De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

HAND AAN HAND GAAN

4 minuten leestijd

Een der middelen, die kunnen dienen om, zoolang het bedrijfsleven nog niet weer op normale wijze functionneert, de nog steeds omvangrijke werkloosheid te bestrijden, ligt naast de aanpassingspolitiek in het voeren van een actieve welvaartspolitiek.
Dat de aanpassingspolitiek — het aanpassen van den hoogeren levensstandaard van vóór de crisis aan het lagere levenspeil, waarop de crisis ons volk na 1929 bracht — reeds op zich zelf een belangrijke factor was en ook nog is ter vermindering van de werkloosheid, daarvan hebben wij de vorige week enkele voorbeelden gegeven, toen wij de aandacht vestigden op het gestadig verminderen van het aantal werkloozen in Rotterdam en van het terugloopen van het cijfer der werkloosheid in het bijzonder in de textielcentra van Twenthe en Noord-Brabant.
Aanpassing moet zelfs voorafgaan om het aan landbouw en industrie mogelijk te maken om door verlaging der . productiekosten op de wereldmarkt te kunnen blijven concurreeren en om de financiën des Rijks voor ontreddering te behoeden.
Waar aanpassing bij de bestrijding der werkloosheid gemist wordt, daar loopt het met de zaken verkeerd en wordt bij de opleving van het bedrijfsleven niet datgene bereikt, wat door aanpassing te verkrijgen zou zijn.
Dat ziet men b.v. in Frankrijk, waar de actieve welvaartspolitiek, omdat ze niet met aanpassing gepaard gaat, schipbreuk lijdt. Daar te lande moest de actieve, welvaartspo­litiek, welke door de Socialistische Regeering werd gestimuleerd,
gestaakt worden en een pauze worden afgekondigd, omdat de financiën dreigden in de war te loopen.
Daarom moeten aanpassingspolitiek en actieve welvaartspolitiek hand aan hand gaan.
Nu wordt in ons land bij sommige politieke groepen niet weinig geklaagd, dat er ten onzent meer belangstelling is voor de aanpassingspolitiek dan voor de actieve welvaartspolitiek.
Doch dit is niet juist.
Het is toch een feit, dat in de na-oorlogsche jaren, dat is van af het oogenblik, dat van permanente werkloosheid voor het eerst sprake was, ontzaglijk veel werk is verricht geworden.
Het Werkende Land, waarin behandeld wordt „de opbouw van Nederland in moeilijke tijden", doet over dit werk belangrijke mededeelingen.
Zoo blijkt, dat in de periode van 1920 tot en met 1936 opvolgende Regeeringen van land, provincie en gemeente met inbegrip van de Nederlandsche spoorwegen aan publieke werken hebben laten uitvoeren; een bedrag van niet minder dan 2165 millioen gulden, waardoor Nederland op het gebied b.v. van kanalisatie, wegenbouw, bruggenbouw, stadsuitbreiding enz. zelfs een geheel ander beeld vertoont, dan 20 jaar geleden.
Voorts mag er de aandacht op worden gevestigd, dat het cijfer aan werken, die thans in uitvoering zijn of binnenkort in uitvoering zullen komen meer dan 380 millioen gulden groot is.
Verder werd het Werkfonds ingesteld, dat is het instituut, waaruit met overheidsgeld groote werken worden gefinancierd. Voor dit Werkfonds heeft de Staten-Generaal een crediet van totaal 100 millioen gulden toegestaan, welk crediet thans zoo goed als ten volle is toegezegd geworden.
Tenslotte wijzen wij er op, dat belangrijke hulp en steun aan de nijverheid en aan den landbouw verleend wordt tot behoud der werkgelegenheid, welke hulp en steun toch ook zeker wel onder de rubriek actieve welvaartspolitiek dient gebracht te worden.
Wat de steun aan den land-en tuinbouw betreft, kan worden vastgesteld, dat wanneer deze ware uitgebleven, een groot deel der kleine boeren en tuinders benevens de landen tuinbouwarbeiders op de publieke kassen zouden zijn aangewezen.
Van hoeveel belang de landbouwcrisismaatregelen inzonderheid voor de land-en tuinbouwarbeiders zijn, moge blijken uit het feit, dat jaarlijks aan deze arbeiders 135 millioen gulden worden verloond.
Dat de landbouwcrisismaatregelen jaarlijks 150 a 200 millioen gulden in de zakken van landbouwers en tuinders brengen is van algemeene bekendheid.
Al deze dingen wijzen er op, dat in Nederland de actieve welvaartspolitiek niet veronachtzaamd wordt.
Er is dan ook voor de vaak heftige critiek, die hier en daar gehoord wordt, geen aanleiding.
Maar naast de welvaartspolitiek kan de aanpassingspolitiek niet gemist worden, wil de opleving van het bedrijfsleven zich op normale wijze kunnen voortzetten.
Aanpassingspolitiek en actieve welvaartspolitiek moeten hand aan hand gaan.
Zij behooren bij elkander.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's