De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

6 minuten leestijd

Weet ge, hoe het mij gaat in deze dagen? Ik bedoel niet, hoe ik het maak, wat mijn gezondheid betreft, neen, hoe ik het heb als Penningmeester van den Bond.
Zooals u niet onbekend zal zijn, zet ik me Dinsdagsmiddags om mijn overzicht van wat voor onze fondsen binnen kwam, voor De Waarheidsvriend op te stellen. Wanneer in de loop van de week meer dan een dag voorbijgaat, waarop niets te boeken valt, zoo komt vanzelf de gedachte naar voren: „ge zult geen stukje behoeven te schrijven, om de 'heel eenvoudige reden, dat er niets te vermelden is".
Dit gevoelen begint evenwel vanzelf te wankelen, als meerdere posten zich aandienen. Dan rijst de vraag: „zal ik het niet, of wèl doen? "
Zie, daarop doelde ik, toen de vraag door mij werd gesteld, of ge weet, hoe het mij gaat in deze dagen, 'k Zou mijn aarzelen willen vergelijken bij wat de man doet, die met zijn auto klaar staat, als zich voldoende passagiers melden. Het vertrekuur, te voren aangekondigd, komt hoe langer hoe dichter bij. De enkele passagiers, die hun plaats reeds hebben ingenomen, zitten, evenals hij, uit te zien. Komt er iemand in de verte aan, die den indruk geeft mee te willen, zoo wordt een knikje gewisseld van weerszijden. De kans, dat wij toch op het aangegeven uur zullen vertrekken, wordt meer waarschijnlijk. En waarlijk, daar komen op het laatste moment nog half in draf een paar reizigers zich melden. Wat als gevolg heeft, dat binnen enkele seconden de motor wordt aangezet en het gezelschap vertrekt.
Zoo ging het mij, tot de laatste post mij 't sein gaf mijn gegevens vast te leggen op papier. Niets, wat ik liever doe. Alzoo wil ik dan ook geen oogenblik meer wachten.
Daar is natuurlijk, zooals aan elk ding, naast een schaduwzijde, ook meer dan een lichtpunt te wijzen, wanneer ge in het vervoermiddel een te nauwe plaats u ziet toegewezen, vanwege het aantal passagiers, dat vervoerd moet worden, zit ge allesbehalve prettig. Dat is, wanneer er maar weinigen zijn, juist omgekeerd.
'k Heb deze keer een heel mooi getal, n.l. 7 posten hebben de treeplank gepasseerd, waaronder er zijn, die hun naam mij niet an­ders dan onder geheimhouding in hef oor hebben gefluisterd.
7 wordt wel eens genoemd het getal der volmaaktheid. In de H. Schrift komt dit telkens voor.
Wij zijn met ons gezelschap, al is hel niet groot, ten zeerste ingenomen.
1. Op de eerste bank — ik heb hun maar een plaats gewezen, al naar zij binnenkwamen — zit de Penningmeester van de afd. Alphen a.d. Rijn. Hij zond mij 44 gulden, samengesteld uit onderscheidene posten: Opbrengst van de huisbusjes bedroeg ƒ 7.17; opbrengst van busje no. 110 f2.07 ; collecte bij de spreekbeurt ds. Remme f 8.96, met nagift van f 1.— ; Paaschinzameling, gedaan door Joh. Griffioen en G. Verhagen, f24.80. Tezamen ƒ44.— 'k Heb onzen vriend eens heel vriendelijk toegeknikt en bij hem tevens aangedrongen mijn hartelijken dank over te brengen aan de vrienden, die hieraan hebben meegeholpen.
2. De tweede die instapte kwam uit dezelfde buurt. Op de vraag, of hij mij zeggen wilde hoe hij zich noemde, gaf hij als bescheid : N.N. Toch las ik uit zijn heele houding dadelijk af, dat hij met de meest vriendelijke bedoeling 'n plaatsje had gevraagd in mijn vehikel. Daar gingen maar weinige oogenblikken overheen of hij greep naar zijn portemonnaie en begon te tellen:4 briefjes van f 10.—, 1 van f 25.—, met een dubbeltje „65.10 Wat zegt ge er van? Dat ik hem vriendelijk dank heb gezegd, begrijpt ge. En toen ik hem vroeg of hij de Ouderkerksche vrienden — 't is Ouderkerk a. d. Amstel hier — wel mijn bizonderen dank wilde overbrengen, knikte hij mij even vriendelijk toe. Ik was er recht mee in mijn hum. Zoo iets had ik niet durven verwachten.
