De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

DE OPLEVING (2)
In ons artikel van de vorige week werd de aandacht gevestigd op de opleving van het bedrijfsleven, welke opleving — zooals wij toen schreven — reeds duidelijk merkbaar is in de verbetering, welke de toestand der rijksfinanciën heeft ondergaan.
Doch daarnaast zien wij dat ook de opleving van het bedrijfsleven bezig is om het economisch leven van ons volk te herstellen.
Dit blijkt b.v. uit de cijfers van in-en uitvoer.
Wat de invoer betreft, meldt de statistiek, dat, terwijl in Januari 1936 voor 79 millioen gulden werd ingevoerd, dit cijfer in October '36 stond op 92 millioen, in December '36 op 114 millioen en in Maart 1937 op 125 millioen.
En wat de uitvoer aangaat, waren de cijfers in Januari 1936 50 millioen, in October '36 75 millioen, in December '36 79 millioen en in Maart 1937 94 millioen.
In-en uitvoer bewegen zich alzoo in stijgende lijn.
In dit verband wordt het dan ook duidelijk, wat in de jaarlijksche algemeene vergadering van de Nederlandsche Reedersvereeniging op 31 Maart 1.1. werd medegedeeld — en wat een tweede bewijs oplevert van de algemeene economische opleving — dat in de tweede helft van het jaar 1936 het vervoer ter zee o.m. van goederen zoodanig is toegenomen, dat het gedurende vele jaren verbroken evenwicht tusschen vraag en aanbod van scheepsruimte langzamerhand hersteld werd en zich zelfs in bepaalde vaarten reeds een tekort aan tonnage doet gevoelen.
Tusschen twee haakjes moge hier worden opgemerkt, dat natuurlijk de depreciatie van den gulden op den gang van zaken heeft ingewerkt, doch dat deze depreciatie niet de eenige factor was, want reeds in het midden van 1936 liet de toestand zich gunstiger aanzien, terwijl de gulden eerst op 26 September in waarde omlaag ging.
Intusschen vermeerderde in 1936 het goederenvervoer in die mate, dat midden van dit jaar geen schepen in de havens meer waren opgelegd, wat in geen jaren het geval was geweest.
Andere bewijzen van algemeene economische opleving vinden wij in de Twentsche textielfabrieken en in de Limburgsche mijnen, waar weer op volle kracht wordt gewerkt ; voorts heeft de scheepsbouw weer vol op orders. In de Zaanstreek heerscht eveneens groote bedrijvigheid, graansilo's worden gebouwd, fabrieken uitgebreid en werkplaatsen vergroot.
De directie van de Philips-fabrieken te Eindhoven bericht, dat in de fabrieken op dit oogenblik 3500 man meer in dienst zijn dan het vorig jaar en dat de gemiddelde wekelijksche werkduur van 43 uur op 47'/2 uur is gebracht geworden.
Ook in de woningbouw komt nieuw leven. In tal van gemeenten worden weer middenstands-en arbeiderswoningen gebouwd, waar door niet alleen de bouwvakarbeiders aan 't werk komen, maar ook de bedrijven in bouwmaterialen worden gesteund.
Zoo blijkt uit alles, dat het bedrijfsleven aan het opleven is en bezig is om het economisch leven van ons volk te herstellen.
Zoo zijn er ook hoopgevende cijfers, die er op wijzen, dat de werkloosheid haar hoogste punt heeft bereikt en thans in dalende richting gaat.
Daarover D.V. de volgende week.

DE NORMALE GANG
De algemeene economische opleving, waarover wij hierboven schreven, en die reeds groote voordeden oplevert voor de rijksfinanciën en het bedrijfsleven, beweegt zich langs normalen weg.
Dit is intusschen niet overal zoo.
De bestrijders der Regeering wijzen dikmaals op de welvaart, welke bij andere volken reeds sedert lang te vinden is, doch dan verzwijgen zij daarbij, dat die welvaart veelal het gevolg is van een krachtige opleving der oorlogsindustrieën.
Dit is b.v. het geval in Zweden, waar groote bedrijvigheid heerscht in de ijzermijnen en in de houtindustrie. De oorzaak daarvan ligt in de bewapeningswedijver in de wereld, die ijzer, staal en hout behoeft voor de bewapening en uitzending der legers en der vloten. Zelfs leenen de Zweedsche bankiers geld aan verschillende Rijken ten behoeve van de uitbreiding van het oorlogsmateriaal op voorwaarde, dat de leverantiën van de grondstoffen ten goede komen aan de Zweedsche nijverheid.
In België en Duitschland gaat dit niet anders.
Ook in die landen is de opleving voor een niet gering gedeelte toe te schrijven aan de groote vraag naar materialen ten behoeve van den aanmaak van kanonnen, geweren en ander oorlogstuig.
Het is duidelijk dat een dergelijke economische opleving van het bedrijfsleven maar van tijdelijken aard is.
Daarom staan wij er hier in Nederland niet slechter voor ook al gaat de opleving dan in langzamer tempo.
De normale gang is maar de beste.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's