KERKELIJKE RONDSCHOUW
EEN VERBODEN RADIO-PREEK.
Wat anders nooit gebeurt, gebeurde ons Maandag, 2den Pinksterdag. We zaten bij de radio, om naar een preek te luisteren. Eerst hebben we de morgenwijding nog gehoord van een predikant van de Chr. Geref. Kerk, daarna om 10 uur een preek van dr. Horreüs de Haas, van Zwolle, 't Was een uitzending van de V.P.R.O., de Vrijzinnige Protestantsche Radio Omroep, 't Zou een Pinksterpreek zijn van een vrijzinnig predikant, die uitgesproken Socialist is, lid van de S.D.A.P.
De Pinkstergeschiedenis werd gelezen. Toen kwam het.
Neen, niet van „de groote werken Gods", waarvan Petrus en de Apostelen altijd getuigen; van Jezus Christus, van den Vader gegeven tot verzoening en tot verlossing; van het Koninkrijk Gods, waarbij de wedergeboorte de ingang is; van het Rijk Gods, dat in Christus, Sions Borg en Middelaar, komt, gekomen is en komen zal; waarbij de roep tot bekeering uitgaat en de vertroostingen des Geestes worden verkondigd, die dè Geest uit Christus neemt voor een arm en ellendig zondaarsvolk, dat tot den Heere mag leeren vluchten om Hem om genade te smeeken. Niets van dien Koning, Die van Isrels Gods gegeven is en van Wien het volk z'n sterkte heeft.
Er was slechts sprake van „het oude verhaal", van „een brok van een oude geschiedenis", die we in den bijbel vinden; en „waarover we verder maar niet veel zullen zeggen". Om dan te spreken van „het imperialisme van den Godsgeest", die grijpt naar alle menschen, waarbij de rijken geven en de armen ontvangen, zoodat de een niet te veel heeft en de ander niet tekort komt. Van den liefdegeest en verbroedering. Waarbij drie vijanden werden geteekend, die met den rug naar het Pinksterfeest toe staan, en van den Pinkstergeest niets begrijpen.
Die drie vijanden waren: het botte Materialisme, het brutale Naturalisme en het gewelddadig Nationalisme, waarbij, toen het aan dien derden vijand kwam, de splinters er af vlogen en de vonken er uit spatten. Zooals een Socialist fulmineeren kan tegen het Nationaal-Socialisme en het Fascisme!
En toen stond de radio-omroep stil. Het bevel kwam blijkbaar van de Algemeene raad van toezicht op de Radio-omroep: stop zetten! Het geluid brak af. Het lied was uit!
Het was op het oogenblik, toen de totaliteitsstaat met de totaliteitsoorlog, met het recht van den sterkste op 't tooneel kwam. Toen kwam het bevel: zwijgen!
We hebben ons verbaasd en geërgerd aan deze Pinksterpreek, van een dominee, die op den kansel stond in de Hervormde Kerk te Zwolle en den kansel en z'n toga zóó misbruikte bij een Pinksterpreek!
Geen Evangelie des kruises. Geen Christusprediking naar de Schriften. Waarbij het woord van Paulus ons voor den geest kwam:
„Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat, door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zoodanige wijze, als ik het u verkondigd heb, tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt. Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften; en < dat Hij is begraven en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften" (1 Cor. 15 vs. 1—4).
„Indien gij het behoudt op zoodanige wijze, als ik het u verkondigd heb”
En ziet, daarvan was nu juist niets, maar dan ook niets overgebleven. En tegenover het botte Materialisme, het brutale Naturalisme en het gewelddadige Nationalisme werd niets, maar dan ook niets gesteld van den Christus der Schriften, gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
Waarbij dan een Socialist fulmineert tegenover het brutale geweld van anderen
Wij denken aan de geschiedenis van het Socialisme, met z'n leer van den klassenstrijd, waarbij gezongen wordt: „Wij hebben lang genoeg bemind, wij zullen eind'lijk haten”.
We denken aan het geweld van de revolutie van 1903 bij de Spoorwegstaking, aan de revolutie van 1918, toen het Socialisme naar de teugels greep en zelfs de Vorstin niet veilig was, brutaal getuigend, dat politie, leger en vloot, aan de zijde van de opstandelingen stonden.
