De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE OPLEVING. (Slot)

4 minuten leestijd

In een tweetal artikelen hebben wij gewezen op de beteekenis, welke de algemeene economische opleving ten onzent heeft voor de financiën des Rijks en voor het herstel van het bedrijfsleven. Thans rest ons nog iets te zeggen over den invloed, die de opleving uitoefent op het werkloosheidsvraagstuk.
Zooals bekend is, heerscht hier te lande groote werkloosheid. De oorzaak daarvan ligt niet uitsluitend in den ongunstigen economischen toestand; er zijn nog andere oorzaken, die de omvangrijke werkloosheid beinvloeden.
Wij noemen er twee.
In de eerste plaats de sterke aanwas der bevolking. De bevolking van Nederland vermeerdert jaarlijks met 100.000 zielen. Tengevolge nu van dezen aanwas — zoo leert de statistiek — komen jaarlijks 40.000 personen meer op de arbeidsmarkt, die werk zoeken; dat was in de zes crisisjaren die achter ons liggen dus een vermeerdering van arbeid zoekende personen van 240.000. In vroeger jaren emigreerden een groot aantal Nederlanders, doch de emigratie staat practisch reeds 15 jaren stil. Een ander deel van ons volk, dat bijzonder in het Oosten des lands woont, was in vroeger jaren gewoon om over de grenzen het levensonderhoud te zoeken, doch ook deze mogelijkheid is tegenwoordig vrijwel uitgesloten.
En in de tweede plaats — om ons slechts tot de voornaamste oorzaken te bepalen — de mechanisatie en rationalisatie der bedrijven.
Er moet, om op de wereldmarkt te kunnen concurreer en, tegen fabelachtig lage prijzen worden geleverd, wil de nijverheid haar producten kwijt kunnen. Daarom moeten de machines zoó worden geconstrueerd, dat ze aan de hoogste eischen voldoen en moeten de bedrijven op de meest eenvoudige wijze worden ingericht. Maar door het verbeteren der machines en het saneeren van fabrieken en werkplaatsen is het aantal arbeiders, dat tegenwoordig voor de productie noodig is, kleiner dan vroeger het geval was. Men berekent, dat tengevolge van de mechanisatie en rationalisatie der bedrijven jaarlijks duizenden arbeiders overcompleet komen.
Tengevolge nu van beide oorzaken wordt verklaard, dat het aantal werkloozen in Nederland zoo bijzonder groot is. Het moet zelfs verwonderen, dat de werkloosheid in ons land nog niet grooter is, dan ze zich op het oogenblik voordoet. Dat dit niet zoo is, is te danken aan de maatregelen, welke tijdens de crisisjaren getroffen werden om de werkgelegenheid te verruimen.
Toch oefent de algemeene economische opleving ook een weldadigen invloed uit op de werkloosheid.
Dit blijkt reeds in indirecten zin uit het feit, dat, terwijl de toename van het aantal werkloozen in het laatste kwartaal van 1935, na het zomerseizoen, nog 160.000 bedroeg, deze toename in het laatste kwartaal van 1936 slechts 32.000 was.
Doch ook ging het totale werkloosheidscijfer omlaag. Zoo daalde het aantal werkloozen in de maand Februari met 26.689, en in de maand Maart nog weer met circa 11000 arbeiders.
Ook de maand April vertoont een zeer gunstig beeld. Op 10 April 1.1. was het aantal geheel werkloozen reeds 31.000 minder dan op 30 April 1936. Het is te verwachten, dat het werkloozencijfer van 30 April 1937 minstens 40.000 lager zal zijn dan dat van 30 April 1936.
In een correspondentie uit Rotterdam werd dezer dagen medegedeeld, dat een van de meest verblijdende teekenen van opleving in de Maasstad is de gestadige vermindering van het aantal werkloozen. Er komen — zoo luidt het in de correspondentie — gemiddeld iedere week weer drie a vier honderd menschen aan het werk. Sedert 14 November van het vorige jaar is het aantal werkloozen met 7894 verminderd. En naar de optimistische verwachting van den wethouder voor Maatschappelijk Hulpbetoon te Rotterdam, den heer R. J. Dijk, zal over twee of drie jaar het aantal van 45.000 tot 15.000 zijn gedaald.
Uit de statistieken blijkt voorts, dat het hoogste punt van het werkloozencijfer ligt in het midden van 1936. Sedert dit tijdstip zien wij het cijfer gestadig naar omlaag gaan.
Het gevolg van het afnemen der werkloosheid demonstreert zich ook in den steun, welke aan de werkloozen wordt verleend. Zoo werd in het eerste kwartaal van dit jaar 3 millioen gulden aan steun minder uitgekeerd dan in het eerste kwartaal van het vorig jaar. In Januari 37 1/2 millioen, in Februari '37 één millioen en in Maart '37 1 1/2 millioen gulden minder.
Inderdaad heeft de algemeene economische opleving eveneens beteekenis voor het werkloozenvraagstuk.
Wij herhalen nog eens, wat wij in den aanhef van ons eerste artikel schreven, dat alles er op wijst, dat ons volk door Gods gunstig bestel betere tijden tegemoet gaat.
Moge de Heere land en volk ook verder genadig zijn.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's