FINANCIËN
'k Herinner me nog, hoe na een heerlijk voorjaar, volgde een heete zomer. Alle dagen was het even schoon. Evenwel werd de hitte drukkend en de verzuchting rees : „wat is dat afmattend, wat is dit vermoeiend". Alleen de dauw 's nachts bracht verfrissching. De akkers werden spoedig kaal en de veldvruchten deden hun belofte niet gestand. Uit duizend monden rees de bede : „Och, Heere, voer Gij wederom wolken aan en laat de regendroppelen veld en akker, mensch en dier, verkwikking brengen”.
En het kwam.
Wat hieruit als leering kan worden getrokken, lezers, ligt voor de hand. Dit n.l., dat in het rijk der natuur alles wat adem heeft zich heeft te buigen voor deze levenswet : „het moet komen van Boven". De mensch met al zijn vindingen kan nog geen grassprietje op 't veld, geen blad aan den boom, geen veldvrucht op den akker in het leven roepen, noch houden.
Moest deze prediking ons niet bescheiden maken?
Ja, zou de Heere ons daarin ook nog niet iets anders en hoogers willen te kennen geven? Mogen we het eens aldus formuleeren? Het leven in zijn verste strekking, naar lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid, komt uit de hand des Heeren en vordert voortdurend, dat onze gebeden opklimmen naar den Levenwekker en Levensonderhouder.
't Komt van Boven.
Op den Pinksterdag wordt ons dit wel 't allerduidelijkst gepredikt. Gods Geest daalde in in het midden van den discipelkring. Als een akkerveld, waarop wel de zaadkorrels waren uitgeworpen en waarin wel de levenskiem was gelegd, doch waaraan dit ontbrak, n.l. de regen, de levenwekkende ademtocht van Boven. Ziet, alzoo was de jongerenkring, voordat de Heilige Geest inkwam.
Er mag nog zooveel liefde en nog zooveel toegenegenheid en nog zooveel begeerte zijn om van dit alles te getuigen — als de Geest niet komt, is en blijft alles dor en zonder levenskracht. Doch niet zoodra is de Geest van Boven ingekomen, of daar treedt het leven naar buiten in zijn veelheid van openbaring.
Weet ge waaraan deze onmiddellijk doet denken?
Aan een der eerste lentedagen, als de winter is weggevlucht voor de zoele ademtocht van het komende jaargetij en de knoppen openspringen en de bloesems in een veelheid van bloementooi zich heenwelven over het lachend opkomend groen, 't Is leven van allen kant. Daar is geen tong of deze roemt Gods grootheid in Zijn werken. Wie hier als toeschouwer nader treedt, houdt zeker de schreden een oogenblik in.
Is het zoo niet gegaan op den dag van het Pinksterfeest? Ieder kwam onder den indruk. Was het zoo, toen de hemelen dropen op den morgen van den Pinksterdag, in wezen blijft deze zelfde waarheid gelden, 't Moet komen van Boven, eiken dag en iedere stond.
Zoo laat het zich verstaan, dat over de gaarde des Heeren, over de Kerk, naar Zijn Naam genoemd, verschillende tijden zijn heen gegaan. Daar zijn geweest vruchtbare tijden, zoo rijk, dat volle manden werden thuis gedragen. Er schenen handen te weinig. Wat 'n volk, dat God vreesde. Onder jongen en ouden werkte Gods Geest in ongekende mate.
Daar staan evenwel andere perioden tegenover. Dan heeft het er alleszins den schijn van alsof de Geest des Heeren is geweken. Slechts hier en daar speurt men een enkel plantje waarin nog het verborgen leven ritselt, doch in het algemeen is 't er dor en ver van uitbottend leven.
Vanwaar het komen moet behoeft niet te worden gevraagd. Enkel van Boven. 't Helpt niet of onze handen al grijpen en er verwijtingen worden gericht naar alle zijden, 't Eenige, vanwaar hulp mag worden ingewacht is van Boven.
Wanneer deze overtuiging bij ons leven mag, in het bewustzijn van onze kleinheid en afhankelijkheid, pleitend op 's Heeren eigen Woord, zoo kan in vol vertrouwen, dat Hij het maken zal, de toekomst worden tegemoet gezien.
Met al ons doen bereiken wij niets.
Van Boven moet het komen.
Geve de Heere ons ook in dezen, inzonderheid in onze dagen, dit te ondervinden, dat Zijn wonderdoende hand nog dezelfde is als vanouds. Hij geeft mildelijk en verwijt nimmer.
Laat ons thans u verslag doen omtrent wat bij me binnenkwam.
1. De eerste en de laatste post worden door mij saamgevat als komende uit eigen omgeving.
Bij mij werd afgedragen 1 gulden van N. N. en uit den collectezak van de Julianakerk alhier kwam eveneens 1 gulden voor beide fondsen, samen ƒ 2.—
'k Ben hiervoor recht dankbaar.
2. De Kerkeraad van Molenaarsgraaf zond mij de Paaschcollecte. Deze bedroeg „ 14.33
Waarvoor ik mijn oprechten dank betuig.
