DE BEIDE SACRAMENTEN
Het Heilig Avondmaal
DE BEIDE SACRAMENTEN Het Heilig: Avondmaal
III.
3°. lets uit de praktijk.
Blijkens de Acta van de Kerk, uitgegeven door de professoren Reitsma en Van Veen, en niet minder de werken van de Marnix-Vereeniging, sprak de Kerk openlijk uit, dat het doen van geloofsbelijdenis een toegang vragen tot de Tafel des Heeren is. De vrijzinnige leer staat hier vierkant tegenover. Men wordt lid van de Kerk, evenals van een vereeniging. Het is verschrikkelijk, dat dit gevoelen ook in onze kringen opgeld gedaan heeft. Het is lijnrecht met de leer der vaderen in strijd en een gevolg van het uiteenrafelen van het ééne Verbond der genade. Het verkrijgen van stemrecht schijnt van meer beteekenis te zijn dan de verkrijging van het recht om des Heeren Naam bij den kelk des heils te vermelden. Met spijt en diepe verachting wordt door velen gesproken over de beloften Gods. Een treurig gevolg van het feit, dat men de zaligheid bij zichzelf zoekt! Het komt zeer zeker aan op de persoonlijke bekeering, op persoonlijk geloof, wedergeboorte en hoe men het verder noemen wil en kan, doch hoe zal men ooit zekerheid krijgen, als het fundament der liefde Gods onder de voeten is weggeslagen en het volk verpletterd wordt door een levenslange onschriftuurlijke zelfbeproeving? Men roept: terug tot de Wet en de Getuigenis!, zonder evenwel de schatten des Verbonds uit te stallen. Geen wonder, dat Jeremia in zijne dagen zeide, dat God nooit offers geboden had ! (Jer. 7). Dat zeide hij als een geneesmiddel tegenover hen, die doorgingen op een verbondsmatige zaligheid! Desgelijks kan in 't heden, nu men het Verbond glad kwijt is, dat Verbond der genade weer naar voren brengen.
De Sacramenten wijzen op het Genadeverbond. In den Reformatie-tijd stond het Avondmaal in het midden der belangstelling. Op onderscheidene pastoors-examens zijn er vele woorden over gevallen. Wie toetrad tot de Gereformeerde Kerk, moest zulks o.a. bewijzen door deelname aan den Disch des Heeren. Ouderlingen en diakenen werden gekozen uit den kring dergenen, die aangingen. Men achtte zich voor de onthouding nog niet te vroom. Zulks is een uitwas van later tijd, te verklaren uit het plichtmatig aangaan van velen. In den Roomschen tijd, toen de Reformatie veld won, hadden velen een mis-tafeltje thuis. Sloeg men het open, dan was het een altaar, waarbij de rondreizende pastoors de mis bedienden, hetgeen verboden was. Merkwaardig is ook dat in de 17e eeuw sommige kerken werden ingewijd, als te Den Bommel, met de viering van des Heeren H. Avondmaal. Een bewijs van de centrale plaats, die dit Sacrament in de gemeente bekleedde. In 'de 18e eeuw wilden vele orthodoxen geen Avondmaal vieren bij predikanten die niet geheel van hun kleur waren, want uit de handen van een Baai-priester wilden zij het heilige niet ontvangen. Brakel heeft deze zienswijze veroordeeld. De boekdrukkers hebben ook veel onheil gesticht. In sommige formulieren leest men : wie onwaardig eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven het oordeel. Onwaardig moet zijn onwaardiglijk, d.i. op onwaardige wijze, gelijk Paulus in 1 Cor. 11 beschrijft, waar sommigen dronken waren. En van het oordeel is geen sprake in de juiste tekst, doch wel van een oordeel. Er zijn kerkeraden en predikanten, die zeggen, hoe minder deelname des te beter. Dit is geen laster, doch de droevige waarheid. Mag en kan men den Geest des Heeren vastleggen aan een krachtdadige bekeering voor ieder geloovige ? Zijn er niet zeer velen die in de Schriften wèl onderwezen, de waarheid toestemmen en bij den voortgang zonder schokkende gebeurtenissen uit deze waarheid leven ? Inderdaad, de Heere zegent het uitspruitsel I Zie toe, dat gij het niet verplettert.
Maar net zoo goed dient gewezen op dengene, die, naar de gelijkenis leert, aanzat zonder bruiloftskleed. Calvijn zegt in zijn Institutie, dat sommigen maar als varkens aanloopen ! Hiertegen dient gewaarschuwd. Doch in onze kringen zit de schrik' er diep in. Men verkeert al maar in onzekerheid ten aanzien van den genadestaat. Maar als een schipper in nood is, werpt hij het anker uit buiten eigen scheepsruimte. Dat moeten ook wij doen. Door de bedorvenheid der Kerk zien vele overgeestelijke lidmaten een predikant aan voor een wegwijzer, die echter zelf op zij van den weg staat. Zij beschouwen hem als een notaris, die den erfgenamen het testament voorleest, en daarmee uit, inplaats van een huisvaderlijke uitdeeler der teekenen van brood en wijn. Er is hier schuld bij allen ! Wat zal de Kerk genezing aanbrengen ? Het meest de positieve arbeid. Niet de beschouwingsprediking, doch het getuigenis. Niet de prediking van de gevoelens, doch Christus ! Genezing is er door het Woord Gods alleen ! Dan wordt dat ons richtsnoer, Gods Geest onze Gids, Zijn Zoon onze Koning, Zijn eer ons doel en Zijn kennis onze zaligheid.
Dan ook geloofsgehoorzaamheid betoond : Doe dat tot Mijne gedachtenis !
Ridderkerk
G. v. d. Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's