma S. Kleefsman en Co. te Sappemeer.
De bedoeling van dit kleine boekje-van een paar bladzijden is, om den brief aan de Thessalonioenzen „met de Gemeente te lezen". Dat wil zeggen, dien brief voor te lezen, maar op ietwat verklarende wijze, om op eenvoudige manier den zin van de Heilige Schrift, in dit geval den inhoud en de beteekenis van den Isten brief aan de Thessalonicenzien, in het licht te stellen. Wij kunnen niet beter doen, dan maar een klein gedeelte af te schrijven, dan weet men tegelijk hoe dit kleine boekske den brief aan de Thessalonicenzen lezen wil „met de Gemeente”.
Boven Hoofdstuk I staat: De Gemeente te Thessalonica, een werk Gods. En dan luidt, het eerste hoofdstuk (leg er even uw Bijbel naast om te vergelijken !): „O, Gemeente van Thessalonica, wat ben ik bezorgd over u geweest! Het kwam mij hier te Corinthie ter oore, welk een zware strijd Ge hebt doorgemaakt, nadat wij uit uw stad waren verdreven. Hoe onze vijanden zich toen op U geworpen hebben en Gods werk onder u hebben trachten te vernielen. Hoe ze eerst het geloof in mijn evangelie hebben trachten te verzwakken, door mij bij u voor te stellen als een avonturier, die, onder voorwendsel van uw zieleheil te zoeken, eigen stoffelijk voordeel op het oog bad. Natuurlijk hebt Ge dergelijken vuigen laster niet geloofd ! Maar hoe hebben ze u vervolgens verdrukt! Maar toen bleek eerst, dat God door mij een werk bij u heeft gewrocht, want het vuur der beproeving heeft het echte goud van Gods genade aan het licht gebracht, die Ge deelachtig waart geworden onder mijn arbeid. En zoo heeft mijn Zender tevens mijn eer als apostel gehandhaafd.
Konden wij nu echter maar aan uw zijde zijn, u troosten en sterken en u aanvoeren in den goeden strijd des geloofs! Meen niet, dat ons hart niet naar u heentrekt. Maar een en andermaal zijn we in ons voornemen, om tot u te komen, verhinderd.
(1) Zoo neem ik, Paulus, dan, door den nood gedrongen, hoewel ik liever van mond tot mond met u zou willen spreken, de toevlucht tot de pen en schrijf, met medeweten en instemming van Silvanus en Timotheüs, mijn medearbeiders, u welbekend, aan u, de gemeente der Thessalonicenzen, niet (zooals de vijanden lasteren) maar een gewone religieuze vereeniging, door een zekeren gewieksten volksmenner, Paulus, misleid, maar geroepen door, en uw grond en eenheid vindende in God, den Vader van onzen Heere Jezus Christus. En zoo is Hij ook üw Vader, Die u riep uit de volkeren, der wereld en u vereenigde onder den Heere en Gebieder van alle heeren, om Zijn volk te zijn. En welk een Heer is Jezus! Uw Verlosser, die de Christus is, van God gezalfd en aangesteld! Zijn genade zij u dan ook toegebeden en de vrede, die alle verstand te boven gaat, welke Hij schenkt aan allen, die Hem liefhebben.
Uit Hoofdstuk IV willen we ook nog een klein gedeelte afschrijven, beginnende bij vers 9: „Ons is ter oore gekomen, dat uit onze prediking van de wederkomst van Christus sommigen een grond ontleend hebben tot allerlei ongeregeldheid en geestdrijverij. Wij hooren, dat sommigen met 't oog op de komst van Christus, die zij aanstaande achten, hun werk maar in de steek gelaten hebben, en in opgewonden stemming bij de huizen loopen en ook anderen daartoe trachten over te halen, alsof alle arbeid voortaan nutteloos zou zijn. En dat ze zoodoende zichzelf en hun gezin niet meer onderhouden kunnen en door anderen ondersteund moeten worden, en de gemeente in opspraak brengen. Maar wij bevelen ze daarmee op te houden. En stel er een eer in, u rustig te gedragen en uw eigen zaken te behartigen en te werken met uw eigen handen, om u zelf en uw vrouwen en. kinderen te onderhouden. Dat hebben wij u immers ook bevolen, uw van God u opgedragen taak trouw te volbrengen en te werken voor uw levensonderhoud in uw goddelijk beroep, opdat gij een eerbaar leven leidt met het oog op de buitenwereld en onafhankelijk zijt. Laat de naam des Heeren om uwentwil niet gelasterd worden, maar uw levenswandel het middel zijn om de heidenen tot het geloof te brengen. Zóó wacht Ge 't best de komst van den komenden Heiland af”.
