WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT
De legerpredikant en de geestelijke verzorging der militairen.
In de Aaltensche Kerkbode (Geref.), schrijft ds. W. E. Gerritsma, Gereform. pred. aldaar en reserve-veldprediker in de Legerplaats Oldebroek, het volgende:
»'t Is vandaag 7 Mei; 'k ben dus bijna drie weken in de Legerplaats en met alles nu op de hoogte. En juist dat laatste is noodig, wil men hier zijn werk kunnen doen. Zes weken van huis zijn is wel 'n erg lange tijd; maar met 't oog op mijn werk hier, vind ik het prachtig, dat ik zoo lang hier kan zijn. Is men twee weken in een kamp, dan kan men practisch zoo goed als niets doen. Twee weken heeft men immers noodig om hier min of meer „thuis" te zijn. En wanneer dan de dag van vertrek reeds weer is genaderd, moet men wel met een zeer onbevredigd gevoel huiswaarts keeren. Maar nu ben ik hier met de meesten en bij allen bekend. Je groeit in zoo'n kamptijd vanzelf naar elkaar toe, je bent hier als 'n groote familie en de kampdominé hoort bij 't geheel. Ik begin nu heel duidelijk in te zien, dat vooral voor de persoonlijke zielszorg een periode van zes weken van groote beteekenis kan zijn. Natuurlijk kan ik over die persoonlijke zielszorg niet in de Kerkbode schrijven. Laat het voldoende zijn, hier te zeggen, dat ik met verschillende jongens onder vier oogen hier op m'n kamer allerlei moeilijkheden heb besproken. Wat zijn er veel vragen : persoonlijke geestelijke nooden, werkloosheid straks in het afzwaaien, moeilijkheden in huiselijken kring, enz. Eén ding heeft me heel erg getroffen, n.l. dat ik èn van officieren èn van minderen nu in deze paar weken al meer dan eens heb gehoord, dat ze zich van het Christendom hadden afgekeerd, omdat ze in de „Christenen" waren teleurgesteld. Natuurlijk is zulk een houding niet goed te keuren. Maar wat ik hier wil schrijven is dit : broeders en zusters, wat hebben wij ten opzichte van de wereld rondom ons een groote taak en wat kunnen wij door onzen slordigen wandel en door onze zondige houding veel verknoeien. De Heere make ons allen getrouw, ook in 't kleine, vooral in dat gewone alledaagsche, opdat er van onzen stillen wandel een prediking uit ga en anderen mogen worden getrokken inplaats van afgestooten.
Eiken Zondagmorgen om 10 uur en ook gisteren, op Hemelvaartsdag, heb ik in de godsdienstoefeningen mogen voorgaan. Ook enkele burgers uit de omgeving bezoeken deze diensten. Maar de groote meerderheid wordt gevormd door de militairen. Wat kunnen die jongens zingen! Er wordt steeds met aandacht geluisterd. Na den dienst krijgt ieder gratis een kop koffie en dan wordt er of in groepjes of onder vier oogen over de preek nagepraat.
Eiken avond ben ik in het Militair Tehuis. Dinsdagavond hebben we 'n gezellig avondje georganiseerd. Ruim 200 jongens waren aanwezig. Een van de kapiteins was ook met z'n vrouw in ons midden. Een mondaccordeonclub uit de buurtschap 't Loo, bij Oldebroek, heeft zeer verdienstelijk gemusiceerd, terwijl enkele voordragers voor de noodige afwisseling zorgden. Zoo de Heere wil, hopen we in de laatste week van Mei nog een afscheidsavondje te hebben«.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's