Of blijvend op kerkelijk terrein: we denken aan een man als dr. Horreüs de Haas, die den strijd aanbond in de Hervormde Gemeente van Zwolle tegen allen, die een Kiescollege wenschten, want hij was van oordeel, dat de Gemeente zelve geen rechten had en dat de Kerkeraad, de moderne Kerkeraad, blijven moest, om imperialistisch met machtswellust alles te zetten naar hetgeen den Kerkeraad zou gelieven! Al de gemeenteleden de stem onthouden en de regeering in handen van weinigen, opdat de vrijzinnigen de macht, zegge de macht, niet zouden verliezen. Wie spreekt er nu nog van „het recht van den sterkste? ”
De Pinkstergeest van dr. Horreüs de Haas.
Maar dan staande met den rug naar den Pinkstergeest, Die des Vaders en des Zoons is.
Zóó misbruikt men den kansel.
Maar bij al uw schoone woorden, bij al uw stout geschreeuw, denken we aan de goden dezer eeuw, die over ons en over ons volk niet mogen heerschen.
Arm volk, als die geest, de geest van het Modernisme en de geest van het Socialisme, wint!
VERBONDSWRAAK.
In Lev. 26 : 23—26 lezen we, dat de Heere Israël zal tuchtigen als zij in ontrouw aan het verbond zullen leven, „want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal”.
Hier is dus sprake van de wrake Gods over wie Zijn verbond schenden en Zijn geboden versmaden. Ze zijn bondelingen, in het verbond Gods begrepen en daarin opgenomen — maar ze schenden het verbond en aanvaarden het niet en beleven het niet in geloof en gehoorzaamheid. En dat zal de Heere wreken.
Over die verbondswraak wordt in de Gereformeerde Kerken den laatsten tijd veel gesproken en geschreven, omdat men geen éénzijdige verbondsprediking begeert en niet wil, dat men gesust zal worden met de leer, dat het begrepen zijn in het verbond het zelfde is als : zalig worden. Men wil laten uitkomen, dat het nu blijken moet, of men in geloove het verbond aanvaardt en de liefde des Evangelies van harte en in oprechtheid omhelst en gelooft, waarvan het geestelijk en kerkelijk leven dan blijken moet geven. Naast verbondszegen is er ook verbondswraak. Na de éénzijdige verbondsprediking wordt dit door velen, als iets nieuws, met vreugde begroet. Willem Teelinck, die van 1613—1619 pre dikant te Middelburg was, heeft ook een geschriftje gegeven, dat getiteld is: De schending van het recht des verbonds"; een verhandeling over Lev. 26 : 23—26.
Ds. Teelinck, die eerst langen tijd in Schotland geweest is, was streng puriteinsch in zijn Sabbatsopvatting en bij uitstek de man van „de practijk der godzaligheid" of het practisch, in 't leven toegepast. Christendom. Vooral het leven des christens moest onder het oog genomen worden.
In het genoemde werkje — we citeeren hier wat we vonden in „Pro Ecclesia" van 7 Mei '37 — komt duidelijk uit hoe weinig nog de Reformatie van de 16e eeuw (1517) had doorgewerkt in ons volksleven. Hij schrijft: „Indien de kerkelijke tucht nog bestaat; indien de christelijke discipline nog aanwezig is; indien nog een spoor gevonden kan worden van de censuur, die de Heere aan Zijn Gemeente gegeven heeft om haar rein en zuiver te bewaren — dat wij daarmede dan voor den dag komen; dat wij met die kostelijke middelen, welke de Heere ons gegeven heeft, toch niet doen, wat die luie dienstknecht met zijn talent deed, en die middelen in een zweetdoek begraven, inplaats van hen tot voordeel van de Kerk aan te wenden”.
Het stond dus niet zoo mooi met het christelijk leven in het midden van de Gereformeerde Kerk onder ons volk in de 17e eeuw. En Teelinck zegt, dat men niet mocht rusten om verbetering te brengen in de Kerk, waar de tuchteloosheid heerschte; „dat alle middelen moesten worden aangewend, desnoods met nog zevenmaal meer ijver, en dat zoolang, totdat de overwinning onze is”.
