De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

7 minuten leestijd

Het nieuwe Psalmboek
In „De Standaard" lazen we een artikel van J. Kort Over „Het-Psalter 1936" waaruit we een en ander hier laten volgen:
„De Reformatie, die in het begin der zestiende eeuw in de kerk plaatsgreep, heeft verschillende vraagstukken aan de orde gesteld.
Een van die vraagstukken betrof het Kerklied.
De-Roomsch Katholieke Kerk had op verschillende van haar groote kerkvergaderingen vastgesteld, dat het zingen in de kerk moest worden overgelaten aan de daartoe aangewezen zangers. Gemeentezang, zooals wij. dien kennen, was dus in de R.K. Kerk van die dagen een onbekende zaak.
Kerkelijke volksliederen bestonden evenmin. Immers tot aan de Hervorming toe was alle kunst: kerkelijke kunst. De kunstenaars vonden hun uitgangspunt en hun doel uitsluitend of bijna uitsluitend in de kerk.
Het spreekt dus vanzelf, dat, waar de kerk aan geen kerkelijk volkslied een plaats in haar diensten inruimde, de kunstenaars geen aanleiding hadden, om zich op dezen vorm toe te leggen.
Luther en Calvijn beiden zagen onmiddellijk in, dat het volk weer in staat gesteld moest worden tot het zingen in de kerk. Dit hangt samen met het reformatorische karakter van den eeredienst.
Die tegenwoordigheid Gods in Zijn Woord en het spreken Gods in de bediening van het Woord bracht als vanzelf mee, de behoefte aan het antwoorden van de gemeente in haar lied op dat Woord.
Heb ging er nu om, liederen te vinden, die voor dat doel geschikt waren. Beiden, Luther en Calvijn, zijn daartoe zelf aan het werk getogen en hebben Schriftgedeelten berijmd en zoo geschikt gemaakt tot den volkszang.
Toen Calvijn echter kennis maakte met twaalf berijmde Psalmen van Clement Marot, legde hij daarop onmiddellijk beslag en spoorde hem tot het verder berijmen der Psalmen aan.
In 1562 was het geheele Psalmboek met medewerking van Theodore de Bèze gereed gekomen. (De melodieën werden geschreven door twee componisten, te weten Louis Bourgeois, die er ongeveer 80 schreef, en een zekeren Maitre Pierre, door sommigen Dubuisson, door anderen Vallete geheeten, die er pl.m. 40 op zijn naam heeft staan.
Hoewel een artikel als dit niet toelaat, om in d)e finesses te treden, mag hier toch wel opgemerkt worden, dat al dit werk uitsluitend deze bedoeling had, om de gemeente als geheel een kerkelijk volkslied te verschaffen. Geen koor, geen solisten zouden het door Calvijn in gebruik gestelde Psalmboek hebben uit te voeren, maar de gemeente zelf moest deze wijzen zingen.
Het waren dan ook echte volksliederen, die vrij vlug gezongen werden. Wanneer we weten, dat Calvijn in een dienst, die een uur duurde, gewoonlijk 18 tot 20 psalmverzen liet zingen, dan begrijpen we wel, dat men die verzen zong in een vrij vlug tempo. Bovendien zijn er nog verschillende aanteekeningen van oude schrijvers bewaard gebleven, waaruit blijkt, dat er vroeger vrij vlug gezongen is in die kerk van Calvijn.
In de landen, waar de Calvinistische reformatie meer invloed had dan de Luthersche, heeft men veel van de Fransche broeders overgenomen.
Dathenus komt de eere toe voor het eerst een complete Nederlandsche vertaling van de psalmen te hebben geschreven, die ook werkelijk in gebruik werd gesteld".
Op 't eind van de 18de eeuw hebben we door bemiddeling van den Staat een nieuwe Psalmberijming gekregen, waaraan vele gebreken kleven en waarbij vers en melodie niet altijd op elkaar aansluiten. Maar nu is een nieuwe berijming der Psalmen verschenen — en de heer Kort vervolgt dan:
„De Administratie : Geestelijke Liederen uit den Schat van de Kerk der Eeuwen, die reeds eerder van zich had doen spreken door de uitgave van o.a. een groeten liederenbundel, publiceerde onlangs het werk, waarvan die titel luidt: Het Boek der Psalmen" met als ondertitel : ,,De psalmen van Israël op de oorspronkelijke melodieën uit de 16e eeuw, opnieuw naar het Hebreeuwsch bewerkt".
De groote beteekenis van dit boek is hierin gelegen, dat de melodieën in haar oorspronkelijke lezing tot uitgangspunt zijn gekozen, iets wat te voren nog nimmer in onze taal is voorgekomen.
Onder deze van alle verbasteringen gezuiverde melodieën heeft men berijmingen geschreven, die 200 goed mogelijk den Hebreeuwschen tekst weergeven en niet de accenten en het rythme dier melodieën overeenkomen.
