MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
„Gewoonlijk waardeert een mensch zijn zegeningen niet eerder dan wanneer hij deze moet missen", merkte de weduwe op. „Ik wil je deze verzekering wel geven, Klaske, dat wanneer een van beiden, man of vrouw, wordt weggenomen, de overblijvende een gebroken leven is, dat men wél lijkt trachten te heelen, maar dat, tenminste naar mijn gevoelen, zich toch nooit weer geheel herstellen laat".
„Nu ja, ik bedoel ook niet, dat ik Douwe wel graag zou willen missen. Evenwel de meeste meisjes, als zij trouwen, zijn nog véél te jong en weten niet wat het beteekent. Ik wil maar zeggen, dat vele jongelui verstandiger zouden doen door eerst maar eens wat ervaring van 't leven te krijgen en zich van een stuk brood te verzekeren, dan dat zij d'r zoo maar op los trouwen, terwijl zij' zich allerlei idealen droomen. Werkelijkheid is toch zoo gansch anders".
„Dat ben ik volkomen met je eens, al kunnen de omstandigheden verschillend zijn. Maar het is altijd roekeloos, wanneer iemand iets gaat ondernemen, waarvoor hij niet berekend is of de gevolgen niet van heeft overzien. Hij waagt er zichzélf en anderen aan. En in de allerhoogste mate betreft dit het huwelijk, omdat dit over het geheele leven beslist met onafzienbare gevolgen", aldus sprak vrouw Kalma, nadat zij zich een weinig van haar ontroering had hersteld.
„Toch geloof ik, dat vóór alle dingen nog iets anders noodig is", zei Murk. „Ik bedoel dat men van weerskanten de verzekering heeft, dat het God zelf is, die de personen tot elkander brengt en de harten tot één maakt, 't Hoogste geluk wordt daar gevonden, waar men één is in den Heere. En waar dit bestaat, daar kunnen veel stormen over een huis gaan, maar het stort niet in; ".
„'k Denk toch wel niet, dat vele menschen daar rekening mee houden", meende Klaske, die van deze redeneering in 't geheel niets begreep. Hoe zou je dat kunnen weten, en wat heb je daar dan nog aan".
„Je kunt het gewaar worden in den weg des gebeds en je hebt er dat aan, dat onder al die omstandigheden, die er komen kunnen en waarover wij zoo juist spraken, een toevlucht bij dèn Heere gezocht wordt, die ons in Zijn Woord zooveel rijke beloften geeft voor alle toestanden, waarin een mensch komen kan, dat men nooit verlegen behoeft te zijn".
„Geloof je dan, dat alles waar is wat in den bijbel staat en dat het precies zoo uitkomt als het daar gezegd wordt ? " vroeg Klaske op een toon, waarin zoowel vijandschap als spot was op te merken.
Uit ik het geloof ? Neen, ik geloof het niet meer, maar ik wéét het", klonk het met volle overtuiging. En ik wéét het, omdat ik het in de eerste plaats in mijn eigen leven ervaren heb en vervolgens dagelijks op allerlei wijze rondom mij bevestigd zie. Ik heb sinds het oogenblik, dat God mij op mijn weg staande hield en mijn hart bekeerde, ondervonden, dat Hij In teere erbarming aan mij denkt en als een trouwe, liefdevolle Vader voor mij zorgt en in al mijn nooden voorziet. Ik ondervind, — want je hadt het immers over ervaring, Klaske, ik ondervind, dat al de beloften van God waarachtig en getrouw zijn, en Hij geen van die allen ter aarde laat vallen. En hoemeer ik Hem leer kennen, hoe dierbaarder Hij mij wordt in al Zijn woorden en openbaringen aan mij en hoe meer ik ervaar, dat mijn leven veilig is in Zijn hand. Zóó is het mij gegaan en dit is de ondervinding van allen, die Hem kennen. Menschen kunnen wel eens wat zeggen of beloven, maar vaak komt van dit alles niets terecht. Doch Gods beloften feilen niet. Nimmer zal Hij ons beschamen, 'k Weet, Zijn Woord is „ja en amen". Gods beloften feilen niet. Zalig hij, die tot Hem vliedt.
En Wat Zijne liefde wil bewerken, Ontzegt Hem Zijn vermogen niet.
En ik sta hier niet alleen. Daar is een groot leger van getuigen, die het mèt mij zouden willen zeggen aan elk die het hooren wil, dat God een waarmaker van Zijn Woord is en nog nooit beschaamd heeft gemaakt, die op Hem vertrouwen.
Menschen stellen dikwijls zoo te leur. Met de besten komen wij vaak bedrogen uit, en ook al bedriegen zij ons niet, een mensch is maar een mensch, die menigmaal ook niet doen kan wat hij wel wilde. Voor God echter staan alle wegen en middelen open en Hij wéét, wat elk noodig heeft en wat voor ieder in 't bijzonder het beste is. Dat heb ik ondervonden, sinds ik Hem leerde kennen, en dit heeft vrouw Kalma ondervonden, nietwaar ? En och, dat weten allen, die Hem leerden lief hebben, omdat Hij hen het eerst heeft liefgehad"'.
Met groote aandacht hadden beide vrouwen naar deze woorden van Murk geluisterd. Voor Klaske was hetgeen hij sprak als een openbaring uit een andere wereld, welke zij voor het eerst van haar leven ontving. Voor vrouw Kalma gold zijn betoog als een beteekenis, waarin hij weergaf, wat ook in haar hart leefde.
(Wordt vervolgd.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's