3. Vlak daarachter had een der collectanten uit de Jacobi-kerk alhier een plaatsje ingenomen. Hij langde mij toe als uit de collectezak aldaar ongediept van N.N., een rijksdaalder „ 2.50 Deze vriendendienst wordt door mij ook hoogelijk gewaardeerd. Hoe vaak dit ook gebeurt, telkens roept dit dezelfde gewaarwording bij mij wakker, 'k Dank den vriendelijken gever zeer.
4. Die nu volgt, was een bekend gezicht, 'k Had hem vaker gezien. Zijn vader, die helaas al te vroeg ons en de zijnen ontviel, behoorde tot mijn beste vrienden, 'k Mag hem nog met weemoed gedenken. Weet ge waaraan ik dacht? : „een goed zoon, die zijn vader gelijken mag". De jonge pastor van Renswoude droeg mij de Paaschcollecte, aldaar gehouden, af. Deze bedroeg „21.— 'k Was er blij mee en zeer verheugd.
5. 't Was alsof het spel sprak. Werd door den passagier, dien ik zooeven noemde, een jeugdherinnering bij mij wakker geroepen, de vriend, dien ik nu ontmoette, lichtte nog even hooger de sluier op. 'k Stond nog in den Achterhoek, toen ik dezen vriend ontmoette. Daar zijn banden, die het een leven lang houden ; dit zijn de slechtste niet. Hij is lezer van De Waarheidsvriend, en als blijk van waardeering zendt hij mij jaarlijks een niet onbelangrijke bijdrage. Zoo ook thans. Zijn naam wil hij niet zien genoemd. De plaatsnaam begint met een Z. Wat hij mij toezond, was in twee gelijke stukken verdeeld:30 gld. voor de fondsen van den Geref. Bond en 30 gld. voor den Geref. Zendingsbond. Tezamen , , 60.— 'k Heb (hem eens recht hartelijk de hand gedrukt. De zegen des Allerhoogsten ruste op hem en zijn gaven.
6. De beide laatste binnengekomen passagiers zijn thans aan de beurt. De Penningmeester van de afdeeling Zeist is ook behoorende tot mijn oudere vrienden. Secuur in alles, komt dit ook uit in het overzicht van zijn arbeid van den Geref. Bond. Eerst liet hij mij zien, hoe de contributiegelden, die hij vóór eenigen tijd mij reeds bad toegezonden, waren samengesteld. Daarna volgde de Paaschinzameling. Voor onze fondsen was bestemd de som van ,, 74.55 'k Ben hem en de Zeister vrienden hiervoor veel dank verschuldigd. Ik spreek mijn vriendelijken dank uit voor alles, wat in dezen voor onzen arbeid is gedaan.
7. Het sluitstuk is een bevestiging van 't spreekwoord: „'t leste, het beste". Wie het laatste over de treeplank naar binnen wipte, mag een eereplaats worden aangeboden. Ds. Koolhaas, van Charlois, zond mij, net op tijd, het overzicht van wat te zijnent voor de Paaschcollecte was gedaan. Kreeg ik verleden jaar de prachtsom van f 200.20, thans klom het er nog boven uit. De inzameling, waaraan hebben meegewerkt mej. K. en de heeren D., M. de R. en V., en waaronder ook een bedrag van 100 halve centen van mej. H. L. is begrepen, bedroeg niet minder dan „202.30 Wie er zich over mogen verblijden, ik sta in dezen in de eerste rijen. De Heere heeft het wonder wèl gemaakt. Nooit worden beschaamd, die op Hem betrouwen. 'k Eindig mijn overzicht met dezelfde vraag, waarmee ik begon, en geef dit antwoord: „ik kom er mee op mijn knieën". Zijn Naam zij er in geprezen. Alles tezamen geteld, kom ik tot een som van
f 469.45

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's