Voor een juiste beoordeeling van dit werk is het noodzakelijk, dat uitgangspunt goed in net oog te houden. Deze werkwijze is een compromis. Een compromis van melodieën, die bijna vier eeuwen oud zijn met een twintigste eeuwsche berijming. Er zijn misschien sommigen, die er de voorkeur aan zouden geven, wanneer bij deze hedendaagsche berijming ook hedendaagsche melodieën zouden zijn geschreven.
Hiertegen is echter op te merken, dat ook dat een compromis zou gebleven zijn. immers ouder dan deze melodieën is het oorspronkelijke Schriftwoord, dat voor gemeentezang wordt gebezigd ! Daarin ligt het compromis".
,,Eigenaardig is" — zoo schrijft de heer Kort verder :
„Eigenaardig is, dat dit geheele werk gedaan is met de grootste onbaatzuchtigheid. Noch voor het heden, noch voor de toekomst is er eenig financieel voordeel in gelegen voor de Auteurs. Zij hebben regelingen getroffen waardoor dit mogelijk is geworden. Het parool was: het geestelijke lied om, niet.
Eigenaardig is, dat van deze Psalmberijming een Protestantsche en een Roomsch-Katholieke uitgave zijn verschenen. Natuurlijk is de inhoud van beide volkomen dezelfde. Het eenige verschil is, dat in de R. K. uitgave voorkomt het „evulgetur" en het „nihil obstat", (waarover straks meer), hetgeen voor de Protestantsche uitgave vanzelfsprekend) overbodig is.
Eigeinaardig is ten slotte, dat bijna tegelijk met de eenstemmige uitgave een vierstemmige is verschenen, waardoor het mogelijk wordt, de Psalmen onmiddellijk voor koor te zingen. Deze vierstemmige zettingen zijn gebaseerd op de zettingen van Claude Goudimel, een Protestantsch componist, die tijdens de Bartholomeüsnacht is omgekomen.
Dit boek maakt het bovendien mogelijk, om de Psalm.en in den huiselijken kring, op school, zangvereeniglng en zelfs in de kerk te spelen. Echter moet bij de beoordeeling van deze harmonisatie's wel in het oog worden gehouden, dat ze door Goudimel voor koor zijn geschreven en niet in de eerste plaats voor orgel of piano (men vergeve mij dit anachronisme).
De bewerking is echter zoo eenvoudig gehouden, dat ze toch uitstekend op deze instrumenten te spelen zijn.
Als bewijs van de uitnemende kwaliteiten van den nieuwen Psalmbundel moge wel genoemd worden, dat de Roomsch-Katholieke Censor, hoewel hij wist, dat zooveel melodieën als berijm.ingen rechtstreeksch en zonder uitzondering van Protestanten stammen, niet geaarzeld heeft, zoowel het „evulgetur" (het kerkelijk verlof tot het openbaar maken van een geschrift) als het „nihil obstat" (geen (bezwaar) aan deze uitgave te verleenen en dat reeds op verschillende plaatsen Roomsche geestelijken op scholen en jeugdvereenigingen de kinderen deze Psalmen leeren zingen!
Maar gelukkig, ook van Protestantsche zijde ziet men allerwege de groote beteekenis van dit werk in. In de pers van vrijwel alle kerkelijke richtingen komen waardeerende artikelen voor, zoowel van theologen als van musici. Ook wel een enkel bezwaar, maar wat beteekent dat bij den stroom van klachten en bezwaren, die reeds jaren en jaren door tal van theologen en musici tegen den huidigen bundel zijn ingebracht ?
Allen, die het uitgangspunt van deze nieuwe berijming begrepen hebben, het opnieuw vertalen en berijmen van den Hebreeuwschen Psalmtekst, maar dat zoo, dat de oorspronkelijke melodieën in haar origineele gedaante konden worden gezongen, allen, die dat begrepen heb­ ben, zijn blij en dankbaar met deze nieuwe uitgave.
Het is monumentaal werk!
Bovendien, er zal wel niemand zijn, die meent, dat een schat van melodieën als die van onze Psalmen, te vervangen is. Pogingen in de vorige eeuw hebben dat wel overvloedig bewezen. Terug naar dezen schat dat is het parool geweest van hen, die zich tot deze nieuwe berijming hebben gezet. Het moet hier gezegd worden, dat zij zich schitterend van hun taak hebben gekweten. Muziek-historisch is hun werk volkomen verantwoord en op zichzelf daarom is het al een weelde om dit nieuwe Psalmboek te bezitten. Voor toet eerst hebben we een berijming, die past bij datgene, wat onze vaderen ons in de schoone Calvinistische melodieën hebben nagelaten".
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

WAT DE PERS TE LEZEN GEEFT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's