En nu nog een klein stukske van Hoofdstuk V: „Ik weet wel van het ongeduld, waarmee het verlangen u doet uitzien naar den dag, waarop de Heere Christus zal wederkomen om Zijn volk te bevrijden van alle geweld en list, die hen bestrijden. Maar hoelang dat nog duren zal en wanneer het wezen zal, daarover een schrijven van mij te ontvangen, hebt ge niet noodig. Want zelf weet ge nauwkeurig uit onze prediking wat onze Heiland omtrent de toekomst heeft voorzegd. De dag des Heeren, waarop de Heere Jezus Christus zal wederkomen in majesteit en heerlijkheid, om Zijn volk te verlossen van al hun vijanden, komt zoo onverhoeds, zoo ontzagwekkend en huiveringwekkend, als een dief in den nacht, voor de goddelooze en zorgelooze wereld. Wanneer zij, die den Heere niet verwachten, zeggen : er is niets te vreezen, het is vrede en alles is veilig, dan juist overvalt hen een plotseling verderf, als de Heere voor hen onverwacht komt ten oordeel, zoó plotseling, als de weeën een zwangere vrouw overvallen, en zij zullen gewis niet ontkomen aan den toorn des Heeren, die dan over hen losbreekt”.
Op deze manier geeft ds. Van Dijk dus een, paraphrase van den brief aan de Thessalonicenzen, gelijk de Uitgever aankondigt een paraphrase over den brief aan de Colossenzen van de band van ds. Jonker, te Zuidbroek.
WAAR GELEDEN EN GELACHEN WORDT door Zuster Sonja. 4de geheel nieuw verzorgde uitgave van G. F. Callenbach, Nijkerk.
Reeds vroeger hebben we dit boek van Zuster Sonja aangekondigd, besproken en aanbevolen. En nu is er niet alleen een 4de druk van dit mooie boek, maar deze nieuwe druk is inderdaad een „geheel nieuw verzorgde" uitgave. Het formaat is veel grooter geworden, de druk royaler, de illustratie is sprekender; en zoo is dit mooie boek een prachtboek geworden, dat zich b.v. uitnemend leent om als geschenk gegeven te worden bij gelegenheid van verjaardag of iets dergelijks. Vooral voor jonge meisjes en dames lezeressen is bet een buitengewoon geschikt boek, maar zelf hebben we het ook met groot genoegen gelezen, en zoo zal het wel bij meerderen het geval zijn. Het zijn schetsen, die door Zuster Sonja, die met veel menschenkennis is toegerust en veel talent tot schrijven heeft, buitengewoon goed zijn gesteld en het is een genot om telkens het boek ter hand te nemen en dan te lezen van „Een zeeman", van „Room-ijs", van „Het gansche schepsel zucht", van , „Opoe" enz. Wie zelf veel met zieken en ouden van dagen omgaat, geniet hier dubbel. Wat is het heerlijk, dat er Zusters zijn als Zuster Sonja. God sterke u en. allen, die in de ziekenhuizen en in onze Inrichtingen tot verzorging van ouden van dagen, gebrekkigen, lijdenden, werkzaam zijn !
De Uitgever bewees met dit boek, dat het beste hem nog niet goed genoeg is.
Goed, Frisch, Claer, zegt G. F. C. Callenbach!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's