De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

ONZE ONTZAGGELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID OP HET PINKSTERFEEST.

6 minuten leestijd

Velen, zeg Ik u, zullen zoeken om in te gaan en niet kunnen. Lukas 13:24.

In het hoofdstuk der tekst teekent de Evangelist Lukas ons een eigenaardig mensch. Het is een man die door een bange, vraag benauwd wordt, de bange vraag of er wel een mogelijkheid is om zalig te worden.
Daarom vraagt hij : Heere, zijn er ook weinigen die zalig worden?
Deze woorden laten zien dat deze man diep over de dingen heeft nagedacht. Het is een mensch, die niet mee kon gaan met het oppervlakkige luchtige geloof van zijn tijd.
Neen, deze vrager is afgestoken naar de diepte.
Hij voelt dat het iets ontzaggelijk groots is om zalig te worden. Hij voelt dat er met een mensch een wonder gebeuren moet, voor het zoover komt, dat een zondaar leert leven uit de genade Gods.
En daarom komt de vraag uit zijn ziel: Heere, zijn er ook weinigen die zalig worden?
En dan krijgt hij dat scherpe antwoord : Mensch, strijd om in te gaan door de enge poort, want velen zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan en niet kunnen.
Dat is een moedbenemend antwoord.
Christus zegt: Niet een of twee, niet enkele menschen, neen, vélen, zeg Ik u, zullen zoeken om in te gaan en niet kunnen.
Christus teekent hier menschen, die probeeren boven te komen in de bruiloftszaal van God.
In het begin der Schepping schiep de Heere een betooverend mooie bruiloftszaal. In dat paradijs hingen de druiven van het geluk te glinsteren in de stralende zon van Gods liefde.
Maar die bruiloftszaal is door de zonde neergestort.
Aan elke roos van vreugde vlijmt nu de doorn van de teleurstelling.
Maar de Heere richtte een nieuwe bruiloftszaal in, veel heerlijker, veel belooverender dan de eerste.
Er zal komen een, nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en in dien gouden hemel zal God zelf de Gastheer zijn.
Vanuit deze wereld waar doornen en distelen groeien, voert de Heere , Zijn kind naar een land, waar de dood niet meer zijn zal, noch moeite, noch rouw, noch verdriet.
Oh, daar te zijn! waar nimmer tranen vloeien!
Ja! velen, zeg Ik u, zullen zoeken om in te gaan en dan komt dat bittere, dat vreeselijke woord, we kunnen dat woord slechts heel stil fluisteren : en — zij — zullen — niet — kunnen.
Hoe is dat mogelijk?
Christus heeft toch zelf gezegd : Zoekt en gij zult vinden.
Dat woord is toch de troost voor elke worstelende bidder. Ons vastgrijpend aan dat woord zeggen wij : Heere, ik ben niet waardig Uw kind genoemd te worden, maar ik pleit op Uw belofte! Gij hebt 't zelf beloofd: Zoekt en gij zult vinden!
Zie, als de Heilige Geest ons hart omzet, dan wordt de zonde echt zonde en God wordt waarachtig God.
Wij begrijpen het woord van. Jeremia: wat klaagt dan een levend mensch , en omdat wij levende klagers worden, wordt het ons niet het ergste dat we gezondigd hebben, dan wordt het ergste, dat wij gezondigd hebben, tegen den Heere.
Maar in dien nacht van bange vrees glanst in gouden lichtletters de wonderbare Belofte: Een iegelijk die bidt, die ontvangt, en die zoekt, die vindt.
En nu zegt onze tekst:
Velen, zeg Ik u, zullen zoeken om in te gaan en zullen niet kunnen.
Het is duidelijk, dat de Heere Jezus hier waarschuwt tegen het zoeken op de verkeerde manier.
Maar welke is nu de verkeerde manier ? Dat is de allesbeslissende vraag.
En die verkeerde manier wordt ons overduidelijk geteekend in dien eigenaardigen man, die vraagt: „Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden!
Zie, deze mensch had diep over de dingen nagedacht, hij begreep, dat er een wonder gebeurt, als een zondaar zalig wordt, oh! dat begreep hij zoo best met zijn verstand.
Maar deze man kende niet de loodzware last van de benauwende vraag : Zal ik zalig worden?
Neen ! die man zat zijn tijd te verdoen met de totaal onnutte vraag : Zijn het er weinigen, die zalig worden?
Dat was een onnutte vraag; deze man had er niets mee te maken of er veel of weinig zalig worden; al stond er in den Bijbel, dat er maar één mensch zal zalig worden, dan had deze man zich moeten haasten om die ééne te zijn!
Maar deze man haastte zich niet, hij verbruikte zijn tijd met het stellen van onnutte vragen.
En nu zegt Christus in heiligen ernst: Mensch, strijd om in te gaan!
Ja, dat is de echte Pinkstervrucht.
Als de Heiliige Geest een zondaar arresteert, dan wordt die zondaar werkzaam; hij wil van de last zijner zonden af! Hij voelt zijn ontzaggelijke verantwoordelijkheid tegenover den Heere.
Dan leeren wij inzien: elke dag, zonder dat wij Christus groot maken, is een gestolen dag!
De Heilige Geest scherpt ons in: Strijd bijtijds, want er is een vruchteloos zoeken (als het te laat is).
Zie naar de sterfbedden! Zie naar de dwaze maagden! De tijd komt angstig snel, dat de deur op het nachtslot valt.
Dat zeg ik niet, dat zegt Christus Zelf: Velen, zeg Ik u, zullen, zoeken in te gaan en niet kunnen.
Als deze woorden in hun ontzaggelijke ernst voor ons geloofsoog komen staan, dan voelen we onze onmacht; de vertwijfelende vraag overvalt ons : Heere, wie zal dan zalig worden !
Maar voor zulke vragers staat ’t Kruis
En wie willen die les maar niet leeren, maar Gods Geest leert ons die les elken dag opnieuw, dat Kruis staat daar alleen voor verloren menschen. Hun Kruis staat op Golgotha, opdat goddeloozen, die zich-zelf veroordeen, enkel en alleen uit genade vrijgesproken werden,
Als Satan het woord genade gebruikt, dan werkt het als vergif !
Hoevele menschen, die zoo doodsch als een stok of een blok in de leuningstoel der zonde ; zitten met het „vrome, " gezegde : „Ik wacht maar of ik nog eens gegrepen zal worden”.
Maar als Christus het woord genade fluistert aan een moegeworstelde zondaar, dan werkt het als balsem. Dan worden de trage knieën opgericht, dan worden onze slappe handen vast!
Dan viert onze ziel Pinksterfeest en zij zucht:
Alle roem is uitgesloten! Onverdiende zaligheên Heb ik van mijn God genoten! ’k Roem in vrije gunst alleen.

Renswoude.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's