En dan zijn het vooral twee zaken, die in de verhandeling van Lev. 26 : 23—26 opvallen, en wel:
Allereerst, dat heel sterk door ds. Teelinck de nadruk gelegd wordt op de wrake des verbonds. Hij ziet in de pestilentie, oorlog, hongersnood, enz., tuchtigingen Gods over een afvallig bondsvolk.
Ten tweede wil hij, dat er zelfonderzoek zal komen ten opzichte van het leven, om de zonden op te sporen, opdat men zich daarvan zal reinigen.
Hij schrijft: „Waar deze dingen dan alzoo zijn, daar mag een iegelijk onzer wel tot zich zelven inkeeren met een ernstig onderzoek. Onszelven de vraag voorleggen, hoe wij staan met betrekking tot het verbond, kan voor ons allen heilzaam en nuttig zijn. Wij zijn toch ook in dat verbond begrepen ; wij brengen onze kinderen nog ten doop, en deze doop is toch een zegel des verbonds; velen onzer treden nog toe tot de tafel des Heeren, welke disch toch niet minder een teeken en zegel des verbonds is”.
„Op ons nu rust de gewichtige taak ons zelven ernstig te onderzoeken of wij dat verbond Gods geen overlast aandoen, en alzoo des Heeren wrake ons op den hals halen.”
„Mogelijk rijst de vraag bij u op : Maar wanneer wordt het verbond des Heeren door de bondgenooten zoo zeer overlast aangedaan, dat het tot God roept om wrake? ”
„Wij bepalen ons tot dit korte antwoord : „Er zijn zonden, die, al is het, dat zij het verbond Gods niet aanstonds breken, het toch zulk een overlast aandoen, dat zij God roepen om wrake.”
En dan noemt ds. Teelinck vooral : het zich niet laten gezeggen ; de achteloosheid waardoor men doet alsof men geen bondeling is ; de lauwheid in tegenstelling met den ijver in ons tijdelijk beroep ; het zich goedsmoeds overgeven aan allerlei zonden ; en het misbruik van de genade des verbonds door allerlei verkeerdheid.”
Van dit laatste n.l. het misbruiken van de genade des verbonds, zegt hij : „Velen staan aan deze zonde schuldig. Overal worden er gevonden, die met deze en dergelijke gedachten vervuld zijn : ik danke God, dat ik geen Turk of Heiden maar een geboren christen ben. Men zegt : ik ben gedoopt ; ik omhels het christelijk geloof ; ook voor mij heeft Christus alles betaald, zoodat ik mij niet bevreesd behoef te maken voor de eeuwige verdoemenis. Zeker, het kan niet ontkend worden, dat er wel het een en ander op mijn gedrag valt aan te merken, maar wie leeft er zonder zonde ? En voor die zonden is Christus toch gestorven, want wat zou anders het voordeel van den christen zijn.”
Ds. Teelinck zegt dan : Uit zulke oppervlakkigheid en zondige levenswandel, vol geesteloosheid, lauwheid en traagheid, met een geloof, dat de werken mist en mitsdien een dood geloof is, is kenbaar of wij bezig zijn de wrake des verbonds over ons in te roepen.
„Even zeker als men onder de wet uit zekere verschijnselen kon opmaken, dat een huis of persoon door melaatschheid besmet was, en men in onze dagen aan doodelijke dingen kan weten, dat iemand door de pestziekte is aangetast, zóó zekerlijk kunnen wij uit al hetgene wij te voren opgenoemd hebben, besluiten dat wij het verbond van God een schandelijken overlast hebben aangedaan”.
Ds. Teelinck let dus, bij al onze vrome woorden en mooie redeneeringen, op de levensopenbaring, op de uitgangen van 't hart in de practijk der godzaligheid, waaraan we ons zelf beproeven moeten of wij, die in het verbond Gods begrepen zijn, ook waarlijk God vreezen ; of wij, in het verbond zijnde, mogelijk door het verbond te breken in een goddeloos leven, Gods wrake inroepen.
Opdat we — zoo dit 't geval mocht wezen — ons mogen leeren bekeeren tot God.
„Zoo bid ik u dan, ik de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping met welke gij geroepen zijt, met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde, u benaarstigende te behouden de eenigheid des Geestes door den band des vredes”.
„Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid een iegelijk met zijn naaste, want wij zijn elkanders leden. Alle bitterheid en toornigheid en gramschap en geroep en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid. Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft”. (Efeze 4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's