De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
,Geloof je dat alles nu ook, buurvrouw ? " — vroeg Klaske.
Nu vraag je me heel veel", sprak deze. „Ik zou daar zoo maar geen „ja" op durven zeggen, maar dit weet ik wèl, dat waar heel de wereld mij onverschillig laat, omdat niemand mij helpen en troosten kan in mijn leed, en de menschen, niettegenstaande al hun mooie woorden op den dag der .begrafenis van mijn man gesproken, mij alléén lieten, het mijn steun en kracht is te weten, dat de Heere aan m.ij denkt. En dat ondervind ik ook, Klaske. Daar staat in den bijbel, om maar één ding te noemen, dat God een Vader der weezen en een Rechter der weduwen is. En wat ben ik dat gewaar geworden. Daardoor alleen ben ik tot heden, staande gebleven en kreeg ik kracht voor mijn knus".
„'kZal niet zeggen, .dat er niet wat moois in ligt, maar ik kan mij nooit begrijpen hoe jullie dat alles zoo weten kunt, alsof het zoo zeker waar is als tweemaal twee vier is, en alsof je het met de oogen zien en met de handen tasten kunt. Wat gaat het immers schots en scheef in de wereld toe ! Ieder vecht voor zichzelf en zoekt zoo goed mogelijk zich een weg door de wereld te slaan, eerlijk of oneerlijk — dat hangt er van af, hoe men daarover denkt. En dan, wat een last en ellende en armoede en lijden en haat, en 'k weet al niet wat. Als er dan een God is, waarom laat Hij dit alles toe ? Als ik zoo'n liefdevolle God kon zijn, als jullie telkens zegt, dat Hij is, dan. zou ik niets gedoogen wat niet goed is of dat .pijn en lijden veroorzaakt of de menschen ongelukkig maakt. In mijn oog is de wereld een groot speeltooneel, waarbij èlk zijn rol kiest en zijn .deel krijgt".
„Wacht even", viel Murk in, daarmede Klaske in haar woordenvloed onderbrekend, die met verhoogde Meur al drukker sprak en 't geen zij zeide met druk. gebaar van beide handen bekrachtigde.
„Elk krijgt zijn deel, zeg je; maar wie gééft dit dan ? "
„Wie dat geeft ? Weet ik het ? Maar 't is immers te zien, dat het zoo is. De een krijgt véél en de ander weinig. De een is rijk en de ander arm; de een gezond en de ander altijd ziek ; de een sterft jong en de ander leeft langen tijd zich zélf en meerderen misschien tot last; de een is gelukkig en hem groeien de rozen op de schoenen en de lander zit altijd in de ellende. Dat kunnen jullie toch nooit ontkennen!"
„Natuurlijk niet, maar hoe komt dat dan en wie beschikt dat zoo ? " vroeg Murk weer.
„Weet ik niet en kan mij ook niets schelen. Maar zóó is 't en daar houd ik mij , bij. En nu moet een mensch zich maar zoo goed en zoo kwaad mogelijk een weg door dit leven zoeken te slaan, want een ander doet het niet voor hem en kan dat ook niet doen".
„Maar nu ben je toch niet eerlijk, Klaske. Je voelt zelf wel, dat een hoogere macht ons leven beheerscht. Wie het is, weet je niet; je vraagt er óók niet naar en leg je nu bij het onvermijdelijke neer. Voel je nu niet, dat je dan toch vrijwillig of gedwongen buigt voor een god, die je dan misschien wel het „noodlot" of het „toeval" of het „fortuin" zoudt willen noemen, aan wien niemand ontkomt ? En nu wil ik je wel zeggen, dat ik dat zoo goed begrijpen kan, omdat ik zelf voorheen óók zoo dacht. Toen ik als kind maanden lang met de heupziekte neerlag, waardoor ik „manke Murk" geworden ben, terwijl andere kinderen van mijn leeftijd speelden en zich met elkander vermaakten, leefde in. mijn hart al de gedachte : waarom moet ik dat nu lijden ? E toen ik ouder werd en met anderen nooit op en uit kon gaan, en omdat ik niet sterk was, ook nooit werken en dus niet verdienen kon als anderen, kwam altijd maar weer die gedachte bij mij boven: waarom ben ik zóó en niet zooals anderen? Maar 'daar was er niet een, die mij ; op deze vraag antwoord gaf, en toen dacht ik ook: aanvaard' het leven maar zooals het is en sla er je doorheen. Zoo werd ik de „vroolijke Murk", die door de menschen als een grappenmaker werd beschouwd en — behandeld. Toen kon men hem gebruiken, om vroolijkheid in het spel te brengen en het gezelschap bezig te houden en de menschen aan het lachen te maken. Zooals de clowns in het theater of bij de maskaradepret, moest ik grappen verkoopen of streken uithalen of voor minderwaardige doeleinden dienst doen. 't Was immers Murk, „manke Murk" maar, en aan dezen was niet veel te bederven.
Dat is de wreede hardheid van het wereldleven geweest, niettegenstaande de vroolijkheid, die aan de oppervlakte naar .buiten scheen, zooals de zon soms van tusschen zware waterwolken een matten glans over de wereld werpt. De menschen moesten eens geweten hebben, hoe het onder al die vroolijke bedrijven soms in mij schreide. Omdat ik in dat alles geen vrede had en voelde, dat ik slechts „gebruikt" werd, en ook, hoe hol en arm dat alles liet.
Toen heeft God in Zijn genade zich over mij ontfermd. Toen werd ik midden in zoo'n dwazen kermisroes bij het heil mijner ziel bepaald en boorde zingen en spreken van de liefde des Heilands, die het verlorene zoekt en het afgedwaalde terecht brengt en voor schuldigen zich dooden liet.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1937

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's