3. Van den heer S. te K. ontving ik voor den arbeid van den Geref. Bond „ 4.—
Al heeft deze warm-meelevende vriend als zijn wensch te kennen gegeven slechts met een enkele letter zijn naam te willen zien aangeduid, toch kan ik niet nalaten hem zeer vriendelijk hiervoor dank te zeggen.
4. Van den Penningmeester van de afd. Rotterdam-Centrum en Kralingen kreeg ik, zooals ik van hem gewoon ben, een keurig overzicht van de Paaschinzameling.
Wat mij reeds was toegezonden door ds. de Bruin en verantwoord, was 1 gulden. De collecte gehouden bij de laatste Bijbellezing door 'ds. Pott was f 43.68.
Evenzoo eerste verantwoording tezamen f 44.68.
Nu kreeg ik nog te verantwoorden als Paaschcollecte Rotterdam-centrum f 151.60, als Paaschcollecte Kralingen f 48.50, aangevuld door een nalezing van f 4.50. Dit maakt f 204.60. Plus f44.68, tezamen 249.28
k Zeg de Rotterdamsche en Kralingsche vrienden allerhartelijkst dank. De Paaschinzameling was in zijn geheel nog iets hooger dan verleden jaar. ’k Had dit niet durven denken.
5. Nog ben ik met Rotterdam, niet klaar, want van den heer v. D. aldaar ontving ik nog voor het Studiefonds „ 2.50
Ook hiervoor betuig ik mijn vriendelijken dank.
6. Door den heer v. d. W. te Gorcum kreeg ik onder letter W. voor 't Studiefonds „ 1.—
Ook voor deze gift ben ik zeer erkentelijk.
7. Door ds. de Looze te den Ham werd mij de collecte aldaar gehouden voor onze fondsen toegezonden, die de prachtsom bedroeg van f 75.36, waaraan nog een nagift van f 1.— werd toegevoegd, tezamen „ 76.36
'k Spreek mijn oprechten dank uit voor deze blijken van medeleven. Godes zegen ruste er rijkelijk op.
8. Thans komt de hoofdstad van het rijk, Amsterdam, aan de beurt. Ook hier is een Paaschinzameling gehouden. Deze bedroeg f 74.50. Nog een gift was hieraan toegevoegd voor den Geref. Zendingsbond f 10.—, die ik dadelijk ter plaatse heb afgedragen.
En ten slotte mag ik melding maken van de opbrengst van de busjes aldaar geplaatst.
No. 1 f 1.65, no. 2 f 3.25, no. 3 f 4.50, no. 4 f 4.—, no. 5 f 2.50, no. 6 f 1.50, no. 7 f 0:50, no. 8 f 4.32, no. 9 f 1.45, no. 10 f 1.80, no. 11 f 1.—, no. 12 f 3.—, no. 13 f 5.—, no. 14 f 15.—, no. 15 f 7.70, no. 16 f 2.70, no. 17 f 1.20, no. 18 f 2.40, no. 19 f 3.60, no. 20 f 1.—, no. 21 f 2.—, no. 22 f 3.15, no. 23 f 4.97, no. 24 f 2.50, no. 25 f 1.51, no. 26 f 3.12, tezamen f 85.32.
Tezamen geteld als opbrengst van de busjes niet minder dan f 85.32. Alzoo f 74.50 en f 10.— en f 85.32 „ 169.82
Hier is een gestadige groei merkbaar, waarover ik mij ten zeerste verheug, 'k Dank allen, die hieraan hebben meegewerkt en houd mij ten zeerste aanbevolen.
9. Uit de collectezak van Bergambacht kreeg ik mij door ds. Ewoldt toegezonden 1 gulden, waarvoor ik vriendelijk dankzeg , 1.—
10. Van den heer Ph. L. te Giessendam kreeg ik een vriendelijk schrijven met 1 gulden, 'k Zeg hem hartelijk dank „ 1.—
11. Te Rotterdam hebben de onderscheidene jeugd-vereenigingen, n.l. Jongelingsvereeniging, Knapenvereeniging en Meisjesvereeniging, een gecombineerde vergadering gehouden, waarbij een collecte werd gehouden voor onze fondsen. Deze bracht op „ 3.25
'k Breng hiervoor mijn welgemeenden dank.
12. Door ds. de Looze te IJsselmuiden kreeg ik als aldaar gecollecteerd voor onze fondsen „ 5.—
'k Zeg collega de Looze vriendelijk dank.
13. Door ds. Verkerk te Daarle kreeg ik van een echtpaar, dat zijn 12!/2jarige echtvereeniging mocht gedenken, uit dankbaarheid „ 12.50
'k Twijfel niet of bij deze gelegenheid heeft het hun niet aan blijken van medeleven ontbroken. Zeer gaarne voeg ik de mijne hieraan toe. Spare de Heere hen nog tal van jaren voor allen, die hen lief zijn.
14. Vanuit Vlaardingen kreeg ik nog een dubbele gift, n.l. van de wed. Z. f 2.50 en f 1.— van N. N „ 3.50
Mag ik hiervoor ook mijn dubbelen dank betuigen.
Tezamen geteld kom ik even over de 500 gulden, n.l.
f 500.86
'k Ben hiervoor veel dank verschuldigd, 'k Blijf geduldig wachten op wat mij verder mag geworden.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's